DE WERELD NU

Excessieve overheidsuitgaven

referendum, overheidsuitgaven

Soms doet de regering excessieve overheidsuitgaven of verplicht zij anderen daartoe. Dat betekent niet dat een aantal daarvan niet te voorzien of hanteren was, meende Toon Kasdorp.

Vier regionale onderwijscentra[1] eisten in 2012 100 miljoen euro schadevergoeding van het Rijk. Ze waren door het privatiseren van de inburgeringscursussen tientallen miljoenen misgelopen, terwijl ze voor het geven van die cursussen wel leraren hadden aangetrokken en les-faciliteiten hadden gecreëerd. Dat was hun stelling, die ze zonder succes bij de rechter hebben verdedigd.

Hun argument was dat de stelselwijziging te abrupt was gekomen en dat de centra nog geen gelegenheid hadden gehad hun investeringen terug te verdienen. Toch waren dat investeringen die ze hadden moeten doen voor de onderwijsopdracht die ze gekregen hadden van dezelfde overheid, zij het onder een regering van een andere politieke kleur.

Toen indertijd het loodswezen werd geprivatiseerd en de varkensboeren hun afvalverwerking plotseling anders moesten gaan inrichten heeft de rechter de gedupeerden in het gelijk gesteld. Maar de eis van de Rocs werd afgewezen.[2]

Er zijn in Nederland 50 van dit soort samenwerkingsverbanden tussen beroepsopleidingen. Van die vijftig zijn er vier die deze schade claimden. Dat zijn de vier die een jaar eerder grote verliezen bleken te hebben geleden en in de problemen waren gekomen. Als de schade zou bestaan uit het mislopen van inkomsten en niet uit een verkeerd investeringsbeleid, dan zou je verwachten dat nog wel een stel van de andere centra mee zouden hebben gedaan met de schadevergoedingsactie. Die dure investeringen zullen misschien meer te maken hebben gehad met het feit dat bouwen in de grote steden nu eenmaal duurder is dan op het platteland. Maar ook als je dat in aanmerking neemt is het moeilijk voorstelbaar dat grote verliezen, als deze centra geleden bleken te hebben, alleen veroorzaakt zijn door het wegvallen van de inburgeringscursussen.

Dat inburgeren was in opzet een tijdelijke taak en daar hadden tijdelijk voorzieningen voor kunnen worden getroffen. Gehuurde panden misschien, waarvoor op redelijk korte termijn de huur kon worden opgezegd en leraren zonder vaste aanstelling. Nog beter was het geweest als de centra dit soort werkzaamheden, die niet tot hun kerntaken behoorden hadden uitbesteed. Dat had gemakkelijk gekund. Er zijn voldoende afgestudeerde neerlandici, die dit soort werk in deeltijd willen doen en met een aanstelling of als zzp’ er genoegen nemen. Denk aan getrouwde vrouwen met een partner die voor het merendeel van de inkomsten zorgt.

Inburgeren rekent men in Den Haag tot de overheidstaken. Vandaar dat aan de Regionale Onderwijs Centra de opdracht kon worden gegeven om de cursussen te organiseren. Het is redelijk dat de overheid dan ook de kosten voor haar rekening neemt. Dat heeft ze ook gedaan. Natuurlijk heeft niemand ooit een ROC opdracht gegeven om voor het geven van inburgeringscursussen nieuwe gebouwen neer te gaan zetten of leraren met een vaste aanstelling in dienst te nemen. Dat was hun eigen beslissing en de vraag die in de procedure aan de orde kwam is of die beslissingen noodzakelijk en onvermijdelijk waren, gegeven het feit dat de instelling de opdracht van de overheid niet kon weigeren.

Van de centra en meer in het bijzonder van Zadkine is bekend dat ze megalomane bouwplannen hadden gerealiseerd. Ze betaalden bovendien hun bestuurders en managers salarissen die niet met de geleverde bestuurlijke en management prestaties in overeenstemming waren. Excessieve uitgaven zijn uit hun aard niet dwingend en onvermijdelijk. De centra werken met publiek geld en daar vloeit de verplichting uit voort er zo zuinig mee om te springen als de gevraagde kwaliteit van het onderwijs toestaat.

Het geschil met de Rijksoverheid kwam daar dus op neer: kunnen de onderwijsinstellingen bewijzen dat ze hun taak naar behoren hebben vervuld en dat hun verliezen alleen of in hoofdzaak zijn veroorzaakt door het wispelturige en haastige gedrag van de overheid. Gezien het feit dat de 46 andere centra dit soort problemen niet lijken te hebben gehad of daar in elk geval niet over wilden procederen, leek me de gekozen weg behoorlijk bergop. De rechtbank heeft daar kennelijk hetzelfde over gedacht en van een hoger beroep heb ik niets meer gehoord.


  1. Albeda en Zadkine (allebei uit Rotterdam), ROC Amsterdam en ROC Mondriaan in Den Haag
  2. December 2001

Dit artikel over onmatige overheidsuitgaven verscheen eerder op het Blog van Toon Kasdorp. Meer van Toon Kasdorp vind u hier.