DE WERELD NU

De opvang van vluchtelingen

Wanneer eind dertiger jaren van de vorige eeuw zich joden als vluchteling meldden bij de Nederlandse grens die geen paspoort bij zich bleken te hebben dan werden ze teruggestuurd naar de Duitse concentratiekampen.

Een dergelijk harteloos optreden zal de Nederlandse overheid niet nog eens worden verweten. Er is nu wetgeving en er zijn verdragen om dat te voorkomen. Als een asielzoeker nu zijn paspoort weggooit, zodat niet meteen kan worden vastgesteld of hij uit een land komt waar zijn leven en gezondheid een vorm van gevaar lopen die in Nederland ambtelijk wordt erkend, wordt hij tot de asielprocedure toegelaten en komt voor drie jaar in een opvangkamp.

Als er voor een oud probleem wetgeving bestaat dan zijn meteen alle nieuwe problemen, die er in de verte op lijken, veilig ondergebracht. Zo werkt nu eenmaal de bureaucratie. Dat paspoort weggooien doe je alleen als je daarmee niet bewijzen kunt dat je uit een oorlogsland komt. Dat weggooien gebeurt systematisch en op grote schaal, zodat op statistisch gronden wel vaststaat dat de meeste mensen zonder paspoort helemaal geen politieke, maar economische vluchtelingen zijn. Natuurlijk, bewijs in strafrechtelijke zin is dat niet, maar om strafrecht gaat het hier niet. Zonder paspoort kom je vrijwel nergens het land uit en een vliegtuig in. We weten daarom heel goed dat we mensen als politieke vluchteling toelaten die dat volgens onze regels niet zijn. Toch zou het onverstandig zijn ons daar al te zeer op te concentreren, want daar zit niet het echte probleem.

Het asielprobleem staat niet op zich en het is ook geen typisch Nederlands probleem. Het maakt onderdeel uit van het wereldwijde probleem van de overbevolking, het probleem van de armoede in de landen met een slecht geschoolde bevolking en een zwakke sociaal economische infrastructuur. Alle welvarende landen met open grenzen en een humanitaire Westerse beschaving worden er mee geconfronteerd. Een gebied is overbevolkt als het slecht leefbaar is, er onvoldoende werk en voedsel is en het geen hoop geeft voor de toekomst. Dat hangt af van het aantal mensen per vierkante meter maar daarnaast ook van een groot aantal andere factoren. Er zijn veel overbevolkte gebieden in de wereld.

Een wereld met goede transport mogelijkheden vormt een stelsel van communicerende vaten en het gedrag van mensen in grote aantallen lijkt op dat van een vloeistof. Zolang het leven ergens anders maar slecht genoeg is en hier nog redelijk goed, zullen de mensen van ginder hier naar toe blijven komen en er is ook geen enkele reden om ze dat kwalijk te nemen. Er is wel reden om het overheden kwalijk te nemen dat zij kunstmatige onderscheiden blijven maken tussen al die mensen die voor het overgrote gedeelte om precies dezelfde redenen hier naar toe komen en die anders behandeld worden al naargelang zij komen uit voormalige koloniën, uit gebieden waar al wel en waar nog niet gevochten wordt, of wanneer zij komen met het oog op gezinshereniging of om op hun minderjarige broertjes en zusjes te passen.

Zij hebben allemaal een goede reden, anders kwamen ze niet en wat wel en niet verdraaglijk is aan de andere kant van de wereld ziet er in elk geval ginds anders uit dan hier. Het is niet doelmatig en ethisch ook niet aanvaardbaar om dat van de ambtelijke voorschriften in Nederland afhankelijk te maken. Die voorschriften zullen nooit in staat zijn aan de veelvormigheid van de werkelijkheid recht te doen en zij lenen zich te gemakkelijk voor misbruik en ontduiking. Het resultaat is in elk geval chaos, ongelijkheid van behandeling en onrecht.

Asielaanvragen worden gedaan om het land binnen te komen en onderdak te krijgen. Wordt het verzoek toegewezen, tant mieux. Tijdens de voor het slachtoffer onbegrijpelijk lange aanvraagprocedure verdwijnen veel aanvragers uit de centra. Van de afgewezenen probeert een aantal het in een van de buurlanden of ze verdwijnen rechtstreeks in de illegaliteit. Terug naar huis gaan er weinig omdat het voor de meesten een onaanvaardbaar alternatief vormt. Als de kranten vandaag berichten dat veel asielzoekers terug naar huis willen en sommigen zelfmoord plegen als dat niet kan, dan vergissen ze zich op dat punt. Die mensen willen weg uit de asielopvang, maar de meerderheid wil helemaal niet terug naar huis. Wordt de kans verhoogd dat men vanuit een asielcentrum rechtstreeks op het vliegtuig naar het land van herkomst wordt gezet, dan komen er juist minder asielaanvragen leert de praktijk. Dan gaat men liever rechtstreeks de illegaliteit in of naar een buurland.

De officiële asielaanvragen hebben altijd maar een onderdeel van het probleem gevormd en daling of stijging van de aanvragen zegt niet alles over het aantal derde-wereldburgers dat metterwoon hierheen komt. Als bewindslieden hun afwijzingspolitiek proberen te verdedigen door er op te wijzen dat zij daardoor veel mensen een vergeefse dure reis naar Nederland bespaart, spreken ze echt onzin. Dat handjevol uitgeprocedeerde en teruggestuurde immigranten is maar een druppel op de gloeiende plaat, ze vallen in het niet bij het totale aantal dat Europa binnenkomt en die worden heus niet door dit soort bewindslieden afgeschrikt. Ze zijn thuis erger gewend.

Het aantal nieuwe Nederlanders ligt intussen ruim boven de drie miljoen, waarvan twee miljoen niet westers en in sommige grote steden vormen ze intussen bijna de helft van de bevolking. Die mensen wonen en eten merendeels anders dan andere Nederlanders, ze zijn vaker ziek, werken vaak niet, voeden hun kinderen voor deze samenleving verkeerd op, krijgen er ook veel meer en draaien in allerlei opzichten slecht mee. Dat is niet verbazingwekkend. Die mensen zijn waarschijnlijk wel aangepast voor het leven in het land waar ze vandaan komen maar niet voor het leven hier. Dat valt ze niet te verwijten, maar het is wel een probleem en het is onzin om dat probleem te ontkennen.

Jeugdcriminaliteit en asielzaken zijn twee onderdelen van hetzelfde probleem. Zonder immigranten zou het onderwerp jeugdcriminaliteit de pers waarschijnlijk niet halen. Voor de gemiddelde burger en het justitiële apparaat vormt het een van de meest ergerlijke en belastende kanten van het immigratievraagstuk.
Het zou onjuist zijn de teloorgang van het voortgezet onderwijs of de problemen in de zorg helemaalop het conto van de immigranten te schrijven, maar er is geen groot maatschappelijk vraagstuk in Nederland of de oplossing ervan wordt door de aanwezigheid van twee miljoen mensen uit een andere cultuur bemoeilijkt.
We komen er dus niet omheen het immigrantenprobleem onder ogen te zien en toegegeven moet worden dat, linksom of rechtsom, dat nu ook wel gebeurt. Alleen aan de manier waarop valt nog veel te verbeteren.

Neem het voorstel van de VVD om de vluchtelingen liever in hun eigen regio, in de buurlanden op te vangen. De VVD bedoelde waarschijnlijk dat er in de buurlanden van Afghanistan, in Pakistan b.v. en Iran opvangkampen moesten komen, waar pakweg zo’n zeven miljoen vluchtelingen konden worden opgevangen. Een paar promille van dit aantal zou dan zonder al te veel bezwaren ook elders, in Nederland b.v. kunnen worden ondergebracht.

Maar wie er even bij stil staat ziet in dat dit allemaal al lang gebeurt en dat het zou ook helemaal niet anders kunnen. Alle grote vluchtelingenstromen worden voor het overgrote deel in de regio opgevangen en het is altijd maar een klein gedeelte dat over de middelen en het geluk beschikt dat hen in staat stelt deze kant op te komen. Het aantal mensen dat om wat voor reden dan ook het hier beter hoopt te krijgen dan thuis loopt wereldwijd in de miljarden en ook een promille daarvan blijft erg veel mensen.

Van de twee miljoen mensen in Nederland die zelf uit derde wereldlanden afkomstig zijn of van wie de ouders daar vandaan komen is maar een klein gedeelte politiek vluchteling. Maar in de Bijlmer, de meest bekende immigrantenplek van Nederland, wordt dat onderscheid ook helemaal niet gemaakt. Men doet daar zijn best, niet helemaal zonder succes, om met alle zeventig voorradige nationaliteiten een leefbare samenleving te creëren en daar gaat het meen ik om. Inburgeren is de moderne term daarvoor. Voor inburgeren is het nodig dat de mensen zelf in hun levensonderhoud voorzien en aan het werk komen. Daarvoor moeten ze de taal spreken. Ook in de Bijlmer spreekt men een gemeenschappelijke taal, vaak Engels, maar dat zou net zo goed Nederlands kunnen zijn. Dat kost weinig meer moeite en is in dit land per saldo toch efficiënter.

Voor immigranten is taalles en op de praktijk gerichte maatschappijleer het belangrijkste deel van het onderwijs voor nieuwkomers. Het zou aan alle volwassenen en kinderen uit die groep met grote prioriteit moeten worden gegeven. Als dit betekent dat ze geen uitkering krijgen en moeten leven in de opvang tot ze die inburgering achter de rug hebben dan moet dat maar. Als dat betekent dat er een soort dienstplicht van autochtone Nederlanders voor het geven van inburgeringcursussen zou moeten komen dan moet dat maar. Gedwongen inburgering zal de illegaliteit wel weer bevorderen, maar daar is dan niets aan te doen. Ook de schoonmaakbedrijven en andere semi-legale verschaffers van werk aan immigranten hebben een voorkeur voor mensen die Nederlands spreken en immigranten zullen heus wel aan de inburgering meewerken als het scheelt voor loon of uitkering.

Het beleid voor vreemdelingen van buiten de EU is nog steeds een zaak voor de lidstaten, niet voor Brussel. Dat heeft voor- en nadelen. Een nadeel is dat dit massale Europese probleem niet door individuele lidstaten kan worden opgelost. Voordeel is dat er nu wellicht een beleid gemaakt kan worden, dat door de vetorechten in de Europese besluitvorming anders misschien geblokkeerd zou worden. Het beleid zou moeten komen uit samenwerking tussen een aantal lidstaten die onderkennen dat ze gezamenlijke belangen hebben en bereid zijn daar gezamenlijk wat aan te doen. De Duitssprekende, de Scandinavische en Benelux landen bijvoorbeeld zouden met een gemeenschappelijk beleid kunnen starten, waar anderen zich dan later bij aan zouden kunnen sluiten. Hetzelfde zou kunnen gelden voor de Europese Middellandse-Zeelanden en de nieuwe lidstaten uit het voormalige Oostblok. Deze drie groepen hebben meen ik onderling verschillende belangen die een verschillende aanpak zou kunnen rechtvaardigen.

Er zijn twee belangrijke zaken die men gezamenlijk in de Noordelijke groep zou kunnen regelen. Men zou een gezamenlijk opvang- en inburgeringkamp voor immigranten kunnen vestigen bijvoorbeeld in Noord Zweden, waar het gevaar voor verdwijning in de illegaliteit minimaal is. Verder zou men een vernieuwd Schengen kunnen sluiten tussen gelijkgezinden, waardoor de instroom misschien beter beheersbaar zou worden. Aan die opvang en inburgering zouden alle immigranten moeten meedoen ongeacht hun achtergrond en herkomst. Alleen wie de taal van een van betrokken landen spreekt en zich aangepast heeft aan de mores in de samenleving kan een immigratieverzoek indienen. Daarbij kan dan de vluchtelingenstatus of de status van ex-gekoloniseerde weer een rol spelen, maar bij de eerste opvang niet. Die hoort voor iedereen hetzelfde te zijn, die niet uit een van de lidstaten van de EU afkomstig is. Intussen wordt aan de verdragsverplichting voldaan om voor de echte vluchtelingen, die er in elk geval onder zullen zitten, voor een voorlopige opvang te zorgen. Nergens staat dat men andere mensen uit de derde wereld niet even goed mag behandelen als vluchtelingen en er is eigenlijk ook geen enkele goede reden om ze een slechtere behandeling te geven.

Vroeg of laat zal toch tegen de ongeremde toestroom van nieuwe burgers van buiten de EU een dam moeten worden opgeworpen. Het assimilatieproces is ook bij de huidige aantallen al moeilijk genoeg, maar wordt een soort dweilen met de kraan open als de instroom ongestructureerd plaats vindt en inburgering facultatief is. Inburgering blijft facultatief zolang men ook zonder dat een inkomen en een plaats in de samenleving kan verwerven. Tegen de aanpak die onze overheid tot nu heeft gevolgd kunnen niet alleen door de aanhangers van Wilders maar ook door de immigranten zelf bezwaren worden ingebracht.

———————————————————————————–

Dit stuk verscheen eerder op het Blog van Toon Kasdorp