DE WERELD NU

Pissen

Bedreigingen, eenheid van prijs, een land van deugers, Academisch tuig

Een van de belangrijkste criteria van het gewonnen hebben van een oorlog is dat je je eigen soldaten er van weet te overtuigen dat er gezegevierd is.

Dat is logischer dan het in eerste aanleg klinkt. De eigen soldaten zien de strijd van nabij, en de gevolgen voor het moreel van de soldaten zullen na afloop van de strijd hun weg vinden naar de bevolking van hun vaderland. Voor de langere termijn is het daarom essentieel dat een leger het idee oppikt, dat men de overhand heeft gekregen.

Het gedrag van Amerikaanse soldaten in Afghanistan dat eerder deze week bekend werd – die de lijken van gedode tegenstanders besproeiden met hun vloeibare afvalstoffen – lijkt in zekere zin een uiting van superioriteitsgevoelens ten opzichte van een verslagen vijand. Toch klopt dat niet. De enige nuttige excessen van soldaten ten opzichte van hun tegenstanders zijn dewelke, die hun tegenstanders extra angst of schrik aanjagen, en daarmee een bijdrage leveren aan de uiteindelijke overwinning. Daarvan is in dit geval geen sprake, wat ook overduidelijk bleek toen het uitkwam – een rel ontstond.

Het bepissen van de lijken van tegenstanders heeft het meest weg van een machteloze compensatiereactie, een uiting van frustratie zo u wilt. Het is ondanks alle propaganda ook de Amerikaanse GI’s kristalhelder geworden, dat drie maanden na het vertrek van de laatste Amerikaanse soldaten uit het land, Afghanistan weer volledig onder het bewind van de Taliban zal komen – al dan niet na een overgangsperiode met een ongemakkelijke machtsdeling met Karzai c.s. En een prompte machtswisseling direct na je vertrek kan niet anders worden gezien dan als een nederlaag.

Tijdens oorlogen die voldoende lang duren zijn er grofweg vier categorieën – stadia zo u wilt – van excessief geweld te onderscheiden:

a) om de vijandelijke soldaten en bevolking te intimideren

b) toenemende wreedheid tijdens de gevechten, naarmate de strijd op overleving desperater wordt

c) gefrustreerde soldaten van de verliezende partij die zich compenseren voor de geestelijke druk van de aanstaande nederlaag

d) wraakoefeningen van de overwinnaars.

a) heb ik hierboven al beschreven.
b) vindt vrijwel ongemerkt plaats, en er wordt de minste aandacht aan geschonken omdat het binnen de natuurlijke ontwikkeling van gewapende conflicten ligt. Het kenmerkt zich door een verlies van galanterie tijdens de gevechtshandelingen. Beroemd voorbeeld is de verbroedering in de loopgraven tijdens WW I in Frankrijk tijdens het Kerstfeest in de eerste oorlogsjaren. Duitsers en geallieerden gingen op de 25e over en weer bij elkaar op bezoek, en men zong gezamenlijk kerstliederen. Om elkaar de dag er na weer overhoop te schieten. Maar in de laatste anderhalf jaar was de strijd te verbitterd geworden voor dergelijke gestes.
Ook voortgaande militair-technische ontwikkelingen spelen hierbij overigens een rol.
c) was in WW II heel kenmerkend voor de terugtrekkende Duitse soldaten, waar dat tijdens hun opmars relatief anders ging. De normen van het gedrag aan Oost- en Westfront verschilden aanzienlijk, maar overal is een progressie in onbeschaafd gedrag simpel aantoonbaar.
d) hangt vaak samen met de opluchting het allemaal overleefd te hebben. De collectieve moord- en verkrachtingspartijen van de Russen op de Duitse burgerbevolking in oostelijk Duitsland zijn in dat verband berucht. Succesvolle bestormingen van middeleeuwse steden en kastelen  resulteerden vrijwel altijd in een massale verkrachting van de vrouwen en kinderen die de strijd overleefden.

Het bepissen van de lijken van gedode tegenstanders past – zoals iedereen voor zichzelf kan concluderen – duidelijk in categorie c. Dat het geen staand beleid is van de Amerikaanse legerleiding staat naar mijn idee wel vast. Dat er ook in de laatste jaren van de Amerikaanse aanwezigheid in Vietnam een dergelijk proces op gang kwam eveneens. Het zijn de duidelijkste signalen van een nederlaag die een leger kan vertonen.

Het is voor een legerleiding van het grootste belang, dat een oorlog die niet gewonnen kan worden, met zo min mogelijk aanslagen op het moreel van de troepen wordt beëindigd. In het geval van de oorlogen in Indochina tot ergens halverwege de jaren zeventig faalde de Amerikaanse legerleiding daarin volledig: men bleef doorvechten tot men letterlijk Saigon werd uitgejaagd.

De afsluiting van de oorlog in Irak was op het kantje, maar met de strijd in Afghanistan is het opnieuw helemaal mis. Niet alleen zal het de USA opnieuw een stevig trauma bezorgen, maar erger is, dat het bovendien de islamitische jihadisten een aanzienlijke opsteker zal bezorgen.

Het lijkenpissen-incident is daarom voor de Amerikaanse regering een angstaanjagend signaal, dat haar soldaten in Afghanistan er niet meer in geloven. De Taliban denken er overigens net zo over: hun oorlog is gewonnen, de rest is een kwestie van afwachten en netjes afwikkelen. Niet voor niets hebben de Taliban onderhandelingen het laatste jaar afgehouden.

De Amerikaanse legerleiding heeft nu de moeilijke taak de militaire orde voldoende te herstellen dat een ordelijke terugtocht uit het land mogelijk is. Dat zal in het geheel niet meevallen, want eigenlijk had men er natuurlijk al minstens zes jaar weg moeten zijn.

——————————————————————————-

Dit verscheen eerder op Dagelijkse Standaard.