DE WERELD NU

Islam – The Quran: Naked as the Emperor – deel II A

Islam 11

Om de islam en haar zwakheden te begrijpen dien je je te verdiepen in de profeet Mohammed en de overgeleverde Koranteksten van zijn hand.

Dit is een vervolg op Deel I, gepubliceerd op 21 september jl.

Voordat ik hier in deel II in detail stil sta bij individuele koranverzen en enige opmerkelijke combinaties van verzen, eerst enige opmerkingen over de tekst als geheel. Ik geef een grove indeling van alle verzen, een indeling die tegelijk ook een soort van samenvatting van de Koran vormt. Ik doel hier niet op de belangrijke indeling van de Mekkaanse versus Medine(n)sische verzen. Die indeling komt uitgebreid aan de orde in het eerste hoofdstuk van dit deel. Het gaat me hier om het niet te overschatten belang van het feit dat de Koran bestaat uit een even merkwaardig als verontrustend mengsel van precisie en vaagheid.

In mijn boek Islamofobie? Een nuchter antwoord, had ik reeds een aanzet gemaakt voor deze samenvattende indeling. Let wel: vóór 2010 was ik minder bezorgd dan ik nu ben. Ik schreef het boek met de bedoeling een bijdrage te leveren aan serieus debat over de inhoud van de leer van Mohammed. Uitgangspunt daarbij was groeiende bezorgdheid over die leer. Die bezorgdheid groeide in Nederland sterker dan in andere landen door twee politieke moorden in respectievelijk 2002 en 2004. De eerste was indirect, de tweede direct verbonden met die leer. Evengoed koesterde ik destijds nog hoop dat debat erover mogelijk was en het –in Nederland– nog haalbaar was om te spreken over concrete overheids-maatregelen. Ik focuste toen nog vrijwel niet op de wereldwijde aanpak van de vele verontrustende aspecten van die leer.

Zodoende begon ik mijn studie van dat boek, zoals iedereen zou doen die niet gehinderd wordt door misplaatst respect, met een focus op gedragingen die de Koran de volgelingen van Mohammed aanbeval, verbood of gebood. Onmiddellijk viel me de grote hoeveelheid op van onaangename, dreigende en liefdeloze verzen. Liefdeloos is nog een understatement wanneer je leest over een god die zich lijkt te verkneukelen over het lot van door hem misleiden, direct al in soera 2. Een lot dat verderop wordt beschreven in sadistische termen: de ongelovigen branden in de hel en van tijd tot tijd krijgen ze een nieuwe huid zodat de kwelling kan worden voortgezet. Mijn eerste verbazing betrof echter niet die overvloed aan onaangenaamheden, maar het opvallend kleine aantal verzen dat concrete gedragingen aan de volgelingen voorschreef of verbood.

Het minder concrete deel van de Koran
Het hele boek bevat weliswaar enige honderden (delen van) zinnen die min of meer overkomen als een gebod, verbod of aanbeveling, maar heel veel daarvan blijken bij nadere beschouwing nogal vaag en de meer concrete worden voortdurend herhaald. Deels letterlijk, deels met kleine variaties.

Waar het de letterlijke tekst van de Koran betreft, heeft de leer van Mohammed ook om andere redenen nog minder het karakter van een helder pakket aan voorschriften dan ik aan het begin van mijn studie verwachtte en ontzaglijk veel mensen nog steeds doen. En al helemaal niet van een allesomvattend pakket, hoewel de mohammedaanse schriftgeleerden, de oelema, tot vandaag de dag in heel wat van hun teksten juist de alomvattendheid van hun leer benadrukken. Vaak is onduidelijk aan wie een ‘gebiedende’ boodschap gericht is. Zo wemelt het van de opdrachten ‘van Allah aan Mohammed’.

Van die enige honderden (delen van) zinnen gaat verder een flink aantal over gedragingen die in de eeuwen vóór Mohammed voorgeschreven dan wel verboden zouden zijn geweest, niet aan de volgelingen van Mohammed, maar aan de joden! Niet overal is dat even duidelijk. En nergens staat erbij: en dat geldt dus ook voor jullie die nu naar mijn verhaal luisteren of dat in de toekomst zullen doen.

Andere voorschriften betreffen opdrachten aan mensen uit een ver verleden die in de Koran worden opgevoerd als ‘eerdere profeten’, waar destijds ‘ook’ –net als ‘nu’ naar Mohammeds prediking– ten onrechte niet geluisterd werd. Nog lastiger zijn de teksten die niet anders begrepen kunnen worden dan als echo van een discussie die Mohammed blijkbaar eerder heeft gevoerd met mensen die kritisch waren, bij gelegenheden waar hij niet een openbaring van Allah aan het uitspreken was. Passages die beginnen met zoiets als “.. en er zullen er zijn die beweren … “. Zelfs vind je (vier) verzen in de Koran waarin letterlijk sprake is van Mohammed die is aangeduid als “bezetene”. [Vers 23:25, 44:14, 51:52 en 52:29]

Het minder concrete deel beslaat ruim driekwart van de complete tekst. Dat dit overgrote deel niet erg concreet is, wil overigens beslist niet zeggen dat de onaangename strekking ervan wel mee zou vallen. Dit blijkt duidelijk wanneer je er een samenvatting van geeft, zoals ik hieronder heb gedaan; In minder dan 300 woorden.

  • Deze tekst is geweldig.
  •  Allah is machtig en doet wat hij wil: in een aantal varianten komt deze passage echt honderden keren voor. Dat ‘doen wat hij wil’ is tegelijkertijd een bedekt en een zeer algemeen dreigement. Voor Allah’s willekeur kun je je alleen behoeden door naar Mohammed te luisteren en naar niemand anders.
  • Dat Allah bestaat, blijkt uit het bestaan van dagen en nachten, zon en maan, mannen en vrouwen, aardbevingen en andere natuurverschijnselen waaronder –niet te vergeten– regen, waardoor plantengroei mogelijk is. Andere goden dan Allah bestaan niet omdat daar géén bewijs van is …
  • Allah heeft eerder naar meerdere volkeren profeten gestuurd waar niet goed naar geluisterd werd. Met de volkeren die niet goed luisterden, liep het slecht af. Nu heeft Allah Mohammed tot zijn boodschapper gekozen. Via Mohammed legt de god Allah alles nu nog één laatste keer uit. In “duidelijk Arabisch”.
  • Er bestaat een eeuwig leven na de dood met een hemel en een hel. Dat eeuwige leven is belangrijker dan het leven op aarde. In de hemel is het heel fijn, vooral voor mannen. Er gaan meer vrouwen dan mannen naar de hel. Daar ondergaat men oneindige martelingen. Mensen die zich gedragen volgens datgene wat dit boek voorschrijft, hebben kans om in de hemel te komen. Ze moeten wel blijven vrezen dat dat niet gebeurt. Goede daden doen alléén is niet genoeg: je moet ook geloven in Allah en Mohammed.
  • Er is een wij-groep en er is een zij-groep. De wij-groep wordt gevormd door de volgelingen van Mohammed, de zij-groep door de ‘ongelovigen’.
  • De ongelovigen komen in de hel. Christenen en Joden maken nog enige kans op de hemel, maar mensen die in geen enkele of in meer dan één god geloven, maken geen kans.

Het meer concrete deel van de Koran en de vijf zuilen
De gedragingen die de volgelingen van Mohammed worden aangeraden, bevolen of verboden, zijn op enkele onderwerpen wat concreter. Het betreft met name de bid- en vastenrituelen (salat), de omgang met buitgemaakte seksslavinnen, vrouwen van Mohammed en overige (gelovige) vrouwen en het verdelen van erfenissen. Al een stuk minder duidelijk zijn de bepalingen met betrekking tot belasting/aalmoezen (zakat), voedsel (‘halal’), heilige oorlog (jihad), lijfstraffen (hudud) en het opleggen van boete aan ongelovigen (jizya).

Echt eenduidige verzen zijn zeldzaam!

Vers 2:196 over de jaarlijkse tocht naar Mekka, is een voorbeeld van zo’n uitzondering. Het vers specificeert het tijdstip waarop men de haren moet knippen en gaat ook in op de mogelijkheid dat gelovigen bij het jaarlijkse bezoek aan de steen in Mekka ziek zijn of gewond. Nee, niet gewond in het algemeen maar gewond aan het hóófd. De link tussen haren knippen en hoofdwonden valt nogal op… Aan enkele van de concreter aangeduide onderwerpen is hier in deel II een hoofdstuk gewijd.

Wie wel iets maar niet veel van de leer van Mohammed weet, vraagt zich wellicht af hoe die zogenaamde ‘Vijf zuilen van de islam’ gepresenteerd zijn in de Koran. Het antwoord, het zou u kunnen verbazen, luidt: eigenlijk helemaal niet. We hebben het hier dus over

  1. de geloofsbelijdenis,
  2. de rituele gebeden,
  3. de ‘aalmoezen’,
  4. het overdagse vasten
  5. de pelgrimage naar Mekka.

Nu is de Koran-tekst –enigszins oneerbiedig gezegd– een onoverzichtelijke brei van zinsdelen. Nog oneerbiediger zou het zijn om te suggereren dat Mohammed het schuim op de lippen had wanneer hij allahistische teksten uitbraakte. Net die suggestie is echter wel te vinden in de Hadith. Maar in de Koran zèlf is –zelfs voor mensen met nogal veel respect voor die tekst– wel degelijk een weerslag te lezen van waarnemingen van tijdgenoten van Mohammed, met name in die hierboven genoemde verzen waarin de profeet meldt dat hij wel eens voor bezetene wordt uitgemaakt. Het is best opmerkelijk dat deze beschuldigingen aan het adres van Mohammed blijkbaar aan Mohammed ingefluisterd zijn door aartsengel Gabriel die dat in opdracht van god Allah zou hebben gedaan, conform een ‘ongeschapen’ tekst.

Wie geen last heeft van misplaatst respect, of wie zich daarvan aan het bevrijden is, wordt elke minuut die hij of zij besteedt aan het bestuderen van de Koran en andere constituerende teksten van de islam, herinnerd aan de warrigheid van de tekst. Essentieel voor de wereldwijde aanpak van het mohammedanisme nu, is het gegeven dat de beroepsmoslims er alles aan gelegen is om die onoverzichtelijkheid niet weg te nemen.

Die onoverzichtelijkheid ziet men onder andere terug in het volledig ontbreken van iets dat ook maar in de verste verte lijkt op even wat meer afstand nemen. Er is geen sprake van aansluiten bij wat eerder al geopenbaard is, laat staan van iets als een samenvatting van het voorafgaande. Maar op deze regel zijn enkele opmerkelijke uitzonderingen: de passages over het zogenaamde naskh- of abrogatie-begrip en die over het letterlijk nemen van de Koran. De eerste uitzondering is voor het moeizame doorgronden van de problematische aspecten van de leer van Mohammed van niet te overschatten belang. De tweede uitzondering is van wezenlijk belang voor de beoordeling van suggesties dat de leer van Mohammed hervormd zou kunnen worden. Beide begrippen worden zoveel mogelijk gebagatelliseerd.

Voor wie al bekend is met die onoverzichtelijkheid verbaast het niet dat er geen aparte hoofdstukken getiteld Zakat of Hajj bestaan. Überhaupt geven de meeste titels van de soera’s weinig of geen indicatie van wat er inhoudelijk in teruggevonden kan worden. Er zijn uitzonderingen en de meest opvallende daarvan is soera acht: De Oorlogsbuit. De link tussen die zuilen en de tekst van de Koran is ook anderszins moeilijk te achterhalen. De Arabische termen voor die vijf zuilen zijn: sjahada, salat, zakat, ramadan en hajj.

In deel I schreef ik al iets over de claim dat de Koran eigenlijk niet te vertalen is. Voor wat betreft de strekking wees ik het af als een fabeltje. Wie echter meerdere vertalingen –in mijn geval vijf Engelse en twee Nederlandse– van de Koran vergeleek, blijven twee indrukken hangen. De vertalers deden heel erg hun best om bij de bron te blijven, maar het viel ze moeilijk. Je ziet dat behalve in bijzondere detailverschillen ook terug in het gebruik van Arabische woorden in die vertalingen. Zelfs zijn er lettercombinaties te vinden waarover de vertaler expliciet vermeldt dat ze onvertaald gebleven zijn omdat echt niemand een idee heeft welk Arabisch begrip of welke heilskreet ermee wordt aangeduid. Die lettercombinaties heten Muqattaʿat. Ze worden ook gebruikt als titel voor ongeveer een kwart van de soera’s (29 van de 114).
Koran-teksten die de basis vormen van die vijf peilers zijn goed beschouwd niet meer dan terloopse opmerkingen. Voor de ene peiler is dat nog opvallender dan voor de andere. Het zoeken van de ‘fundering’ van die zuilen is – zeker voor wie geen oud-Arabisch kent en beslist niet van plan is die taal te gaan leren – daarmee nog een hele klus.

Die terloopsheid licht ik het beste toe aan de hand van de Ramadan-peiler. Daarbij komt de kwaliteit van de vertalingen ook om de hoek kijken. Zoek je (met behulp van een handige online tool) in de vertalingen van de hand van Khalifa, Picktall, Shakir, Sher Ali en Yusuf Ali op de term Ramadan, dan vind je respectievelijk 2, 1, 0, 0 en 0 zoekresultaten. Beide eerstgenoemde geven 2:185. Khalifa gebruikt het woord nog een tweede keer in dezelfde soera: niet in de ‘heilige’ tekst zelf maar in een extra toelichtende tussenzin die hij tussen haakjes heeft toegevoegd. Deze vertaler vond blijkbaar dat de tekst die hij geproduceerd had te onbegrijpelijk was zonder toelichtende opmerkingen. De andere drie verwijzen ook naar dat 2:185 maar gebruiken elk een andere variant voor dat Arabische woord: Ramazan, Ramadaan en Ramadhan.

Met behulp van de term ‘fasting’ vind je meer verzen, maar de meeste daarvan gaan dan weer niet over de Ramadan. Er is namelijk ook sprake van vasten dat niet aan een specifieke tijd in het maanjaar gebonden is: vasten kan ook slaan op een vorm van boetedoening. Die is voorgeschreven wanneer je als volgeling van Mohammed per ongeluk een andere volgeling van Mohammed hebt gedood [4:92]. Behalve vasten kun je als boetedoening ook de opdracht krijgen om een slaaf vrij te laten.

Het meest opvallende aan vers 2:185 is dat er geen sprake is van de introductie van het vasten aan de toehoorders. Twee verzen ervoor is er al op gewezen dat vasten geboden is zoals het vroeger ook al een gebod was. Dat als vanzelfsprekend aansluiten bij al lang bestaande gewoontes in de regio, en daar in de Koran alleen precisering of ‘correctie’ aan toevoegen, zie je nog duidelijker tot uiting komen in verband met pilaar vijf: de reis naar dat stuk meteorietsteen in Mekka. De naam Allah werd trouwens ook niet door of via Mohammed geïntroduceerd. Allah was een van de goden die bij die steen bij wijze van spreken al sinds mensenheugenis aanbeden werd. Allah werd niet op grootse wijze geïntroduceerd, maar alle andere goden werden taboe verklaard en Mohammed verscheen op het toneel als menselijk doorgeefluik van deze god.

Deze aansluiting en dit –in aangepaste vorm– ‘hergebruiken’ van oude tradities, wordt verwoord in termen die neerkomen op: “iedereen weet toch”.
Tegenover deze veel voorkomende extreme vaagheid staan tenenkrommend precieze aanwijzingen zoals: gedurende de Ramadan-periode is seks ’s nachts wel toegestaan. Ook de aanwijzingen met betrekking tot de bid-rituelen zijn heel specifiek; zeg maar banaal. Indien geen water voorhanden is, mag men zich ook met zand ‘wassen’. Het type zand wordt ook nog beschreven. Alsook wanneer dat wassen van extra groot belang is: als je net bent wezen schijten of seks hebt gehad.
Tegenover deze precisie staat weer opvallende vaagheid over bijvoorbeeld het aantal keren dat er dagelijks gebeden moet worden. De meerderheid van mohammedanen die zich erover uitspreken is van mening dat het gaat om vijf keer per dag, maar minderheden houden het op vier of drie keer. Ik ben nog geen onderlinge discussie tussen mohammedanen op het spoor gekomen waarin sprake is van doodsbedreigingen in vervolg op debat hierover, integendeel, maar verschil van mening is er zeker. [1]
Mohammedaanse organisaties in het Westen forceren van tijd tot tijd arbeidsconflicten in verband met ‘bidverplichtingen’ voor werknemers. Nog nooit zag ik dat in de berichtgeving daarover gewezen werd op dat verschil van mening.

Samenvattend: de beroemde ‘vijf zuilen’ staan niet voor het belangrijkste en/of het meer concrete deel van de Koran.
De eerdergenoemde uitzonderlijke Koran-passage over het letterlijk nemen van de Koran gaat ook over het bestaan van meer en minder concrete verzen: met name in vers 3:7. Ook dat vers komt aan de orde in het eerste hoofdstuk.

De Koran-verzen die ik in de rest van dit deel II bespreek, heb ik geselecteerd op basis van twee criteria. Het ene criterium heb ik hierboven uitgebreid besproken. Het andere, nog belangrijker, criterium heb ik aangeduid in hoofdstuk I. Ik doel op de mate waarin de verzen op zichzelf dan wel in hun samenhang of juist het ontbreken daarvan, onbarmhartig de schijnwerper zetten op de levensloop van de geschifte doch geslepen en meedogenloze persoon Mohammed als eigenlijke onderwerp van de Koran.

  -1- Naskh en letterlijkheid

De naskh- of abrogatie-verzen zijn de verzen die Mohammed en de Koran het pijnlijkst ontmaskeren. Mohammed stelt hier immers zèlf en in de Koran aan de orde dat er tegenstrijdigheden bestaan tussen verschillende van zijn openbaringen. Je zou meta-verzen kunnen noemen: verzen die iets zeggen over de rest van de verzen.

Zonder misplaatst respect is de strekking als volgt samen te vatten: eerst openbaart Allah iets aan Mohammed en later bedenkt Allah zich en geeft iets nòg beters door.
Extra pijnlijk is dat het in deze verzen gaat over die tegenstrijdigheden in het algemeen. De hier behandelde abrogatie-verzen worden dus niet gevolgd door een of meer van die ‘verbeterde verzen’. Wat wel volgt zijn opmerkingen over hoe geweldig Allah is en over de noodzaak om te gehoorzamen. En meer in het bijzonder: begrijpen dat hetgeen het laatst ‘geopenbaard’ is, de boodschap is die telt.

Naast deze verzen over dat al openbarend verbeteren van de heilige tekst, zijn er andere verzen die daadwerkelijk zelf met elkaar in strijd (lijken te) zijn. In discussie daarover wordt ook wel eens de term abrogatie gebruikt. Dat is zowel verwarrend als verhelderend. Het verhelderende aspect is de grote nadruk die in dat soort discussies gelegd wordt op de noodzaak Mohammed blind te gehoorzamen

Mekkaans versus Medine(n)sisch
Het eerste van de hier bedoelde abrogatie-verzen is 2:106. Een vers dus uit soera 2, dat ‘geopenbaard’ zou zijn in de latere fase van Mohammeds preek-jaren. (Als 87e of 91 van de 114). De kernboodschap van vers 16:101 tot en met 16:103 is echter identiek en zij komen uit de eerdere fase.

Dit gegeven is van heel groot belang.

Om te begrijpen waarom dat zo is, is het nodig eerst stil te staan bij het onderscheid tussen die beide fasen. Het belang van dat onderscheid is geen ontdekking van mij of van enige andere criticus van de leer van Mohammed, en al helemaal geen onderscheid dat door ‘islamgeleerden’ afgewezen wordt. Integendeel! Dat onderscheid wordt gemarkeerd door een gebeurtenis in het leven van Mohammed die door zijn trouwste volgelingen zo belangrijk gevonden is, dat ze de mohammedaanse jaartelling daarmee laten beginnen. Die jaartelling heet niet AM –Anno Mohammed– maar AH, afkorting van Anno Hijra [nu 1441]. Dat ‘hijra’ verwijst naar de tijd dat het Mohammed te heet onder de voeten werd in Mekka en hij, samen met enige van zijn volgelingen, vluchtte naar Medina. Er bestaat verschil van mening over de vraag hoe lelijk de bewoners van Mekka tegen hem hadden gedaan, maar niet over dat vertrek in dat jaar. Nadat Mohammed in Medina vervolgens een machtsbasis had weten op te bouwen, slaagde hij er jaren later in om met een groter aantal volgelingen Mekka te veroveren. Nadat hij daar de baas was geworden, breidde Mohammed’s macht zich steeds verder en steeds sneller uit. Maar let op: de mohammedaanse jaartelling begint dus niet met die zeer belangrijke victorie, maar met die vlucht.

Wie wat meer van de mohammedaanse wereld weet, zou er een overeenkomst in kunnen vermoeden met het bijzondere fenomeen ‘Ashura’. Ashura is voor de sjiieten –de grootste minderheidsstroming binnen het mohammedanisme die vooral te vinden is in Iran en ruime omstreken– een belangrijke dag. Geen feestdag, meer een jammerdag. Ze herdenken niet de overwinning maar de militaire nederlaag en dood van Hoessein –kleinzoon en tevens achterneef van Mohammed– in de oorlog met de meerderheidsstroming, de soennieten. Die dag is vooral bekend vanwege demonstraties van openbare zelfkastijding: mannen die, in het kader van hun zwelgen in leed, met zwepen en andere hulpmiddelen hun blote rug tot bloedens toe openhalen. Soms worden zelfs de eigen kinderen ritueel verwond. Tot vandaag de dag. Zelfs in westerse landen.

Het uitroepen van die tocht van Mohammed naar Medina tot begin van de maanjaartelling, staat echter niet in zo’n kader van zwelgen in leed. Wat er gebeurde en wat herdacht wordt, is dat Mohammed zich herpakte. Tot dat moment had hij zich vooral gedragen als een prediker. Mogelijk zelfs als een bemiddelaar in conflicten. In Mekka was er echter te weinig naar hem geluisterd. In Medina zou er nu wel naar hem geluisterd worden: hij werd naast prediker ook roverhoofdman en krijgsheer.

De teksten waar Mohammed mee kwam vóór die ‘hijra’ worden aangeduid als Mekkaans. De teksten waar hij later in Medina mee kwam heten Medinees of Medine(n)sisch.
Deze waren nog wat dwingender; daar is bijna iedereen het over eens. Dat verschil is echter minder groot dan het wel eens wordt voorgesteld. Het is van een bijzondere ironie dat dit juist voor deze abrogatie-verzen zelf ook geldt.

Niet pas na dat herpakken door Mohammed en het veranderen van zijn rol, maar ook in zijn tijd als meer vreedzame prediker, kwam Mohammed dus al met het verhaal over een vers dat best wel in de plaats kon komen van een ouder exemplaar. In de zes Engelse vertalingen die ik raadpleegde kwam ik niet alleen inhoudelijk maar ook woordelijk exact dezelfde zinsnede tegen: “…we abrogate or cause to be forgotten”. Wat erop volgt in vers 2:106 is niet woordelijk maar qua strekking wel identiek: “We substitute something better or similar”.

De eigenlijk boodschap van 16:101 tot en met 103 verschilt niet wezenlijk van die van 2:106, maar er is wel een interessant verschil. In de Mekkaanse abrogatie-verzen is veel sterker sprake van die ‘echo’ die ik eerder noemde. Er wordt veel directer verwezen naar de tegenwerpingen die Mohammed in Mekka kreeg. In 16:101 en verder leest men “ze zeggen”, “je verzint maar wat”, “je hebt het van mensen gehoord, niet van Allah” en “de mensen die je aanhaalt, spraken geen Arabisch”. Later, in Medina, is er geen verwijzing meer naar die discussies. Wat er nog het meest op lijkt (in 2:108) is “… of wil je soms mij, Mohammed, ondervragen zoals destijds Mozes ondervraagd werd.” (NB: ik heb in deze laatste alinea de citaten in mijn eigen woorden weergegeven).

De belangrijke en versluierde chronologie van de openbaringen
Een vers dat vrijwel onmiddellijk volgt op het Mekkaanse naskh-vers is ook zeer verhelderend in het kader van het beoordelen van verschillen en overeenkomsten tussen Mekkaanse en Medine(n)sische verzen. Dat vers 16:106 gaat over de zogenaamde afvalligen: mensen die eerst volgeling van Mohammed zijn en daarna niet meer.
Dit vers zegt dat Allah boos op hen is en dat deze mensen zwaar zullen worden bestraft. De suggestie is dus dat die straf pas na de dood zal worden opgelegd: in de mohammedaanse hel. In later geopenbaarde verzen wordt de toon nog onaangenamer. In het Mekkaanse 32:22 is het nog steeds alleen Allah die in actie komt: hij/zij/het neemt wraak. In 3:87 worden de afvalligen niet alleen door Allah maar ook door de mensen vervloekt, maar niet bestraft. In 4:115 gaat het over braden in de hel en ook 9:66 gaat nog steeds over wat er met de afvalligen gebeurt ná hun dood. Pas in de op een na laatste geopenbaarde soera (nummer 113, zie verderop over de chronologie van Nöldeke en een Egyptische standaard) is er in de Koran zelf sprake van dat de afvalligen ook in het ondermaanse bestraft zullen worden. Het betreft vers 9:74 [2]

Wanneer je echt goed tot je door laat dringen wat de Koran zèlf zegt over de verhouding tussen de verschillende uitspraken erin, besef je pas hoe absurd het is dat in bijna alle uitgaven van dat Heilige Boek –in welke taal dan ook– de hoofdstukken nadrukkelijk niet gesorteerd zijn op basis van het tijdstip waarop Mohammed zijn ‘openbaringen’ kreeg, maar grofweg op lengte van die soera’s. Van wanneer en van wie dat idee komt van deze opmerkelijke sortering heb ik niet achterhaald, maar ik heb er ook geen moeite voor gedaan. Wel ontdekte ik dat serieuze initiatieven om de chronologische ordening in kaart te brengen, juist van buiten de mohammedaanse wereld kwamen. Een belangrijke naam daarin is die van de grote Duitse geleerde Theodor Nöldeke. Hij zorgde in de 19e eeuw voor een gezaghebbende chronologische ordening, die vanwege het naskh-fenomeen ook de logische ordening is. In de mohammedaanse wereld is, mede op basis van dat werk van Nöldeke, een jaar of 60 later ook een chronologie van de Koran gepubliceerd. Die ordening wordt aangeduid als de Egyptian Standard Chronological Order. Afgezet tegen het enorme belang dat formeel toegekend wordt aan het precieze tijdstip waarop Mohammed met een specifieke openbaring kwam, wordt er in de wereld van de islamitische geleerdheid bijzonder weinig verder gestudeerd op die chronologie.

Context
Soera 2, getiteld ’De koe’, begint met het prijzen van de Koran: “Dit is de Schrift waaraan geen twijfel mogelijk is, een rechte leiding voor de vrezenden.” De soera gaat over veel heel verschillende onderwerpen. De strekking ervan is kort samen te vatten als: “Believe it or else!”. De strekking van het abrogatie vers is daarmee in overeenstemming.

Ook de Mekkaanse soera 16 gaat over nogal verschillende onderwerpen. Het is nog iets minder concreet dan soera 2. De bijna terloopse minachting voor vrouwen is in het Mekkaanse 16:57, 58, 62 en 72 juist weer wat nadrukkelijker aanwezig dan in het Medine(n)sische. (Zie over dit onderwerp verder het hoofdstuk over vrouwen).
Omdat de meeste critici bang zijn –niet helemaal onbegrijpelijk– wordt de onthullende, onthutsende betekenis van de abrogatie-verzen zelden aangekaart en dus ook weinig verdedigd. Wat wel gebeurt is dat geprobeerd wordt überhaupt het bestaan van tegenstrijdigheden in de Koran weg te moffelen.

Maar zoals ik aan het begin van dit hoofdstuk al aangaf, stelt Mohammed zèlf en in de Koran aan de orde dat er tegenstrijdigheden bestaan tussen verschillende van zijn openbaringen. De iets fatsoenlijkere onder de islamgeleerden erkennen zodoende ook twee van die tegenstrijdigheid. Dit vergt geen uitzonderlijke grote integriteit van de heren, want het betreft kwesties die in meerdere verzen aan de orde komen en die tot vandaag de dag en overal waar zich volgelingen van Mohammed bevinden, zichtbare effecten hebben. Het gaat namelijk om bidden in de richting van Jeruzalem of Mekka en om het wel of niet drinken van wijn.

In welke richting de mohammedanen die ver buiten Arabië wonen, bidden, maakt erg weinig uit en levert vanzelfsprekend geen wrijving op met niet-mohammedanen. Weliswaar krijgen mohammedanen in het Westen zelfs een luisterend oor voor de bizarre wens om de plaatsing van WC-potten in overeenstemming te brengen met een soort ‘heiligheid’ van de hoek waarin men zit ten opzichte van Mekka, maar de hoek is –zo ver van het Midden Oosten vandaan– vrijwel dezelfde als die ten opzichte van Jeruzalem.

Het mohammedaanse verbod op het drinken van wijn –en in het verlengde daarvan op het drinken van elke alcoholhoudende drank– levert zowel binnen als buiten de mohammedaanse wereld wel eens narigheid op. Regelmatig demonstreren individuele mohammedanen hun vroomheid door amok te maken in drankwinkels of door te zeuren over het drinken van alcoholhoudende dranken door niet-mohammedanen in hun nabijheid.

Tegelijkertijd is de verandering van de houding van Allah’s woord over wijn nog opmerkelijker dan die met betrekking tot de bidrichting. Afhankelijk van welke vertaling men bekijkt, komt men wijn, wijnstokken en druiven tussen 20 en 30 keer tegen in de Koran; ruim twee derde daarvan in lovende zin. Die lovende verzen vindt men vooral in Mekkaanse verzen als onderdeel van een verhaal over hoe fijn het is om te vertoeven in het mohammedaanse paradijs. Vers 16:67 is hiervan het meest eenduidige. Bepaald pikant is dat de meest lovende dan weer niet in alle vertalingen voorkomen. Ik doel hier op de verzen 76:21 en 83:25. Alle vertalingen geven daar aan dat de gelovigen er kunnen genieten van heerlijke drank. Volgens Yusuf Ali kunnen ze er zelfs op rekenen dat “their Lord will give to them to drink of a Wine Pure and Holy.” Opmerkelijk: dit is dan weer een Medine(n)sisch vers.

Ja, de vertalers hebben er aardig mee getobd. Voor wat betreft alcoholgebruik is vers 4:43 werkelijk verbijsterend concreet en nuchter. Niet alleen krijgen de volgelingen van Mohammed te horen dat ze niet dronken moeten komen opdagen bij de gezamenlijke gebeden, maar ze krijgen ook te horen wanneer ze weer wel mogen aanschuiven.
Het vergelijken van de vertalingen van juist dit vers, laat zien hoe vertalers worstelden met die uitdaging. Twee vertalingen gebruiken hier ‘dronken’, twee anderen ‘onder invloed’, weer een andere ‘bedwelmd’ en nog een andere ‘niet bij zinnen’. Ook die bijzin na ‘totdat’ wordt nogal verschillend vertaald. Men vindt: “you know what you are saying (2x)”, “ye know that which ye utter” en “ye can understand all that ye say”. Eentje voegt er tussen haakjes nog een eigen ‘verduidelijking’ aan toe “you know (well) what you say” en een andere verdraait de tekst nog opvallender door niet ‘totdat’ maar ‘zodat’ als voegwoord te gebruiken. De belangrijkste strekking verandert hierdoor overigens weer niet.

Letterlijkheid en hervormbaarheid
Naast de tot hier behandelde abrogatie- of naskh-verzen is er nog een ander meta-vers. Het betreft 3:37, dat voor niet mohammedanen bijna even belangrijk is, als voor mohammedanen. Dit vers gaat namelijk vrij expliciet over de vraag of de Koran op enigerlei wijze hervormbaar is en, iets minder expliciet, over de vraag of in de tekst zelf een zekere aanbeveling tot relativering gelezen zou kunnen worden.

Dit vers is niet vaag. Het zegt niets minder dan dat de letterlijk te nemen verzen veel belangrijker zijn dan de vergelijkingen en metaforen waar de Koran van wemelt en die je dan weer wèl weerspiegeld ziet in hoofdstuktitels als De Bijen, De Spin, De Olifant, de Vijg en –niet te vergeten– De Mieren, dat een vers bevat waarin zelfs een mier aan het woord komt…

Context
Soera 3, getiteld “Het geslacht van Imran”. Deze Imran is de vader van Mozes – de meest genoemde persoon in de Koran. Die vader komt in een der verzen voor, maar de titel zegt niets over de inhoud van het hoofdstuk als geheel. Net als vele andere gaat ook dit hoofdstuk over van alles en nog wat. Dit specifieke vers 3:7 sluit nog wel een klein beetje aan op het voorgaande dat een algemene lofzang op Allah geeft. Het er op volgende gaat weer over de dreiging van hel en verdoemenis bij het laatste oordeel.

Soera 3 is een van de laatste geopenbaarde. Toch bevat ook deze nog een echo van wat Mohammed op andere tijden dan tijdens zijn openbaringen, als weerwoord kreeg.
Klaarblijkelijk hebben tijdgenoten van hem –in zijn onmiddellijke of wat verdere omgeving– op een gegeven moment zelf een invulling gegeven aan een of meer van die vergelijkingen en metaforen uit eerdere openbaringen. Metaforen die overigens nooit worden uitgelegd.

Die tijdgenoten kregen nu, via 3:7 niet alleen de tekst te horen die mogelijk de inspiratiebron vormde voor het sprookje van De Nieuwe Kleren van de Keizer [3] alsmede tal van algemene ‘adviezen’ om te gehoorzamen, maar dus ook uitsluitsel over een heel belangrijke vraag: hoe verhouden de verschillende types uitspraken in de Koran zich nu tot elkaar. Volgens de verschillende vertalingen noemt Mohammed de letterlijk te nemen verzen de substantie, het fundament, de moeder, volledig duidelijk, beslissend, rechtlijnig en onoverdrachtelijk. De mensen die doorgaan over die vergelijkingen proberen volgens de verschillende vertalingen verklaringen te geven, terwijl alleen Allah weet wat hij bedoelt, ze zoeken conflict (Fitna), hebben een pervers hart en/of proberen er een duidelijke boodschap uit te halen…

Alles wat beschaafd is aan islam en moslims is ondanks de letterlijke inhoud van de Koran.

De boodschap van dit meta-vers kan niet verkeerd begrepen worden, en het vormt daardoor ook een substantieel, fundamenteel, rechtlijnig en onoverdrachtelijk antwoord op elke suggestie dat er eigenlijk wel ‘een islam’ bestaat, waarvan de aanhangers ook op langere termijn door een deur kunnen met niet-mohammedanen.

Geen misverstand: heel wat beroepsmoslims kunnen, wanneer hen dat zo uitkomt, tal van verzen oplepelen die geïnterpreteerd zouden kunnen worden als ‘matigend’. (Let op: niet ‘gematigd’). Dat kunnen ze door de meta-verzen te negeren en –belangrijker nog– door weg te kijken van de context van strijd om de macht in Arabië. Precies dit hoofdstuk 3 bevat stukken die Jezus op zijn plaats zetten (Hierover volgt later meer bij het onderwerp blasfemie) respectievelijk gewijd zijn aan de zogenaamde Slag om Uhud. Dit was de tweede van drie grote veldslagen tussen de troepen van Mohammed en die van Mekka. Mohammeds troepen verloren deze omdat ze zijn bevelen niet hadden opgevolgd.

En – niet te vergeten: deze soera bevat ook een passage over vogeltjes van klei die door Jezus leven ingeblazen worden [3:49]. Dit betreft een verhaaltje dat ook elders kan worden aangetroffen, zoals er heel veel passages zijn die overduidelijke verwantschap vertonen met passages uit de Bijbel. Het bijzondere aan dit specifieke vers is dat het niet in de Bijbel voorkomt maar wel in de zogenaamde ‘Apocriefe teksten’. Dat zijn teksten waarvan wel beweerd wordt dat ze bijbels zijn, maar die –na kritisch onderzoek!!– door christenen verworpen zijn. De Koran kent meerdere van dit soort verzen. Een ander opvallend exemplaar komt voor in de Mekkaanse soera 18. In de verzen 18:18 en 18:22 wordt uit het niets ineens een hond opgevoerd. Dat is alleen enigszins te begrijpen indien je ook de apocriefe vertelling kent van De Zeven Slapers uit Efese.

  -2- Mohammedanisme als Arabische godsdienst

In deel I schreef ik al dat de criticus die nuchter en onbevreesd is, tegen heethoofden die op hoge of hogere toon eisen dat men Koranisch-Arabisch moet kennen voordat men iets mag zeggen over de inhoud van dit heilige boek van Allah, het beste maar ‘toegeeft’ dat de leer van Mohammed inderdaad een leer was/is specifiek voor Arabieren en dat Allah een god voor Arabieren was/is. Het meest nadrukkelijk en onoverdrachtelijk komt dit naar voren in soera 26; De Mekkaanse soera 26.

De Koran telt een kleine twintig verzen die letterlijk gaan over de Arabische taal of betrekking heeft op het Arabische volk, beter gezegd: Arabische volkeren. Daar waar het om de Arabische taal gaat, wordt het vaak geformuleerd als “duidelijk Arabisch”. Waar het om het volk gaat, is vaak sprake van woestijn- of zwervende Arabieren.
In 26:195 gaat het over Mohammeds taal. Ook hier weer een interessant detail-verschil tussen de verschillende vertalingen: enkele schrijven over de ‘Arabic language’, anderen over de ‘Ararabic speech’ of de ‘Arabic tongue’. Het herinnert eraan dat de Koran een spreektekst was. Mohammed was ongeletterd: geen negatieve aanduiding van zijn kritische tijdgenoten of hedendaagse critici, maar met een soort trots naar voren gebracht door zijn meest uitgesproken volgelingen.

De Koran kent diverse passages over het vandaag de dag in het grootste deel van de wereld lachwekkend overkomende concept van de ‘schrijfkundige’. Het herinnert er ook aan dat Arabisch voor wat betreft het schrift nog bepaald niet uitontwikkeld was. Het heeft daarmee iets ironisch wanneer men leest dat er sprake is van duidelijk Arabisch. Maar dan komt het. In vers 196 en 197 wordt aangegeven dat de Koran-tekst eigenlijk ook al eerder was doorgegeven door Allah –lees: in de heilige boeken van de joden en christenen– en dat nu Mohammed verschijnt om het in het Arabisch te doen. Sterker nog: in de verzen 198 en 199 wordt de vraag opgeworpen wat er gebeurd zou zijn indien Allah’s tekst via een niet-Arabier voorgedragen was (aan de Arabieren). En het antwoord luidt: die zou niet geloofd zijn, waarna de soera verder gaat over het laatste oordeel en de narigheid die ongelovigen te wachten staat. Narigheid waarover Allah zich lijkt te verkneukelen. Bijvoorbeeld in de vertaling van Yusuf Ali van vers 204: “Do they then ask for Our Penalty to be hastened on?”

Een van de meest vage hoofdstukken uit de Koran is het (Mekkaanse) nummer 41. De Arabische titel luidt Fussilat. Er zijn verschillende, niet sterk van elkaar verschillende Engelse vertalingen van: Expounded, Explained In Detail, Clearly Spelled Out. De twee Nederlandse vertalingen die ik raadpleegde verschilden meer van elkaar. De ene vertaalt het als ‘Duidelijk uiteengezet’, de andere –een oude versie van de Ahmediyya– laat het niet alleen onvertaald, maar noteert als titel zelfs “???”. Een van de wat meer begrijpelijke verzen binnen dit vage hoofdstuk 41 is nummer 44. De vertaling van Sher Ali lijkt hier het meest in overeenstemming met verzen over dit onderwerp in andere soera’s: “And if WE had made it a Qur’an in a foreign tongue, they, surely, would have said, `Why have not its verses been made clear ? What ! a foreign tongue and an Arab Prophet ?‘”

De late soera 13 kent twee verzen in de hier besproken categorie: 11 en 37. Vers 37 meldt dat de Koran een tekst is in “duidelijk Arabisch” en gaat dus over de taal. Vers 11 gaat over hoe Allah aankijkt tegen volkeren, waarbij het Arabische volk of de Arabische volkeren niet expliciet genoemd worden. Dit vers heeft veel weg van een van meest oorlogszuchtige passages van de hele Koran uit de op een na laatst geopenbaarde soera 9. In vers 39 gaat het over heilige oorlog. Wanneer de aangesprokenen niet meevechten zal Allah hen niet alleen vreselijk straffen, maar ook nog een ander volk uitverkiezen voor zijn plannen.

Iets vergelijkbaars vinden we ook in vers 5:54. De vertaling van Shakir formuleert het daar als volgt: “O you who believe! whoever from among you turns back from his religion, then Allah will bring a people, He shall love them and they shall love Him, lowly before the believers, mighty against the unbelievers, they shall strive hard in Allah’s way and shall not fear the censure of any censurer; this is Allah’s Face, He gives it to whom He pleases.

Alsof de duvel ermee speelt, kwam ik pas tijdens het schrijven van dit hoofdstuk op het spoor van nog een nieuwere (1980) Engelse vertaling van de Koran. Niet vanuit de hoek der Saoedi’s, maar wel van andere mohammedanen schijnt er nogal wat lof te zijn voor ‘The Message of the Qu’ran’ door de Europese bekeerling Muhammad Asad, die er 17 jaar van zijn leven aan besteedde. Ik heb me niet verdiept in deze vertaling en ben ook niet van plan dat te gaan doen. Onderstaand citaat uit de inleiding van Asads boek is voor mij een sterke aanwijzing dat het hier bepaald niet om een kritische geest gaat. Het citaat is daarmee tegelijkertijd een mooie afsluiting van dit deel van mijn tekst:
islam


  1. Een voorbeeld: hier.
  2. Die straf wordt overigens ook in dit vers nog steeds uitgevoerd door Allah. Het weerzinwekkende gekrijs om de doodstraf voor afvalligheid vindt men alleen in andere mohammedaanse bronnen.
  3. Een voorbeeld van een vertaling hiervan: “none will grasp the Message except men of understanding”

 

11 reacties

  1. BegrensEuropa! schreef:

    Het idee van de koran als ‘ongeschapen’ tekst is bedoeld om te kunnen beweren dat geen mensenhand er in het verleden aan kan hebben gerommeld of in de toekomst iets aan zal kunnen veranderen. Je zou het kunnen beschouwen als de islamitische ‘logos’ en als zodanig een tegenhanger van de christelijke ‘logos’ zoals die door Christus belichaamd is. Volgens het triniteitsbegrip is ook Jezus ongeschapen. Moslims interpreteren de drieenheid als een drieheid, wat vreemd is want aan de eenheid van god wordt niet getornd. In de islam verloopt de verschijning van god via mohammed. Die krijgt geen goddelijke status, maar wordt wel gezien als de volmaakte mens. Nu vallen twee dingen op: die volmaakte mens misdroeg zich op afschuwelijke wijze en de koran die aan deze volmaakte mens is geopenbaard mag dan het ongeschapen woord van allah zijn, maar het is een erg rommelige tekst met de meest vreselijke aansporingen. De conclusie kan geen andere zijn dan dat mohammed een zeer slecht voorbeeld is om na te volgen, dit in tegenstelling tot jezus (zoals in ‘imitatio christi’) en de koran is geen schim van de bijbel. De islam is van alle wereldgodsdiensten de meest agressieve en indoctrinerende en beheoft derhalve een groot aantal inperkende maatregelen om de schade aan zowel moslims als niet-moslims tot een minimum te beperken.

  2. Dries Bovenkamp schreef:

    Richard Dawkins: ‘Somebody as intelligent as Jesus would have been an atheist’

    Ook zei hij (meen ik): ‘Als je God bent dan ga je jezelf toch openbaren aan mensen die al wat verder zijn met de beschaving? Die kunnen lezen en schijven bijvoorbeeld, zoals de Chinezen van die tijd.
    Maar nee, kennelijk zijn de analfabeten van het midden-oosten de uitverkorenen.

  3. El Cid schreef:

    @Dries Bovenkamp.

    Logic! Something religion is very uncomfortable with..

  4. Ron schreef:

    De oorzaak van de frustratie van mohammedanen: de hele doctrine is copy paste. Niets is eigen. Niet de lusten wel de lasten: hadith; soenna.
    ‘Van die enige honderden (delen van) zinnen gaat verder een flink aantal over gedragingen die in de eeuwen vóór Mohammed voorgeschreven dan wel verboden zouden zijn geweest, niet aan de volgelingen van Mohammed, maar aan de joden! Niet overal is dat even duidelijk. En nergens staat erbij: en dat geldt dus ook voor jullie die nu naar mijn verhaal luisteren of dat in de toekomst zullen doen.’
    en
    ‘Maar dan komt het. In vers 196 en 197 wordt aangegeven dat de Koran-tekst eigenlijk ook al eerder was doorgegeven door Allah –lees: in de heilige boeken van de joden en christenen– en dat nu Mohammed verschijnt om het in het Arabisch te doen.’

  5. BegrensEuropa! schreef:

    Frans Groenendijk is niet de eerste die eens goed in de koran gedoken is. Zijn verslag is interessant, maar niet wereldschokkend. Het resultaat is steeds hetzelfde. De abrogerende verzen zijn gruwelijk. Daardoor is de islam gruwelijk. Dat zou wereldschokkend kunnen zijn als de politiek-correcte machten, zowel in media als in politiek, dat gegeven serieus zouden nemen. In het midden van Groenendijk’s essay staat iets over de “Egyptian Standard Chronological Order,” waarin de abrogatievolgorde van de koran is hersteld. Door die achterstevoren te lezen ontdek je wat wezenlijk is voor de islam en dus voor de moslim. Een moslim die dan even nadenkt komt vervolgens in een spagaat, van “dat kan niet waar zijn.” Maar dat is het wel. Politiek-correcte ontkenning van die spagaat is de huidige standaardbenadering, maar biedt alleen op de korte termijn enig soelaas. De spagaat kan genegeerd worden. Op de lange termijn leidt het onvermijdelijk tot zeer grote problemen. De fundamtele goed-slecht spagaat van de islam is een feit en mag niemand opgedrongen worden, zeker niet door ontkenning van die spagaat. Een alternatieve benadering is dringend noodzakelijk. Op basis van de abrogerende verzen kan een sterk verkorte koran worden samengesteld voor beleidsdoeleinden. Zo komt al het slechte van de islam aan de oppervlakte en is spagaatontkenning niet meer mogelijk. Alles wat in die korte versie niet verenigbaar is met wat in het westen normaal of een fundamenteel mensenrecht geacht wordt dient bestreden te worden. Uiteenlopende bestrijdingsmethoden, ook die in de islamwereld zelf toegepast worden, kunnen worden verzameld in een “Modern Islam Policy Standard.” Daar kan wereldwijd overheidsbeleid aan worden getoetst, met name in landen met significante of roerige moslimminderheden. Van de Filippijnen, India en Thailand tot Frankrijk, Bosnie en Rusland. Door internationaal debat en uitwisseling kan geleidelijk beter beleid ontwikkeld worden om tot een redelijke integratie van moslims te komen, maar ook om een redelijke godsdienstbeleving in islamitische wereld mogelijk te maken.

  6. hans schreef:

    Goed stuk, informatief.

  7. Tommie schreef:

    @ BegrensEuropa!
    Laat mij in de geest van uw bijdrage een ellips ertegenaan gooien:
    “Christianity is the best thing ever happened to Humanity, islam the worst.”

  8. BegrensEuropa! schreef:

    @Tommie 9 november 2019 om 20:41 Het tweede deel van de ellips is aardig. Het eerste deel weet ik niet. Boeddhisme kan de vergelijking met christendom makkelijk doorstaan. Of hindoeisme, of jainisme, of sommige natuurgodsdiensten. Wat vast staat is dat het christendom veel heeft opgeleverd, niet in de laatste plaats het vermogen tot zelfkritiek. Probleem met het postchristelijke westen is dat door wetenschappelijke gezondheidszorg we nu met een onoplosbaar bevolkingsvraagstuk zitten. Vanuit de islam wordt dat extra aangejaagd. Dat zou beter niet kunnen gebeuren. Een land als Niger met 200 miljoen inwoners in 2100 is de allerergste nachtmerrie.

  9. Cool Pete schreef:

    Uitmuntend artikel.
    Verplicht leesvoer – zou ik zeggen.

    De conclusie is steeds :
    die Arabische “islam”-leer is een pervers plagiaat;
    en erger : volstrekt a-moreel, suprematistisch, onbeperkt gewelddadig :
    een “blut &boden’-leer.

    Het is : eeuwige jihad + sharia + wereld-kalifaat.

  10. Johan P schreef:

    Iedereen die de quran probeert te doorgronden en niet is geindoctrineerd van kindsafaan komt tot deze zelfde conclusie.
    Wie er het rampzalige idee heeft gehad de quran niet chronologisch te ordenen is ook mij niet duidelijk, Wel vermoed ik dat dat te maken heeft met het feit dat ook die persoon/personen inzagen dat er maar bar weinig logica te vinden is in de teksten. Door ze zo te husselen wordt dat minder duidelijk, des te meer zo voor een bevolking die grotendeels ongeletterd is.
    Het is ook een van de redenen dat de moslims wegkomen met zo veel zaken, omdat ze er handig gebruik van maken
    1 – je hebt de quran niet gelezen. Als je stelt dat wel te hebben gedaan komt
    2 – je hebt het niet goed begrepen. Als je stelt dat de teksten in veel gevallen duidelijk zijn volgt
    3 – ja, maar de quran kan eigenlijk niet vertaald worden, je moet hem in het arabisch lezen. Stel dat je arabisch kent, of dat leert, dan komt
    4 – ja, maar de eigenlijke tekst is oud-arabisch. Stel dat je nog niet opgeeft en zelfs oud-arabisch leert dan volgt
    5 – ja, maar alleen de schriftgeleerden die hun hele leven er aan wijden begrijpen de teksten echt
    De kans om als niet-moslim bij een dergelijk clubje te komen ‘studeren’ is vrijwel nihil. En het maakt geen drol uit, want zelfs als dat het geval zou zijn dan komt er wel weer een eis.
    En dat alles ondanks het feit dat de quran beweert ‘helder en begrijpelijk’ te zijn. In feite is de quran allesbehalve dat. Zoals ook deze auteur opmerkte, er zijn veel zaken die onduidelijk zijn of waarvan het niet duidelijk is tot welke groep het wordt gericht. Een van mijn grootste problemen in de vergelijking met de gruweldaden in de bijbel is dat die opdrachten daar heel duidelijk waren beperkt in plaats en tijd, opdrachten tot een bepaalde profeet en zijn volk voor een situatie op dat moment. De opdrachten in de quran zijn zogenaamd ‘tijdloos’ zodat die altijd, voor iedereen gelden. Meegaan met de tijd zit er niet in.
    Het was ook niet voor niets dat Salman Rushdie destijds een fatwa kreeg: zijn boek ging over het feit dat de quran zelf stelt dat Mohammed op bepaalde momenten door de duivel werd misleid, wat dus heel terecht de vraag oplevert of dat behalve die keren niet vaker was gebeurd. Dat die ‘duivelsverzen’ in de quran staan kan niet worden ontkend, hoewel veel moslims dat toch proberen.

    Eerlijk gezegd, ik ben een agnost, neigend naar het atheisme. Maar de quran heeft me bijna overtuigd van het bestaan van god. Via een omweg dan wel; de quran is zo’n verzameling warrige, haatzaaiende ellende dat alleen de duivel die verspreid zou willen hebben. Nog even daargelaten dat allah in de quran herhaaldelijk wordt omschreven/een titel krijgt die in de christelijke wereld voor de duivel geldt. De grootste/beste samenzweerder, de beste leugenaar, de beste bedrieger. En als de duivel bestaat, bestaat god ook. Niet bepaald een geweldige redenering, maar toch.

    @Begrens Europa.
    De bevolkingsaanwas in islamtische landen was nooit een al te ernstige probleem totdat het westen die probeerde te beteugelen. De aanwas was voornamelijk om te compenseren voor hun eindeloze onderlinge oorlogen. Door de invoering (mondjesmaat) van moderne geneeskunde (breek me de bek niet open over ‘geneeskunde’ in de quran) en de steeds grotere samenhang van de islamitische landen in hun haat jegens alle anderen wordt dat wel degelijk een probleem.
    De bevolkingsaanwas in Afrika zou voor islam helemaal geen probleem zijn. De islamitische leer is zwaar discriminerend en zeer laatdunkend jegens zwarten, die alleen maar goed zijn als slaven. Dat de islamitische landen meer slaven uit Afrika hebben gehaald dan de westerse wereld wordt maar al te vaak vergeten. Islam ziet graag een constante bron van slaven en dat is hoe ze Afrika zagen (en nog steeds wel zien). Aangezien ze die slaven niet gebruiken om er een stabiele slavenpopulatie mee op te bouwen maar constant ‘verse’ wensen is een hoge bevolkingsaanwas daar voor hen geen probleem.

  11. Atila Yavuz schreef:

    @: FRANS GROENENDIJK.

    [Het hele boek bevat weliswaar enige honderden (delen van) zinnen die min of meer overkomen als een gebod, verbod of aanbeveling, maar heel veel daarvan blijken bij nadere beschouwing nogal vaag en de meer concrete worden voortdurend herhaald. Deels letterlijk, deels met kleine variaties.]

    De Koran is modaal opgebouwd uit verzen die aan elkaar gekoppeld zijn, waarbij de ene vers, met die kleine variaties, elkaar verduidelijken en verhelderen. Deze aan elkaar gekoppelde verzen komen in paren, met een minimum van 2 verband houdende verzen over hetzelfde onderwerp. Indien een 3e vers aanwezig is, is over hetzelfde onderwerp voorts een 4e daaraan gekoppelde verband houdende vers ongetwijfeld aanwezig met een lichte variatie dat dient als verheldering over het onderwerp.

    Zodoende indien je de boodschap van Allah in de Koran goed wil volgen, moet je eerst alle met elkaar verband houdende verzen bij elkaar opzoeken, in paren van 2,4,6,8,10,12, enzovoorts.
    Pas nadat je alle verband houdende verzen, over het onderwerp vindt en op een rijtje heb gezet, komt de boodschap zoals het bedoeld is naar voren. ( niet met selectief winkelen wat u heeft gedaan )

    In de Koran zijn een aantal verzen direct en persoonlijk gericht tot enkel de profeet Mohammed, Een aantal verzen zijn gericht aan de mensen om hem heen ( metgezellen, vijanden, kritiekhebbers, situatie ). Het overgrote deel is gericht aan de gehele mensheid. Het onderscheid kunnen maken van deze verzen is ook belangrijk om de Koran te kunnen volgen.

    [De naskh- of abrogatie-verzen zijn de verzen die Mohammed en de Koran het pijnlijkst ontmaskeren ]

    Deze naskh verzen gelden niet voor de met elkaar verband houdende verzen binnen de Koran, Maar gelden voor de eerdere geopenbaarde boeken, dat aan verschillende volkeren elk in hun eigen taal ( 14-4 ) is geopenbaard. Als voorbeeld wil ik u geven, dat de Hindoes bijvoorbeeld tijdens hun vastenmaand, na zonsondergang geen geslachtsgemeenschap kunnen hebben, dit is in de Koran met Naskh verhelderd.

    De Koran legt een stevige basis voor een wereldbroederschap van alle mensen, op voet van gelijkheid, ongeacht geloof, nationaliteit, taal, ras, rijkdom of wat dan ook. De Koran verklaart deze diversiteit van mensen immers als zo gewild door God: God heeft de mensen verschillend gemaakt, niet opdat ze elkaar zouden bestrijden, maar opdat ze elkaar zouden leren kennen. Dit is een opdracht tot aanvaarding, toenadering en dialoog.

    Uw volgende verhaal is hopelijk niet op uw eigen beleving gebaseerd, dat zou dramatisch zijn nu u de sleutel, hoe de Koran te benaderen, van mij heeft gekregen. Dat u zich rommelig heeft verdiept in de Koran is duidelijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.