DE WERELD NU

Stigma -2-

professioneel doof

Zo lang er problemen zijn met ‘nieuwe Nederlanders’, zal er een woord ‘allochtoon’ of een equivalent er van noodzakelijk zijn in politiek Den Haag. Met discriminatoire etikettering heeft dat niets van doen. Een etiket vermindert de behoefe aan zo’n woord niet.

Naar ik vermoed beseffen ook Karabulut en Marcouch dit wel, maar gaat het hen vooral om het dagelijks gebruik van het woord allochtoon. Dat dagelijks gebruik is een gevolg van het doorsijpelen van ambtelijke nota’s die door luie journalisten some letterlijk worden overgepend. Maar de hoop dat het verwijderen van het gewraakte woord uit ambtelijke nota’s de bestaande situatie zal verbeteren kunnen ze dus echt vergeten.

Woorden zijn nu eenmaal noodzakelijk om situaties te beschrijven. Woorden die iedereen snel en zonder omwegen duidelijk maken waarom een verhaal draait. Zoals ‘allochtoon’ dus, als het gaat om beleid dat betrekking heeft op mensen van niet-Nederlandse herkomst. Het is inderdaad heel erg dat mensen van derde generaties nog onder die noemer vallen, maar veel erger nog is dat voor die mensen nog steeds een apart beleid noodzakelijk wordt geacht. Het voorstel van Karabulut/Marcouch zou in de huidige vorm draken van constructies kunnen opleveren als: Een beleid gericht op kansarme jongeren in Amsterdam-West, met uitzondering van jongeren van autochtone afkomst. Dat wordt dus niks.

Het zou kunnen leiden tot hergebruik van aanduidingen als Turk of Marokkaan omdat dat duidelijker is, maar dat is naar ik vermoed minstens zo ongewenst.

Aan Karabulut & Marcouch
Eigenlijk – maar dan ben ik ineens heel idealistisch – eigenlijk willen de initiatiefnemers van het ‘allochtoon’-verbod naar een situatie waarin het woord niet langer nodig is. Ik kan niet zeggen hoezeer ik het daarmee eens ben! Maar dat vereist dus een minder vrijblijvende integratie van onze allochtonen die nog steeds als zodanig herkenbaar zijn door hun gedrag. Minder crimineel, minder groepsgedrag en minder haatdragend naar alles wat voelt als ‘kazigheid’ dus. Zodat je na communicatie met iemand nauwelijks nog weet hoe hij er uit zag, maar wel hoe hij dacht. Niet hoe hij iets zei, maar wàt hij (of zij) te vertellen had.

Zo ga ik zelf met mijn vrienden van allerlei achtergronden om. En daarbij maakt het geen moer uit of ze Jack, Peter, Hans of Masood heten en hoeveel schaduw hun spiegelbeeld werpt. Maar dat zijn mensen die uitstekend Nederlands spreken en weten hoe Nederlanders denken, omdat ze dat zelf ook zo doen en zich Nederlander voelen. Voor deze vrienden van mij bestaat geen apart beleid, want dat is niet nodig. Ze zijn geïntegreerd, weet U wel?

Zo lang grote groepen in de oude volkswijken weigeren te integreren, en daar van huis uit ook niet toe worden aangemoedigd, zullen we van het woord ‘allochtoon’ – of het nieuw uit te vinden equivalent – niet afkomen. Dus werk aan de winkel, mevrouw, meneer. Fundamentele voorstellen graag. Er zijn al genoeg generaties voor de toekomst verloren gegaan. Dat de zachte heelmeesters hebben gefaald is intussen genoegzaam bewezen. Het is jammer, maar helaas is een strengere aanpak noodzakelijk. Vrijheid kan niet vrijblijvend zijn. Uw steun hiervoor is onontbeerlijk.

———————————————————————-

Stigma-1- vindt U hier.

2 reacties

  1. Frans Groenendijk schreef:

    Precies:
    “eigenlijk willen de initiatiefnemers van het ‘allochtoon’-verbod naar een situatie waarin het woord niet langer nodig is”
    Niet gewenste einddoelen (her)formuleren, waar problemen benoemd en maatregelen genomen worden.
    En prioriteiten
    Prioriteiten!

  2. carthago schreef:

    Uuuuhh, allochtoon wordt allahtoon, en autochtoon wordt uuuh… uitdetoon.