DE WERELD NU

Alexandra’s Reis – 18 –

Alexandra's Reis 0

In Malta is het nog steeds 9 oktober. Het gesprek tussen Jeff, Rob en Merlijn wordt vooral voor Rob nogal spannend, maar nog net niet te erg. Indirect komt het onderwerp herstelbetalingen ook langs. Ze maken kennis met een lokale bewoner met enig Grieks bloed.

Kolonel Khadaffi en een Hollandse zeerover

Het werd al een beetje donker toen Jeff en Rob aankwamen bij het terras van Luciano. Afgaand op hun sjaaltjes en jasjes werd het volgens de lokale gasten ook al een beetje koud. Jeff schatte de temperatuur op 20 graden. Het terras was bijna vol en op het eerste gezicht leken de meeste bezoekers inderdaad inwoners van het land. Merlijn had dat grote aantal autochtone bezoekers opgevoerd bij wijze van aanprijzing voor dit restaurant. Dit keer merkten ze hem direct op dankzij zijn hoed. Hij zat op enkele meters afstand van een groot televisiescherm. Er werden videoclips vertoond met bijbehorende, hoofdzakelijk nogal oude, popmuziek. Het geluid stond beschaafd zacht. Volgens Merlijn eigenlijk ongepast zacht voor het liedje dat langs kwam op het moment dat ze gingen zitten: Highway to hell van AC/DC.
Jeff was in zijn nopjes met die vaststelling van Merlijn.
‘De hárd rock band AC/DC. Doet me gelijk denken aan die Mercedes Benz reclame met Janis Joplin. Soort umwertung aller werten. Weet je welke ik bedoel?’
‘My friends all drive Porsches’ vervolgde Merlijn, maar niet hardop. Hij glimlachte bij wijze van antwoord. Rob had nog nooit van de zangeres gehoord. Jeff gaf uitleg. ‘Joplin was een soort verpersoonlijking van de blanke blues en soul. Deprimerende teksten. Maar wel zeer meeslepend vertolkt. Heel rauw. Net als Jimi, Jimi Hendrix bedoel ik natuurlijk, overleden met 27 jaar. En ook een vermoeden van zelfmoord.’
Merlijn vulde aan: ‘Je kreeg echt de indruk dat het liefdesverdriet dat ze bezong een fikse autobiografische component kende.’
‘Ja. Zo treurig. Daar ben ik ook mee bezig. Wat is dat toch dat narigheid zo vaak inspireert tot mooie muziek? Het werkt anders dan bij beeldende kunst. Maar goed, een van haar bekendste nummers heette dus: “Oh Lord, won’t you buy me a Mercedes Benz”. Een grote aanklacht, of jammerklacht, wat je wilt, tegen hebzucht en materialisme. De titel leek door en door sarcastisch. En precies 25 jaar later gebruikte het bedríjf Mercedes dat nummer gewoon als reclame! En niet alleen de tekst. Ook haar uitvoering. Mooi en pijnlijk tegelijk.’
Rob deed zijn best om interesse voor te wenden. Merlijn hoefde zich daarvoor niet in te spannen: ‘Ik neem aan dat de erven Joplin er nog wel voor gevangen hebben. Net als de erven Hendrix voor de reclame voor een of ander chocolaatje waarin zijn superieure uitvoering van dat nummer Wild thing, van de Troggs, werd gebruikt.’
‘Ja. Dat weet ik nog. Met dat ie zijn gitaar in de brand steekt, geloof ik zelfs. Caramba.’
‘Zou kunnen, dat weet ik niet meer. Het voordeel van het vroege overlijden van onze Janis is dat we nooit zullen weten of ze uiteindelijk niet geëindigd zou zijn zoals die Roger Waters van Pink Floyd. Dat ze gewoon zelf in haar eigen SL-Roadster mee had gewerkt aan die commercial. Ze reed in haar laatste jaren trouwens zelf in een Porsche. Wel grappig eigenlijk. Een paar jaar geleden schafte die meneer Waters, van de Floyd, voor vijftien miljoen dollar een pandje in New York aan. Ingericht in Lodewijk XVI stijl. Hij heeft ook, samen met de beroemdheid Shakira, een Bahama-eiland gekocht. Sorry dat ik een beetje doordraaf. Het vorige nummer dat hier langskwam,’ hij gebaarde naar de televisie, ‘was dat oude Floyd-nummer “Money”. Vandaar dat ik over de psychedelie begin. Ik kon me de bijpassende clip niet herinneren. Zó fout spul. Hilarisch om nu te bekijken. Een aanklacht tegen rijkdom. Met zwart-wit beelden om de dualiteit van de klassentegenstellingen te benadrukken. Bontjassen, munten die door sorteermachines gaan en de Concorde. Tegenwoordig trouwens fanatiek anti-Israël, die Waters.’
Rob haakte in, maar bij de voorlaatste zin, niet de laatste. ‘Ach. Ja. De Concorde. Ik heb er nooit in gevlogen, maar heb hem wel van binnen en van buiten bekeken in het luchtvaartmuseum in Engeland. Ik voelde me wel oud toen. Ik kon me nog zo goed herinneren dat hij voor het eerst vloog. Superdepuper modern. En nu dus al enige tijd gepensioneerd.’
‘Ik zit niet zo met dat ouder worden. Meer met het onvolwassen blijven van veel mensen uit die hippietijd. Zoals die Waters. Verschrikkelijk. Socialistische sympathieën ingeruild voor zogenaamd anti-zionistische.’ Het kon een steek onder water zijn in de richting van de sociaal-democraat, maar helemaal duidelijk werd dat niet.

Aan het tafeltje naast hen schoof een wat oudere dame aan. Duidelijk “van hier”. Ze stond onmiddellijk weer op om bij twee tafeltjes verderop handen te gaan schudden van bekenden of familieleden. Jeff greep dat tafereeltje aan om weg te sturen van een discussie over Israël en socialistische sympathieën. ‘Je had gelijk Merlijn, onmiskenbaar inboorlingen hier. Kijk: tante moet meerdere tafels langs. Veel van die mannen hebben dan weer wel iets Italiaans vind ik.’
Merlijn leek de hint te begrijpen. Hij deed in ieder geval geen moeite om op dat andere onderwerp door te gaan. ‘Over de herkomst van die meneer hier aan de andere kant van ons twijfelde ik. Een soort kruising tussen die kale inspecteur met lollie, hoe heette die ook weer, o ja, Kojak, en een premier van een Zuid-Europees land dacht ik.’
Rob wist meer van de acteur die die rol speelde. Tamelijk luid zei hij: ‘Savalas bedoel je? Tony klinkt een beetje maffia, dus Italiaans, maar zijn beide ouders waren toch echt Grieks. Maar de associatie is dus nog niet zo gek.’
‘You talking about me?’ Het lijdend voorwerp van hun gesprek richtte zich tot de Nederlanders. Hij had een dreigende blik in zijn ogen maar zijn stem en het handgebaar dat hij erbij maakte, wezen erop dat het niet zijn eigen woorden waren. Hij parafraseerde de bekendste scene die acteur Robert de Niro ooit speelde. In de film Taxi Driver.
Jeff schaterde. ‘We probeerden in te schatten hoeveel van Luciano’s gasten van hier zijn. ‘Hij,’ hij wees naar Merlijn, ‘vond dat u wel Italiaan kon zijn, vanwege uw gelijkenis met Tony Savalas. Maar hij’, zijn vinger ging naar Rob, ‘wist ons dan weer te vertellen dat die acteur van Griekse afkomst is.’
Kojak lachte nu zelf ook. ‘Ik houd niet van lollies, maar ik schijn wel een beetje Grieks bloed te hebben.’
De man bleek wel degelijk een geboren Maltees te zijn. Ze keuvelden nog even verder over waar de bewoners van het land in de loop der millennia zoal vandaan waren gekomen. Toen dat onderwerp zo’n beetje uitgeput raakte, leek het Rob een mooi moment om iets de doen met het voornemen dat in bad bij hem was opgekomen. Hij schraapte zijn keel, maar net op het moment dat hij daadwerkelijk tegen Jeff en Merlijn over “dialoog” en “de mensen van vandaag” wilde beginnen, kwam een serveerster hun bestellingen opnemen.

Onmiddellijk nadat ze de menukaarten had ingenomen, nam Merlijn het woord. ‘Hadden jullie al gezien dat we hier pal naast de oorspronkelijke hoofdingang van de kathedraal zitten? De televisie staat tegen de buitenmuur van het oratorium.’ Zonder op antwoord te wachten ging hij door. ‘Toen ik vanmiddag terugliep naar mijn hotel bedacht ik dat het ook wel een nadeel is om uitgerekend op Malta te spreken over zaken die met islam te maken hebben. Terwijl ik jullie Malta juist had aangeraden! Maar zo met al die monumenten en andere verwijzingen naar het verleden, raak je gemakkelijk verzeild in discussies over tóén. Wetenschappelijk en historisch vreselijk interessant maar… ‘
Rob brak in: ‘Fijn, heel goed, daar wilde ik het ook over hebben. Het gaat niet om toen, maar om de mogelijkheid van dialoog nú, tussen de mensen die nu leven …’
Op zijn beurt onderbrak Jeff hem nu weer: ‘Hé, dat is leuk. Ik dacht ook aan zoiets. Ik had me voorgenomen om terug te komen op iets wat jij in Flevoland zei, Merlijn. Tegen Berry had je het toen over “de deur van de ijtihad” die gesloten zou zijn. Maar Rob heeft mij uitgelegd dat diezelfde ijtihad hém juist gebood over werkelijk alles zelfstandig na te denken, elk regeltje in twijfel te trekken. Jij sprak het anders uit, met een “d” erin, maar je had het toch over hetzelfde toen?’
Het ging Rob allemaal iets te snel. ’Eh, ja…’
Merlijn reageerde met luide stem. ‘Het is toch niet waar hè? Dat meen je toch niet! Dit is, uh … Nee wacht, hier reageer ik toch maar niet rechtstreeks op. Laat ik gewoon maar even mijn andere verhaal afmaken. Ik wilde eigenlijk over iets anders beginnen dan jullie. Het tegenovergestelde misschien zelfs. We kunnen de oorlogvoerenden van destijds geen proces meer aandoen. En we moeten ook zeker de nakomelingen van oorlogsmisdadigers niet beoordelen op het gedrag van hun voorvaderen, wilde ik zeggen. Op die manier moeten we niet over de geschiedenis praten. Maar er is geen enkele reden om te liegen over het verleden.’
Hij was weer minder hard gaan praten maar het woord “liegen” sprak hij met grote nadruk uit.
‘De geschiedenis anders voorstellen om nu een gunstig of ongunstig licht te werpen op het toenmalige christendom of mohammedanisme: dat is echt foute boel. En wanneer je daarover zelfs wilt liegen om de beoordeling van de hedendáágse versies ervan bij te sturen helemáál. De geuzen voerden in Nederland ooit de leus “liever Turks dan Paaps”. En nu zijn er dus lieden die zo’n uitdrukking mee willen laten wegen in de beoordeling van het gedrag van de hedendaagse volgelingen van Mohammed. Driedubbelovergehaalde onzin is dat. De trans-Atlantische slavenhandel moest nog op gang komen in de tijd dat er al wel Hollanders waren die in het Middellandse zeegebied blánken tot slaaf maakten om ze vervolgens te verkopen aan Istanboel. Een paar van de meest beruchte van die Hollanders werden voor het gemak zelfs moslim. En belangrijker nog, om het allemaal een beetje in perspectief te zien, hè: de koning van Spanje was zeer machtig in die tijd en onze onafhankelijkheidsoorlog was voor het toenmalige Europa een ongehoord fenomeen. In andere landen werd er met verbazing en bewondering naar Holland gekeken. Die leus zei àlles over de bijzondere positie van Holland ten opzicht van Spanje en níéts over de Hollandse beoordeling van het Ottomaanse rijk.’
Rob wilde hem al onderbreken maar kreeg geen kans. Strenger en harder vervolgde Merlijn zijn verhaal. ‘Een zo’n schofterige Hollandse zeerover, ik geloof dat het Jan Veenboer was, die kreeg het dan weer aan de stok met een mohammedaans krijgsheer. Dat kwam omdat Jan de slavenkwekerij van die krijgsheer – hallo, over graduele verschillen gesproken!, weet je het nog Rob?, een kwekerij! – had overvallen en een vrouw die de krijgsheer aan zijn harem had willen toevoegen niet terug wilde geven.’
Merlijn gaf Rob nu expliciet het woord, maar de manier waarop hij dat deed, zorgde ervoor dat Rob juist nog chagrijniger werd: ‘Ik ben nog niet klaar met mijn verhaal, maar jij wilde al reageren hè?’
‘Nou, ik snap dus echt helemaal niks van je verhaal. Ik bedoel, dit is inderdaad precies het tegenovergestelde van wat ik naar voren wilde brengen. En je spreekt jezelf behoorlijk tegen.’
‘Vertel.’
‘Nou, je begint eigenlijk met te zeggen dat we niet zo veel naar het verleden moeten kijken, maar vervolgens kom je weer met een heel verhaal over het verleden. Een verhaal dat eigenlijk weer allerlei beschuldigingen bevat. Zo komen we er niet.’
‘Ik snap waarom je op het idee kwam dat ik mezelf tegensprak. Je liet me niet uitpraten. Ik gaf een vóórbeeld van hoe dingen misgaan wanneer men ter wille van een politieke agenda gaat liegen over de geschiedenis. Maar ik begrijp dat dit voorbeeld dus te moeilijk voor je was. Ik wilde er ook nog een geven uit de kathedraal. Wanneer je met zo’n koptelefoon het commentaar bij de rondleiding volgt, is er nergens sprake van moslims of islam. Wanneer men er niet omheen kan, spreekt men van Moren of Ottomanen. Volkeren zou je kunnen zeggen. Ze plaatsen hun eigen voorouders nog liever in een racistische hoek dan in een islamofobe. Maar ik zal daar niet verder over uitweiden. Ik wil dus spreken over gedrag van vandáág: hoe we ons gedragen in onze omgang met het verleden.’
Inmiddels klonk elk woord van Merlijn even sarcastisch. Rob reageerde nog niet onmiddellijk en Merlijn ging nog weer verder.
‘Ook niet over hoe men in Jemen omgaat met economische vluchtelingen uit Afrika op weg naar Saoedi-Arabië. Ook puur vandaag de dag, hè. Zoek daar zelf maar eens naar. De BBC had er begin dit jaar een, laten we zeggen “nogal indringende”, documentaire over.’

Even keken de drie mannen strak voor zich uit. Zelfs Jeffs gezichtsuitdrukking stond nu ernstig. Opnieuw nam Merlijn het woord.
‘Laten we het maar hebben over jullie bezoek aan die school. Dichter bij die “dialoog van nu” kunnen we toch niet komen? Eens? Jullie waren toch van plan om naar de Maryam Batool School te gaan?’ Zijn stem klonk ineens niet boos meer, vrolijk bijna.
Jeff haakte onmiddellijk in om het gesprek een andere wending te geven: ‘Ja. Klopt, dat was het plan. Jij zou contact leggen hè, Rob?’
‘Ja, Vanuit Nederland heb ik al mailcontact gelegd met de moskee. Morgen ga ik proberen een concrete afspraak te maken’.
‘Nou, ik heb vorige week ook wat informatie gezocht over die school. Daarvan rijzen dus je hedendaagse haren ten berge.’
Merlijn ging niet onmiddellijk verder, maar Rob en Jeff begrepen dat er nog meer kwam en wachtten op het vervolg. Rob herhaalde in gedachten de punten waar hij in ieder geval zelf nog op terug wilde komen.

De manier waarop Merlijn en Rob tegen elkaar in gingen beviel Jeff niet, maar er was nog iets dat de sfeer onprettig maakte. Moeilijk te zeggen wat. Hij snoof de geur op van het eten dat werd opgediend aan de tafel van Kojak. Het rook goed maar dat woog niet op tegen de factoren die de sfeer bedierven. Het werd hier opvallend snel donker. Hij wist van het snelle omslaan van dag naar nacht in de tropen. Zou dat op deze breedtegraad ook al zo zijn? De straatverlichting leek het schemer te benadrukken. Er ging een rilling over zijn rug. Wat had dat nu weer te betekenen?
‘Die school valt dus onder de WIDS, de World Islamic Dawah Society. Dat is een club die door Khadaffi is opgezet. Nadat Obama met zijn vrienden uit Europa en het Midden-Oosten De Kolonel uitgeschakeld had, zou je hebben kunnen verwachten dat die club inmiddels ontmanteld was. Maar nee hoor, ze zijn gewoon doorgegaan en de club staat nu onder leiding van een “islamist”, zoals de media zo iemand tegenwoordig aanduiden.’
Bij het uitspreken van het woord islamist leek het of Merlijns stem oversloeg. Hij klonk nu helemaal niet meer als een beschaafde, academisch geschoolde, af en toe wat archaïsch formulerende ondernemer. Meer als een gefrustreerde jeugdtrainer. Hij sprak alweer wat kalmer toen hij vertelde dat de Nederlandse inlichtingendienst in de hele wereld misschien wel de meest kritische was ten opzichte van de WIDS. ‘Ze hebben er zelfs voor gezorgd dat een WIDS-imam het land werd uitgezet. En, nogal opmerkelijk, de enige reden die genoemd werd voor de uitzetting was volgens het nieuwsbericht dat ik daarover las, dat de man de gelovigen opriep om niet te integreren in de Nederlandse samenleving. Alsof die WIDS-man, die imam dus, daarmee nu zo spectaculair afweek van andere imams! Bottom-line is: de kans dat de WIDS radicaler is geworden sinds de dood van De Kolonel is groter dan dat ie “liberaler” geworden is.’
Merlijn was weer volledig kalm en hij klonk weer licht spottend toen hij vervolgde: ‘Is het misschien een idee dat jullie, wanneer jullie die school bezoeken, gewoon wat vrágen stellen. Desnoods alleen de open vraag stellen of de val van Khadaffi nog consequenties heeft gehad voor het beleid van de afdeling Malta. Ik neem aan dat jullie dat toch wel durven.’
Rob liep rood aan. Het was ook voor hem lang geleden dat hij zijn woede nog maar net onder controle kon houden. ‘Ik vind het echt niet kunnen, echt respectloos, dat je in twijfel trekt of ik dat zou durven.’
‘Begrijp me niet verkeerd, Rob. Ik bedoel … Nee sorry, eigenlijk heb je gelijk, ik drukte me inderdaad ongelukkig uit. Ik moet het niet over “durven” hebben. Er zijn vragen die ik zèlf daar misschien niet eens zou stellen. Treurig weinig mensen realiseren zich dat Khadaffi door de islamisten, de wahabieten zeg maar, meer gehaat werd dan door wie dan ook. De Kolonel was natuurlijk een schoft en even megalomaan als Saddam Hoessein of als die Chinese communistenleider, Mao Tse Toeng, maar volgens mij was hij toch echt een minder grote schoft dan die twee. Onder zijn bewind werd de levensstandaard de hoogste van Afrika. Onder westerse druk hield hij daadwerkelijk op met het ontwikkelen van massavernietigingswapens. Wisten jullie dat hij niet alleen andere namen had ingevoerd voor de maanden van het jaar maar ook het begin van de islamitische jaartelling verlegde voor zijn land?’
Hun blik verraadde dat Rob en Jeff geen flauw benul hadden waarom hij hier over begon, waarom dít nu weer van belang was.
‘Nee hè? Nou de mohammedaanse jaartelling die heet dus niet AD, maar AH. Ik neem aan dat jij dát wel wist.’ Rob knikte, maar niet van harte. ‘En het is uiteraard alleen maar toeval dat dat de initialen zijn van een Oostenrijker uit de twintigste eeuw die ook niet van Joden hield en ook geen varkensvlees at.’
Rob gromde bij wijze van reactie.
‘Nee, AH staat voor “Anno Hijra”, dus voor “sinds de tijd dat Mohammed van Mekka naar Medina reisde”. Met zijn optreden in Mekka had vriend Mohammed nog nauwelijks bijgedragen aan de slechte naam van profeten in het algemeen. Hij had een handjevol volgelingen geworven maar de meeste mensen uit zijn omgeving moesten niets van hem hebben. Hij werd zelfs uitgelachen en voor gek versleten.’
Rob knikte nu min of meer instemmend. Zijn gezicht stond echter niet meer op zwaarbewolkt, eerder op donder en bliksem.
‘Wanneer je in een paar woorden wilt aangeven waarom het mohammedanisme geen religie is maar een politieke leer met godsdienstige trekjes, kun je het beste naar het begin van hun jaartelling wijzen. Het tijdstip dus dat Mohammed van een would-be profeet in een echt-wel krijgsheer veranderde. Om het vriendelijk uit te drukken. En een groot deel van zijn volgelingen gedenkt die metamorfose tot op de dag van vandaag met het gebruik van die jaartelling.’

Rob knikte niet meer. Woedend staarde hij naar de extreem-rechtse provocateur. Maar Merlijn ging verder. ‘En Khadaffi vond dat dus geen goed idee. Hij besloot simpelweg dat de jaartelling moest beginnen in het jaar van de dood van Mohammed. Moet je je voorstellen! Wanneer je iets snapt van de werkelijke rol van de leer van Mohammed voor de politiek in landen waar hij een goede naam heeft, begrijp je dat velen razend waren op De Kolonel. De islam is nu eenmaal een onmisbaar vehikel voor mensen met politieke ambities. Véél meer nog dan het christendom dat is in de Verenigde Staten. Daarom is er ook helemaal niets vreemds aan hun onderlinge strijd; soms meedogenloos, soms kleinzielig. Zo heeft die WIDS bijvoorbeeld ruzie met Turkije over de vraag wie er moeten opdraaien voor de onderhoudskosten van de Ottomaans-militaire begraafplaats hier op Malta: de Turken of de lokale volgelingen van Mohammed. Daarom had ik het dus over “durven”. Het is echt een can of worms. Dat moet je wel beseffen voordat je aanstalten maakt om die open te draaien.’
Rob ontplofte bijna, maar net op tijd gooide een kreet van Jeff het gesprek volledig om. ‘Soylent Green!’

Rob en Merlijn waren er al een beetje aan gewend dat Jeff een meester was in het van de hak op de tak springen, maar dit sloeg alles.
Nu ze uit hun concentratie gehaald waren, vielen hen beiden ook de zaken op die Jeff tot zijn associatie gebracht moesten hebben: vreemde lichtverschijnselen en een akelig gepiep en geratel. Jeff wees naar de oorsprong van de geluiden. Uit de stoep voor het restaurant kwam langzaam een soort lift zonder wanden uit de grond. Het metalen dak dat zich overdag op straatniveau bevond, werd slechts omhoog gehouden door vier verticale stangen. Het oranje zwaailicht kwam ergens anders vandaan, maar er bleek een verband te bestaan tussen het geluid en het licht. De lawaaiige lift bracht vuilnis omhoog uit de kelder van het restaurant en het zwaailicht kwam van een naderende vuilniswagen.
Merlijn schoot in de lach. ‘Waar heb je het over Jeff?’
‘Die film bedoel ik. Ik wist net even niet waarom het plein ineens iets naargeestigs kreeg. Maar het kwam dus door dat sinistere blauwe licht. Achter de voorruit van die vuilniswagen. Die sciencefiction film die eindigt met de kreet van de hoofdpersoon “Soylent Green is mensenvlees”. Ik zag hem destijds op de Duitse televisie. Ik herinner het me dan ook als “Soylent Green ist menschenfleisch”. Echt met afstand de engste film die ik ooit zag. Ik was toen ook nog heel jong natuurlijk.’
Merlijn reageerde. ‘Ja, verdomd zeg. Ik snap je associatie. De doden werden afgevoerd met zo’n vrachtwagen die containers over de cabine naar het laadruim tilt. En dat blauwe licht, achter de voorruit, dat had jij natuurlijk ook al gezien: dat heeft de vorm van een kruis!’
Ineens helemaal stil staarde het drietal naar het merkwaardige tafereeltje. Kojak volgde hun blik.
‘Ik geloof dat het ook de eerste film ooit was, waarin het broeikaseffect ingezet werd als belangrijke angstaanjager. Volgens mij speelde hij ongeveer in de tijd waarin we nu leven.’
‘Nu je het zegt,’ trok Merlijn het gesprek weer naar zich toe, ‘volgens mij is er al decennialang sprake van dat er een remake zou komen. Interessante vraag waarom dat niet gebeurt. Is dat omdat de film een door-en-door unhappy end heeft of omdat er onmogelijk meer een geloofwaardig verhaal van te maken is nu we in de tijd leven waarin de film speelde en de problemen van vandaag de dag toch in de verste verte niet lijken op wat toen voorspeld werd?’
Even had Rob zich geërgerd aan de verwarrende kreet van Jeff, maar daarna was hij hem er juist dankbaar voor. Hij had nu genoeg tijd gekregen om op adem te komen en zijn woede wat te laten zakken. Hij lachte wat mee met Merlijn en bijna kalm bracht hij het gesprek weer terug op het verhaal van Merlijn. ‘Als je het niet erg vindt wil ik toch wel even wat zeggen over wat er mis is aan jouw veronderstellingen.’
‘Verlicht ons alsjeblieft, Rob.’
Jeffs reactie kwam oprechter over. ‘Sorry. Ik luisterde ook wel naar jullie hoor. Ik vind dat je Rob maar weinig ruimte geeft, Merlijn. Je hebt een heleboel dingen gezegd waar ik Rob nu ook wel eens over wil horen.’
‘Ik zal me inhouden. Wat is er mis aan mijn veronderstellingen, Rob?’
‘De meeste van de dingen die je zei, gingen over het verleden. Daar wil ik niet op ingaan ook al is de verleiding best groot. Het gaat me vooral om één allesoverheersende veronderstelling bij jou. Het idee dat er een éígenlijke islam bestaat. En dat is dan de islam van de schriftgeleerden. Vooral van de meest rechtlijnigen uit die groep.’
Merlijn vouwde zijn armen over elkaar, hield zijn hoofd een beetje schuin, trok een onschuldige wenkbrauw omhoog en zoog zijn lippen wat naar binnen om uit te drukken dat hij nu beslist alleen maar zou luisteren. Rob werd er zenuwachtig van maar deed zijn best dat niet te laten merken.
‘Je lijkt best veel te weten van de geschiedenis. En van het islamitische geloof. Maar het lijkt ook of je niets weet en ook niets wílt weten van de grote verscheidenheid in hoe mensen hun moslim-zijn beleven. Dat de meeste mensen daaraan hun eigen invulling geven. Ik sluit met die van mij aan bij een lange soefi-traditie. Verschillende versies daarvan vind je in de meeste van de landen waar veel moslims wonen. Wist je bijvoorbeeld dat de verspreiding van de islam in India vooral te danken is aan de bekeringsactiviteiten van de soefi’s? Het lijkt erop dat je zo veel mogelijk wilt kwetsen met je woorden. Dat gebruik van die woorden “mohammedaans” en “mohammedanisme”: volgens mij weet je best wel dat moslims niet zo aangeduid willen worden. Het is beledigend. En je doet het expres. Waarom?’
‘Die vraag wil ik best beantwoorden, met alle plezier zelfs, maar dan ben ik weer aan het woord. Je was toch nog niet uitgesproken, zeker? Ik heb nog geen verwijzing gehoord naar de situatie van vandaag de dag. Naar die dialoog.’
Rob lachte; spottend en triomfantelijk tegelijk. ‘Echt niet? Dat is dus precies waarom het zo moeilijk praten is met jou! Door jouw opstelling is die dialoog onmogelijk.’
Merlijn antwoordde niet. Hij maakte alleen een gebaar met zijn hoofd en zijn rechterhand om aan te geven dat Rob moest doorgaan met zijn verhaal.
‘Maar, eh… hoe de WIDS precies in elkaar zit weet ik ook niet precies. Ik weet wel dat het Vaticaan bijvoorbeeld al heel lang best nauw met ze samenwerkt. Dat de WIDS nu radicaler zou zijn? Jij beweert het. Maar volgens mij ben je er ook op uit om tegenstellingen die er tussen moslims onderling bestaan, om die uit te vergroten. We gaan het gewoon wel horen, wanneer we op bezoek zijn. Die vragen die jij noemde wil ik best stellen.’
Merlijn reageerde met een kort: ‘Okay’. Toen hij vervolgde met een: ‘Kijk’, leek het er even op of dat zelfs zijn enige reactie zou blijven. Hij zwaaide en keek met een indringend vragende blik naar een twijfelende serveerster met drie dampende borden. Op het moment dat ze naar hun tafeltje toe kwam, kondigde hij aan dat hij op Robs uitspraken zou reageren als hij zijn bord leeg had. Rob vond het een idioot idee – niet in de laatste plaats omdat hij er nog zenuwachtiger van werd – maar er tegenin gaan zou nog idioter zijn.
Wat Jeff ervan vond werd niet helemaal duidelijk. Met de voor hem karakteristieke vanzelfsprekendheid knoopte hij een gesprekje aan met de serveerster. Even later gaf hij, vanaf zijn eerste hap, hoog op van de kwaliteit van het eten en lepelde in hoog tempo een grote hoeveelheid weetjes en meningen op over het eten en drinken op Malta. De spanning werd er daadwerkelijk minder door. Toen Jeff Merlijn bevroeg over de vorderingen met het werk aan zijn ontziltingsproject, slaagde Rob er zelfs in om wat mee te doen met het gesprekje daarover.

Merlijn nodigde beide mannen prompt uit om de volgende dag mee te gaan naar de zuidkust van het eiland voor een wandeling. Hij ging erheen om uit de eerste hand een indruk te krijgen van het gebied als mogelijke locatie voor het project. Hij wilde het combineren met een bezoek aan wat volgens hem wereldwijd tot de meest fascinerende archeologische vondsten behoorde: het complex van de zogenaamde cart-ruts.

 


Via deze link kunt u de andere delen van Alexandra’s reis (terug) vinden.

Onder de eerste aflevering (Proloog) is ook een overzicht opgenomen van de belangrijkste personages in het boek. Terveel is het pseudoniem van Frans Groenendijk.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.