DE WERELD NU

Tussen wens en werkelijkheid

Identiteitspolitiek

Osama bin Laden is dood. De Verenigde Staten hebben bijna tien jaar op hem gejaagd, en gisteren is de jacht met succes voltooid.

In de Pakistaanse compound waar Bin Laden zich schuilhield is hij zondag gestorven met een Amerikaanse kogel in zijn schedel. De Amerikaanse president Obama maakte bekend, dat hij zich bij de inval van de Navy Seals had verzet, en in het er op volgende vuurgevecht om het leven was gekomen.

De symboolwaarde is enorm, niet in het minst omdat de Amerikanen al zo lang naar hem op zoek waren. De Robin Hood van het islamitische terrorisme was al lang niet meer de grote leider van de terroristenorganisatie Al Qaida, maar dat men hem maar niet te pakken wist te krijgen was onverteerbaar. Door deze actie heeft de VS in ieder geval duidelijk gemaakt, dat niemand aan haar lange arm kan ontkomen. Maar het is niet meer dan een kleine genoegdoening voor de schade die hij de VS heeft berokkend.

Is met de eliminatie van Osama bin Laden de wereld een betere plaats geworden? Natuurlijk niet. Het terrorisme van fundamentalistische islamieten zal mogelijk zelfs een tijdelijke opleving te zien geven, want dat vanuit deze kring wraak zal worden gezworen staat al vast. Op jihadistische internetfora wordt al dreigende taal geuit, en verwacht mag worden dat de westerse wereld een reeks nieuwe aanslagen te wachten staat. De mate waarin we kans zullen zien dat te voorkomen zal een maatstaf zijn voor de staat waarin de fundamentalistische gemeenschap zich bevindt.

Voor de westerse wereld zal een moment van heroriëntatie aanbreken. Osama bin Laden is lang de focus geweest van onze aandacht voor het islamitisch fundamentalisme. Iedere ons onwelgevallige gebeurtenis in de Arabische wereld, en sommige daarbuiten, is de afgelopen tien jaar verbonden met Al Qaida. Een directe terreurgolf zal nu nog kunnen worden toegeschreven als laatste stuiptrekking van Bin Ladens aanhangers, maar wie zich er in heeft verdiept weet, dat het probleem met de islamitische fundamentalisten veel dieper zit dan een terreurorganisatie. Hoe goed die ook is georganiseerd. De eliminatie van Osama bin Laden zal ons met de neus op dit pijnlijke feit drukken, omdat hij als excuus voor de haat die ons vanuit de islamitische wereld wordt toegedragen zal zijn verdwenen.

De gerechtvaardigde wenselijkheid van zijn dood, opent daarmee een venster op de ongewenste werkelijkheid van de manier van denken die in de islamitische wereld nog steeds terrein wint. Want de dood van Bin Laden zal op dat denken geen verminderend effect hebben.

Analoog tonen de eerste reacties van sommige politici het conflict tussen wenselijkheid en werkelijkheid.

Jolande Sap:

Met de dood van de leider van Al-Qa’ida is de strijd tegen terrorisme niet gewonnen, maar er is een belangrijke slag toegebracht. Het is spijtig dat Bin Laden nooit voor het gerecht komt om verantwoording af te leggen voor zijn daden.

Alexander Pechtold:

‘Van mij had hij zich mogen verantwoorden voor een internationaal gerechtshof.

Niettegenstaande de juridische correctheid zijn dit ondoordachte uitspraken.

In de eerste plaats zou een proces tegen Osama bin Laden juridisch nog niet zo makkelijk zijn, aangezien er weinig tot geen directe getuigen van zijn bemoeienis voorhanden zijn. Videoboodschappen zijn in dit verband geen overtuigend bewijs. Documentatie van Al Qaida-operaties? Niet voorhanden. In feite zijn alle bewijzen tegen hem indirect, en vooral gebaseerd op wat de Amerikaanse regering de afgelopen twintig jaar tegen hem heeft verzameld.

In de tweede plaats is een Osama in gevangenschap een voortdurende last voor het land dat hem gevangen houdt. Wie zich herinnert hoe de Taliban twee jaar geleden met een zelfmoordaanslag de poort van de belangrijkste gevangenis in Afghanistan opbliezen om zo een paar honderd belangrijke Talibanstrijders te bevrijden begrijpt waarom.

Ten derde zou een proces tegen Obama vele jaren duren, en publicitair van enorme betekenis zijn voor de fundamentalistische zaak. Laten we blij zijn, dat Obama zich niet een paar jaar geleden in Scheveningen heeft gemeld bij het Internationaal Strafhof. Hij heeft het zich niet gerealiseerd, of hij was niet bereid de persoonlijke consequenties te nemen, maar de fundamentalistische zaak was daar enorm bij gebaat geweest. Hoe de zaak tegen Milosovic zich ontwikkelde naar een debat tussen voor-en tegenstanders van de Servische leider toont hoe een dergelijk proces kan ontsporen in een tweestrijd in de maatschappij die meer begrip voor zijn gedachten kweekt dan wenselijk is.

Als laatste, en mijn inziens belangrijkste argument, moet ik de symboolwaarde van leiders in gevangenschap noemen. Meer dan een leider van een terreurorganisatie was Osama bin Laden een symbool. Een symbool, dat zich door zijn uitspraken en daden bereid had verklaard voor zijn daden te sterven. Wat gisteren gebeurd is, is niets anders dan wat hij verwacht moet hebben. Ook zijn volgelingen moeten dat beseft hebben. Een levende Osama was een focus geworden, waaraan zijn volgelingen bij voortduring lippendienst aan hadden willen bewijzen. Al was het alleen maar om de leider te tonen, dat men zijn zaak nog steeds diende.

Dat de Amerikanen bekend maakten dat het lichaam van Bin Laden in zee verdwenen is, is een verdere aanwijzing dat men zich grote moeite getroost om te voorkomen dat een bedevaartsoord met een soort heiligenverering ontstaat.

Veroveraars hebben er door de hele geschiedenis heen een axioma van gemaakt, om van verslagen leiders en vorsten geen martelaren te maken, of in ieder geval zo min mogelijk. Natuurlijk zijn daar uitzonderingen op geweest, maar die zijn degenen die die uitzonderingen hebben begaan maar zelden goed bekomen.

Naar analogie van wat Macchiavelli schreef over welke staten makkelijk te veroveren, maar moeilijk te behouden zijn, geldt vice versa dat charismatische leiders die door hun bestaan an sich een organisatie bij elkaar houden, bij leven een veel groter gevaar vormen dan dood. Hoe die dood ook tot stand gekomen is. De Amerikanen droegen Saddam Hoessein niet voor niets over aan zijn politieke tegenstanders, die hem direct executeerden. De uitzondering op het martelaarschap van verslagen leiders is als zij omkomen door de hand van hun eigen volk of volgelingen. Aangezien dat voor Osama bin Laden geen optie was, is zijn dood in een vuurgevecht, of iets wat als zodanig wordt gepresenteerd, onvermijdelijk de beste optie.