DE WERELD NU

Over het nationaalsocialisme – Hitlers wereld

nationaalsocialisme 4

Wie het gedrag van onze ouders en grootouders in de Tweede Wereldoorlog wil begrijpen moet rekening houden met het toekomstbeeld dat die mensen hadden.

Dat toekomstbeeld was heel anders dan de werkelijkheid die volgde. Niet alleen wij, hun kinderen, maar ook zij zelf vergaten naderhand dat ze het zich allemaal heel anders hadden voorgesteld.

In het voorjaar van 1940, toen Hitler in een mum van tijd heel West-Europa onder de voet gelopen had, was het merendeel van de Nederlanders ervan overtuigd dat hij de oorlog al gewonnen had. Ze meenden zich daadwerkelijk in het duizendjarig rijk van de nazi´s te bevinden. Geen vrolijk idee, maar realistisch, vonden ze.

Mensen als de toen nog jonge Gaius De Gaay Fortman en het al wat oudere driemanschap Linthorst Homan, De Quay en Einthoven, meenden toen serieus dat zij aan het Nederlandse volk verplicht waren een zekere mate van medewerking aan de bezetter te geven, om erger te voorkomen. Je moet daarbij bedenken dat we de Kristallnacht al wel gehad hadden, maar Auschwitz-Birkenau nog niet.

Linthorst Homan wilde vrij ver gaan in zijn medewerking, terwijl De Gaay door de waarschuwingen van een wijze vader van collaboratie werd afgehouden. Vast staat dat achteraf gezien niemand erg blij geweest is met de Nederlandse Unie, terwijl in juli 1940 de meeste mensen in Nederland er eigenlijk enthousiast over waren.

Ideologisch
J.A.A. van Doorn zag Hitler als een linkse politicus en vanuit zijn definitie van links en rechts is daar wel wat voor te zeggen. De communisten waren utopisten – net als de nationaalsocialisten – en beide systemen waren totalitair. Maar dat betekent niet dat de samenleving die Hitler voor ogen stond veel gelijkenis vertoonde met de utopieën van Stalin of Mao. De gelijkenis zat meer hierin, dat geen van drieën erg kieskeurig was in de middelen waarmee hij zijn utopie wilde verwezenlijken.

Als Hitler de oorlog had gewonnen en tijd van leven had gehad, dan was uit zijn revolutie een samenleving voortgekomen die verder van ons afgestaan zou hebben dan zelfs de DDR of de Sovjet Unie. Het communisme in zijn Stalinistische vorm was door zijn evidente economische gebreken van het begin af tot mislukken gedoemd. Stalin’s Rusland zou hoe dan ook geen lang leven hebben gehad. Maar Hitler’s samenleving had kunnen werken. Het was geen plezierige samenleving geworden. Niet voor degenen die niet tot zijn uitverkoren volk hadden gehoord, niet voor buitenlanders, en vooral niet voor joodse Duitsers en Europeanen. Maar waarschijnlijk voor veel van zijn uitverkorenen ook niet. U moet daar Sebastian Haffner eens over lezen.

In de Sovjet Unie week de praktijk van Stalin af van het ideaalbeeld dat de oorspronkelijke communisten voor ogen had gestaan. Dat ideaalbeeld stond eigenlijk vrij dicht bij de welvaartsstaten die na de Tweede Wereldoorlog in West-Europa zijn ontstaan[1] en die nu door de globalisering van de economie en door de massale immigratie uit armere landen weer op de tocht is gekomen. De humanistische uitgangspunten, de mensenrechten, de democratie, maar vooral de hoge waarde die aan het individuele menselijk leven wordt toegekend, die had het communisme in oorsprong met de westerse democratieën gemeen. In theorie zeker.

Economisch
Het verschil tussen West en Oost-Europa in de tijd van de Koude Oorlog zat in de ondernemingsgewijze vrije productie aan de westerse kant en de planeconomie aan de communistische. En natuurlijk ook in de methoden die men toelaatbaar achtte ter bescherming van een door het buitenland bedreigde samenleving. Maar die methoden waren in de Sovjet Unie als tijdelijk bedoeld.

De repressie van Stalin is in veel opzichten een systematische uitwerking van het soort maatregelen die men in het Westen genomen heeft sinds 9/11 en die men geoorloofd acht ter bestrijding van het terrorisme.

Hitler gebruikte niet alleen andere middelen, hij had ook totaal andere ideeën. Hij had helemaal niets met het humanisme en met de democratie. Zijn mensbeeld was niet rationeel en humanistisch, het was etnisch[2].

Hij streefde geen wereldsamenleving na, maar een verzameling van elkaar bestrijdende en beconcurrerende culturen. Wel met een ondernemingsgewijze productie, die heel goed in zijn socio-darwinistisch wereldbeeld paste. Hij had daarnaast een goed economisch inzicht en op dat terrein ook voortreffelijke adviseurs, zoals Hjalmar Schacht en Walther Funk. Ook goede uitvoerders zoals Albert Speer. Hij zag in dat een moderne economie niet van boven af kon worden gedirigeerd. De vorm van samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven, die bij ons tegenwoordig het Rijnlandmodel wordt genoemd, staat niet zo ver af van de Duitse economie zoals die onder Hitler in Duitsland functioneerde[3].

De samenleving
In Hitler’s samenleving was geen plaats voor gehandicapten, anders dan voor oorlogsveteranen. De inrichtingen met ongelukkig geboren kinderen werden leeggehaald en de bewoners werden ter dood gebracht lang voor er sprake was van het systematisch vermoorden van joden[4].

Joden en zigeuners werden beiden gezien als groeperingen die parasiteerden op een gezonde samenleving en de joden zag Hitler bovendien als etnische concurrenten. Zij konden naar zijn inzicht om die reden in Duitsland niet worden getolereerd. Het lijdt geen twijfel dat eenzelfde lot op den duur de beroepswerklozen zou hebben getroffen, de zwervers, junks en anderen asocialen.

Iedereen die in de ogen van Hitler niet hielp om de kar te trekken stond op de nominatie om uit de samenleving te worden gebannen, waar nodig met dodelijk geweld.

In Het Bureau van Voskuil komt een Duitse schrijfster voor die pleit voor het uit de gemeenschap stoten van luie mensen, die de voortgang van de samenleving remmen. Voskuil noemt dat in een boekbespreking nationaalsocialistisch en hij heeft gelijk. De rücksichtslose voorrang van de belangen van de samenleving boven die van het individu, die was kenmerkend voor de leer van Hitler. Hij eiste van zijn volksgenoten een opofferingsgezindheid en een achterstelling van het eigen belang bij dat van de gemeenschap, waar de meerderheid van die bevolking op in ging. Men had genoeg van het individualisme en van het najagen van individuele belangen. Men was gevoelig voor een appèl op opofferingsgezindheid. Dat appèl bracht trouwens in Duitsland ook veel socialisten en communisten over de streep. De ‘gelijkschakeling’ van vakbonden en socialistische organisaties is zonder veel verzet tot stand gekomen. Nogal wat fanatieke nazi’s waren voormalige communisten en socialisten.

Het erg nationalistische jasje waarin dat appèl werd gestoken maakte het nazidom ongeschikt voor export[5], maar in Duitsland werkte het zeker. Individuen hadden bij Hitler rechten als Volksgenossen, als leden van de Duitse samenleving, maar niet als mens.

Rechters, artsen en andere sleutelfiguren uit de samenleving liet hij een persoonlijke eed van trouw aan hem zweren, waarmee hij in één klap hele systemen uit de samenleving aan zich bond. Hij eiste onderwerping van alles en iedereen aan de belangen van het Volk, zoals hij die zag. Hij was degene die leiding gaf aan de samenleving omdat het volk dat wilde en wilde men hem weg hebben dan konden ze het zeggen en dan zou hij gaan. Hij heeft dat herhaaldelijk gezegd en het lijdt weinig twijfel dat hij het meende.

Nationaalsocialisme en fascisme
Hitler had een diepe minachting voor de bourgeois samenleving en ging daarin veel verder ging dan Stalin. Zijn ethiek, als men zijn opvattingen ethiek kan noemen, week veel fundamenteler af van de humanistische en christelijk traditie dan die van Stalin. Het is bizar dat paus Pius XII dat niet gezien heeft, juist omdat Mussolini en zijn omgeving het heel goed door hadden. Na de aanvankelijke toenadering van het fascisme tot het nationaalsocialisme probeerde men zich later in Italië zo goed mogelijk van Hitler te distantiëren.

Een film als Cabaret, die overigens al een tijd vóór de oorlog speelt, geeft het kernverschil tussen Hitler Duitsland en de rest van de westerse samenleving heel goed weer. Het nationaalsocialisme wekte bij het Duitse publiek groot enthousiasme. Maar de grote aanhang, die Hitler tot het einde van de oorlog behield, bleef beperkt tot degenen die zich tot het Herrenras rekenden. De rest van Duitsland en Europa voelde er zich van het begin af aan unheimisch bij. Veel anderen beseften al lang voor de Holocaust dat met het nationaalsocialisme niet goed te leven viel.

De meerderheid van de Duitsers voelde zich veilig en geïnspireerd in hun nationaalsocialisme tot het late moment waarop voor iedereen de nederlaag onvermijdelijk was geworden. Maar een fatsoenlijk mens die zich in Nederland neerlegde bij wat hij zag als het onvermijdelijke en die toetrad tot de Nederlandse Unie, handelde tegen zijn ethische intuïtie in [6].

De breuk
Het grote verschil tussen de maatschappijopvattingen van de nationaalsocialisten aan de ene kant en de humanisten aan de andere maakt dat na de Tweede Wereldoorlog een scherpe breuk is ontstaan in de Duitse geschiedenis. De meeste boeken van Sebastian Haffner[7] gaan over het thema van de dubbele lijn die door de Duitse geschiedenis loopt. Het nationalisme, dat haar wortels heeft in het negentiende-eeuwse streven naar de ene nationale Duitse staat met Von Savigny, Mommsen en Kaiser Wilhelm II. Daarnaast was er het Kantiaanse humanisme, met Goethe en Von Jhering. Het parlement van Frankfurt stond er ergens tussen in. Hitler staat volop in de traditie van Von Savigny en Bismarck, en na de oorlog is het daarmee opeens afgelopen. Duitsland komt met een ruk terug in het spoor van het humanisme van de rest van de westerse samenleving en voor veel mensen in Duitsland en het buitenland lijkt het nu alsof het nooit anders is geweest. Maar dat is een vergissing. Hitler had de oorlog ook kunnen winnen en dan hadden we een ander Duitsland en een andere wereld gehad.


  1. Niemand heeft daar ooit bij stilgestaan geloof ik, maar de Amerikaanse samenleving van de tweede helft van de twintigste eeuw moet veel geleken hebben op wat Karl Marx voor ogen stond met zijn klasseloze samenleving, waar de werkzame mensen het voor het zeggen hadden. In de beursgenoteerde bedrijven waren het niet de aandeelhouders maar de ondernemers en CEO’s die de beslissingen namen. De Lorenzcurve was er vlakker dan elders op de wereld en in de historie, met name als men de Afro-Amerikaanse getto’s daarbij weg zou kunnen denken.
  2. Het racisme dat kenmerkend was voor het nationaalsocialisme was niet biologisch maar etnisch. Jood was iemand met meer dan een bepaald aantal joodse voorouders. Maar als joodse voorouders golden mensen die door zich zelf en hun omgeving voor joods werden gehouden en dat is dus een etnisch criterium.
  3. De Corporatieve Staatsgedachte van Brongersma was een uitwerking van dat economische model en het staat dicht bij de maatschappijopvatting van Van den Brink, de naoorlogse minister van economische zaken die daar met de oprichters van de PvdA, in het gijzelaarskamp in St. Michielsgestel, over discussieerde.
  4. Hierin stond Hitler Duitsland niet alleen in Europa. Ook in Scandinavië werd eugenetica toegepast en niet zo lang geleden kwam de vraag in Nederland aan de orde of iets dergelijks had plaats gevonden in een inrichting voor gehandicapte kinderen in Heel bij Roermond.
  5. Wat Nederland en de Scandinavische landen betreft moet men er rekening meer houden dat Hitler die als Brudervölker zag en er vooral in de eerste oorlogsjaren relatief voorzichtig is opgetreden.
  6. Gaius de Gaay Fortman (Papa Gaay) hoorde tot de grote groep jongeren aan het begin van de oorlog die meenden dat het pleit door de Duitsers al was beslist. Zijn vader had een gevoeliger ethische intuïtie en heeft hem er vanaf gehouden. De volgelingen van De Quay, Linthorst Homan en Einthoven zijn in feite door de gong gered. De Duitsers verboden de organisatie voor zij zich onherstelbaar hadden kunnen encanailleren.
  7. Sebastian Haffner (Berlijn, 27 december 1907 – Berlijn, 2 januari 1999), is het nom de plume van Raimond Pretzel.

Dit essay verscheen eerder op het Blog van Toon Kasdorp

4 reacties

  1. G. Gonggrijp schreef:

    Werkelijk een paar interessante waarnemingen. Dat Hitler de joden alleen als parasieten en etnische concurrenten zag gaat echter voorbij aan het sluitstuk van zijn ideologie, de volksgemeenschap. Die zou in een klap een eind maken aan zowel de klassenstrijd als aan de negatieve aspecten van het kapitalisme. In dat concept waren de joden én de dragers van het verderfelijke marxisme én van het “graaiende” kapitaal, wat dan weer heel wat anders was dan het “scheppende” kapitaal. Binnen het concept voldeed zelfs een kapitalist als Krupp aan de “A” van NSDAP, arbeider dus.
    De tweefrontenoorlog vanaf 1941 tegen de westelijke geallieeerden en de Sovjet-Unie kon in de propaganda dan ook worden voorgesteld als een uitvergroting van deze worsteling op wereldschaal.

  2. Jantje schreef:

    Erg interessant stuk. Over de paus wil ik nog wat zeggen. Kan het zijn dat de paus in het kamp van De Gaay Fortman, Linthorst Homan, De Quay en Einthoven zat? De “weldenkende mensch” zeg maar oftewel de SJW’s van tegenwoordig?
    De huidige paus verloochend het Christendom immers ook voor de islam, want dat zal zo kwaad toch niet zijn als je een beetje meegeeft?

  3. Hannibal schreef:

    @Toon, G. Gonggrijp
    Wat ik hier bijzonder interessant aan vind is dat het element van die volksgemeenschap in zekere zin een sterkere link tussen communisme en nazisme toont door de wijze waarop de weg naar de toekomst moet worden georganiseerd, dan de sociaal-socialistische elementen die beide eveneens kenmerken. Ik ben al enige tijd van mening dat het collectivistische element als belangrijke zelfstandige politieke drijfkracht sterk wordt onderschat, en deze analyse steunt dat impliciet.

  4. Cool Pete schreef:

    Heel goed en zeer leerzaam artikel. De duidelijke verwoording en de verantwoorde denkwijze bij de onderbouwing, zijn zeer te waarderen.
    Het artikel geeft een goed overzicht en inzicht in het onderwerp.
    Artikelen als dit zouden op middelbare scholen en op universiteiten, in de lessen bestudeerd moeten worden.

    Een opmerking moet ik maken: “het soort maatregelen die men in het Westen genomen heeft sinds 11-9-2001 en die men geoorloofd acht ter bestrijding van het terrorisme”,
    in enigerlei vergelijking brengen met de repressie van Stalin, is een schadelijke blunder.
    Stalin’s repressie was een binnenlandse, totalitaire massa-moord op tegenstanders en
    onwelgevallige bevolkings-groepen: conto: tientallen miljoenen slachtoffers.
    Die controle-maatregelen van het Westen sinds 9-11 daarmee in verband brengen, is onzinnig.
    En Westerse militaire acties in het Midden-Oosten daarmee in verband brengen, is
    ongegrond. Saddam Hussein was een van de gruwelijkste dictators en massa-moordenaars van de 20ste eeuw; Osama bin Laden was een van de gevaarlijkste terroristische leider ooit; ook ayatollah Khomeny verklaarde openlijk de islamitische
    oorlog aan het Westen; enz.
    Die islam, verkondigt zelf: vijandig te staan tegenover alles en iedereen, die/dat niet islamitisch is, en dat alle middelen geoorloofd zijn dat te bereiken. Dit brengt die
    leer dan ook al 1400 jaar in de praktijk: conto: honderden miljoenen slachtoffers:
    van Midden-Oosten, Zuid-Europa, Iran, Midden-Azie, Indiase continent, t/m tegenwoordig
    strijd verspreid over zo’n beetje de halve wereld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *