DE WERELD NU

Oorzaak en gevolg

oorzaak en gevolg 3

De Modale Structuur van het Juridisch Oorzakelijkheidsverband van Dooyeweerd is een mededeling van de KNAW en telt maar 48 bladzijden. De belangrijkste niet-religieuze gedachten van de gereformeerde filosoof Dooyeweerd zijn er op een overzichtelijke manier in verwerkt.

Wijsgerig en staatkundig is D. een antirevolutionair. Hij zet zich af tegen de ideeën van de verlichting en met name tegen de individualistische en deterministische elementen daarin. Hij acht het zinloos om zaken buiten hun juiste verband te beoordelen, zoekt dus eerst dit verband of context en noemt die een modaliteit. Een modaliteit is in zijn terminologie dus een verband van waaruit de werkelijkheid wordt bekeken.

Het recht beziet hij als een autonome wijze van het interpreteren van de werkelijkheid, als een terrein van menselijke actie, een van een gemengd normatief-feitelijke aard. De juridische oorzaakleer acht hij alleen begrijpelijk voor zover die eerst is ingepast in de juridische modaliteit. Het heeft geen zin om eerst met een zuiver fysisch oorzaakbegrip de feiten vast te stellen om deze vervolgens aan de hand van rechtsnormen te gaan beoordelen. Al bij het kiezen van de feiten en het leggen van de verbanden daartussen maakt iemand rechtskeuzes. Alleen binnen de “rechtsmodaliteit” kunnen feiten en normen hun juiste plaats krijgen en kan het onderscheid zinnig worden gemaakt. Aldus Dooyeweerd en hij heeft gelijk.

D. heeft zijn eigen begrippenapparaat en redeneert daarbinnen strikt logisch en formeel. Dat maakt hem voor een buitenstaander moeilijk leesbaar tot hij zich duchtig heeft ingelezen, maar gelukkig heeft hij de man de goede gewoonte om voorbeelden te geven ter illustratie van zijn stellingen.

De bijdragen van D. aan de rechtsfilosofie vind ik persoonlijk interessanter dan die van Rawls en bovendien is zijn modaliteitenleer, wat men er verder ook van moge denken een verrijking van de epistemologie, ook buiten de grenzen van de rechtsfilosofie.
De hiernavolgende beschouwing over een aantal filosofische begrippen is door Dooyeweerd geïnspireerd en ik geef haar bij wege van voorbeeld en toelichting.

Waarheid is een van die woorden waaraan, al naargelang de context of modaliteit, verschillende betekenissen worden toegekend, maar die als begrip eigenlijk alleen in de morele context een duidelijke omlijnde betekenis heeft. Waarheid is een kenmerk van uitspraken. Iemand spreekt de waarheid als hij niet liegt. Hij liegt als hij bewust zaken anders voorstelt dan zij zijn. Waarheid en oprechtheid kenmerken de mensen die leugens achterwege laten. In feite zou onwaarheid of leugen het positieve begrip horen te zijn en waarheid het negatieve..

Waarheid wordt in filosofische zin wel gebruikt in de betekenis van “in overeenstemming met de feiten”. Dat is niet zo zinvol omdat het betekenis geven aan feiten of het in een verband plaatsen van feiten mede de overeenstemming bepaalt tussen feiten en uitspraak. In de filosofische terminologie is waarheid daarom een relatief begrip, maar in morele zin is het dat niet.

Waarheid wordt ook in metafysische zin gebruikt en betekent dan iets als een hoge ethische kwalificatie van een boodschap. Ik ben de weg, de waarheid en het leven zegt Jezus van Nazareth[1] en doelt daarmee op het gezag en de kwaliteit van de boodschap die hij brengt. Daar ligt de betekenis nog dicht bij de morele waarheid, maar in de mystieke context betekent het toch hoofdzakelijk dat een uitspraak zich niet voor argumentatie leent en op gezag van de spreker moet worden aanvaard. Meer een kwaliteit van de spreker derhalve dan van de uitspraak of van de feiten uit de boodschap.

Of mensen een vrije wil hebben is een vraag die zowel in de morele, in de filosofische als in een biologisch-wetenschappelijke modaliteit thuis hoort en die een belangrijk snijpunt is tussen die aspecten van de werkelijkheid.

Deterministen gaan uit van het standpunt dat gegeven een volledige kennis van de omstandigheden iedere gebeurtenis voorspelbaar is. Iedere gebeurtenis is immers afhankelijk van voorafgaande gebeurtenissen en van de relaties tussen gebeurtenissen en andere feiten. Bij een volledige kennis van zaken zou het verschil tussen verleden, heden en toekomst geen rol meer spelen en wordt alles duidelijk. Andere filosofen gaan ervan uit dat toeval en onvoorspelbaarheid aspecten zijn van de werkelijkheid en dat er binnen het gegeven kader van feiten en gebeurtenissen altijd of meestal meer mogelijkheden zijn dan één. Een van die mogelijkheden wordt “gekozen”, dat wil zeggen: gerealiseerd en bepaalt dan mede de toekomstige constellatie, die dan anders is dan bij een andere keuze het geval zou zijn geweest. Binnen de gemaakte keuze zijn dan steeds weer nieuwe keuzes mogelijk, zodat daarmee het aantal mogelijke toekomstige constellaties van gebeurtenissen oneindig wordt. Keuze is hier gebruikt in de betekenis van gerealiseerde mogelijkheid die voor de realisatie naast andere bestond en keuze sluit als begrip het determinisme uit.

Of er sprake is van een bewuste keuze is de daarop aansluitende vraag, waarvan de beantwoording van belang is voor het vraagstuk van de vrije wil.

In de cognitive science, die in Nederland in opkomst is en in de VS de oudere wetenschap van de psychologie aan het vervangen is, wordt aan de bewuste vrije wil getwijfeld[2]. Men lijkt er naar te neigen dat de bewuste keuze vaak een rationalisatie achteraf is en dat de keuzes in de zin van gerealiseerde mogelijkheden zelf worden bepaald door interne of externe omstandigheden. Die opvatting laat nog wel ruimte voor de vrije wil maar beperkt de praktische betekenis ervan.

Mij lijkt dat het maken van concepten en het doelbewust tot stand brengen van nieuwe constellaties van feiten en gebeurtenissen volgens een voorafgaand plan kunnen worden aangemerkt als het uitoefenen van een vrij wilsbesluit, maar hierin krijgt het begrip vrije wil een specifieke en technische betekenis. Biologisch lijkt wel vast te staan dat van een soevereine en vrije mens, die ten aanzien van alles in vrijheid zijn keuze bepaalt geen sprake kan zijn. De vraag die overblijft is of hij zelf verantwoordelijk is voor de keuzes die in zijn leven worden gemaakt voor zover die anders blijken te zijn dan door kansberekening zou zijn te verklaren. In die zin zou er dan nog sprake kunnen zijn van vrije wil en de mens is dan niet geheel een speelbal van het toeval maar een combinatie van toeval en van eigen besluiten. Maar hoe dan ook, van determinisme in de zin van volledige voorspelbaarheid kan geen sprake zijn, ongeacht of mensen een vrije wil hebben of niet. Ook als keuzes niet door de mensen zelf maar door de omstandigheden worden bepaald of door een combinatie van beide, blijft hun handelen onvoorspelbaar.

Er is nog een andere reden waarom determinisme geen houdbaar filosofisch systeem is.
De begrippen oorzaak en gevolg zijn geen zuivere begrippen, zoals onder meer Hume heeft aangetoond. Zonder die begrippen kunnen we het niet stellen, want om überhaupt te kunnen handelen moet we een idee hebben hoe het resultaat van handelen voortkomt uit het voornemen daartoe. Oorzaak en gevolg als begrippen zijn daarom onmisbaar, ze zijn verbonden aan menselijk handelen, ze hangen waarschijnlijk, zoals Francis Bacon suggereerde, verder samen met de gebrekkige manier waarop wij als mensen de dingen nu eenmaal waarnemen[3].

Dat er als natuurwet wel iets moet bestaan wat lijkt op oorzaak en gevolg valt moeilijk te ontkennen, maar zeker is het dat ons begrippenpaar oorzaak en gevolg niet met die natuurwet samenvalt. De relatie tussen natuurlijke fenomenen is veel vaker die van een ingewikkelde onderlinge verknochtheid dan dat de een volkomen door de ander wordt bepaald. Hoe dan ook, handelen als intermediair tussen plan en uitvoering heeft zelden exact het geplande gevolg, het resultaat vloeit er uitsluitend ongeveer en dan nog alleen met een zekere waarschijnlijkheid uit voort, maar meestal is dat wel genoeg om praktisch bruikbaar te zijn.

Oorzaak en gevolg zijn daarom praktische concepten die streng wetenschappelijk gezien niet houdbaar zijn.

Meestal zijn er meer “oorzaken” voor een en hetzelfde gevolg en vaak ook bestaat er wel achteraf een oorzakelijk verband tussen twee fenomenen, maar heeft de aanwezigheid van de oorzaak vooraf geen, of slechts een onduidelijke voorspellende betekenis ten aanzien van het gevolg. Zijn daarentegen oorzaak en gevolg al van te voren vast aan elkaar verbonden, in de zin dat voor iedere a een b volgt en er voor iedere b één en slechts één voorafgaande a is, dan zijn het twee aspecten van hetzelfde fenomeen.

Oorzaak en gevolg zijn temporele begrippen in de zin dat oorzaak altijd eerst komt en gevolg later, maar historisch is iets wat eerst gevolg was vaak later weer oorzaak en soms bestaat er een kettingverband, waarbij oorzaak en gevolg elkaar afwisselen als kip en ei.

De constatering dat gevolgen meestal slechts met een zekere waarschijnlijkheid optreden als een oorzaak zich heeft voorgedaan en dat pas achteraf met zekerheid het verband kan worden vastgesteld, heeft geleid tot het ontwikkelen van het begrip “probalistische oorzaak”, waarschijnlijkheidsoorzaak dus. Het is de vraag of hierdoor veel winst is geboekt. Oorzaak en gevolg worden hiermee tot statistische begrippen, met alle mogelijke verkeerd gebruik dat van het leggen van statistische verbanden kan worden gemaakt. Het concept “waarschijnlijkheidsoorzaak” mist bovendien het praktische karakter van het klassieke oorzakelijkheidbegrip omdat, zoals bijvoorbeeld Ellery Eells opmerkt in zijn Probabilistic causality[4], er een waarschijnlijkheidsoorzaak aanwezig kan zijn zonder dat er ooit in de praktijk een gevolg is opgetreden of zelfs maar kan optreden.

Als probabilistische oorzaak geldt ieder fenomeen dat de waarschijnlijkheid van het optreden van een ander fenomeen met een meetbare hoeveelheid verhoogt. Een statisticus kan U vertellen dat de meetbaarheid van een effect vaak afhangt van de gekozen parameters en dan slechts een beperkte betekenis heeft.

Misschien dat een ruimer begrip nodig is dan de temporeell lineaire causaliteit. De begrippen eerder en later hebben in een relativistisch universum immers niet langer een absolute betekenis, maar slechts een relatieve, als onderdeel van een reeds aanwezig ruimtelijk verband. Misschien dat in plaats van oorzaak het begrip voorwaarde beter zou voldoen. Dat zou in elk geval het teleologische element in het begrip oorzaak uit de wereld helpen en meer ruimte scheppen voor de veelvoudige oorzaak. Voor de puur teleologische oorzaken en gevolgen zou het begrip opzet gericht op het gevolg kunnen worden gehanteerd.

De praktische concepten oorzaak en gevolg zijn ontwikkeld om een aantal redenen, waarvan de belangrijkste zijn:

  1. het voorspellen van gevolgen, iets wat onder omstandigheden een kwestie van levensbelang kan zijn voor de waarnemer;
  2. het tot stand brengen van gevolgen, hetgeen onder meer nodig is bij het vervaardigen en repareren van zaken;
  3. het toemeten van verantwoordelijkheden, om daderschap vast te kunnen stellen;
  4. het verklaren van gebeurtenissen.

Voor de eerste drie doelen zijn alleen de relevante gevolgen en de relevante oorzaken van belang en om die reden waarschijnlijk is in het begrip oorzaak en gevolg een intentioneel, of teleologisch element geslopen, waardoor in juridische zin oorzaak bij het vaststellen van daderschap vaak moeilijk los te maken is van het begrip opzet. Iets is voor een dader pas een relevante oorzaak als het gevolg gewenst of in elk geval voorzienbaar en dan acceptabel was. Gebeurt iets dat voor de dader niet te voorzien was, maar dat voor een deskundige een onvermijdelijk of zeer waarschijnlijk gevolg is, dan heeft dat gevolg voor de “veroorzaker” het karakter van een risico in juridische zin en is het even zinvol hem met de gevolgen in verband te brengen als bij ieder andere “act of God”.

Voor het vierde aspect, de verklaring van fenomenen is intentionaliteit een verstorende factor. Het toekennen van een bedoeling aan iemand of het veronderstellen van een dader met een bedoeling introduceert een element in een wetenschappelijke verklaring van fenomenen dat daar niet in thuis hoort.

We zijn gewend te denken in binaire logica en in enkelvoudige causaliteit. Dat er op een vraag maar twee antwoorden mogelijk zijn komt zelden voor en meestal is het een retorische truc. Degene die de vraag stelt wil een hem passend antwoord en beperkt de overige alternatieven tot één, singulier onaantrekkelijke.

Enkelvoudige oorzaken vallen samen met hun gevolg of worden daar logisch door geïmpliceerd en in dat geval is onderscheid tussen oorzaak en gevolg maar beperkt zinvol. Van een zinnig onderscheid is pas sprake als er meer dan een oorzaak is voor hetzelfde fenomeen dat als “gevolg” wordt aangeduid. Een dergelijk gevolg is bij toekomstige gebeurtenissen nooit zeker, maar alleen in meerdere of mindere mate waarschijnlijk, terwijl dat anders ligt als we over oorzaken en gevolgen uit het verleden spreken.

Bij vergelijking van de meervoudige oorzaken kan de meest belangrijke, of de meest onmiddellijke worden onderscheiden van de rest. Ieder “gevolg” heeft eigenlijk een netwerk van oorzaken en waarschijnlijk is alleen daarom al het hele begrip oorzaak, met zijn associatie van enkelvoudigheid, gebrekkig. Het is een praktisch begrip voor het normale spraakgebruik, maar niet voor wetenschappelijke doeleinden. Men zou voor de wetenschap naar een begrip moeten zoeken dat meer congruentie vertoont met de werkelijkheid en het oude begrip causa laten schieten.

In het juridisch taalgebruik wordt causa onderscheiden van opzet. Causa is dan datgene wat het juridisch relevante gevolg feitelijk heeft teweeggebracht, buiten de wil van de dader om en opzet is diens op het gevolg gerichte wil. In de praktijk kan er geen opzet zijn zonder causa in de zin van waarschijnlijk gevolg van een handelen of nalaten.
Het probleem van de meervoudigheid van de oorzaak lossen de juristen op door te spreken over de adequate, dat wil zeggen meest relevante oorzaak of over de meest nabije oorzaak, de causa proxima.

Bij een moord door middel van defenestratie is het uit het raam vallen van het slachtoffer zowel de meest nabije als de relevante oorzaak van diens dood en blijkt de opzet van de dader uit het plan om het slachtoffer om het leven te brengen door hem uit het raam te gooien.

Het is evident dat er hier sprake is van een gedachteconstructie waarin een onderscheid tussen opzet en oorzaak wordt gemaakt, maar dat zij feitelijk samenvallen: als vaststaat dat A zijn slachtoffer B uit het raam heeft gegooid met dodelijk gevolg, wordt aan het ene aspect van de daad door een waarnemer het kenmerk opzet en aan het andere oorzaak gegeven, maar het feitelijk gebeuren is enkelvoudig. Zonder opzet was er bij dit voorbeeld ook geen adequate veroorzaking geweest. Was er geen plan geweest het slachtoffer uit het raam te gooien, zoals de getuigen meenden, maar had daarentegen de verdachte juist geprobeerd om een zelfmoord van het slachtoffer te voorkomen, dan was zijn handeling geen oorzaak geweest, of althans geen adequate. De feitelijke waarneming van de gebeurtenis was in beide gevallen dezelfde geweest.

In andere wetenschappen dan de juridische is oorzaak ook een verwarrend begrip. Wanneer iemand ziek wordt dan komt dat omdat hij met een bacterie of virus besmet is. Die besmetting is dan de oorzaak. Vaak is hij al langer drager van het ziekteverwekkende organisme, maar is door omstandigheden zijn weerstand tijdelijk verminderd, zodat hij ziek wordt terwijl hij anders gezond zou zijn gebleven. In dat geval zijn de omstandigheden die de weerstand ondermijnen de werkelijke oorzaak. Zulke omstandigheden zijn bijvoorbeeld een opgelopen trauma of een periode van slapeloosheid.

Toch kan de een bij dezelfde omstandigheden die bij een ander ziekte veroorzaken gezond blijven, omdat hij een andere genetisch aanleg heeft die hem onder de omstandigheden in staat stelt de ziekte te onderdrukken. De een gaat aan de ziekte dood terwijl de ander door adequate medische hulp overleeft. In dat geval is het ontbreken van medische bijstand de oorzaak van het overlijden, maar ook de genetische aanleg, de slaapdeprivatie en de besmetting. In de medische wereld pleegt men de oorzaak te zoeken op het terrein waar men medisch hulp kan bieden. Kan men het virus of de bacterie bestrijden dan is dat de oorzaak.

Kan men de weerstand verhogen dan is het gebrek aan weerstand de oorzaak en hebben we over enige tijd een werkzame gentherapie dan zal het genetisch defect als oorzaak worden aangemerkt. Ook medisch zou het begrip oorzaak vervangen kunnen worden door iets anders en effectievers, bijvoorbeeld door het begrip aanknopingspunt voor therapeutisch ingrijpen, waarvoor de medici dan maar een term moeten verzinnen.

Niet dat daarmee het begrip oorzaak zou worden uitgebannen, het zit daarvoor op een te elementair niveau in onze spraak- en gedachtewereld. Iets maken of doen is iets veroorzaken en zonder doen of maken is de samenleving niet goed denkbaar, maar oorzaak is een sociaal en geen wetenschappelijk begrip en als het laatste zou het eigenlijk moeten worden uitgebannen. Aangezien het begrip determinisme van het begrip oorzaak afhankelijk is zou daarmee meteen ook het determinisme als leer worden uitgebannen.


  1. In Johannes 14-6.
  2. Dick Swaab, Wij zijn ons brein, 2010, uitgeverij Contact. hoofdstuk 18.
  3. Zie Francis Bacon, Novum Organon, Boek I Aphorismen 39-68.
  4. Cambridge University Press, 29 mrt. 1991

Dit essay verscheen eerder al op het Blog van Toon Kasdorp

3 reacties

  1. Dick Ahles schreef:

    In 1970 begonnen aan mijn studie Politicologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. In dat jaar moest je als aankomend student nog een verklaring ondertekenen waarin de (gereformeerde) grondslag van de VU werd ‘gerespecteerd’ of ‘instemde ik kan mij de precieze formulering niet meer herinneren.

    In het eerste jaar zal voor alle VU-studenten een (massaal) hoorcollege (afgesloten met een schriftelijk examen) over het ‘wetsidee’ van Dooyeweerd. Ik kan mij van de de inhoud niet veel meer herinneren, wel dat ik op zich onder de indruk was van de wijze waarop iemand zo consequent een ‘idee’ kan uitwerken in een samenhangend stelsel van uitspraken. Maar goed het was één van de eerste kennismaking van mij met wetenschappelijk,, of beter universitair, redeneren. Verder werd Dooyeweerd (ook als je het niet inhoudelijk met hem eens was) afgeschilderd als één van de weinige oorspronkelijke Nederlandse denkers. Een indrukwekkende man/leer dus, die overigens voor mij over dingen ging waar ik geen enkele affiniteit mee had.

    Dat het ook over ‘oorzaak’ en ‘gevolg’ ging is mij toen helemaal ontgaan, jammer, want later in mijn interesse voor methodologie, AD de groot en Popper wel een onderwerp wat steeds tot grote innerlijke ‘verwarring’ aanleiding gaf.

    Daarom heel blij met dit doorwrochte artikel van Kasdorp. Dank daarvoor.

  2. Der Ganzomsonst schreef:

    Vanuit mijn veld, de techniek, geredeneerd kom ik tot een andere visie op oorzaak en gevolg.
    Mij is gebleken dat er vrijwel altijd een enkelvoudig lineair verband bestaat tussen oorzaak en gevolg.
    Daarbij dient men het volgende te onderscheiden.

    a) Verschijnselen die dezelfde oorzaak hebben, maar niet tot het gevolg leiden.
    b) Omstandigheden die het gevolg zichtbaar maken maar niet veroorzaken.

    Wanneer deze twee categorieën goed te isoleren en te meten zijn, is nadere analyse heel verleidelijk.
    Categorie a) kan behulpzaam zijn maar leidt niet zelden tot een dwaalspoor.
    Categorie b) leidt vrijwel zeker tot een dwaalspoor.

    Wanneer er gerept wordt van complexe oorzaken, dient men zich twee zaken af te vragen.

    1) Dient het om het onvermogen van de onderzoeker te maskeren?
    2) Bevat het een verzameling dwaalsporen waar men geen afstand van kan nemen?

  3. Cool Pete schreef:

    Belangrijk artikel.

    Het wijzen op OORZAAK & GEVOLG is ongelofelijk belangrijk.
    Helder denken en analyseren; uitputtend, tot op de bodem.
    Elke stap moet betekenis-vol, gegrond en aantoonbaar zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *