DE WERELD NU

Homo homini Lupus

Collectieve ontlading

Ik heb er lang over gedaan, om me een beeld te vormen wat ik zelf nu eigenlijk vindt van ritueel slachten.

Ik kan me zowel bij de voorstanders als tegenstanders van een verbod hun positie indenken, hoewel het me persoonlijk tamelijk koud laat. Het is een emotioneel debat, dat afwisselend met emotionele en semi-objectieve argumenten wordt gevoerd. Van beide zijden, en dat maakt het eigenlijk tot een Gordiaanse knoop. En wie bekend is met het verhaal van de Gordiaanse knoop, begrijpt dat de uitkomst van dit debat bij lange na niet iedereen tevreden zal stellen. En dat dat ook niet kan. De verliezers zullen zich gekwetst voelen in hun diepste overtuiging, en de winnaars zullen niet verder komen dan een ongemakkelijk gevoel van opluchting. Ongemakkelijk, omdat welk besluit ook genomen wordt, dit op termijn kwetsbaar is voor een verandering in de publieke opinie.

Enerzijds zijn er de joodse en islamitische geloven, die bepaalde rituelen voorschrijven voor de religieus acceptabele slacht van vlees. Diepgewortelde tradities. En diepgewortelde tradities van religieuze groeperingen laten zich niet veranderen door een nieuwe wet, door wie dan ook uitgevaardigd. In hoeverre verdoving van het te slachten dier het opperwezen al dan niet verschillig laat lijkt me een niet te bewijzen punt. Ten tijde van de eerste slachtvoorschriften van de betrokken religies was verdoving geen optie, omdat de techniek daartoe niet toereikend was. In dat verband zou je van de religieus betrokkenen kunnen eisen zich te verdiepen in de verworvenheden van de moderne techniek. Dat dat geen optie is die snel kan worden toegepast, wordt zoals altijd het best geïllustreerd door het klassieke verzet van de katholieke kerk tegen nieuwe wetenschappelijke kennis. Galileo Galileï, en zo.

De voorstanders van een verdoving voor de slacht stellen dat het er vooral om gaat, het lijden van het dier zoveel mogelijk te verminderen. De zieligheidsfactor die hierbij speelt, is ooit treffend getypeerd door Hugo Brandt Corstius in een vergelijkbaar debat over het lijden vissen aangedaan door sportvissers. Naar de geest geparafraseerd:

het leed kan de dierenvriend au fond niets schelen: het doet hèm pijn, als hij ziet hoe een vis bij zijn bek uit het water wordt gesleurd. (uit Vis Tragica, in Denk Na, Querido 1988)

Dit is in essentie waar het bij de discussie over al dan niet verdoofd slachten om gaat.

Mensen zijn tegenwoordig veel te beschaafd om nog hun eigen vlees te slachten. De smid hier even verderop slacht zijn eigen konijnen, wat ik een raar en ook wel naar idee vind. Ik herinner me nog mijn eigen afschuw, toen ik in een toen nog communistisch land een nog warme kip te plukken kreeg, waarvan het laatste stukje hals nog ietwat bloederig, zonder kop, aan het lijf bengelde. Ik kreeg het ’s avonds niet door mijn keel. Een typisch geval van overbeschaving, want ik ben een enthousiast vleeseter, en verwacht dat te blijven.

Alles overdenkend kwam er echter een ander denkbeeld bij mij op. Naar ik mij herinner, was juist de grote aanjager van dit debat, de Partij voor de Dieren, nog niet zo lang geleden een groot tegenstander van het bijvoederen van dieren die dreigden te verhongeren in de Oostvaardersplassen. Dat was niet natuurlijk. Een sterk punt, voor wie een natuurlijke ecologie voorstaat, maar desalniettemin bekroop mij het gevoel dat juist in dat debat de posities diametraal gewijzigd waren. Van beide partijen, overigens. En inderdaad had de PvdD naar mijn idee een punt.

Resteert dus de vraag, hoe komt een dier gemeenlijk aan zijn einde in de vrije natuur? In een gezonde ecologische situatie is de voedselpiramide het leitmotiv. De dieren die nu worden gebruikt voor een rituele geslacht, zouden eigenlijk door wolven moeten worden verscheurd. Want dieren die niet aan de top van de voedselpiramide staan en van ouderdom sterven, zijn in de natuur extreem zeldzaam.

Gaat dat verscheuren pijnloos? Verdoofd? Natuurlijk niet. Het normale einde van een dier is in de volle natuur een stressvolle gebeurtenis. Ik zie niet in, waarom de rituele slacht, zoals door de verschillende geloven wordt uitgevoerd, wreder is dan het leven in de natuur. En dat het de dierenvrienden geestelijk pijn doet, dat moet dan maar. Ook dat, is het dagelijks leven.