DE WERELD NU

Debat – Theoterrorisme? – Sid Lukkassen ziet er weinig in

Theoterrorisme 4

Is de term theoterrorisme geschikt voor religieus geïnspireerd geweld? Heeft het gevolgen; past het binnen maatschappelijke ontwikkelingen?

Het artikel van David Pinto zaterdag blijkt voedsel te zijn voor een uitgebreider debat over de toepasbaarheid van het begrip theoterrorisme en de er uit volgende implicaties. Daarvoor geven we de komende week (of eventueel langer) alle ruimte door dagelijks een opinie van een geselecteerde wetenschapper, schrijver of opiniemaker te plaatsen. Vandaag Sid Lukkassen over het theoterrorisme en de toegevoegde waarde die het biedt.

Paul Cliteur heeft gelijk maar koopt er weinig voor

Op Veren of Lood woedt een debat over het begrip ‘theoterrorisme’. De redactie klopte aan bij ondergetekende omdat de discussie op rechtsfilosofie zou zijn gefixeerd. Een onafhankelijke scheidsrechter zou over dit debat een oordeel moeten vellen en dan ook vooral vanuit de historische en sociale aspecten. Ondertussen verdedigt Paul Cliteur het gebruik van dit begrip omdat, zo stelt hij:

“Wie veroordeeld wordt voor een strafbaar feit, dat wordt op grond van een zo precies mogelijke beschrijving van hetgeen die persoon heeft gedaan. Inclusief zijn motivatie.”

Het gaat Cliteur dus om zo exact mogelijk te definiëren wat de misdaad is met inbegrip van de onderliggende motivatie. Zijn opponenten David Pinto en Wim van Rooy vinden de term theoterrorisme echter te breed en te vaag. In de praktijk worden aanslagen negenennegentig van de honderd keer gepleegd in naam van de islam, dus vanuit jihadistische motieven. Cliteur zou de discussie verwateren door hier ook andere religies bij te betrekken. Bovendien zou religieus gemotiveerd geweld veel makkelijker te legitimeren zijn met de koran in de hand dan met de bijbel.

Als we over dit debat een onafhankelijk scheidsrechtersoordeel moeten vellen, dan stuiten wij op twee moeilijkheden, die ik in deze verhandeling zal toelichten. De kwestie lijkt zeer helder voor de geest te staan, het artikel van Cliteur is logisch sluitend en leest vlot weg. Het bevat geen onduidelijkheden waarin de auteur redeneerfouten zou kunnen verbergen; hij vermijdt ambivalenties en verduidelijkt de gebruikte begrippen. Het artikel, zie een alinea als de volgende, is intellectueel eerlijk en argumentatief coherent.

“Mijn punt is dat theoterrorisme en het religieus fundamentalisme waarop het gebaseerd is ook een lange geschiedenis heeft in jodendom en islam. Het jodendom en christendom gingen honderden en zelfs duizenden jaren ook uit van één God, met een wil, die hij voorschreef aan mensen. En het niet volgen van die wil had ook draconische consequenties. Niet alleen omdat God strafte na de dood, maar ook omdat wereldse overheden in Zijn Naam draconische straffen oplegden aan godslasteraars. Die preoccupatie van godslasteraars is dus niet alleen iets van de islam, maar dat vind je ook in de geschiedenis van het jodendom en christendom.”

De eerste moeilijkheid is dat dit debat geen debat is over de kwestie waarover het aan de oppervlakte lijkt te gaan. Is religieus geweld vanuit de christelijke en de joodse theologie te rechtvaardigen? Is dit in de geschiedenis praktisch gebeurd en speelt dit vandaag nog? Wat leren we wanneer we de antwoorden op deze vragen vergelijken met islamitisch geweld? Deze vragen zijn academisch. Maar in werkelijkheid gaat het debat over iets anders, namelijk: hoe moet de westerse wereld reageren op de islam, en ook op gewelddadige intimidatie door de islam? Welke bondgenoten zijn daarbij noodzakelijk en op welke steun kunnen we praktisch rekenen?

Oftewel Pinto en Van Rooy hebben al lang door dat ze door hun onversneden islamkritiek toch wel in de rechterhoek uitkomen en dat daar hun bondgenoten zitten. Conservatieve joden en christenen zijn nog enigszins geïnteresseerd in hun analyses en de Linkse Kerk categorisch niet. Mocht er ooit een strijd losbarsten op Europese grond dan zal het rechterkamp qua voetsoldaten en hulpbronnen tevens aangewezen zijn op christenen en joden. Bijvoorbeeld het feit dat kritische boeken over de islam, in Antwerpen doorgaans gepresenteerd worden in een conservatief joods zalencentrum, zegt veel.

Al deze praktische zaken vormen de grondstructuren van waaruit de intellectuele werkzaamheden van Pinto en Van Rooy überhaupt kunnen opkomen. Hierom is het debat dus niet zuiver academisch of een puur intellectuele exercitie, maar wordt het gedragen door wereldse belangen, zoals het niet onnodig op de tenen trappen van joodse en christelijke bondgenoten. Dit is bepalend voor de definities waartoe zij zich in hun denk- en schrijfwerk voelen aangetrokken.

Het is nobel van Cliteur dat hij hier als seculier humanist de handschoen oppakt, maar hij staat in feite tegenover een netwerk van belangen dat zijn intellectuele opponenten in staat stelt om zich überhaupt als intellectueel te kunnen manifesteren. De analyse gaat dus niet over de analyse zelf – scherper uitgedrukt bestrijkt theoterrorisme als concept meer dan de inhoud van het concept.

Puur als intellectuele kwestie heeft Cliteur in dit debat honderd procent onwankelbaar gelijk en is zijn argumentatie, zoals gezegd, sluitend. Maar praktisch gezien is dit gelijk nutteloos en hebben zijn opponenten een punt. De komende decennia zal de botsing tussen de islam en het Westen steeds meer op de voorgrond treden en zullen allerlei randdebatten qua relevantie vervagen en zich verplaatsen naar de achtergrond. Het heeft dan geen zin om te gaan haarkloven over de intolerante mankementen van de christelijke en joodse leer omdat je, onder overweldigende druk van de praktisch bestaande situatie, als seculier humanist dan samen met de christenen en joden optrekt.

Die debatten hebben hooguit nog zin om je eigen kamer binnen de ‘rechtse kerk’ af te bakenen en daarmee is dit geen empirische, maar een identitaire kwestie. Voor een uitputtende verhandeling hierover verwijs ik naar het hoofdstuk ‘Tegen het ondergangsdenken’ in mijn boek Kerkgangers en Zuilenbouwers (2018) – niet toevallig is dit tevens het lievelingshoofdstuk van prof. Cliteur:

“Een favoriet hoofdstuk van mij uit Kerkgangers en Zuilenbouwers is het vierde: ‘Tegen het ondergangsdenken’. Goed luisteren millenials, goed luisteren D66ertjes: Lukkassen is géén Spengler, niet depressief, niet wanhopig pessimistisch maar wel realistisch en strijdbaar. Zijn “nieuwe kerk” is ook geen poging een of ander cultuurchristelijk alternatief voor de hedendaagse beschavingscrisis aan te bieden. Hij gaat in dit hoofdstuk in op één van de meest extreme vertegenwoordigers van het (katholieke) christendom, namelijk de hispanist Robert Lemm.”

Tot slot nog over de tweede complicatie. De verdediging van Pinto en Van Rooy speelt zich af op theologisch terrein. Rechtsfilosofie kan hier iets over zeggen maar dan moet het eerst aannemelijk maken dat het religieuze gezag een inbreuk maakt op de wereldse, statelijke soevereiniteit – dit is voor de islam veel makkelijker hard te maken dan voor christendom. Zéker als je naar de religieuze doctrines kijkt in plaats van naar wat er in de geschiedenis feitelijk is voorgevallen. “Geef de keizer wat des keizers is, geef God wat van God is”, aldus Marcus 12.17. De discussie over in hoeverre de islam gewelddadiger is, in zijn theologische rechtvaardiging van geweld, dan jodendom en christendom, komt neer op een discussie over religieuze bronnen zoals de geopenbaarde teksten en overgeleverde tradities.

Hier is het wel een punt dat de meeste christenen het Oude Testament – dat inderdaad behoorlijk gewelddadig is – als vervallen hebben verklaard met de komst van Christus. Een christen die een gewelddadige correctie van anderen rechtvaardigt door te verwijzen naar het Oude Testament, staat een grotere intellectuele uitdaging te wachten dan een moslim die geweld rechtvaardigt met een beroep op de koran of sharia.

Laten wij de discussie bezegelen met dit citaat van René Girard uit God en Geweld (1994):

“De mensen slagen er des te beter in hun geweld uit te drijven, naarmate dit proces van uitdrijven hen niet voorkomt als iets wat zij zelf doen, maar als een absoluut gebod, het bevel van een godheid wiens eisen even vreselijk als precies zijn. Zolang er geen soevereine en onafhankelijke instantie is die zich in de plaats stelt van de benadeelde partij en zich het recht to wraak voorbehoudt, blijft het gevaar van een eindeloze escalatie bestaan.”

Oftewel als wij onze seculiere rechtsorde tegen geweld van religieuze fanatici willen beschermen, dan kunnen wij maar beter zorgen dat het geweld dat wij uitoefenen krachtiger en preciezer is.


Waarom links niet meer kan innoveren - Sid LukkassenAan deze belangrijke analyses kunt u bijdragen via BackMe – volg hier de nieuwsbrief van dr. Sid!

 

 

 

 

 

 

 

 

 


De andere bijdragen aan het Debat Theoterrorisme vindt u hier

4 reacties

  1. Neef Jansen schreef:

    De islam is een gevaar voor moslims en niet-moslims en als je dit gevaar wil analyseren teneinde ooit in staat te zijn het te neutraliseren, dan moet je je vragen stellen als: Wat motiveert moslims om allah akbar niet-moslims te verkrachten en te vermoorden? Wat motiveert moslims en bepaalde niet-moslims om te zeggen dat de islam een religie van de vrede is? Wat valt er in wetenschappelijke zin te zeggen over het ontstaan van de islam? Wat zijn wetenschappelijk gezien de algemene kenmerken van de islam? Wat is het algemene effect van islam op mensen en cultuur? Waarom wordt er zo volhardend weggekeken van het vele door islam geinstigeerde geweld? Als men zich in missiestatements, taakomschrijvingen en intentieverklaringen van westerse overheden en de EU en de Verenigde Naties, plechtig uitspreekt de vrede en veiligheid na te streven in de samenleving die men zegt te vertegenwoordigen, waarom is men dan zo achteloos in het importeren van een ideologie, namelijk de islam, die centraal in de eigen doctrine heeft staan de genocidale veroveringsoorlog jegens elke niet-islamitische samenleving? Welke massa-psychose speelt hier? Beseffen de verantwoordelijke politici dat zij zeer wel kunnen eindigen als ooit Adolf Eichmann en trawanten?

  2. Cool Pete schreef:

    Voor alle voorgaande auteurs over dit onderwerp :

    Er is maar 1 leer, het mohammedanisme, die, inhoudelijk, geweld [aan]beveelt.
    In de [uiterlijke] jihad is alles toegestaan, van bedriegen t/m massa-moorden.
    De grootste genocide ooit, hebben ze dan ook op hun naam staan :
    die in de 11e -16e eeuw in het Indiase sub-continent.

    Sinds 9-11-2001 leeft de Westers wereld in een nood-situatie,
    door hun terrorisme en ongebreidelde immigratie.

    Dit is geen academische kwestie. Maar een zaak van lijfs-behoud.

  3. BegrensEuropa! schreef:

    Dieptepsychologische indoctrinatie en al dan niet gewelddadige intimidatie zijn inherent aan het zuivere onderwerpingsgeloof dat Islam heet. Daarover bestaat weinig twijfel. De vragen die Sid Lukkassen stelt zijn: 1. kan het Westen in haar beschavingscrisis zich in voldoende mate verenigen om zich effectief teweer te stellen tegen een oprukkende islam? en 2. kan het Westen voldoende effectief juridisch tegengeweld ontwikkelen om het theoterroristische geweld te beteugelen? Immers, de rechtsstaat heeft zo haar beperkingen. Over vraag 1: het Westen is niet zozeer in crisis, maar wel enigszins verdeeld, waarbij zich het curieuze feit voordoet dat de media vooral één kant van die verdeeldheid belicht, t..w. die van de GL/D66-achtigen en zo de verdeeldheid in stand houdt. Een deel van die verdeeldheid komt voort uit de paranoia van het anti-fascisme die zich na de Tweede Wereldoorlog van een groot deel van het Westen heeft meester gemaakt met alle gevolgen voor de rechtsstaat vandien. Denk aan de onhoudbare vluchtelingenverdragen die voor elke vluchteling waar ook ter wereld gelden en waardoor Nederland onverbiddelijk onder de voet wordt gelopen, deels ten gevolge van de morele crisis waarin Duitsland, ons grootste en belangrijkste buurland, zichzelf gestort heeft. Helaas heeft Frankrijk er belang bij dat zo te houden om er zo zelf glorieuzer uit te komen. Hoe rampzalig dat zal uitpakken is overal in Frankrijk zichtbaar. Over vraag 2: Gezien de situatie zoals geschetst onder 1, is het antwoord op 2 een volmondig neen. Tenzij de problemen verder uit de pan rijzen en hier en daar op cruciale hoofden de schellen van de ogen vallen. Denk aan Plasterk (PvdA, klimaat), Bert de Vries (CDA, EU), en Henk Kamp (VVD, migratie), maar dan iets doortastender, ook al zijn ze met zijn drieen wel op kritisch op de juiste thema’s, afgekort tot MEUK (Migratie, EU, Klimaat, waarbij islam natuurlijk een belangrijk hoofdstuk onder Migratie en EU en, waarom niet, ook Klimaat is). Het gaat om wetgeving, coalitievorming, beinvloeding van belangrijke EU spelers etc. Nederland kan dit niet alleen en zal de samenwerking moeten zoeken. Daarvoor is een politieke aardverschuiving nodig. De jurdisiche oplossingen op het ene terrein hangen samen met juridische oplsossingen op de andere terreinten. Om de rechtsstaat te behouden, zal een deel van de naoorlogse ultra-optimistische rechtsstaat moeten worden opgeheven of op zijn minst (deels!) tijdelijk buiten werking worden gesteld. De mate waarin moet helder worden uitgewerkt om coalitie-politiek effectief te worden. Het al dan niet juridisch vastleggen van theoterrorisme is niet meer dan een baksteen in het te renoveren bouwwerk.

  4. carthago schreef:

    Helemaal mee eens.Voorkomen is beter dan genezen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.