DE WERELD NU

De meritocratische benadering faalt

Moslims zijn terroristen

Job Klaasen, op 2 maart lijsttrekker voor de Provinciale Staten in Overijssel voor de VVD, vertrok woensdagavond vlak voordat hij opnieuw geïnstalleerd zou worden als gedeputeerde. Het zou zijn derde termijn geworden zijn.

De reden voor zijn vertrek is dat hij twee hbo-opleidingen op zijn cv had staan, die interne bedrijfscursussen bleken te zijn. Klaasen is slachtoffer geworden van een integriteitstoets die in 2007 werd ingevoerd, en die voorschrijft dat diploma’s moeten worden gecontroleerd.

Wat de gehele zaak lichtelijk bizar maakt, is dat Statenleden desgevraagd aan RTV-Oost vertelden, dat al langer bekend was, dat er iets rammelde aan het CV van Klaasen. Deze man vertrekt dan ook niet, vanwege een te gebrekkige opleiding, maar doordat hij zich tien jaar terug beter voordeed dan hij was, en daarna blijkbaar niet meer terug kon.

Ik ben een voorstander van het verwijderen van mensen die liegen, maar in dit geval lijkt het me dat de man zich de afgelopen jaren met terugwerkende kracht heeft bewezen. Na acht jaar blijkbaar goed te hebben gefunctioneerd (hij werd immers voorgedragen voor een derde termijn) als gedeputeerde, kun je immers niet langer spreken over de relevantie van ooit al dan niet behaalde diploma’s.

Mijn grootste bezwaar is echter de perceptie dat diploma’s van belang zouden zijn voor vakkennis en mogelijkheden. Dat is wellicht de eerste vijf jaar na het behalen de kwestie, maar daarna verliest het ooit geleerde snel aan belang. Niet alleen is de toen geleerde stof niet zelden verouderd, men moet ook maar afwachten in hoeverre dat allemaal is blijven hangen. Het saldo daarvan mag beslist niet overschat worden. Het belangrijkste van hogere opleidingen is de manier van denken die daar wordt aangeleerd. De wijze, waarop professionele problemen benaderd moeten worden, is veel belangrijker dan de specifiek verkregen kennis.

Dat dit maar beperkt gegarandeerd wordt door het behalen van een diploma, wordt echter vooral beseft door diegenen, die niet alleen opleidingen succesvol afrondden, maar tevens het inzicht van de betrekkelijkheid van het geleerde verwierven. Deze groep, dat zijn de werkelijk hoger opgeleiden. Juist, omdat zij beseffen dat hoger onderwijs weliswaar de beste weg is naar het gewenste denkniveau, maar zeker niet de enige.

Eenzelfde probleem zien we vaak terug in de wijze waarop nog wel eens wordt omgegaan met de vooropleiding van minister van onderwijs Van Bijsterveldt (CDA). Haar hoogste behaalde diploma is MBO-verpleegkunde, en tegen haar beleid protesterende studenten doen hier onterecht maar geregeld heel laatdunkend over. En zwaktebod, slechts bedoeld om zichzelf gerust te stellen met de illusie, dat de eigen studie een paspoort naar een beter geregelde toekomst zal betekenen.

De belangrijkste reden dat we zo op diploma’s zijn gefixeerd, is niet alleen dat vrijwel iedereen in de gelegenheid wordt gesteld er een te behalen, maar ook dat we steeds minder in staat blijken om een goede waardering te hebben voor verkregen ervaring. Wie weinig of geen ervaring heeft met een bepaalde professionele branche, vindt het vaak bijzonder moeilijk een correcte inschatting te maken van wat men in die omgeving aan extra kwaliteiten kan hebben ontwikkeld. Iedereen, die geen beleidsmedewerker is of een uitvoerende functie heeft, mag zich tegenwoordig manager noemen. Maar juist onder managers is het vermogen onafhankelijk te denken en problemen van uit een originele hoek te benaderen zwak ontwikkeld.

Een nadeel van die fixatie op diploma’s, is dat vrijwel iedereen zich geroepen schijnt te voelen zijn of haar denk-niveau te benadrukken teneinde serieus te worden genomen. Juist daardoor is het begrip HBO-niveau (i.e. HBO gedaan, maar geen diploma) in veel opzichten compleet uitgehold. Alweer twaalf jaar geleden had ik een date met een meisje dat haar niveau ook meende te moeten adverteren: ze had via een colloquiem doctum een jaartje Conservatorium gedaan.

Vaak pretenderen wij in een democratische meritocratie te leven. Nu kun je bij de definitie van democratie, en hoe dat in te vullen al vraagtekens zetten, maar ook het begrip de meritocratie is op de keper beschouwd dubieus. Nu de regering vooral trotse cijfers publiceert over het percentage Nederlanders dat hoger onderwijs heeft genoten, is de vraag gerechtvaardigd in hoeverre dat nog iets te betekenen heeft. Blijkbaar is de bedoeling, een ideaal van gelijke kansen qua opleiding uit te stralen. Maar natuurlijk werkt dat zo niet.

Speciaal in een omgeving waar iedereen een min of meer gelijke opleiding heeft genoten, geven andere factoren de doorslag voor succes. Zoals de wijze, waarop je door opvoeding en contacten al op jonge leeftijd bekend bent geraakt met de wijze waarop de elite zich met elkaar verstaat. Door een monomane doelgerichtheid. Door op gerichte wijze al jong te bouwen aan een cirkel van vrienden en kennissen die eveneens ambitieus is en contacten heeft. Meer dan iets anders, stimuleert het gelijkheidsideaal het ontstaan van old boys-networks.