DE WERELD NU

Een Europees OM – waar zou het goed voor zijn?

Europees OM 1

De Europese Unie wil werk maken van een Europees OM (Openbaar Ministerie). Ter bestrijding van BTW- en subsidiefraude, grensoverschrijdende criminaliteit en EU-brede opsporing. Laat Brussel liever de eigen bestuurlijke subsidierot en fraude aanpakken.

De Europese openbaar aanklager Laura Codruța Kövesi (Roemenië) is het wachten beu op een budget en op de macht om fraude met EU-geld en corruptie binnen de EU aan te pakken. De Europese Raad van regeringsleiders benoemde Kövesi in oktober 2019 als Europees hoofdaanklager. Het Europees Parlement bevestigde die benoeming. Zij  zal worden bijgestaan door twee plaatsvervangers en het college van openbaar aanklagers voorzitten.

Kövesi stuurde op 7 april eurocommissaris voor Justitie Didier Reynders een brief dat ze wil starten op 1 juni 2021. Ook de eurocommissaris voor Begroting en Administratie Johannes Hahn kreeg de kordate brief. Hiermee gooit deze dame een fikse knuppel in het Europese hoenderhok. Het door haar geleide Europees Openbaar Ministerie EPPO (European Public Prosecutor’s Office) wil starten met onderzoeken en vervolgingen.

Onafhankelijk orgaan
Het Europees Openbaar Ministerie moet een onafhankelijk orgaan van de Europese Unie worden. Een dienst die verantwoordelijk zal zijn voor het onderzoeken, vervolgen en voor het gerecht brengen van ‘strafbare feiten die de financiële belangen van de Europese Unie schaden’. Het gaat dan over fraude met EU-geld (boven de €10.000,-), corruptie en grensoverschrijdende btw-fraude van meer dan €10 miljoen. EPPO treedt op als openbaar aanklager bij de bevoegde rechtbanken in de lidstaten. In de lidstaten gedelegeerde aanklagers zorgen voor de samenwerking tussen EPPO en justitie in de lidstaten.

Maar er liggen een paar beren op de weg. Niet elke EU-lidstaat erkent de bevoegdheid van EPPO. Van de 27 lidstaten hebben Hongarije, Polen, Denemarken, Ierland en Zweden er geen trek in. Aangezien het overgrote deel (22 staten) wel neigt tot instemming, had EPPO in november 2020 van start moeten gaan, maar het liep anders. Kwade tongen beweren dat vooral de hoogste EU-bestuursinstellingen (raden van regeringsleiders/staatshoofden en ministers) beducht zijn om macht en controle uit handen te geven aan een onafhankelijk OM.

Al die aanklagers zitten dus vorstelijk betaald al bijna een jaar of langer met de duimen te draaien. Niet bij gebrek aan dossiers overigens. Kövesi beweerde eerder dat ze op basis van statistieken aan 3000 zaken te kunnen beginnen. Meteen gaf ze ook aan dat met 32 aanklagers dit haar niet zal lukken. Ook de gevraagde budgetten moeten veel hoger. Tot dusver betaalt de Europese Unie al bijna drie jaar salarissen aan de hoofdaanklager, haar twee assistenten en een leger medewerkers terwijl EPPO nog steeds niet operationeel is. Bij gebrek aan een begroting kan EPPO nog steeds niet aan de slag. Kövesi wil de Europese Unie nu dwingen om de knoop door te hakken tegen 1 juni 2021.

Samenwerking Europol en Eurojust
Afgelopen januari sloot EPPO een samenwerkingsovereenkomst met Europol in Den Haag. Europol is de samenwerking van de politie binnen de Europese Unie en wordt geleid door de Belgische Catherine De Bolle. De politiediensten in de 27 EU-lidstaten wisselen informatie uit via Europol. In februari volgde een samenwerkingsovereenkomst met Eurojust. Dit agentschap van de EU, eveneens in Den Haag gevestigd, is de samenwerking tussen de gerechtelijke diensten van de EU-lidstaten. Eurojust telt trouwens ook één openbaar aanklager, rechter of politieambtenaar per lidstaat.

Maar waar denkt de EPPO-strijdster 3000 zaken te vinden? Zij wijst op de bevindingen van het ‘Office Européen de la Luttte Anti Fraude’ (OLAF), de huidige fraudebestrijdingsdienst van de Europese Commissie. Het jaarverslag 2019, dat vorige maand verscheen biedt casussen als illegale handel in glasaal, het in beslag nemen van 250 miljoen sigaretten, dubieuze biodiesel, subsidie voor viskwekerijen zonder dat er water in de buurt was, kortom, klein krabbelwerk. OLAF geeft in het verslag een speciale vermelding aan Volkswagen. Dat kreeg een lening van 400 miljoen euro van de Europese Investeringsbank (EIB) voor de ontwikkeling van een schonere dieselmotor, maar stak dat geld deels in de sjoemeldieselmotor. En dan doen alsof dat zonder OLAF nooit aan het licht zou zijn gebracht?

Samenvattend: de fraudebestrijders achterhaalden in 2019 485 miljoen aan onterecht uitgekeerde subsidies (ter vergelijking: in dat jaar gaf de EU 148,2 miljard uit), openden 223 onderzoeken en raadden lidstaten en EU-instanties 254 keer aan stappen te zetten teneinde sjoemelaars aan te pakken. Verder waarschuwde Ville Itälä, de Finse directeur-generaal van OLAF, dat de fraude bij milieu- en duurzaamheidsprojecten toeneemt. Het is dus opletten geblazen vanwege de EU-klimaatambities, groen subsidiebeleid en het Corona-herstelplan.

Minder zinvol of doordacht
Maar het is in dit geval een kwestie van de knol achter de kar spannen. Kijken we naar de Europese Rekenkamer, dan meldt deze in haar jaarverslag over 2019 dat het totale niveau van onregelmatigheden in de EU-uitgaven uitkwam op 2,7% in dit jaar, ofwel ongeveer 4 miljard euro. Bezien in het licht van de totale EU-uitgaven in 2019 van 159,1 miljard euro is dit wellicht geen peanuts. Vergeleken met EU-lidstaten die een wat minder ontwikkeld staatshuishoudkundige discipline kennen is dit bijna een natte droom. Stel dat uw eigen boekhouding aangeeft dat 2,7 procent van uw uitgaven misschien zinvol of doordacht waren?

En het laatste waar politici in de lidstaten op zitten te wachten is dat het Europese OM in hun land onderzoek komt doen. Zeker als het om misbruik van EU-subsidies gaat, die mede onder iemands ministeriële verantwoordelijk heeft plaatsgevonden? Dat mondt immers snel uit in beschadiging van politici, onderzoek naar bedrijven die binnen hun kringen vallen, vervelende publicaties in de media, parlementaire onderzoeken, enquêtes enzovoorts. Stel je voor dat hierdoor een minister moet aftreden.

Schuivende panelen
In 2013 was de Tweede Kamer nog tegen, maar in de loop van de jaren zijn de panelen toch gaan schuiven. Er is zorg over: grijpt het EUOM in, hebben we zelf niets te zeggen? We kunnen het toch ook zelf doen onder toeziend oog van minister, regering en het parlement. Gaat het niet ten koste van opsporing en vervolging van zaken die wij in ons eigen land (politiek) belangrijk vinden? De procureurs-generaal (PG’s) sputterden ritueel wat tegen, maar vonden het uiteindelijke ook wel aardig en best.

Brussel stelt nu voor dat er één Europees Officier van Justitie is met daarvan afgevaardigde officieren in de lidstaten. Al deze officieren moeten hun bevoegdheden op het grondgebied van de lidstaat kunnen uitoefenen. Wat betreft de procedurele regelingen geldt het nationale recht. Denk aan de voorgeleiding aan de Officier van Justitie of de machtiging voor bepaalde bevoegdheden door de Rechter-Commissaris. Hierbij is wel de wederzijdse erkenning het uitgangspunt, dus alle beslissingen die worden genomen in het kader van het strafonderzoek hebben in alle lidstaten direct rechtskracht. Dit brengt ook met zich dat al het bewijs dat is vergaard in elke lidstaat kan worden gebruikt in het strafproces.

Maar ja, daarvoor hoef je geen Europees OM te hebben. Da’s meer een kwestie van een juridische commissie in het leven te roepen die een en ander gewoon in EU-verband allemaal stroomlijnt. Het gaat gewoon om wat beter afgestemde regeltjes, zou je denken. Dat klopt ook, want de Brusselse bureaucraten hebben een adder van het formaat boa constrictor in hun snode plannetjes verstopt. Het gaat – zoals altijd om meer, meer, meer macht.

Toets op de rechtsstaat
Er ligt namelijk een verband met de toets van rechtsstatelijkheid, die de Commissie heeft bedacht als onderdeel van de nieuwe meerjarenbegroting (2020-2027). Het idee is dat landen het in hun portemonnee gaan voelen als ze de rechterlijke macht in gevaar brengen, slecht presterende overheidsinstanties niet corrigeren en democratische processen uithollen. Dan wordt het mes in de subsidiestromen gezet.

Met een Europees OM kan Brussel nog beter ingrijpen in landen als Hongarije en Polen, de raddraaiers in EU-ogen die zich blijven verzetten tegen EUSSR-isering waarvan vrijwel wekelijks nieuwe praktijken aan het licht komen. Het OM kan bijvoorbeeld in Polen aan de gang om het verzet tegen LGBTI-isering aan te pakken. Of het wegwerken van Soros uit Hongaarse universiteiten en NGO’s ter hand nemen. Geen wonder dat beide Oostbloklanden er geen brood in zien.

Ook Denemarken ziet de bui wel hangen gezien het strenge beleid dat de regering al enige tijd op migranten en illegalen in gang heeft gezet, inclusief uitzettingen en strenge grenscontroles. Zweden – een van de meest welvarende landen ter wereld – is ook tamelijk wars van meer EU-bemoeienis en doet bijvoorbeeld ook niet mee – net als de Denen – met de euro en wel mee met een streng migratiebeleid. Voor Ierland geldt dat haar status als min of meer belastingparadijs voor multinationals al meer dan voldoende aanvaringen met de Brusselse bureaucratie heeft opgeleverd.

Het zal mij benieuwen of dit kwintet de halsstarrigheid bezit om de EU-bulldozer van toenemende inmenging in hun rechtsstaten te weerstaan. Ervaringen uit het verleden leren dat dit altijd een moeizame strijd van lange adem wordt. Wellicht zijn zij deze keer geen garantie voor de toekomst.

1 reactie

  1. Cool Pete schreef:

    Vierte Reich-“rechtspraak” ……….

    Dat “EU”-konstrukt is niet democratisch gekozen-, en staatsrechtelijk onaanvaardbaar,
    opgetuigd, opgelegd en afgedwongen. Het is een illegaal konstrukt.

    NEXIT !

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.