DE WERELD NU

Geweld en de vrijheid van meningsuiting

Geweld 3

De keus tussen geweld en het principe van de vrijheid van meningsuiting blijkt keer op keer voor veel mensen te moeilijk. Gevaarlijk!

In Buitenhof was oud minister en voormalig EU-commissaris Van den Broek te gast. Hij discussieerde met Ayhan Tonca van het CMO en met de uitgever Wouter van Oorschot over de Deense cartoons en de gevolgen ervan in Nederland en elders in de wereld. Zoals wel vaker was de bijdrage van de voormalige CDA politicus deprimerend, in de zin dat het echte probleem dat rond de cartoons speelt bij hem niet aan de orde kwam. Het gaat bij Van den Broek nooit om een juiste analyse of om de oplossing van problemen, maar eerst en vooral om rust in de tent. Wat dat betreft zou hij passen in een kabinet PvdA CDA met Cohen als premier.

Hij meende dat het geweld voorspelbaar was geweest en voorkomen had kunnen worden als de grenzen van de vrije meningsuiting beter in acht waren genomen. Tonca was dat wel met hem eens en Van Oorschot vond dat de vrijheid van meningsuiting noodzakelijk wel eens tot onfatsoen leidde, maar dat dit de prijs was die je voor een vrije samenleving moest betalen. Overigens vond de gespreksleider Rob Trip en vond ook Van Oorschot dat sommige van die cartoons best leuk waren en niet beledigend. Beside the point allemaal.

Mensen moeten zelf weten waardoor ze zich beledigd voelen, daar gaan wij niet over en ik vind ook best dat mensen hun medeburgers met wat meer voorkomendheid kunnen behandelen dan Theo van Gogh en sommigen van deze tekenaars gedaan hebben, maar moeten ze daarvoor worden vermoord of bedreigd, dat is het punt.

De discussies die volgden op de moord op de filmmaker en na het Deense incident horen als leidraad te hebben dat het vrije woord nu reëel in gevaar gebracht is. Omdat een aantal mensen zich nu geremd voelt om de discussie aan te gaan over de merites van de Islam in onze samenleving is het inderdaad een kwestie van de vrijheid van meningsuiting. Toch is dat niet de belangrijkste vraag die er speelt. Belangrijker dan de vraag of Theo van Gogh het recht had om een groep landgenoten geitenneukers te noemen of dat andersom een Imam het recht had om homo’s varkens te noemen is de vraag of een bevolkingsgroep het recht heeft naar geweld te grijpen als ze menen dat zij in haar rechten wordt aangetast.

Naar mijn mening hadden Van Gogh en Hirsi Ali wel degelijk het recht Submission I te maken en te vertonen en heeft het stedelijk museum of de directeur van de productiemaatschappij er verkeerd aan gedaan de vertoning af te gelasten, want wijken voor geweld is naar alle kanten een verkeerd signaal.

Van Gogh en de Imam hadden wat mij betreft niet het recht om een groep medeburgers opzettelijk te beledigen. Er moet wat dat betreft geen verschil worden gemaakt tussen islamieten en homo’s, die zijn voor de wet hetzelfde. Dat heeft niets met de vrijheid van meningsuiting te maken. Eigendom werd vroeger in de wet gedefinieerd als de vrijheid om naar eigen goeddunken en zonder beperkingen gebruik te maken van je bezit. Dat heeft nooit betekent dat de eigendom van een wapen iemand het recht gaf om het naar eigen goeddunken en zonder beperkingen tegen een medemens te gebruiken.

Zo is het ook met de vrijheid van het woord. Het mag niet aan willekeurige beperkingen worden onderworpen en met name niet met geweld worden verhinderd. Dat wil niet zeggen dat we naar hartelust mogen liegen of beledigen. Titel XVI van het wetboek van strafrecht bevat strafbepalingen tegen een aantal vormen van belediging, maar gelukkig weerhoudt het gewone fatsoen de meeste mensen ook zonder dat er politie of strafrecht aan te pas komt.

Het is een misverstand dat vrijheid van meningsuiting zou betekenen dat iedereen alles mag zeggen wat hij wil. Je mag niet liegen en niet lasteren en je mag anderen niet beledigen. Het categoriseren van andersgelovigen als geitenneukers hoort zeker tot de uitdrukkingen die moreel en/of juridisch niet door de beugel kunnen.

Het is ook zinloos om te gaan discussiëren of het wel of niet geoorloofd is om zoiets te zeggen. Als het wel geoorloofd was geweest was het niet gezegd. Juist het verbodene, het provocatieve was de ratio van de uitspraak en waarschijnlijk ook van de cartoons. Als het volksdeel zich niet beledigd had gevoeld, was de poging om te provoceren mislukt geweest.

Waarschijnlijk was de belediging onvoldoende voor een geslaagde strafrechtelijke vervolging wegens smaad, maar dat is het punt niet. Wat het in elk geval niet is, is een aanleiding om iemand te vermoorden en dat geldt ook voor het maken van een film waarin op artistieke wijze uitwassen van een geloof aan de kaak worden gesteld.

Voor het belangrijkste issue dat door de moord op Van Gogh of door het geweld, de bedreigingen en de boycots in de Deense zaak aan de orde is gesteld is het irrelevant of de tekenaar in Denemarken of Van Gogh, Hirsi Ali, Wilders en anderen het recht hebben de dingen te doen of te zeggen waar nu zoveel ophef over wordt gemaakt. Veel belangrijker is dat niemand het recht heeft om naar aanleiding daarvan een wapen te grijpen en hen te bedreigen of te vermoorden.

Criminogeen
De discussie waarbij steeds gezegd wordt dat het geweld wel verkeerd is of te ver gaat, maar…. Dat soort discussies zijn criminogeen. Zij bevorderen het gebruik van geweld. Geweld hoort alleen door de overheid gebruikt te worden voor de handhaving van het recht of de verdediging van het land. Burgers mogen geweld gebruiken in geval van acute zelfverdediging en niet anders. Alle verdere gebruik is verkeerd ongeacht de provocatie.

Dat zou het thema horen te zijn van de discussies en al die voorwaardelijk veroordelingen en voorbehouden zijn niet anders dan verdekte pleidooien voor nieuw geweld. In die zin dragen mensen als Van den Broek en zijn partijgenoot Van Agt bij aan het toenemend geweld in Nederland. Zij hebben de positie en het gezag om het geweldbeestje bij zijn naam te noemen en ze doen het niet.


Dit artikel over geweld verscheen eerder op het Blog van Toon Kasdorp.

Meer van Toon Kasdorp vindt u hier.

3 reacties

  1. Anonymous schreef:

    Meten met twee maten is geweld, en personen die zo handelen zetten hun woorden in als wapen, niet om zichzelf aan te houden, hetgeen die woorden betekenisloos maakt.

    Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet gij dat ook een ander niet.

  2. Grapjas schreef:

    ‘Geitenneukers’ voor muzelmensen komt van een citaat van Khomeini.
    Die geestelijk leider van de muzelmensen destijds, stelde ‘dat het eervoller is voor de gelovige moslimman, zijn nood te ledigen in een geit dan een ongestelde vrouw’.
    Held van het vrije woord Theo van Gogh herhaalde een geestelijk leider.
    Niets meer.
    Wat is daar mis mee?
    En daarbij; zie eens hoe verschrikkelijk veel gevallen van dierenverkrachting er de laatste 20 jaar hebben plaatsgevonden, op kinderboerderijen, veehouderijen, etc.?
    En in vrijwel ELK geval betrof dat een allochtoon-en daar weer meestal een muzelmens.
    En wat een waarheid is-mag als waarheid benoemd worden. Punt.
    Net als gristenen wel een kinderkruisje aanbidden, zo af en toe.
    Ik mag ALLE zeggen wat ik wil. Enkel NIET operoepen tot GEWELD. En daar gaat geen genderneutrale, paarsharige en gepiercte linksdebiel iets aan veranderen.
    En wat men daar van vind; ga je eens afvragen waarom je boos wordt over bepaalde stellingen.
    Meestal kom je dan uit bij: ‘het is waar’.
    Simpel.

  3. Ed schreef:

    De originele en énige geldige definitie van persoonlijke vrijheid is een volkomen recht op alles, met onwrikbare grens dat een ander individu of een gemeenschap daar niet door benadeeld mag worden. Die grens heeft daardoor een eenduidige definitie en alle wetten, gebaseerd op dat juridisch basisprincipe, zijn dan ook door iedereen zonder problemen duidelijk. Stelen, doden, geweld en verkrachting etc. zijn voor niemand tweeduidig uitlegbaar.

    Helaas is deze absolute waardebepaling door inbreng van ideële gedachten volledig verwaterd en is een groot gedeelte van de huidige wetgeving daardoor gedragsvoorschrijvend in plaats van verbiedend geworden, met als gevolg dat de angst door onzekerheid over alles betreffende menselijk gedrag sociaal overheersend is geworden. “We weten wel wie het deed, maar dat mogen we nu toch niet meer zeggen”. Zelfs het noemen van feiten wordt op straffe van sociale uitsluiting afgestraft.

    Één van de meest abjecte beperkingen, de vrijheid van meningsuiting, is tegenwoordig zelfs in de wet vastgelegd: smaad. Dat heeft geleid tot het etherische argument: je mag alles zeggen, maar er zijn wel grenzen aan wat je zeggen mag, een van triestheid druipende zin die volledig in tegenspraak is met zichzelf. Zelfs in de meest ruime juridische filosofie is deze illogoca niet te verdedigen, maar toch is dit vastgelegd in de wet en kan daardoor zelfs als gevolg hebben dat iemand als crimineel veroordeeld wordt. Geitenneuker kan misschien(!), maar moet niet persé door de morele beugel kunnen, maar juridisch? Wie bepaalt die grens? Een politieagent, een officier van justitie of een serie van rechters met totaal vershillende achtergonden? Rechtspraak op basis van een persoonlijke visie van een rechter in plaats van op duidelijk gedefiniëerde begrippen leidt to onzekerheid op elk menselijk gebied en, in de laatste tijd tot juristen, die hun tertio van de machten onbezwaard overschrijden.

    Met smaad en belediging als begrippen in de wet zijn we juridisch op wel zeer glad ijs, want zij zijn gewoon vaagheden die tegen elk juridisch basisprincipe in verheven werden tot legaliteiten; legitiem zijn zij zeker niet. Diefstal is een scherp omschreven begrip, maar geef maar eens een net zo afgebakende definitie van smaad. Die bestaat niet omdat beledigd zijn een uniek-persoonlijke ervaring is, en geen enkele wet en zeker geen met strafrechtelijke gevolgen, mag gericht zijn op dat wat niets anders is dan ongedefiniëerde populaite opvattingen du jour. Zo is fatsoen alleen maar een steeds samenraapsel van sociale regels dat in het geheel niets met legaliteit en legitimiteit te maken mag hebben. Of iemand iets zegt en daardoor de per locatie variërende waaier van fantsoenregels overschrijdt, moet juridisch volkomen irrelevant zijn; ook zelfs als het een oproep tot geweld is, is het is per definitie geen benadeling van anderen. “Zij bevorderen het gebruik van geweld.” In deze zin staat, dat zij zelf géén geweld zijn dus daarom to het recht op vrijhijd behoren. Diegene, die aan zo’n oproep daadwerkelijk gevolg geeft, overschrijdt echter wél de enig geldige beperking van vrijheid en moet dienovereenkomstig bestraft worden, ook al blijkt dat tegenwoordig veel rechters daarbij liever boterzacht tegenover de crimineel zijn.

    Geweldig, wat zijn we toch een beschaafd volk, inclusief en tolerant tegenover iedereen en helemaal niet egocentrisch gericht.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.