DE WERELD NU

Filosofen en evolutie

stap in de evolutie, evolutie

Het belang van de evolutie voor discussies tussen filosofen wordt onderschat, schetste Toon Kasdorp in deze column over een reeds lang lopend debat.

In Trouw stond tien jaar geleden een interviewtje met twee filosofen, Pott en De Groot, over de discussie evolutie versus intelligent design. Zo mag je de aard van de discussie en van het interview omschrijven, al zal Dekker, de schrijver van ’Geleerd en gelovig’ met die formulering niet gelukkig zijn. Dekker is een gelovig mens maar tevens wetenschapper en te verstandig om het bestaan van evolutie te ontkennen. Zijn bezwaren zijn niet gericht tegen de evolutietheorie als zodanig, maar tegen het mechanisme dat Darwin aan zijn evolutieleer ten grondslag legde: willekeurige veranderingen, gevolgd door een proces van harde selectie.

Aan dat proces zoals Darwin het beschreef en waarvan hij zelf de zwakke punten verrassend goed in kaart heeft gebracht, is de laatste honderdvijftig jaar veel bijgeschaafd. De leer van het punctuated equilibrium bijvoorbeeld verklaart hoe soorten tientallen miljoenen jaren of nog langer ongewijzigd kunnen blijven om dan plotseling te verdwijnen of een rigoureuze aanpassing te ondergaan.

Die aanpassing heeft soms in een zeer korte tijd haar beslag[1]. Geen geleidelijke evolutie dus, maar een met horten en stoten. Een accumulatie van alternatieve genen verzameld zich in de genenpool van de soort, maar zolang de omstandigheden niet veranderen komen afwijkende individuen niet door de selectie heen. Veranderen de omstandigheden grondig dan overleven alleen extreem afwijkende individuen of er overleven er geen en de soort sterft uit. Veranderen de omstandigheden alleen plaatselijk dan ontstaan nieuwe soorten terwijl elders de oude soort zich handhaaft.

Darwin zelf noemde als belangrijkste zwakke punt de niet perfecte tussenvormen die nutteloos lijken en daarom de selectiedruk niet zouden behoren te doorstaan. Veel van de voorbeelden die al in Darwins tijd werden genoemd worden steeds weer opnieuw aan de orde gesteld en door de biologen routineus en wat vermoeid weerlegd. Het oog bijvoorbeeld wordt ook in dit interview weer genoemd, een bezwaar tegen Darwin, dat erg gemakkelijk is te weerleggen. Tussenstadia hebben aantoonbaar nut. Iets soortgelijks geldt voor de vleugels van vogels en van sommige zoogdierensoorten, maar in Geleerd en gelovig van Dekker c.s. komen er ook gevallen aan de orde die (nog) niet zijn weerlegd.

Vertrouwen dat dit ooit wel zal gebeuren is mooi maar intussen hebben de heren groot gelijk met vol te houden tot op bewijs van tegendeel dat er meer moet zijn dan alleen selectie toegepast op genetische verandering.

Een mechanisme waar ze misschien geen rekening mee hebben gehouden is dat nieuwe fysieke eigenschappen en gedragingen kunnen ontstaan uit een nieuwe vorm van gebruik van bestaande. Zo zijn longen bijvoorbeeld ontstaan uit zwemblazen en is DNA als drager van erfelijkheid pas ontstaan nadat RNA een soortgelijke functie eerder vervulde. Het huidige RNA heeft pas later een functie gekregen die complementair is aan het DNA.

In zulke gevallen, waarbij het nut van de tussenvormen een geheel andere is dan van het orgaan zoals wij het nu kennen, is de weg terug langs het pad van de evolutie soms moeilijk te vinden. Het lijkt dan of kant en klare organen plotseling zijn ontstaan, terwijl dat toch niet het geval is. De oversprongtheorie van onze landgenoten Kortlandt en Tinbergen levert soortgelijke voorbeelden uit de ethologie.

De bestudering van de voorbeelden van evolutie en de weerlegging van de kritiek erop, leveren fascinerende lectuur. Het is begrijpelijk dat vakfilosofen daar niet aan toekomen. Ze hebben het druk genoeg, maar om deel te nemen aan de discussie over evolutie en intelligent design is het eigenlijk onvermijdelijk.

Dat vakfilosofen deel nemen aan deze discussie is wel gewenst, want men kan geen behoorlijk wereldbeeld meer hebben in de moderne tijd zonder zich van de evolutietheorie in zijn moderne vorm op de hoogte te stellen. Het lijkt dus onvermijdelijk dat de filosofie ruimte creëert in haar curriculum op de universiteiten voor biologie en evolutieleer.


  1. Eldredge en Gould, de auteurs, spreken over enige tienduizenden jaren, maar de cichliden in het Victoria meer lijken nieuwe soorten te kunnen ontwikkelen in enige tientallen jaren.

Dit artikel over evolutie in de maatschappij verscheen eerder op het Blog van Toon Kasdorp.

Meer van Toon Kasdorp vindt u hier.

2 reacties

  1. Mat schreef:

    Wetenschap bedrijven kan prima zonder evolutionisme. Adapatie in de biologie is waar de waarde zit. De echte wetenschappelijke klappers zijn toch Keppler, Newton, Planck, Bohr, Einstein en kornuiten. Darwin was interessant om een niet theïstisch wereldbeeld te kunnen vormen, waar vooral anderen mee aan de haal zijn gegaan. Darwin kende de zwakheden in zijn theorie (hersenevolutie obv overlevingsmechansimen leidt niet betrouwbare cognitieve eigenschappen). Mendel was wetenschappelijk gezien wellicht belangrijker.
    Overigens, Gould erkende dat er geen antwoord was op de sprongen en ontbreken van fossielen. Prima om er lekker op los te suggereren maar zonder bewijs geen wetenschappelijke onderbouwing.

  2. Neef Jansen schreef:

    Men heeft geen flauw idee van hoe het kan dat de wereld er is. Men weet ook niets over het ontstaan van de wereld. En ook het zich ontwikkelen van de wereld is een mysterie. Hoe het leven op aarde begon? Er is niet het geringste begin van een verklaring. In de evolutie zie je steeds weer het plotseling verschijnen van soorten. Men heeft geen idee hoe dat kan. Men weet ook niet hoe het kan dat de wereld ons begrijpelijk is. Dat we die wereld kunnen beschrijven met mooie beknopte wiskundige samenhangen… Men heeft geen idee. Hoe meer de wetenschap doordringt in het bestaan van de kosmos, hoe groter de verwondering daarover, dat het er allemaal is, zoals het is. Men weet zelfs niet meer wat materie is. Materie lijkt beweging dat zich voltrekt volgens wiskundige patronen. Hoe dit kan? Geen idee? Ja, je kan daar een goddelijke intelligentie achter denken, maar heb dan niet de illusie dat je het mysterie verklaard hebt.