DE WERELD NU

Europese problemen met Eurocraten

G7 in Biarritz, wantrouwen tegenover de EU, in de EU,, NL2021

Toon Kasdorp voerde veel Europese problemen terug op de Eurocraten die er mee moeten werken en gaf er uitgebreid voorbeelden bij.

Frans Timmermans heeft ooit in Buitenhof, in de tijd van de nieuwe Europese grondwet, een nogal opmerkelijke uitspraak gedaan. Hij zei toen dat als Ierland als enige nee zou zeggen tegen Europa, de andere landen gewoon door zouden kunnen gaan. De Ieren moesten nog maar eens een keer nadenken vond hij voor het de anderen dwong om verdragbreuk te plegen.

Nog verder ging de vroegere Duitse links radicaal en minister van buitenlandse zaken Joschka Fischer. Hij vond dat de landen die wel wilden integreren in Europa maar verder moesten zonder de rest, die aarzelingen had. Waarschijnlijk dan ook zonder de eigen bevolking te raadplegen of zich iets van constitutionele hoven aan te trekken! Echte Europeanen stellen kennelijk Europa boven alles.

Wansink veegde Timmermans voor die uitspraak in De Volkskrant de mantel uit. Terecht meende ik, maar toen gaf deze criticus ons toch redenen waarom we best hadden kunnen leven met een Iers nee en doorgaan met het Verdrag van Nice. Die redenen begrijp ik dan weer niet. Het Verdrag van Nice was al niet erg werkzaam voor 15 lidstaten en voor 28 deugde het helemaal niet, zoals intussen wel is gebleken.

Dat was een van de belangrijkste redenen voor die grondwet, die intussen verdrag van Lissabon heet. Dat het grondwettelijke verdrag in vrijwel even veel opzichten en even hard tekort schoot als de eerdere verdagen is wel waar, maar dat was geen argument om dan toch maar door te gaan met Nice.

Lissabon, Nice, Amsterdam, Maastricht, het waren allemaal stappen in de verkeerde richting. Het standpunt van Timmermans, dat arrogant leek zoals Wansink zei, maar dat volgens mij eerder als benauwd had moeten worden beschouwd, kwam niet zo maar uit de lucht vallen. Sinds Lissabon zit de oude EU in een crisis en dat is een zo kolossaal gebeuren, daar moet iedereen ook nu, jaren later, nog aan wennen.

Waar Timmermans niet aan wilde en wat Wansink niet zag, is dat de samenwerking en dus ook de EU op een totaal andere leest zal moeten worden geschoeid, wil zij ooit weer werkzaam kunnen worden. Geen aanpassing op details, maar een heel nieuwe opzet. Daarbij zal de onafhankelijkheid van de lidstaten voortaan weer moeten worden gerespecteerd. Het idee van een federatie of confederatie zal definitief, of in elk geval voor onafzienbare tijd moeten worden opgegeven.

Dat is niet zo erg, want federaties en confederaties zijn achttiende-eeuwse begrippen, die ooit zijn bedacht voor achttiende-eeuwse problemen. We hebben tegenwoordig andere problemen.

We willen geen Europese minister van buitenlandse zaken, geen Europees leger naast de NATO, geen president van Europa en geen Commissie met alsmaar groeiende bevoegdheden.

Europa dat op één lijn wil kunnen onderhandelen met de machtigen der aarde is definitief verleden tijd. We kunnen het niet en zouden het ook niet moeten willen. Laat Duitsland, Engeland en Frankrijk maar op eigen benen staan en waar mogelijk met elkaar overleggen. Europa heeft heel andere problemen dan de pretentie van een wereldmacht die zij niet is en niet zal worden.

Er zal om te beginnen nu een analyse moeten komen van de problemen die we wel urgent vinden en waar we samen wat aan zouden kunnen doen. Ik denk dat iedereen door wil met de gemeenschappelijke markt. Dat heeft een aantal consequenties. De douane-unie moet dus blijven, de Europese kartelbewaking, het Europese Hof en nog een aantal instellingen waarvan de meeste al dateren uit het allereerste begin.

Maar het Europees parlement zou rustig kunnen worden afgeschaft, net als de Europese Commissie. Europese ambassadeurs zijn overbodig. Een Raad van ministers die regelmatig bijeenkomt is voldoende en overbodigheden ondermijnen de werkzaamheid van een organisatie.

Hoe de prioriteiten gaan worden bepaald weet ik niet, maar dat ze er anders uit zullen zien dan in de vijftiger jaren van de twintigste eeuw ligt wel voor de hand. De landbouwpolitiek met zijn verspillingen wordt afgeschaft, denk ik, maar er komt op termijn een voedselprobleem op ons af dat weer een gemeenschappelijke Europese aanpak nodig heeft. Dat voedselprobleem voor ons zelf en voor een aantal landen in de derde wereld, die niet voor zich zelf kunnen zorgen, heeft een zelfde hoge prioriteit als het energieprobleem.

Het terrorismeprobleem is reëel, maar zit heel anders in elkaar dan de publieke perceptie ervan. Hoe minder er over terrorisme en de bestrijding ervan wordt gepubliceerd, hoe beter. Het immigratieprobleem is urgent. Het immigratievraagstuk houdt iedereen bezig en het is ook belangrijk, maar het blijft een afgeleide van het overbevolkingsprobleem en van de structurele armoede en het geweld in de landen van herkomst. Die problemen zullen nooit los van elkaar kunnen worden opgelost.

Maar nog even terug naar Europa. Wanneer de prioriteiten zijn vastgesteld, dan moet er per gekozen probleem een aparte organisatie te komen, naar het voorbeeld van de ECB in Frankfurt.

Wie met zo’n organisatie mee doet, doet mee en wie eruit blijft, blijft eruit, maar wie eenmaal ja gezegd heeft moet blijven meedoen tot het probleem is opgelost en de bijzondere instelling weer kan worden opgeheven. Op een gebrek aan medewerking van wie een maal heeft toegezegd horen effectieve sancties te staan.

Veranderingen in de gemaakte afspraken moeten bij gekwalificeerde meerderheid worden gemaakt en de financiële bijdragen gaan bij hoofdelijke omslag, afhankelijk van de bevolkingsgrootte en het nationaal inkomen. De douane-inkomsten die aan de buitengrens geheven worden, blijven niet in Brussel maar gaan terug naar de lidstaten, onder aftrek van de rechten die aan de doorvoer zijn toe te rekenen.

Er blijft een gezamenlijke maar sterk afgeslankte Europese organisatie bestaan in Brussel, omdat zoiets efficiënt is. Die zorgt voor de douane-unie en dient ter ondersteuning van de probleemorganisaties en voor de juridische begeleiding van de raamverdragen, die nodig zijn voor de specifieke probleemorganisaties.

Terugkijkend kunnen we nu wel vaststellen dat de problemen rond het grondwettelijk verdrag het begin geweest zijn van de crisis. Toen bleek voor het eerst dat de bestaande organisatie van de EU niet tegen de problemen was opgewassen. Zonder die mislukking waren we doorgegaan op de heilloze weg van een federatief Europa, een weg die steeds voor nieuwe schijnproblemen[1] zou hebben gezorgd.

De democratie moet terug naar waar hij thuishoort, in de nationale gemeenschappen. De problemen van de lidstaten krijgen de voorrang die ze verdienen en iedereen is dan beter af.

Het grote en ogenschijnlijk onoplosbare Europese probleem van de toetreding van reuzen zoals Turkije en Rusland, lost zich zelf op. Op de specifieke probleemgebieden, waar ze gelijke belangen hebben als de andere Europese landen, doen ze mee. Op de andere niet. Lid van de douane-unie, dat zou bijvoorbeeld kunnen, maar het immigratievraagstuk ligt bij die twee anders en daar doen ze dan weer niet aan mee.

Rusland moet betrokken worden bij een Oostzee- en Rusland en Turkije bij een Zwarte Zee-verdrag. Daar liggen de belangen hetzelfde, maar bij een verdrag voor de Noordelijke IJszee liggen ze anders. Noorwegen en andere Europese landen hebben daar heel andere belangen dan Rusland en Turkije heeft er niets mee van doen. Iedereen heeft belang bij het bestaan van een systeem om onderlinge geschillen vreedzaam op te lossen en zo oorlog te vermijden.

Engeland heeft andere belangen in de Engels sprekende landen van overzee dan de rest van Europa, zoals Spanje die heeft in Zuid en Midden-Amerika. De Oost-Europese landen hebben andere betrekkingen met Rusland dan de rest van Europa. Italië, Spanje en Frankrijk hebben specifieke belangen in het Middellandse Zeegebied die de Noord Europese landen niet hebben.

Voor die verschillen moet ruimte zijn en de tegenwoordige opzet van de EU laat die ruimte niet. Duitsland, Polen, Oostenrijk en Nederland erkennen een ereschuld tegenover Israël, terwijl Frankrijk en Engeland nauwere banden hebben met de Arabische landen. Een gemeenschappelijk standpunt in het Midden-Oosten heeft Europa nog nooit weten in te nemen en een gemeenschappelijk standpunt tegenover Amerika al helemaal niet. Dat hoeft ook niet, maar het betekent wel dat er van een politiek verenigd Europa niets kan komen en daar moeten we dus maar mee leren leven.

Dat wordt wel slikken voor onze Eurofielen, maar het kan niet anders. En het went, dat zul je zien. Over tien jaar is iedereen blij dat we van het Brusselse circus af zijn en ons weer met echte problemen kunnen bezig houden. Met een Europese organisatie die werkt!


    1. Schijnproblemen zijn bijvoorbeeld “het gebrek aan democratisch gehalte” dat door Wansink werd genoemd en de problemen van het Europese leger, het volkslied en de vlag. Een echt probleem is dat van de Europese wapenindustrieën die voor hun voortbestaan van export afhankelijk zijn. Die wapenfabrieken helpen de oorlogen in de derde wereld in stand te houden.

Dit artikel over Europese problemen verscheen eerder op het Blog van Toon Kasdorp.

Meer van Toon Kasdorp vindt u hier.