DE WERELD NU

Alexandra’s Reis – 21 –

Alexandra's Reis 0

Merlijn ergert zich op Malta aan het verloop van een gesprek met een priester en Alexandra reist verder. Ze schrijft over haar bezoeken aan bijzondere locaties op de Balkan en in Istanboel. Wat ze aantrof in de Haga Sophia verbaast ook Merlijn. De twee corresponderen verder en op een andere toon.

Wannabe kalief Enver Pasha en een blank relatiegeschenk

Toen Merlijn het bericht las dat Alexandra hem vanuit Kosovo gestuurd had, was hij net terug van een mislukte afspraak. Met een columnist van de Malta Daily. Joseph Borg was naast katholiek priester ook openlijk lid van de Labour Partij. Merlijn sprak de geestelijke op het terras van een restaurant. Het had een bijzondere ligging, vlakbij de Victoria Gate. Achter hem daalde de weg tamelijk steil naar de eigenlijke opening in de kolossale vestingmuur. Tussen zijn rug en de metersdiepe afgrond bevond zich een voldoende stevig ogend metalen hekwerk. Het hek had echter erg grote openingen. Dat voelde niet prettig, maar er stond iets tegenover: het uitzicht op de Great Harbour. Links fort Sint Angelo: de plaats waar Valette destijds de ridders naar hun grootse “overwinning” leidde door maandenlang stand te houden tegen de enorme Ottomaanse overmacht. Rechts kranen rond een of ander offshore platform. De reusachtige poten of drijvers ervan waren vanaf de plaats waar hij zat niet goed zichtbaar. Een rode, achthoekig-ronde koepel, karakteristiek voor het merendeel van de Maltese kerken en kapellen, belemmerde het zicht daarop. Uiterst rechts stak, net zichtbaar, een onwezenlijk uitziend stuk voorplecht van een cruiseschip, vanachter een deel van de stadswal uit. Tussen het fort en de scheepswerf een aanlegplaats voor belachelijk grote privé-jachten.
Het vreemde gesprek had iets extra onwezenlijks gehad door het lawaai dat afkomstig was van onduidelijke werkzaamheden, die verricht werden aan boord van een schip op een meter of 60 van waar ze zaten. Staal op staal. Met een vreemd soort echo.

Hij baalde ervan dat hij tijd verspild had aan deze Borg. En nog meer van zijn eigen inschattingsfout. Hij had vooraf meer informatie over de man moeten verzamelen. Hij had gehandeld vanuit de veronderstelling dat je in het meest katholieke land van de wereld van een priester kon verwachten dat die minder naïef dacht over het verschil tussen islam en christendom dan de gemiddelde wedstrijddebater op het Europese continent zelf.
Partijman, en dan niet eens voor de christendemocraten maar voor de socialisten: sinds wanneer was zoiets denkbaar voor een priester? Op Malta! Achteraf gezien had hij beter direct kunnen beginnen over die combinatie. Dan had het gesprek niet zo lang hoeven duren.
Zijn gesprekspartner leek echt verbaasd, geschokt zelfs, door Merlijns positieve oordeel over de hospitaalridders van de 16e eeuw. De sfeer was steeds ongemakkelijker geworden. Naarmate het gesprek vorderde, groeide bij beiden de neiging om er snel een einde aan te maken. Als laatste onderwerp had Merlijn nog de kwestie aangesneden van de “mogelijke terugkeer” – of had hij per ongeluk het bijvoeglijk naamwoord ‘dreigende’ gebruikt? – van de 21e eeuwse ridders naar Malta. De man van de kerk had niet geantwoord maar zijn interesse was wel gewekt. Eventjes maar. Merlijn had uitgelegd dat de ridders bij de komst van Napoleon in zekere zin toch behalve het eiland en De Orde ook het katholicisme als zodanig hadden verraden. Borg had in reactie daarop alleen maar glazig voor zich uit gestaard. Nooit enige gedachte aan gewijd waarschijnlijk. En Merlijn had nog wel contact met de priester gezocht omdat een column van diens hand ook een passage bevatte over de ridders!
Even was de neiging opgekomen om direct te reageren op de e-mail van Alexandra en gelijk zijn hart te luchten bij haar over de opstelling van de priester. Hij moest hardop lachen vanwege deze absurde grap van zijn vermoeide hersens: als atheïst met een moslima je ergernis delen over de verraderlijke houding van een katholieke geestelijke tegenover westerse, ja zelfs christelijke waarden. Ook naar Maltese maatstaven was het erg warm. De airco werkte echter uitstekend en zijn geest werd snel weer helder. Hij besloot Alexandra niet nog meer te gaan schrijven over de Balkan, devshirme etcetera. Ze had duidelijk laten merken dat veel van de feiten en argumenten die hij aanreikte, nieuw waren voor haar. En ze nam zijn adviezen serieus. Ze had daadwerkelijk de Koran nageslagen op dat vers 65:4, er daarna met haar vader en vervolgens zelfs met een imam over gesproken! Een bijzondere jonge vrouw. Hij was inderdaad bijna vergeten dat ze slechts een paar jaar ouder was dan Maya.
Hij wachtte eerst maar een volgend bericht van haar af.
Een week lang hoorde hij niets van haar. Het verontrustte hem, maar hij had geen tijd om zich er overdreven zorgen over te maken. Zijn aandacht werd opgeëist door het eigenlijke doel van zijn bezoek aan Malta: het ontziltingsproject. Het te voeren overleg met vertegenwoordigers van de firma Bajada Solar en de jonge wetenschappers van de TU-Delft die hij had weten te interesseren, vergde een omzichtige aanpak en gedetailleerde voorbereiding.

Hallo Merlijn,
Dat lijkt ineens lang geleden, hè.
Mijn Balkanreis is nu teneinde. Of misschien was hij dat een paar dagen geleden al: ik weet nog steeds niet of ik Griekenland nu wel of niet tot de Balkan moet rekenen.
Mijn koffers staan ingepakt voor de vliegreis naar Istanboel. Eindelijk heb ik nu wat tijd over. Ik realiseerde me bovendien dat ik straks, als Hiwa er is, weinig tijd zal vinden om je te schrijven. Het is nu dus echt het goede moment om ook “een heel kort stukje” te schrijven ;-).
Ik wil je nog bedanken dat je me op het spoor van die Ali Pasha hebt gebracht. Inmiddels kan ik me moeilijk voorstellen dat ik nog nooit eerder van hem had gehoord! Het levensverhaal van die man zou een mooie kapstok zijn voor een compleet boek over “ons thema”! Nadat ik ontdekt had dat die beroemde reislord, George Byron, hem de bijnaam “Mohammedaanse Bonaparte” gaf (de originele Fránse Bonaparte heeft trouwens nog geprobeerd Ali in zijn kamp te krijgen!) ben ik nog wat verder gaan zoeken op die term. Ik kwam terecht bij een boek van ene Fleming (een vrouw) getiteld “The Muslim Bonaparte”. Een proefschrift. Mogelijk wel uniek want de boekensite Amazon zet erbij: “Believe it or not we don’t have any recommendations for you related to …”! Ik heb het niet besteld – het kost een paar honderd dollar – maar er al wel een en ander óver gelezen. Eén van de reviewers vindt dat ze te veel schrijft over het oriëntalisme – dat begrip is jou ongetwijfeld bekend – en de meeste andere reviews zijn ook negatief. Misschien wat voor jouw promotieonderwerp na je pensioen? Dat jij het overdoet, maar dan beter?
Een andere reviewer schrijft treffend: ‘Ali Pasha is described as a “hands on” ruler. “Heads off” would be more accurate.’ Een van zijn bijnamen was “Ali the Axe”. Hij schijnt nogal wat tegenstanders met zijn bijl te hebben gedood.
Wat je schrijft over die Bektashi, die soefi, is ook een eye-opener. Je herinnert je vast nog dat dat boek van Jokai over Ali begint met een bezoek aan een soefi. Ali wil van hem uitleg over het ge-orakel van een djinn, die in een geheimzinnige grot zou wonen. Djinns zijn een soort geestverschijningen. Ik denk dat ze in de Nederlandse context duiveltjes zouden heten. Het is allemaal romantiek in dat boek, gevaarlijk-romantisch, zoals jij dat noemt, maar het klopt wel voor wat de rol van “djervishes” en djinns betreft. Ik heb het voor de zekerheid gecheckt bij mijn vader. Hij bevestigde het: bijna alle “Allah-vrezenden” geloven in djinns. Hij zegt ook dat de meeste westerlingen niets weten van dat aspect van de islam. Net zo min als over ‘Koranwater’, exorcisme of het voodoo-achtige gedoe van veel soefi’s.
Toen ik door Albanië reed, met name in de buurt van het Kukës-meer met al die bruggen daar, had ik echt het idee dat ik bij wijze van spreken “ín” dat boek van Jokai reed. Ali Pasha liet ook veel bruggen bouwen in zijn tijd. Precies in die omgeving dus.
Mijn bezoek aan zijn geboorteplaats Tepelenë leverde niet zo veel op. Weinig mensen die Engels spreken daar. Een van de hoofdwegen van het stadje is genoemd naar de tiran. En dan is er een groot standbeeld. Opvallend is dat Ali niet is afgebeeld in een heldhaftige pose: hij ligt op een divan. Je krijg het idee dat hij bevelen ligt te geven.
In een verslag van ene John Hobhouse las ik echt schokkende dingen over deze Ali. Hobhouse was de reisgenoot van bovengenoemde Lord Byron. Ze hadden een ontmoeting met meneer De Bijl himself. Wat Hobhouse over die ontmoeting schrijft is fascinerend. De man die hen bij Ali brengt, kleedt zich voor die gelegenheid om: hij doet oude, lelijke kleren aan. Zo voorkomt hij dat hij mooier gekleed is dan Ali. Blijkbaar wil Ali zich bij elk treffen verhouden tot de mensen om hem heen als een bruid tot de gasten op haar bruiloft 🙂 Hobhouse schrijft ook over Ali’s legendarische wreedheid, vooral tegen vrouwen.
Schokkender is de manier waarop die Brit het allemaal beschrijft: nuchter, feitelijk. En dan gaat hij het vervolgens nog allemaal “relativeren”. Het komt erop neer dat hij zegt dat Ali niet zo negatief afsteekt tegen zijn omgeving. Het doet denken aan wat tegenwoordig “cultuurrelativisme” wordt genoemd.
Nadat ik in Tepelenë was geweest, ben ik dus naar Ioannina gereden. 120 km zuidelijker. De muren van Ali’s kasteel staan er nog helemaal! Ik ben er omheen gelopen: meer dan een kilometer is dat. Een flink deel daarvan loop je dan langs het Ioannina meer. Verschillende legendes over Ali Pasha gaan over vrouwen die levend in een zak gestopt werden, en verzwaard met stenen in het meer werden gegooid. Wanneer je nu, in onze tijd, aan het water zit en uitkijkt over dat meer, bijna 20 vierkante kilometer, en over het Ioannina-eiland, waar Ali de dood vond, zie je een lieflijke, toeristische omgeving. Het verhaal over de geesten van de verdronken vrouwen die je in de ochtendmist zou kunnen zien, is natuurlijk alleen dat: een verhaal. Bij de Fetih moskee, met het bijbehorende mausoleum voor de tiran, had ik even niet meer zo dat idee. De moskee, die overigens niet open is voor publiek, valt nog wel mee, maar de graftombe heeft echt een nare, lugubere uitstraling. Een andere bijnaam van Ali was “Leeuw van Yannina” (een andere schrijfwijze voor Ioannina, natuurlijk). Over zijn tombe staat een groot stalen ding. Een soort hekwerk. Het deed me denken aan een kooi voor een groot en verschrikkelijk roofdier. Het lichaam van de leeuw ligt daaronder, maar zijn hoofd zou in Istanboel liggen: door zijn overwinnaars bezorgd bij de sultan.
Dat brengt me weer terug bij Sultan Murat I. Bij het Merelveld, in Kosovo, bezocht ik twee mausolea op een afstand van ruim drie kilometer van elkaar. In de kleinste van de twee liggen alleen Murats ingewanden, in die andere de rest van zijn lichaam! Jij schreef dat de tombe van Gül Baba eigendom is van de Turkse staat. Ik ontdekte dat allebei die mausolea van Murat I zijn opgeknapt door de Turken. Door de Diyanet. Dat feit zelf vond ik niet zo bijzonder. Wel het jaar waarin de Turken ze hebben opknapt: drie jaar vóór de onafhankelijkheid van het land Kosovo. Een paar maanden na het oplaaien van het geweld in Kosovo zijn ze er dus al mee begonnen.
Ik had ook nog nooit van “paidomazoma” gehoord. Ik heb aan een paar mensen in Griekenland – in Ioannina en in Athene – gevraagd wat het betekende. Van die kinderroof van kort na WO II weten veel mensen nog wel iets. Vooral oude mensen natuurlijk, maar ook jongeren wel. Niemand legde uit zichzelf een verband met de Ottomaanse tijd.
Vriendelijke groeten,
Alexandra,
3 oktober, Athene
PS: Ik heb een paar keer contact gehad met Maya. Ze maakt heftige dingen mee op haar reis. Mijn avonturen steken daar een beetje magertjes tegen af. Ik heb haar één keer gebeld. Ze stond toen op een vliegveld in Saoedi-Arabië! Misschien ga ik haar nog zien in India. Ik was eerst van plan om ook nog naar Irak te gaan. Naar de provincie Sal Adin met name: daar staat de minaret van Jam – hij doet denken aan die bekende afbeeldingen van de toren van Babel – en die gouden moskee van de sjiieten. Intussen is het in Irak echter té onveilig. In India zijn er ook heel interessante plaatsen te bezoeken. Vóór Oezbekistan ga ik nog naar het oosten van Turkije. Een archeologische vindplaats die ‘Göbekli Tepe’ wordt genoemd. Wel eens van gehoord?
PPS: Ik ging nog eens door je oude mails. Met de door jou uitgevonden term eunuch-syndroom heb ik nu meer moeite. Het is toch alleen een soort afgeleide van het Stockholm-syndroom?

Niet alleen de inhoud van haar bericht was dramatisch veranderd maar ook haar hele manier van schrijven. Het had vast te maken met het vooruitzicht om in Istanboel een aantal dagen door te brengen met haar verloofde. Maar was dat de enige reden?
Het ging in ieder geval goed met haar. Grappig dat ze dat had onthouden, van dat promoveren. Schitterend dat ze zelf over Ali Pasha als ‘mohammedaanse Bonaparte’ begon. En de term ‘Allah-vrezenden’! Merlijn was verrukt. Zo’n reactie was enkele maanden geleden totaal ondenkbaar geweest.

Hallo Alexandra,
Heel hartelijk dank voor jóúw “korte stukje”. Ik hoop dat je wat aan onze communicatie hebt voor jouw boek.
Als ik zo tussen de regels lees, lijkt het wel goed te gaan met je. Je bent in ieder geval gelukkig heelhuids door Kosovo en Albanië gekomen. Ik heb het opgezocht: in Europa is Albanië na Wit-Rusland het land met het hoogste aantal moorden per jaar; de doden vanwege familievetes niet meegerekend.
Ja, ik ken dat begrip “oriëntalisme”: de theorie van Edward Said dat elke tekst van de hand van een Europeaan over het (Midden) Oosten onbetrouwbaar is omdat het allemaal onderdeel is van het imperialisme/ kolonialisme van westerlingen. Palestijns Arabier, maar geen moslim, die meneer Said. Hij werd geboren in een voormalige Arabische kolonie van de Turken, die dat gebied ooit hadden veroverd onder de vlag van Allah of Mohammed. In Saids jeugd werd het bestuurd door de Engelsen als mandaatgebied van de Volkerenbond. Wanneer je zijn biografie – die overigens trekjes van een hagiografie heeft – leest op Wikipedia, begint het een beetje te dagen wat voor vlees we in de kuip hebben. Vooral de autobiografische stukjes daarin: dingen die de professor zelf schrijft over zijn jeugd. Wat een verknipt figuur. Type Baader-Meinhof. Net als die Duitse terroristen heeft ook hij “issues” met zijn eigen ouders tot iets politieks gemaakt. Dat “oriëntalisme” sluit intussen inderdaad wel aan bij ons thema. Voorlopig ben ik nog niet met pensioen hoor!
Een paar (echt) korte opmerkingen over janitsaren en de devshirme. Slaaf zijn betekent niet overal en in elke tijd hetzelfde. Veel lijfeigenen waren slechter af dan hun tijdgenoten die formeel slaaf waren. De vrije mens is goed beschouwd een recent verschijnsel! Niet alleen die ontvoerde kinderen waren slaaf van de sultan maar ook alle ambtenaren hadden officieel die status. Dat is dus een ‘relativering’ van mijn kant! Van een ander soort relativering moet ik echt helemaal niets hebben. Ik heb het dan over het verhaal dat de devshirme “eigenlijk” in strijd zou zijn met de sharia. Dat is een “leugentje om bestwil”, bedoeld om het imago van de islam te beschermen. Er is verbazingwekkend weinig studie naar verricht, maar als je er maar even over nadenkt, ontkom je er niet aan dat de realiteit van officieel georganiseerde kinderroof qua walgelijkheid in de buurt komt van mensenoffers. Dat die praktijk in strijd zou zijn met de sharia, is een absurde poging om de islam vrij te pleiten voor wat betreft die gruwelen. Kinderen van volken die in een contract hadden toegegeven dat ze inferieur waren aan moslims, zouden níet geroofd mogen worden. Een “dhimmi-verdrag” heet zo’n contract. Met de christenen op de Balkan was echter niet zo’n verdrag gesloten en die waren dus vogelvrij. Dit is een kwestie die meer actueel is dan je misschien zou denken.
Helaas is zelfs de rol van Ali Pasha in zekere zin ook nog steeds actueel. Ik stuitte op het verslag van een Albanees-islamitische conferentie die aan hem gewijd was. Hij wordt daarin aangeduid als ‘Groot Albanees staatsman’. In 2009, op een conferentie in Bosnië!
Speciaal voor het geval je Hiwa ook een tijdje intellectuéél wilt bezighouden hier nog wat overwegingen en weetjes.
Je ben vast al bekend met gezegdes over het belang van de bergen voor de Koerden. Tribalisme en alle daarmee samenhangende narigheid, floreren in zo’n bergachtige omgeving. En het gebergte dat een groot deel uitmaakt van het woongebied van de Koerden is, zoals zoveel gebergtes, een natuurlijk grensgebied. En niet zomaar een grensgebied: eentje tussen volken, talrijker nog dan de Koerden, die vaak “overambitieuze” heersers hadden: Perzen, Arabieren, Turken, Russen. En de Britten en Fransen verschenen later ook nog op datzelfde toneel. De rol van islam is in zo’n tribale omgeving een andere dan waar er iets bestaat dat lijkt op een natiestaat. Dan krijg je lokale Mohammed-imitaties. Sjeiks en emirs of hoe ze zich verder noemen.
Zeker voor wat de Koerden in Turkije betreft kun je niet heen om de ontmanteling van het Ottomaanse rijk en om de bedenkelijke rol die Kemal Mustafa, de Atatürk, daarin heeft gespeeld. Er zijn redenen om die man een ‘goede pers’ te geven, goede redenen ook, maar men vergeet nogal eens, vooral in het Westen, dat hij véél meer machiavellist was dan idealist. Hij zette een punt achter de Ottomaans-imperialistische ambities. Daarvoor in de plaats kwam Turks nationalisme. Toen de Koerden een eigen staat dreigden te gaan krijgen, wist hij veel Koerden aan zijn kant te krijgen door weer de kaart van de islamitische solidariteit, de “stamverwantschap via Mohammed”, uit te spelen.
Ten slotte nog je PS over het eunuch-syndroom. Het is niet medisch, zoals bijvoorbeeld het Down syndroom of het syndroom van Klinefelter. Er zijn helemáál geen lichamelijke symptomen. Je kunt er zelfs vraagtekens bij zetten of er wel sprake is van psychische symptomen. Je kunt het een beetje vergelijken met het syndroom van Münchhausen by proxy: ouders, meestal moeders, die hun eigen kinderen vergiftigen, ziektesymptomen of echte ziektes of verwondingen toebrengen, om zelf (positieve) aandacht te krijgen van hun directe omgeving en/of de medische wereld. Die mensen zijn niet ziek: ze lijden zelf niet. Ze gedragen zich misdadig. Zo monsterlijk dat we zoeken naar verklaringen in hun jeugd. Je hebt ook bedelaars die hun eigen kind verminken om meer succes te hebben bij het bedelen.
Ik ontken niet dat introductie van het begrip eunuch-syndroom (weet jij een beter woord?) een politiek karakter heeft, maar ik ben wel serieus. Wegkijken voor de peilloze wreedheden die door de jihadisten gepleegd worden, dat is één ding. Het eunuch-syndroom, het opzetten van misdadig kromme redenaties om bepaalde gedragingen te rechtvaardigen of het effect ervan te bagatelliseren: dat is echter iets heel anders. De echte slachtoffers worden zo volkomen verloochend.
Vriendelijke groeten,
Merlijn,
4 oktober, Malta

Het antwoord van Alexandra liet enige dagen op zich wachten. Ze stuurde het, zoals Merlijn al verwacht had, pas toen Hiwa al weer naar Nederland vertrokken was.

Hallo Merlijn,
Weer een bericht vanaf een vliegveld. Niet zo uitgebreid dus. Zo dadelijk vlieg ik naar Urfa. Dat is heel dichtbij de Göbekli Tepe. Weet je intussen al wat dat is?
Wat een verhaal schreef je me weer, wat haal je er veel bij. Je brengt me steeds opnieuw aan het twijfelen of dat nodig is.
Ik ben met Hiwa naar het Top Kapi paleis geweest. Erg groot. We waren er veel te kort om alles te zien. Vreselijk veel pracht en praal. Waaronder, niet te vergeten en niet te missen: De Lepelmaker Diamant. Verzekerd voor 200 miljoen Euro. Je mocht er ook niet aankomen. Grapje. Ik had al gevonden dat hij via “onze” Ali Pasha in het bezit van de sultan gekomen was. Het meest verrassende in de verhalen over het juweel vond ik de bewering dat de moeder van Napoleon hem verkocht aan een ondergeschikte van Ali Pasha. En dan vooral de reden van die verkoop: om Napoleons ontsnapping van Elba ermee te financieren! Zo akelig allemaal. Ik weet niet hoeveel mensen dood zijn gegaan vanwege dat ding.
Ik was zeer verbaasd over de wijze waarop het museum omgaat met de fenomenen eunuchs en harems. Ze schrijven openlijk over “Odalisks”: witte slavinnen die als relatiegeschenken !!! gegeven werden aan de sultan. Ik miste schaamte over dat aspect van de Turkse – en Europese! – geschiedenis.
We hadden ook te weinig tijd in het museum omdat we eerst al het archeologie-museum hadden bezocht. We zijn natuurlijk ook in de Haga Sophia geweest. Ik was verbaasd dat er nog afbeeldingen te zien zijn van Jezus en Maria en zelfs van Constantijn, de oorspronkelijke naamgever van de stad.
Dat mausoleum voor Enver Pasha stelde helemaal niks voor. Ik snap niet goed waarom je vond dat ik dat moest bekijken.
In je stukje over Saïd schrijf je ‘veroverd onder de vlag van Allah of Mohammed’. Hoe relevant is dat volgens jou?
Vriendelijke groeten,
Alexandra,
8 oktober, Istanboel
PS: Je hebt nog steeds niets verteld over dat ‘eigen project’ van je. Ga je dat nog doen?

Merlijn las het bericht pas de volgende avond. Na terugkomst van het etentje met Jeff en Rob dat nogal heftig geëindigd was.

Hallo Alexandra,
Deze keer houd ik het ook een beetje kort. Ik ben de hele dag op stap geweest met Jeff en Rob. Interessant wel, je hoort er later nog wel meer over. Bij het dessert liep de discussie wat uit de hand.
Excuses dat ik je niet wat meer verteld had over Enver Pasha. Dat Mausoleum zelf stelt inderdaad weinig voor. Het ging me om het feit dat het bestaat. En op die plaats. Die Enver is de Pasha die door de Turken bij verstek ter dood veroordeeld werd, o.a. voor zijn rol in de Armeense genocide: in de nadagen van WO I, toen de Atatürk net aan het bewind was. Enver wilde de nieuwe kalief worden: de baas van alle moslims wereldwijd. Hij werd door de Russen gedood toen hij in dat kader oorlog voerde in Turkmenistan. De huidige machthebbers in Turkije hebben de resten van deze ‘Armeniër-slachter’ in 1996 overgebracht naar Istanboel en hem met militaire eer begraven. Een West-Europese equivalent daarvan zou zijn de herbegrafenis van Hitler op initiatief van Angela Merkel. Dat gaat misschien wat ver, maar een vergelijking met eerherstel voor maarschalk Petain, de Führer van Vichy-Frankrijk, op initiatief van president Hollande niet.
“Hoe relevant is dat?” Als je daarmee bedoelt te zeggen: “De Europeanen veroverden toch ook gebieden onder de vlag van Christus of God”, dan zal ik dat niet tegenspreken. Ik walg echter van dat volkomen vanzelfsprekende meten met twee maten door mensen als Edward Said: dat hij het Ottomaanse kolonialisme gewoon niet als kolonialisme wilde zien.
Jouw opmerking over – in dit geval blanke – slavinnen en over eunuchs is me uit het hart gegrepen. Dat zal je niet meer verbazen.
Dat verrast mij ook een beetje: die afbeeldingen in de Haga Sophia. Als je die nog niet kende, ben je nu, na je bezoek, vast en zeker op de hoogte van de ontwikkelingen rond het gebouw in de twintigste eeuw. Ik bedoel: dat de Atatürk er destijds een museum van heeft gemaakt. En Erdogan geeft tegenwoordig signalen af dat hij opnieuw een moskee wil maken van die voormalige christelijke kerk. Heb je daar in Istanboel nog iets over gehoord?
Ik had je nog niet geschreven wanneer voor het eerst het belang tot me doordrong van hoe kritisch of hoe patriottistisch mensen kijken naar de geschiedenis van hun eigen land of volk. En hoe sterk landen daarin verschillen. Vooral sinds de Tweede Wereldoorlog. Dat kwam door een bericht over een jonge Marokkaan die in de Duitse plaats Regensburg een monument voor Don Juan beklom om er vlaggen van Marokko en Turkije aan op te hangen. Die Marokkaan protesteerde tegen het bestáán van het monument. Don Juan was een belangrijke figuur in de slag bij Lepanto. Een gebeurtenis die hoort in het rijtje Slag om Malta 1565, Lepanto 1572, Slag om Wenen 1683 en Slag bij Zenta.
Vriendelijke groeten,
Merlijn,
9 oktober, Malta
PS: volgende keer meer over dat andere project van mij.
PPS: vandaag is het de dag van de slag om Karbala. Hoor je daar in Turkije nog iets over?

Merlijn had er geen idee van dat hij met zijn antwoord op haar vraag over die “vlag van Allah of Mohammed” geslaagd was voor een belangrijke test.
Ook het volgende bericht verstuurde Alexandra vanaf een vliegveld.

Hallo Merlijn,
Over een uur vertrekt mijn vlucht naar Tashkent, Oezbekistan. Via Istanboel. Ik hoop dat ik in het vliegtuig wat kan slapen. Ik kom morgenochtend om vijf uur plaatselijke tijd aan. De tijdzones werken in mijn nadeel! En ik ben nu al moe. Misschien reis ik te veel of te snel. Ik ben wel blij dat ik deze reis ben gaan maken. Wanneer we allebei terug zijn in Nederland moeten we maar eens afspreken om eens wat uitgebreider over ons thema te spreken.
Ik heb hier in de stad Urfa gelogeerd. Niet ver van de grens met Syrië, maar van de herdenking van Karbala heb ik weinig gemerkt. Ook Göbekli is niet zo ver bij Urfa vandaan maar ik ben gelijk ook nog doorgegaan naar de berg Nemrud. Wel ver, maar vreselijk interessant. Grote beelden. Ze stammen van ver voor de komst van de Ottomanen. Gemaakt in opdracht van Antioch I die toen de baas was over een streek die onderdeel uitmaakte van het Armeense rijk dat toen op z’n grootst was. Het heeft iets onwezenlijks dat daar een verhaal aan vastzit over de botsingen tussen Perzen en Grieken terwijl de Turken nog helemaal niet in beeld waren! Erg jammer dat er geen poging gedaan is deze beelden enigszins in ere te herstellen. De slechte staat van die beelden viel me extra op omdat vlakbij een grote Romeinse brug staat, uit ongeveer dezelfde tijd: nog wel in tact. Ik reed er overheen. Onderweg heb ik ook de Atatürk-dam bekeken. Indrukwekkend. Onderdeel van een nog veel meer omvattend project. Het initiatief voor dat complete project is nog afkomstig van Kemal Mustafa zelf.
Maar de Göbekli was interessanter. Alleen al vanwege de leeftijd: veel ouder dan de oudste piramides in Egypte. Er wordt wel een link gelegd met de Assyriërs, de eerste grootmacht in de wereldgeschiedenis, geloof ik. Ik heb sterk de indruk dat ze in Turkije minder aandacht hebben voor die echt oude schatten dan in Egypte.
Vriendelijke groeten,
Alexandra,
10 oktober, Sanliurfa, Turkije
PS: Over de Karbala-herdenking vertelde Hiwa dat hij alleen in de krant gelezen had over het traditionele anti-sjiietische geweld dat elk jaar op deze dag plaatsvindt in Irak.


Via deze link kunt u de andere delen van Alexandra’s reis (terug) vinden.

Onder de eerste aflevering (Proloog) is ook een overzicht opgenomen van de belangrijkste personages in het boek. Terveel is het pseudoniem van Frans Groenendijk.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.