DE WERELD NU

Wildersproces2 -haatzaaien en misbruik van strafrecht

Wildersproces2, Wildersproces1, rechtsstaat

Haatzaaien en beledigen zijn misdrijven waar je als Officier van Justitie als regel weinig mee kunt. Ze zijn in de wet gekomen als reactie op de jodenvervolgingen voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat het nu wordt toegepast in Wildersproces2 heeft daarom iets bijzonder kunstmatigs.

Als er één ding is dat een fatsoenlijk mens hoort dwars te zitten, dan is het dat de behandeling van Marokkanen in Nederland nu vergeleken wordt met de jodenvervolgingen in de vorige eeuw. Dat is zo beledigend, zowel voor de joden als voor de andere Nederlanders, dat je niet begrijpt hoe iemand op zoiets komen kan.

Een officier van justitie, die een politicus gaat vervolgen omdat hij de uitzonderlijk hoge criminaliteit binnen de Marokkaanse bevolkingsgroep aan de kaak stelt, daar zit een flinke steek aan los. Het is Wilders’ plicht als volksvertegenwoordiger om criminaliteit en andere misstanden aan de kaak te stellen, ongeacht de bevolkingsgroep waarin die plaats vinden. Hij heeft het recht om dat te doen zolang hij niet gaat schelden of op een andere manier in zijn handelen of woordgebruik perken te buiten gaat. Dat was met zijn vraag naar meer of minder Marokkanen alleen voor vooringenomen progressisten het geval en daarmee had daarom de kous af horen te zijn.

Groepsbelediging, discriminatie en haatzaaien kunnen ten laste worden gelegd als dader en slachtoffers beiden hebben moeten begrijpen dat de gebruikte woorden of handelingen achterwege zouden zijn gebleven als niet het kwetsen van de slachtoffers of het aanzetten tot haat en geweld het doel was geweest van het opreden. Over de vraag of er wel sprake is van belediging of opruiing moet geen twijfel mogelijk zijn. Is die twijfel er wel dan zoekt een normale officier het liever in werkelijk gepleegde geweldsdaden, waar er sowieso al meer van worden gepleegd dan hij vervolgen kan.

Zo verstandig was de officier in het eerste Wildersproces. Hij wilde geen vervolging maar werd er toe gedwongen door de strafkamer van het Amsterdamse gerechtshof. De voorzitter van die kamer is intussen met de stille trom vertrokken en dat was zeer terecht.

Bij de spaarzame tv beelden van de regiezitting in het tweede proces Wilders zagen we een heel ander soort officier. Je zou je kunnen voorstellen dat de vroeger PvdA leider Wouter Bos niet blij geweest is met het optreden van deze naamgenoot, die je overigens gelukkig wel aan kon kijken. Wilders en diens raadsman waren alleen maar op de rug te zien. Veel geholpen heeft dat laatste niet. Het optreden van Wilders was het enige fraaie en onderhoudende gedeelte van deze regiezitting, ook al kon je het alleen van de achterkant bekijken.

De drie leden van de rechtbank zaten er wat lijdzaam bij en lieten het pleidooi van Wilders over zich heen komen zonder een spier te vertrekken. Dat moet vooral moeilijk geweest zijn voor het vrouwelijke lid van het college die misschien dan geen lid was van D ’66, maar die zich wel in het openbaar had uitgelaten over het eerste proces, waarin naar haar mening ten onrechte gewraakt was. Wilders vroeg deze rechter beleefd zich vrijwillig terug te trekken en dat leek mij een verstandige raad.

Voor het overige vond ik het begrijpelijk dat de NPO er zo weinig van heeft laten zien. Ze zijn daar bij de omroep massaal voor het vervolgen van Wilders en deze uitzending maakte in geen enkel opzicht duidelijk waarom.

Er zijn miljoenen mensen in dit land die zich afvragen of misbruik van strafrecht niet op zich zelf een vorm van discriminatie en aanzetten tot haat is en of degenen die daar verantwoordelijk voor zijn niet zelf vervolgd horen te worden. Voor zover het hier om leden van de rechterlijke macht en het openbaar ministerie gaat is het antwoord nee. De onafhankelijkheid en onkwetsbaarheid van de rechter is de kern van onze rechtsstaat en ook als ze fouten maken horen deze magistraten niet te worden vervolgd.

Het ligt misschien anders voor mensen die valse aangiften hebben gedaan of uitgelokt. Ik denk dan aan degenen die verantwoordelijk zijn geweest voor het klaar leggen van voorgedrukte aangifteformulieren bij politiebureaus, waarvan er duizenden zijn ingediend en niet tientallen zoals de officier zei in diens openingspleidooi.

Misbruik van strafrecht
Een vervolging wegens het aanzetten tot haat en wegens groepsbelediging komt eigenlijk vrijwel nooit voor. Het zijn te vage beschuldigingen om in de praktijk tot een veroordeling te leiden en ze passen eigenlijk ook niet in ons strafrechtsysteem. Normaal vereist ons strafrecht een heel concrete omschrijving van een handelen of nalaten, die past in een van de delictsomschrijvingen in het wetboek van strafrecht. Neem artikel 310 Sr.:

Hij die enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort wegneemt, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, wordt, als schuldig aan diefstal, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

Dat is een heel ander soort beschuldiging dan artikel 137c:

Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk beledigend uitlaat over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie, of 137 d:
Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.

Bij 310 weet je waar je je tegen te verdedigen hebt. Je was er niet op het tijdstip dat in de dagvaarding staat, of het goed was niet geheel of ten dele van een ander of er was helemaal geen oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, waarvoor je het huurcontract kunt tonen dat je met de eigenaar gesloten had.

Bij haatzaaien of beledigen van bevolkingsgroepen is verdedigen veel lastiger. De artikelen zijn ooit in de wet gekomen omdat joden in nazi Duitsland werden vervolgd alleen op grond van hun jood zijn. Men meende dat het antisemitisme bestreden kon worden door het strafbaar te maken, maar de geschiedenis heeft ons anders geleerd. Nu wordt het artikel gebruikt om mensen, die zich verzetten tegen het groeiende antisemitisme van Turken en Marokkanen in dit land, achter de tralies te krijgen.
Als een officier of een rechter meent dat het beledigend is voor Marokkanen wanneer je gezegd hebt dat je zou wensen dat er minder van hen in Nederland woonden, hoe kun je je daar dan tegen verweren? Als je mensen op zou roepen tot het gooien van stenen naar Marokkanen en zeker als bewezen zou kunnen worden dat jij of anderen dat vervolgens ook gedaan hadden. Daar kun je wat mee, strafrechtelijk gesproken. Maar je hebt als Wilders een andere politieke opvatting dan je beschuldigers en buiten een communistische of nationaal socialistische context was zoiets vroeger nooit strafbaar.

Waarom Wilders veroordeeld zou moeten worden op grond van het gesundes Volksempfinden van Mr. Tak, is mij een raadsel en ik denk veel Nederlanders met mij.

De vervolging en de gang van zaken tijdens het eerste Wildersproces heeft zich uiteindelijk tegen Schalken, tegen het Amsterdamse Hof en tegen de Nederlandse rechtspraak gekeerd. In de ogen van de Wilders-aanhang en van het publiek dat weinig op heeft met de praktijk van het Nederlandse strafrecht, was Wilders de morele overwinnaar na zijn vrijspraak. Waar men vooral slechte herinneringen aan heeft over gehouden was aan de raadsheer Schalken.

Die was, zoals bleek tijdens zijn getuigenverhoor, nogal enthousiast over de kwaliteit van de artikel 12 beschikking die hij geconcipieerd had. Hij vond ook dat het rechtsgevoel van hem zelf en de klagers bevredigd werd door de vervolging, ongeacht de uitspraak. Wat in het getuigenverhoor van deze ex-raadsheer niet aan de orde kwam maar toch een interessante vraag lijkt te zijn is of Schalken daarbij ook het feit van de vervolging als zodanig al als een soort sanctie zag. Een vervolging is voor een verdachte die geen crimineel van professie is niet zo maar een beroepsrisico. Zo’ n proces wordt door ieder fatsoenlijk mens als zeer bezwaarlijk ervaren, ongeacht de uitspraak van de rechtbank. De tweede vervolging die Wilders nu meemaakt zou om die reden al geen doorgang horen te vinden. Ne bis in idem is een rechtsregel waar ook in dit geval rekening mee gehouden zou horen te worden.

Niet alleen de kans dat men veroordeeld hangt boven het hoofd van een verdachte in een strafproces maar ook de kolossale kosten van een verdediging[1] en de hoeveelheid tijd en inspanning die de vervolging van de verdachte zelf vraagt. Weliswaar heeft Wilders in politieke zin garen kunnen spinnen bij zijn eerste vervolging, wat niet de bedoeling van mensen als Schalken en Tak kan zijn geweest, maar zoiets heeft zijn grenzen. Bovendien, de ernst van de fysieke bedreigingen tegen hem, hier en in het buitenland, wordt er door verhoogd. Het aantal mensen dat zich door de vervolging gelegitimeerd voelt om geweld tegen hem te gebruiken neemt toe.

Wilders zal ondanks de politieke reclame die het hem oplevert van de procedure af willen, liever vandaag dan morgen. Maar het ziet er opnieuw niet naar uit dat dit gebeuren gaat. Het is duidelijk dat men met de vervolging probeert de bezwaren die hier in Nederland leven tegen de weigering van moslims om zich in onze samenleving te integreren de kop in te drukken. Het strafrecht wordt hier gebruikt om politieke ideeën te bestrijden. Iemand vervolgen wegens zijn politieke standpunt is een vorm van overheidsoptreden waarmee men de rechtsstaat geweld aan doet. Het doet afbreuk aan de eerbied die men aan rechters en het rechtssysteem verschuldigd is en eigenlijk is het gewoon een schande dat dit gebeuren kan. Ik ben nog steeds perplex.


  1. [1] Ik heb horen verluiden dat het uurtarief dat Moszkowicz vroeg tijdens het eerste proces €900,- bedroeg, wat beduidend meer is dan dat van een eerste klas advocaat van een van de grote kantoren.

Meer over Wildersproces2 (en 1) vindt u hier.


Dit essay verscheen eerder als twee opeenvolgende artikelen op het Blog van Toon Kasdorp

9 reacties

  1. Thomas schreef:

    In het artikel staat: “Het doet afbreuk aan de eerbied die men aan rechters en het rechtssysteem verschuldigd is”.
    Degenen die weten dat diverse rechters gewoon te beschouwen zijn als witte-boorden criminelen, hebben een enorme afkeer tegen de rechterlijke macht in het algemeen. Het is vaak een grote kliek die zich bezig houdt met klasse-justitie en daarbij valse rapporten die in strijd zijn met elke vorm van logisch denken gewoon als waarheid tegen beter in hun uitspraak de beslissing laten geven. De afdeling bestuursrecht van de Raad van State is zo’n rechtbank, die bevolkt worden door angstige staatsraden die op enkele uitzonderingen na aangestuurd worden door een zieke stafafdeling, waartegen zij zich uit angst om buiten de boot te vallen niet durven te verweren.
    Een uitspraak van de Afdeling is vaak klinkklaar bedrog en dikwijls nog aantoonbaar ook. Toch blijven die lui zitten, terwijl er bij de stafafdeling sprake is van: “De wet dat ben ik”.

  2. Cool Pete schreef:

    Politiek show proces.

    [ Elke Amerikaanse sheriff zou beter recht spreken .]

  3. D. G. Neree schreef:

    Als Wilders veroordeeld wordt, is dan iedereen die minder Marokkanen in NL wil schuldig aan dit misdrijf? Misschien zouden de mensen die deze mening zijn toegedaan dan zich na een veroordeling en masse moeten aangeven bij de politie. Ze hebben vast nog een hoop voorgedrukte aanklachten klaarliggen.

  4. jan schreef:

    Begrijp dat het oproepen van het gooien van stenen niet mag.
    En van schoenen gooien? Begreep dat moslims dat wel begrijpen.

  5. Voight-Kampff schreef:

    @D.G.Neree. Minimaal de 1.372.941 kiezers voor de PVV verdienen een veroordeling met Wilders.

  6. Voight-Kampff schreef:

    @ Kasdorp.

    Ik herhaal mijn vraag hier, die ik eerder heb gepost onder uw artikel ‘Wildersproces2 – een showproces’, betreffende onaantastbaarheid van rechters en waarin u in uw reactie het volgende aangeeft:

    “De onaantastbaarheid van rechters dateert al van voor de Franse revolutie en het is een groot goed. Natuurlijk worden er als gevolg daarvan wel eens onverdedigbare uitspraken gedaan, maar als rechters gestraft zouden kunnen worden voor uitspraken die anderen niet bevallen, dan is het exit rechtsstaat. Liever een paar foute uitspraken of zelf een paar foute rechters op de koop toe nemen.”

    Link: http://verenoflood.nu/36561-2/

    Ik herhaal mijn vraag omdat deze essentieel is in deze discussie en dit artikel het meest recente is in de reeks over het Wildersproces en wellicht meer in de aandacht staat.

    In abstracte zin is uw redenatie correct. Collateral damage. Maar nu het concrete geval waarbij Wilders veroordeeld wordt op basis van een willens en wetens onrechtmatige daad van de rechter, en de rechtsstaat willens en wetens wordt gegijzeld door de rechterlijke macht. Gaat u redenatie van onaantastbaarheid van rechters dan nog op?

    M.a.w. behoren de rechters onaantastbaar te zijn als de rechters zelf de rechtsstaat daadwerkelijk naar de exit begeleiden?

  7. kasdorp schreef:

    Of het hoort of niet hoort laat ik in het midden, maar vast staat dat het Nederlands staatsrecht is dat rechters onaantastbaar zijn.

  8. Voight-Kampff schreef:

    @Kasdorp.

    Ik ben goed op de hoogte van de theoretische toestand van de Nederlandse rechtsstaat, dat heb ik namelijk van u geleerd.

    Even in praktische zin; eindigt het staatsrecht op het moment dat rechters de rechtsstaat afschaffen op basis van een opzettelijke onrechtmatige daad?

  9. kasdorp schreef:

    Het staatsrecht houdt met deze mogelijkheid geen rekening