DE WERELD NU

De Srebrenica-enquête

srebrenica-emquete 5

Toon Kasdorp analyseerde de Srebrenica-enquête, en werd ongewild droevig van de blatante incompetentie van alle actoren.

Niet altijd was die enquête met droge ogen aan te zien. Een hoge ambtenaar van Buitenlandse Zaken (BZ) had net uitgelegd dat er twee constanten zijn in de Nederlandse buitenlandse politiek, te weten de vredespolitiek en de humanitaire traditie. Vervolgens vraagt Tweede Kamerlid mevrouw De Vries, “had de missie ook een humanitaire achtergrond”?

Op zulke momenten blijkt de diplomatieke scholing van BZ. De ondervraagde vertrok geen spier. Is er ook sprake van idealisme in de Nederlandse buitenlandse politiek? vraagt Mevrouw de Vries. Jawel antwoordt de DG, als er tegelijk ook maar sprake is van realisme is. Dat was mijn volgende vraag zegt mevrouw De Vries. Dit was cabaret.

Duidelijk is dat meedoen een imperatief was en dat hoe, waar en wanneer secundaire vragen waren geworden, waarop men van te voren wist het antwoord niet meer zelf in de hand te zullen hebben. “Meer bijdragen”, zei de ambtenaar, “zou eigenlijk ook meer zeggenschap moeten betekenen maar dat bleek niet zo te zijn”. Deze kans voor open doel werd gemist door de enquêtecommissie. De vraag of meer zeggenschap niet verbonden moet worden als voorwaarde aan een hogere bijdrage werd niet gesteld. Kennelijk meent BZ dat wie goed doet goed ontmoet en dat de mores van een goed opgevoed gezin ook de internationale politiek beheersen. Dat zijn dezelfde ambtenaren die, toen het om de financiering van het Europese subsidiebeleid ging, bereid waren het functioneren van de Unie op het spel te zetten voor een financieel voordeel van een paar procent. Dit soort inconsistenties in de Nederlandse internationale opstelling komen in enquêtes niet aan de orde.

De conclusie dat het hier, net als bij de ontwikkelingshulp, helemaal niet in de eerste plaats ging om minder bedeelden in vreemde samenlevingen, maar vooral om het zelfbeeld waar de Nederlander zo aan hecht, die conclusie werd niet getrokken. Duidelijk was dat duizenden Bosniërs, die nu om het leven zijn gekomen, niet meer in de enclave zouden hebben gezeten als Nederland zich niet ondoordacht als hun beschermer had opgeworpen en zich zelf daarmee in een onhoudbare positie had gemanoeuvreerd. De illusie van veiligheid was niet een gevolg van het niet nakomen van toezeggingen door de grote mogendheden, het was het gevolg van slechte voorbereiding, verkeerde taakstelling, verkeerde inschattingen, verkeerde bewapening, verkeerde mensen en volkomen onoordeelkundig optreden van de Nederlandse politiek en van ons bestuurlijk apparaat.

Dat deze conclusie niet door de enquêtecommissie werd getrokken, komt omdat de Kamer zelf te veel bij de uitzending betrokken was en misschien ook wel omdat in de commissie niemand in staat was om militair-politieke problemen als Srebrenica te analyseren. Terugschieten, zei Karremans, moet je niet doen, dat zal altijd escalerend werken. Vervolgens gaf hij een voorbeeld uit de periode die hij in de Libanon heeft doorgebracht waarin terugschieten wel goed had gewerkt. In Bosnië had het geen enkele zin vond hij, behalve uit zelfverdediging als er gericht op een patrouille werd gevuurd. Fransen en Engelsen zijn trigger happy, meende hij, en de Fransen hebben daarom ook meer slachtoffers gehad dan wij.

Dit is een voorbeeld van de manier waarop het verhoor van de overste Karremans verliep en kennelijk ook van de manier waarop Dutchbat haar taak in Srebrenica zag. Het moet iedereen van het begin af duidelijk zijn geweest dat de strategie van de UNO bij de bescherming van de enclave een poker game was. Het bataljon was onvoldoende bewapend om echt strijd te voeren. Maar ooit had de Romeinse senaat Egypte tot overgave gedwongen door er een legaat en zeven manschappen heen te sturen. De zelfverzekerde legaat had virtueel het Romeinse leger achter zich staan en hoewel hij persoonlijk ongewapend was bleek dat voldoende. Zo meende de UNO ook dat de aanwezigheid van Dutchbat, hoe slecht bewapend ook, voldoende had moeten zijn. Iedereen die het gezien heeft herinnert zich het televisieoptreden van de overste in zijn confrontatie met Mladic en ook tijdens het verhoor kwam er geen ander beeld naar voren. Karremans was geen Romein en volkomen ongeschikt voor het pokeren dat hem was opgedragen. De UNO is van de andere kant geen Rome en dat maakte het pokeren ook wel een stuk moeilijker.
Karremans zag zijn opdracht als het fysiek tegen houden van de Serviërs en het fysiek beschermen van de Bosniërs en constateerde dat die opdracht onuitvoerbaar was. Ook zijn ondergeschikte, de kapitein Groen, die met het verdedigen van de blocking position was belast, was deze mening toegedaan en deze defaitistische houding bepaalde het verloop. Psychologisch was Karremans niet meer in staat om weerwerk van welke aard dan ook aan Mladic te bieden.

Karremans heeft zijn positie nooit bekeken vanuit de UNO-strategie. Zijn prioriteiten waren steeds een afgeleide van een daadwerkelijke verdediging, die nooit een reële optie is geweest. Hij heeft niet ingezien bijvoorbeeld, dat een bevoorrading, desnoods met een luchtbrug, veel belangrijker was dan tactische luchtsteun in een verloren gevecht. Hij had wel oog voor de mogelijke effecten van publiciteit, maar heeft per saldo niets gedaan om die aan zijn kant te krijgen. Zijn inspanningen en die van Den Haag zijn steeds op de verkeerde soort ondersteuning gericht geweest en hadden daarom geen effect.

Een Karremans die als de Chinese student op het plein van de Hemelse Vrede voor de lopen van de kanonnen was gaan staan met de camera’s van de NOS op hem gericht en daarachter een satellietstraalzender waardoor de wereld mee had kunnen kijken, had misschien wel het effect gehad dat de levens van de Bosnische mannen waren gered. In elk geval had hij dan in de geest van zijn opdracht gehandeld.

Ten onrechte heeft de onbetrouwbaarheid van de Bosniërs en de algemeen slechte relatie tussen de moslims en Dutchbat een belangrijke rol gespeeld. Het was begrijpelijk dat zij naar vermogen gebruik maakten van de aanwezigheid van Dutchbat. Zij vochten voor hun leven en wisten dat de Nederlanders dat niet konden of deden. Ten onrechte meende Karremans hun vertrouwen te kunnen vragen terwijl de Bosniërs wisten dat hij als het erop aan kwam hen niet zou kunnen beschermen. Uit alles blijkt dat Karremans niet wist waar hij mee bezig was en dat de Nederlandse autoriteiten een ernstige fout gemaakt hebben door hem met het commando van Dutchbat te belasten.

Dutchbat en haar commandant hebben hun opdracht niet goed vervuld en zich tijdens de uitvoering ervan niet heldhaftig gedragen. Dat lag in hoofdzaak aan de politiek die hen met deze opdracht had belast en aan het militaire apparaat dat verantwoordelijk was voor de personele samenstelling van het bataljon en voor de uitrusting. Voor wat de formulering van de missie en de bewapening betreft draagt de UNO medeverantwoordelijkheid.

Het lijkt me niet uitgesloten dat de Serviërs achteraf gezien gelukkiger waren geweest met een flinkere man in de positie van de overste Karremans, die de werkelijke sterkte en zwakte van zijn positie beter begreep, want uiteindelijk heeft de val en het bloedbad van Srebrenica de Amerikanen in de oorlog betrokken en de nederlaag van de Servische Bosniërs ingeleid. Niet alleen Karremans en Nederland, maar ook de Serviërs hebben uiteindelijk hun pokerspel verloren.

Blom, de eindredacteur van het NIOD rapport, zag bewijzen voor de onwil van de legertop om de minister van informatie te voorzien in het feitenrelaas bij het debriefing rapport en in een opdracht van Couzy aan zijn staf om een onderzoek te doen naar de relatie tussen de landmacht en het ministerie over de onderlinge samenwerking bij de informatievoorziening.

Onwil is volgens Van Dale gebrek aan goede wil, weerspannigheid. Blom beriep zich op dit woordenboek om aan te geven dat hij niet “weigering om informatie te verstrekken” of “doofpot” bedoelde. Wat bedoelde hij dan wel?

De gedachtegang moet ongeveer als volgt zijn geweest. De traditioneel slechte relatie tussen de organisaties van de landmacht en van het ministerie van defensie impliceert dat ze tegen elkaar geen volledige openheid betrachten. Hier was volledige openheid nodig richting minister en die openheid was er niet. Derhalve is hier sprake van onwil. De goede wil ontbrak, derhalve onwil.

Het gebruik van de term onwil in het rapport was de doorslaggevend reden voor een algemene hetze tegen Couzy. Zeker, een deel van de verantwoordelijkheid voor het Srebrenica drama ligt bij hem, maar onwil is een verkeerde samenvatting van de gecompliceerde verhouding tussen het departement aan de ene kant en de landmacht met haar eigen bureaucratie aan de andere kant en het woordgebruik is onnodig suggestief richting landmacht.

Aan de legertop komt de verdienste toe tegen het heilloze avontuur in Bosnië nadrukkelijk te hebben gewaarschuwd. Het departement heeft vanaf het begin van de Srebrenica-problemen de Kamer onvolledig voorgelicht en geprobeerd de minister en de regering uit de wind te houden. De door Blom gekozen voorbeelden waren ongelukkig. Ze wezen niet op het bestaan van een doofpot. Waar ze eerder op wijzen is het op het zwarte pietenspel dat al lang vóór het Srebrenica debacle een overheersende rol speelde in de onderlinge relaties tussen de defensiebureaucratieën. De verantwoordelijkheid voor de slechte relatie ligt op zijn minst bij allebei en de formulering dat er sprake was van onwil om de minister te informeren is wel erg kort door de bocht.

Het NIOD had onderscheid horen te maken tussen de minister en diens departement. Het gaat in zijn rapportage uit van de staatkundige plicht van iedere ambtenaar om de politieke top van de juiste informatie te voorzien. Die regel speelt in de dagelijkse praktijk veel minder een rol dan de bureaucratische schermutselingen tussen de diverse organisaties in Den Haag. In het algemeen gaat het er helemaal niet om dat men de minister informatie wil onthouden, maar men wil het departement geen ammunitie aanreiken die het zou kunnen gebruiken om de positie van de landmacht te ondermijnen. De persoonlijke verhouding tussen Couzy en minister Verbeek was uitstekend. Die met minister Voorhoeve was dat niet en de relatie met staatssecretaris Gmelich Meyling was zelfs uitgesproken slecht, maar het peil van de informatie uitwisseling tussen ministerie en landmacht bleef onder alle bewindslieden hetzelfde. Het was met andere woorden geen persoonlijke vete, maar eerder een stammenoorlog. Beide organisaties zijn aan de minister verantwoording verschuldigd maar er is geen duidelijke hiërarchische relatie tussen het departement en de Landmacht.

Het is jammer dat hierover zo weinig rechtstreeks werd gevraagd door de Kamerleden. Er blijkt wel iets van tussen de regels door, maar de doorslaggevende rol die het in de informatievoorziening heeft gespeeld blijft onderbelicht.

Het verhoor van Karremans tijdens de Srebrenica enquête was alles bij elkaar een merkwaardige aangelegenheid. Aan de ene kant waren de ondervragende Kamerleden goed voorbereid. Ze hadden het NIOD-rapport gelezen, de interne rapporten, de debriefings, het boek van Karremans en de verhoorverslagen van de andere betrokkenen. Maar de vragen die ze stelden hadden in het algemeen betrekking op onbetekenende details, of de verantwoordelijkheid lag bij generaal Nicolai in Sarajevo of bij de kolonel Brands in Tuzla, of hij nu wel al een eerste gesprek met Mladic zou hebben of met een van de andere Serviërs. Dat kon allemaal niets meer veranderen aan de duidelijke conclusie die in het NIOD-rapport weliswaar niet getrokken werden, maar daar wel uit af te leiden waren: het Nederlandse Dutchbat en haar commandant waren niet voor hun taak berekend. De chaos van de laatste dagen waarin de tekenen van de massamoord, of in elk geval van de omvang daarvan, onopgemerkt bleven, zijn niet het belangrijke punt. Of Karremans nu wel of niet om bussen had gevraagd aan de UNO, dat had nergens meer verandering in gebracht. Het was overigens wel opvallend dat hij het separeren van de mannen een normale maatregel vond van zijn Servische collega’s (dat deden wij net zo met krijgsgevangenen), terwijl hij aan de andere kant nogal cynisch opmerkte dat de Conventie van Genève voor alle partijen in Joegoslavië een gesloten boek was. Karremans wist gewoon niet waar hij mee bezig was, behalve dan met het levend thuis krijgen van zijn manschappen.

Kan hem dat verweten worden? Hij is er kennelijk van overtuigd dat hij en zijn mensen het er onder de omstandigheden redelijk vanaf gebracht hebben en dat de nog tamelijk milde openlijke kritiek van de Nederlandse en buitenlandse media volkomen ten onrechte is. Dat pleit niet voor zijn inzicht, maar dat wisten we al. Karremans zit net zo vol goede bedoelingen als de meeste Nederlanders, maar God verhoede dat zo’n man ooit nog eens verantwoordelijkheid voor het leven van andere mensen zou moeten dragen.

Geldt hetzelfde voor de generaals Couzy en Van Baal? De generaal Van Vuren heeft in Buitenhof uitgelegd dat de militairen gewaarschuwd hebben tegen uitzending en wel om exact de redenen waarom het ook is misgelopen. Disculpeert hen dat? Nee, naar mijn mening niet. Zij zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van de mensen en de uitrusting. Ze hebben gepleit voor vredestaken voor het leger en toegelaten dat hun mensen onopgeleid voor die taken werden uitgezonden. Toen bleek dat Karremans een volkomen verkeerde opvatting had van zijn moeilijke positie, wat ondermeer was af te leiden uit de chaotische communicatie van de laatste weken voor de ramp, hadden ze in moeten grijpen. Als ze meenden dat in verband met de VN commandostructuur niet te kunnen doen, dan zijn ze daar wel op een heel laat tijdstip achter gekomen. Nicolai heeft nog een (verkeerd begrepen) poging gedaan om Karremans uit te leggen wat van hem verwacht werd, maar Nederland als zodanig heeft de zaak op zijn beloop gelaten. Aan de competentie van het opperbevel kan evenzeer getwijfeld worden als aan de kwaliteit van het bevel ter plaatse. Een plaatsvervangend opperbevelhebber die meent dat hij een opdracht van de minister naast zich neer kan leggen zolang zijn militaire superieur nog met vakantie is, weet evenmin wat de functie van een plaatsvervanger is als wat de juiste verhoudingen zijn tussen de politiek en het ambtelijk apparaat. Mocht hij gemeend hebben dat het niet zozeer de minister, maar diens departementale ambtenaren waren waartegen hij zijn baas moest beschermen, dan had hij zijn probleem met de minister moeten bespreken, al zou die, als ik het goed zie, waarschijnlijk niet thuis hebben gegeven.

De bevelsverhoudingen in een legermacht als van de UNO in Bosnië zijn ingewikkeld en onoverzichtelijk. De UNO werkt onder een politiek mandaat waar de militairen ter plekke niet in geloven. De UNO beschikt niet over een militaire infrastructuur zoals de NATO die heeft. Ze heeft geen inlichtingendiensten, geen back-ups. De aanwezige troepen zijn voor vrijwel alles afhankelijk van het moederland, dat hen officieel niet aanstuurt en verder van onderlinge vriendendiensten. Er zijn taalproblemen en cultureel bepaalde misverstanden. Politieke prioriteiten hebben voorrang boven operationele overwegingen. Niet ten onrechte wil Amerika er niets meer mee te maken hebben en zijn de VS alleen bereid om in het kader van de NATO nog voor de UNO te opereren. Er zijn veel verontschuldigingen voor alles wat er fout ging en de verantwoordelijkheid wordt door velen gedeeld, zoals dat altijd gaat in een grote en onoverzichtelijke bureaucratische organisatie.

Dat alles neemt niet weg dat de conclusie van de Tweede Kamer had horen te zijn dat in de eerste plaats zij zelf gefaald heeft door bij de regering een onmogelijke en slecht voorbereide missie af te dwingen, dat de regering heeft gefaald door niet te luisteren naar het deskundige advies en zich door de Kamer en de publieke opinie te laten dwingen, dat het militaire opperbevel heeft gefaald door er niet het beste van te maken, nadat eenmaal het politieke besluit was gevallen en dat het Dutchbat heeft gefaald. Helaas, maar het is niet anders.


Dit essay verscheen eerder op het Blog van Toon Kasdorp

5 reacties

  1. Dick Ahles schreef:

    Het is niet de enige Parlementaire Enquête – mede doordat de kamer en kamerleden zelf onderdeel waren van het probleem – die niet tot heldere beantwoording van schuldvraag en analyse heeft geleid.

    Los nog van het probleem dat kamerleden, door de werking van het partij-kartel (likken naar boven om een lucratieve baan in de 2de kamer te krijgen), gewoon de kwaliteit missen om dit soort onderzoekingen zelf te doen.

    In een tijd waarin de regering steeds meer lijkt te bestaan uit 16 ministers plus 150 kamerleden, is het instituut van Parlementaire enquête onbruikbaar. De vraag wordt steeds dringender “Wie controleert de regering in de 2de kamer?” en niet “ḧoe controleert de 2e Kamer de regering?”.

    Verder is het natuurlijk goed dat we na 50-jaar PvDA regentesk bewind in Nederland weer eens onze buitenlandse politiek op realpolitik gaan stoelen en daarmee de tot niets leidende messianisme van de politieke partijen in de wereld, een einde komt.
    Onze rol in de wereld noopt tot bescheidenheid, en vanuit die bescheidenheid en diplomatiek-superieure gedrag mogelijk ooit een keer ergens in de wereld als bemiddelaar (maar in vredesnaam niet militair!) de mensheid echt kunnen helpen.

    Wij zijn geen natie van strijders, wij drijven handel! En handelsmannen weten hoe je (al) je klanten te vriend moet houden. Laten we voor het welzijn van de Nederlandse burgers ons daar maar toe beperken.

  2. carthago schreef:

    Karremans was niet bereid het voorkomen van een massamoord boven de twijfel over het beleid van de lameducks voorhoeve met diens bureaukraaien te stellen .De ruyter draait zich om in z’n graf.

  3. Jantje schreef:

    De Serviërs haten de moslims en als je het vanuit hun optiek bekijkt volkomen terecht. Ze kwamen met tanks en artillerie tegenover lichte wapens van Dutchbat.
    De gevraagde luchtsteun kwam niet.
    Geen wonder dat Karremans zijn mensen niet opofferde als hij al 2 dolken in zijn rug had. Eentje van de politiek en eentje van de NAVO/UNO.
    Met het Romeinse leger viel absoluut niet te spotten, dit in tegenstelling tot het Nederlandse leger, dat is het verschil tussen Karremans en de legaat. De vergelijking tussen het NL leger en het Romeinse leger is volkomen misplaatst.

  4. carthago schreef:

    @jantje.Karremans had geen politiek mandaat. Als krijgsheer had hij een opdracht tot verdediging van een ongewapende entiteit.Als hij dat niet had willen doen had hij eerder ontslag moeten nemen.Als krijgsheer was hij de enige op dat moment in de mogelijkheid met alle middelen stampij te maken bij de un.Hij kon zelfs de slappe dweil voorhoeve gewoon negeren.

  5. Cool Pete schreef:

    Voorafgaand aan de Servische militaire straf-expeditie door Mladic in Srebrenica,
    ging jarenlange, vooral nachtelijke, massale, uiterst wrede verkrachting- en moordpartijen
    in onder christenen en anderen in Bosnie: uitgevoerd door plaatselijke jihadi’s en door
    jihadi’s uit andere landen zoals Tjetjenie: met vele [tien-]duizernden slachtoffers.

    “Srebrenica” was niets anders dan een koekje van eigen deeg voor die moslims:
    eerst massaal uit moorden gaan, en dan, als ze aangepakt worden, gaan janken ….
    Is een 1400 jaar oude en beproefde islamitische taktiek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *