DE WERELD NU

Religies en samenlevingen

gezag

Religie is de spiegel van de samenleving. Dat bedoel ik zoals ik het hier opschrijf. Letterlijk.

Het doet er in dat verband werkelijk niets toe of een lid van een samenleving in de god(en) van deze religie gelooft, de dogma’s accepteert dan wel een diametraal godsbeeld aanhangt: als lid van de maatschappij die de heersende religie weerspiegelt, zal hij voor leden van een andere cultuur en ander religieus paradigma direct herkenbaar zijn als iemand uit die bepaalde maatschappij.

Als ik dat op mezelf toepas, betekent dat, dat ik voor een Syrische mohammedaan herkenbaar ben als christen. Dat, terwijl ik niet eens atheïst genoemd kan worden, omdat daar een te sterk element van afzetten tegen gelovigheid zit. Zonder religie geen atheïsme. Goddeloos zou mij vermoedelijk nog het best omschrijven, in religieuze zin ben ik blanco. De oorzaak ligt in een te late kennismaking vermoed ik zelf; ik herinner me nog levendig mijn belangrijkste emotie toen het concept godsdienst me in zijn volle omvang duidelijk werd: verbazing. Desalniettemin ben ik cultureel een christen.

Varkensvlees
Religies zijn ooit ontstaan als methode om de wereld en de maatschappij te verklaren, te regelen en kaders te stellen. Een aantal van die regels betreft moraal, maar er zijn ook praktische elementen die hun weg in taboes en verboden hebben gevonden. Het niet mogen eten van varkensvlees, om een voorbeeld te noemen, heeft een praktische kant. Het is niet zo algemeen bekend, maar het rauw eten van varkensvlees is bijzonder ongezond. Je kunt er makkelijk ziek van worden. Daarom moet het helemaal gaar zijn om geschikt te zijn voor consumptie. Rundvlees daarentegen kun je in grote hoeveelheden rauw verslinden zonder dat het problemen oplevert.

Het voorbeeld van het varkensvlees verklaart uitstekend waarom zowel joden als mohammedanen geen varkensvlees mogen eten. In hun oorspronkelijke kerngebied waren voldoende alternatieven, en de warmte maakt het eten van varkensvlees een extra gevaarlijke factor.

Voedselvoorschriften
In Europa werd ten tijde van de verbreiding van het christendom al veel varkensvlees gegeten; de Romeinen sloegen het als vleessoort hoger aan dan rundvlees: meer smaak. Het christendom accepteerde uit praktische overwegingen het eten van varkensvlees, en toont daarmee ook de wederzijdse beïnvloeding van maatschappelijke werkelijkheid en religieuze dogma’s.

Het christendom heeft in zijn voedselvoorschriften nooit een heel strakke regie gevoerd, en waar zij dat toch deed, was het in de eerste plaats verbonden met rituelen en praktische overwegingen. Een concreet voorbeeld van het laatste is de periode van vasten die de katholieke kerk haar volgelingen voorschreef. Deze valt precies in de tijd van het jaar dat de laatste wintervoorraden worden opgemaakt, en er nog niet voldoende voedsel groeit om de bevolking naar behoren te voeden.

Evolutie en aanpassingsvermogen
Kenmerkend voor het christendom, is dat het zich in zijn voorschriften en dogma’s altijd flexibel heeft getoond wat betreft de veranderende maatschappelijke werkelijkheid, al nam het daar dan weer wel ruim de tijd voor. Aldus bleef het een spiegel van de maatschappij waarvan zij deel uitmaakte: meebewegend, vaak remmend, maar nooit een onoverkomelijke hindernis.

De acceptatie van de toenemende scepsis tegenover godsdienstigheid sinds de Verlichting is daarvan het ultieme bewijs. Dat het centrale dogma van het christendom Liefde is, zal daartoe beslist hebben bijgedragen. De ruimte die onze maatschappij voor andersdenkenden laat werd aldus weerspiegeld in het religieuze bewustzijn. Tolerantie is een maatschappelijk dogma geworden.

Islam
Ook de islam is een weerspiegeling van de samenlevingen waar zij domineert, maar in tegenstelling tot het Westerse christendom is zij er in geslaagd maatschappelijke veranderingen te buigen naar haar leerstellingen. Het resultaat is een maatschappelijke verstarring. Dit heeft heel lang goed gewerkt, omdat de islam zich niet, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de RK kerk (Galileo Galileï etc.), heeft vastgelegd op hoe de wereld er uit zag, maar op hoe de gelovigen er mee om dienden te gaan. Maar dat liet onverlet dat de maatschappelijke structuur niet voor discussie vatbaar was.

Een tweede handicap voor aanpassingsvermogen van de Islam is het ontbreken van een centraal geestelijk gezag, dat in staat is veranderingen van maatschappelijke aard te sanctioneren. De concessies die het katholicisme middels pauselijke encyclieken door de eeuwen heeft gedaan aan de werkelijkheid waarmee ze werd geconfronteerd, hebben de voorwaarden geschapen voor verdergaande ontwikkelingen. De islam, met zijn decentralisatie en vertrouwen op lokale jurisprudentie, gekoppeld aan de rigiditeit wat betreft het aanpassen aan sociale ontwikkelingen, was daarom niet klaar voor de steeds snellere maatschappelijke veranderingen die haar in de 20e eeuw bestormden. Haar traditionele reactie, verzet, zorgt door de kracht van de aanstormende veranderingen voor grote sociale onrust. Het wereldbeeld van deze mensen vertoont grote scheuren die men niet wenst te zien, laat staan accepteren.

De immigranten
Wat op valt aan de mohammedanen die de afgelopen decennia naar Europa geëmigreerd zijn, is dat zij zich deels hebben aangepast aan onze maatschappelijke dogma’s van tolerantie voor andere opvattingen, en deels weigeren zich er aan te conformeren. Dat is eigenlijk opmerkelijk, want het is een grote stap van een maatschappij die zich verzet tegen verandering en vasthoudt aan dogma’s en leerstellingen die 1400 jaar oud zijn, naar een maatschappij als de onze. Een cultuurshock doet mensen niet zelden teruggrijpen naar voorvaderlijke waarheden, en dat zien we bij grote groepen immigranten dan ook gebeuren.

De immigranten die zich wel hebben aangepast aan de in West-Europa geldende normen en waarden worden in discussies vaak gematigde moslims genoemd. Dit is misleidend, en feitelijk onjuist. Vanuit het perspectief van het mohammedaanse geloof zijn zij afvalligen, omdat hun wereldbeeld eerder christelijke waarden weerspiegelt dan die van de islam. Wie zich aanpast op een zodanige wijze dat hij of zij ons christelijke normen en waarden-stelsel omarmt, is cultureel christelijk aan het worden. Dat is fundamenteel strijdig met het geloof en de cultuur van het land van herkomst.

Godsdienstige evolutie
Op de keper beschouwd is het mohammedanisme een filosofisch systeem waaraan geen wijzigingen mogen worden bewerkstelligd. De Koran, als zijnde het woord van God, laat daartoe geen ruimte. Het is in dat opzicht ook onzinnig om te spreken over een toekomstige judeo-christelijk-mohammedaanse cultuur als mogelijke resultante van de immigratie. Dit impliceert een samensmelting die strijdig is met het maatschappelijke model van islamitische culturen. Het christendom is daartoe wel degelijk in staat, al zou het gevolg maatschappelijk als degeneratie moeten worden beschouwd.

Maar vanuit mohammedaans perspectief is een samensmelting een filosofische onmogelijkheid. Het gaat in tegen het wereldbeeld van de islamitische maatschappij, omdat verandering vanuit religieus perspectief uitgesloten is, en er niemand met voldoende religieus gezag is om die verandering te bewerkstelligen. Mocht het echter toch plaatsvinden, dan zal de verschijningsvorm er van zodanig afwijken van wat nu gewoonlijk als kenmerkend wordt beschouwd voor de islam, dat men met recht zal kunnen spreken van een nieuwe godsdienst.

Dit is op zich niet zonder precedent: het oorspronkelijke christendom zoals dat tot circa 350 na Christus gepraktizeerd werd lijkt maar heel weinig op wat wij tegenwoordig met die term omschrijven. De eerste christenen zouden onze religieuze gebruiken en dogma’s niet of nauwelijks herkennen, en eerder zien als een travestie van hun geloof. Het christendom had echter als voordeel dat het geen remmingen had zich aan te passen aan afwijkende culturele omstandigheden. De islam heeft op dit punt een fundamenteel (sic!) probleem.

Een maatschappij wordt weerspiegeld in de opvattingen van de dominante religie. Het christendom en de islam zijn dusdanig verschillend, dat zij niet langdurig naast elkaar kunnen staan, op straffe van een schizofrene splijting van de maatschappij. De Europese uitdaging van de 21e eeuw is de opvattingen van de islam terug te brengen tot religieuze leerstellingen, die de heersende opvattingen van de judeo-christelijke cultuur in Europa accepteren. Dat daarover niet licht mag worden gedacht lijkt me hierboven voldoende duidelijk uiteengezet.