DE WERELD NU

Privacy-notitie naar aanleiding van de rellen in de UK

impeachment principe

Meest opvallend bij de rellen in Londen en de rest van de UK, was de manier waarop de overheid reageerde.

In eerste instantie hield de centrale overheid zich veel te lang afzijdig. Maar toen zij zich er eenmaal mee bemoeien ging, ging men er ook gelijk hard tegenaan. Premier Cameron sprak over de mogelijkheid het leger in te zetten tegen plunderaars in wijken waar de politie er niet in zou slagen de overhand te krijgen.

Toen de politie eenmaal weer greep op de zaak leek te krijgen, kwam een volgende stap die nogal schokkend was. Cameron zei letterlijk, dat Human Rights wat betreft privacy-wetgeving en dergelijke hem niet konden schelen, en dat elk van de plunderaars die ergens herkenbaar in beeld kwam ook op internet zou worden gezet tot dat arrestatie en identificatie waren voltooid. Ook de herkomst van de beelden zou niet al te zwaar worden nagetrokken.

Op zich, een prima zaak. Wat het gemakkelijker maakte is dat de UK geen grondwet kent, zoals de meeste West-Europese staten. Desalniettemin, het gemak waarmee dit werd aangekondigd, zelfs voor er in het parlement over gesproken was, doet ietwat ongemakkelijk aan.

Het maakt duidelijk dat er een discussie moet komen, in welke gevallen privacy moet prevaleren boven staatsbelangen, en in welke gevallen het algemeen belang zodanig wordt bedreigd dat de rechten van het individu er voor moeten wijken.

In gevallen van gewelddadigheden als die van afgelopen week, zijn er maar weinig mensen die vinden dat de privacywetgeving belangrijker zou moeten zijn dan de kans op bestraffing, en mijns inziens terecht. Wie denkt onder te kunnen duiken in een massa om zich onbekommerd te kunnen uitleven ten koste van rustig levende mensen, moet snel uit de droom worden geholpen.

Evenzeer vind ik in dat verband, dat privacywetgeving in sterk verminderde mate zou moeten gelden voor daders van roofovervallen en dergelijke geweldsdelicten. Een rel zoals twee weken terug ontstond, omdat het Nederlandse College Bescherming Persoonsgegevens aankondigde kleine winkeliers, die proberen via internet te achterhalen wie hen kort daarvoor hebben beroofd, te gaan beboeten met werkelijk draconische bedragen, staat in schril contrast met de werkelijkheid van Londen vorige week.

De Wetgeving op dit terrein behoeft daarom aanpassing. Eerder nog dan het klakkeloos beschermen van het principe van het recht op privacy, dient eigenlijk de vraag te worden gesteld tegen wie de privacy van mensen het meest dient te worden beschermd. Eigenlijk zijn daartoe drie groepen te onderscheiden:

1) Privé-pesterijtjes via internet en dergelijke
2) De overheid
3) Het grootschalige bedrijfsleven

Privé-pesterijtjes via internet en dergelijke spreken eigenlijk voor zich, maar moeten vooral bestreden worden in de sfeer en op het niveau van de wijkagent. Normaal gesproken moet dat voldoende zijn, en uitgebreide bevoegdheden zijn hiertoe eigenlijk niet noodzakelijk. Een volgend niveau, de rechter, biedt verder voldoende bescherming. Een algemeen verbod in andermans zaken te neuzen lijkt me over het algemeen voldoende.

De overheid is van een ander niveau, en heeft ook veel meer mogelijkheden zich te diep en te uitgebreid van informatie over haar burgers te voorzien. Niet zelden gebeurt dat nu al, en het is heel lastig je daar tegen te verweren. Dat de overheid aan strenge privacy-wetgeving wordt onderworpen lijkt me daarom logisch, niet in het minst, omdat zij het moeilijkst aan te pakken is indien er problemen ontstaan. Instanties die het moeilijkst te controleren zijn, moet je de scherpste regels opleggen.

Het grootschalige bedrijfsleven is van de drie bovengenoemde de groep waar het meest moeizaam een vinger achter te krijgen is. Tegelijkertijd is het de groep die de privacy van de burger het meest bedreigt. Bedrijven hebben zeer veel belang bij kennis van hun potentiële klanten, en doen er dan ook alles aan om dergelijke gegevens te bemachtigen.

Wie bij AH gaat winkelen, en gebruik wil maken van de kortingen waarmee het bedrijf zo uitbundig adverteert, zal zich eerst een ‘kortingskaart’ dienen aan te schaffen – anders geen korting. Dat men het bedrijf middels die kaart onbeperkt toestemming geeft alle met de kaart gedane activiteiten te monitoren, waarmee ook verbonden is de woonsituatie en alles wat daar aan vast zit, beseft niet iedereen. Het is niet mogelijk de kaart te verkrijgen zonder deze toestemming te verlenen. Maar dit is geheel legaal, en veel bedrijven hebben zich langs juridische weg sinds lang verzekerd van de onaantastbaarheid van hun aanpak om de privacy van veel mensen langdurig en consequent te schenden.

Ik ben zelf niet zo’n voorstander van een al te grote sociale controle, maar toch kan ik er niet onderuit dat die bij veel mensen een nuttige functie heeft. Mits met mate mogelijk.

Ook vind ik het lastig om een precieze scheiding tussen grootschalige en minder grootschalige bedrijven te definiëren. Vooral de schaal van werken lijkt me bepalend voor wat acceptabel is. Mijn instinct zegt me dat bedrijven of bedrijfsafdelingen die zich specifiek met deze informatieverzameling bezighouden onder privacywetgeving dienen te vallen, maar in hoeverre dat zou moeten worden uitgebreid vraag ik me sterk af.

Dat de politie in de UK op dit moment overuren maakt om de relschoppers te identificeren en te arresteren voelt voor mij niet als een probleem. Dat heeft echter ook te maken met het onloochenbaar vandalistische karakter van deze rellen. Bij rellen bij uit de hand gelopen politieke demonstraties begint een grijs gebied. Niet, dat relschoppers in die situatie meer rechten zouden hebben. Wèl, dat met de beelden van bewaking en ordediensten zorgvuldiger moet worden omgegaan. Niet zelden blijken beelden van vreedzaam verlopen demonstraties nog jaren in archieven te liggen. Dat gaat veel te ver.

De afwikkeling van de rellen in de UK maakt deze discussie actueel, nu de theorie van de Nederlandse regeling tot nog toe in botsing lijkt te komen met de praktijk van de grootstedelijke maatschappij op Europees niveau. Dat het Nederlandse CPB met een ongelukkig uitgangspunt de zaken probeert te regelen, maakt een debat hierover des te dringender.