DE WERELD NU

Nederlandse trots? Nationalisme wordt gerichter

NGO's

Vlak voor de Kerstdagen kwam de Telegraaf met een artikel dat klaagde dat de Nederlandse trots op de nationale sportprestaties afneemt. Oh? Er lijkt mij meer aan de hand.

Waarop moeten we nog trots zijn, na circa veertig jaar afleidingsmanoeuvres in de media? Sinds wanneer is afname van Nederlandse trots en reden tot bezorgdheid, en in welk verband moeten we dat plotseling gevoelde belang zien?

Laat ik op dat laatste het antwoord hier direct geven: sinds u zich bewust wordt dat veel van de mensen voor wie wij geacht worden te juichen, zichzelf niet als wezenlijk onderdeel van onze gemeenschap beschouwen. Net zo min als dat iemand die voor Ajax voetbalt automatisch een Nederlander is, al voelen we zo’n maar al te vaak wèl als iemand van onze gemeenschap.

Welbeschouwd is het ook vreemd, dat als je iemand van elders haalt, en die vervolgens in een oranje shirt hijst, er door de Nederlandse gemeenschap voor moet worden gejuicht. Toch werkt het met steeds meer sporten zo, dat het al als overwinning wordt gevierd als men het oranje shirt wil dragen.

Natuurlijk een kucht van groteske afmetingen, maar de Nederlands sportpers is nu eenmaal niet gezegend met groot filosofisch benul. Daar worden ze ook niet op aangenomen. Hun taak is de sport met luid gejuich voor oranje hesjes aan te prijzen. Waarom? Nou, gewoon.

Niet gewoon dus. Niet meer.

Op de vraag of een Olympische medaille net zo waardevol is als een schooldiploma reageerde 29 procent van de bevolking in 2007 instemmend, in 2015 was nog slechts 12 procent het daarmee eens.

En dat met de bestaande diploma-inflatie. Draagt individualisering de schuld?

Wel individualiseert de sportbeoefening. Van oudsher vindt het aanbieden van sportactiviteiten plaats via sportclubs of sportscholen en fitnesscentra. Maar, zeggen de onderzoekers, sportbeoefening vindt steeds vaker plaats in ongeorganiseerd verband. „Door individualisering zijn mensen op zoek naar keuzevrijheid en zelfregie in het moment van sporten en waar en met wie wordt gesport.”

Dat klinkt leuk, maar waar is het niet. Dat sporten door veel mensen als een narcistisch extraatje in een verder al narcistisch leven wordt beschouwd kan wel waar zijn, maar verandert dat wat men ’s avonds moe op de bank wil zien? Als dit waar was zou de belangstelling voor de beoefende individuele sporten juist explosief moeten stijgen. En dat valt reuze tegen.

Ongetwijfeld is er ook sprake van een overdosis. Er is teveel sport op TV en er zijn teveel sportkanalen waar je zelfs de meest obscure sporten kunt zien. Zoals ik jarenlang ’s nachts graag keek naar golfwedstrijden en pokertoernooien. Erg boeien deed het net, maar het was rustgevend. Cricket is ’s zomers nog steeds zoiets; ik heb de regels geleerd door er bij in slaap te vallen.

De  Nederlandse trots op sportprestaties werd er na de Tweede Wereldoorlog nadrukkelijk in geramd als vervanger voor gevoelen van nationalisme en andere saamhorigheidsaberraties. De komst van de televisie versterkte dat effect nog eens. Nationalisme werd opgeborgen binnen onze sportieve belangstelling en op de rechtervleugel van de VVD (die haar de afgelopen 8 jaar – na bewezen diensten – heeft gedropt als een hete aardappel). De strijd van de ene gemeenschap tegen de andere gemeenschap gesublimeerd in een sportieve verpakking.

Voorbeelden die het duidelijker illustreren? Een overgelopen Russische schaker (Sosonko) die in Nederland ging wonen en hier volledig integreerde werd omarmd. Het kleurrijk elftal behield een zekere Surinaamse nationaliteit in stand die de Nederlandse niet bedreigde, en werd daarom gestimuleerd. Maar in hoeverre de geïmporteerde Chinese pingpongsters hier ooit integreerden? Geen idee, maar ik kreeg nooit het gevoel dat ze deel van de gemeenschap werden. Evenmin als die hardloopster van Marokkaanse komaf, die heel goed is maar hier eigenlijk niet woont bij mij Oranje gevoelens oproept Zoals de spelers die het Nederlands elftal vormen dat nog wel doen. Soms.

Maar het nieuwtje is er af, en Nederland is niet langer identiek met Oranje Boven in de sport. Nationalisme is weer iets anders gaan betekenen. De natuurlijke loop der dingen houd je niet tegen met gemanipuleerd enthousiasme.