DE WERELD NU

Menswetenschappers

Menswetenschappers

In de Volkskrant van 31/7/10 stond een artikel van vier Utrechtse menswetenschappers over discriminatie van mensen van Afrikaanse afkomst.

De Fransman Lemaitre had het Europese kampioenschap sprint gewonnen en de media hadden zich erover verbaasd dat het een blanke in plaats van een zwarte atleet was die in Barcelona gewonnen had. De auteurs schreven die verbazing toe aan het `eeuwenoude koloniale lichaam-geest onderscheid `, dat negers voor atletisch begaafd maar tegelijk ook voor dom en ongedisciplineerd houdt.

Over het onderscheid zwart versus blank bestaan heel veel vooroordelen maar tot die vooroordelen hoort nu juist niet dat mensen van West-Afrikaanse afkomst sinds 1928 bijna alle sprintnummers hebben gewonnen bij wereldkampioenschappen en Olympische spelen. Of dat Oost-Afrikanen uitblinken in de loopnummers op de lange afstand. Iedere statistisch geschoolde geleerde die de resultaten bekijkt kan U in een seconde verzekeren dat het niet de sociaaleconomische omstandigheden of betere trainingsprogramma’s zijn die het verschil hier kunnen verklaren.

De auteurs beriepen zich voor hun onwaarschijnlijke standpunt op het werk van de Griekse onderzoeker aan de universiteit van Glasgow, Dr. Yannis Pitsiladis, maar deden dat ten onrechte. Het navolgende citaat uit diens werk laat dat zien:

Kenyan runners, and especially those originating from the Kalenjin tribe, have dominated international middle- and long-distance running for over 40 years, prompting significant interest in the factors contributing to their success. Proposed explanations have included environmental factors, psychological advantage and favourable physiological characteristics, which may be genetically conferred or environmentally determined. Running is inherent within local Kenyan tradition and culture, and the Kenyan way of life, which involves many outdoor activities and pastimes in addition to mostly unfavorable living conditions, is conducive to enhanced distance running performance. Despite economic deprivation, Kenya has produced world and international running champions repeatedly over the past few decades; these champions have become role models for the younger generations, who take up running in the hope of a better future for themselves. Favourable environmental conditions such as altitude, diet and anthropometry, in addition to the motivational and socio-economic factors mentioned above, have all been proposed as possible reasons for the unsurpassed achievements of Kenyan distance runners. However, the fact that the majority of internationally successful runners originate from a small tribe that accounts for approximately 3% of the total Kenyan population also points to a possible genetic component. Whether this is subject to influence from other co-factors, such as altitude or training effects acquired during childhood, remains as yet unresolved.

Wie dit citaat goed leest leidt er precies het omgekeerde uit af van wat Van Sterkenburg c.s. betogen. Met alle wetenschappelijke voorzichtigheid en respect voor wat in Glasgow en Utrecht geldt als politiek correct wordt hier betoogd dat het niet anders kan of genetische factoren bepalen de aanleg en de aanleg de resultaten van de Kenyaanse atleten.

Het onverwachte succes van een twintigjarige witte Franse sprinter was nodig om ‘dit’ ( de overtuiging in de publieke opinie dat zwarte atleten van nature atletisch meer begaafd zijn dan blanke atleten en tegelijk tactisch en organisatorisch minder begaafd) heel even expliciet bloot te leggen”. Aldus Van Sterkenburg c.s.

Het lijkt erop dat de auteurs de blank/Franse sprintoverwinning als een tegenbewijs beschouwen voor de stelling dat er genetische verschillen zijn tussen blank en zwart op andere punten dan de huidskleur alleen. Als zij dat doen is dat in ieder geval wetenschappelijk een misvatting. Dat een blanke een sprintnummer wint tegen representatieve zwarte competitie is niet onmogelijk, het is al eerder voorgekomen. Het is alleen onwaarschijnlijk. Dat Lemaitre een halve seconde op de honderd en een hele op de twee honderd verliest op wereldkampioen Bolt past in dat plaatje: geluk gehad.

Genetisch onderscheid tussen etnisch verschillende menselijke populaties leiden meestal niet één op één tot een verschil in gedragingen van alle leden van de betrokken etnische groepering. Het vergroot alleen op een voorspelbare manier de kans op verschillend gedrag of op verschillende fysieke eigenschappen. Dat blijkt wanneer men een representatieve steekproef uit de betrokken groepen aan testen onderwerpt. Vaak zijn de genetische verschillen zo klein dat ze moeilijk zijn aan te tonen of te onderscheiden van de invloed van co-factoren. De grotere atletische begaafdheid van de West-Afrikanen is nu precies zo’n punt waarop het verschil zo groot is en zo consistent tot andere resultaten leidt dat aan de genetische oorsprong niet kan worden getwijfeld. Dat er meer genetische verschillen zijn dan alleen de atletische aanleg is wel waarschijnlijk maar veel moeilijker aan te tonen.

Voor de grotere genetische verschillen tussen Afrikanen onderling en tussen Afrikanen en niet-Afrikanen dan binnen de rest van de wereldbevolking bestaat een solide biologische en paleontologische verklaring. De heersende leer op dit punt is deze:

De soort homo sapiens sapiens waartoe zowel Europeanen als Afrikanen behoren is ongeveer 200.000 jaar oud. Ongeveer 60.000 jaar geleden emigreerde een kleine groep van deze soort uit Afrika en van die groep stammen alle niet-Afrikanen af. Tot deze afstammelingen horen onder meer de Vuurlanders, de Eskimo’s, de Papoea’s en de Amazone indianen, maar ook de Indiërs, de Japanners en de Europeanen. Die hebben dus allemaal een gemeenschappelijke voorouder die ongeveer zestig duizend jaar geleden geleefd moet hebben.

Er zijn daarentegen Afrikanen die een gemeenschappelijke voorouder hebben die meer dan tweehonderdduizend jaar geleden leefde. Dat geldt bijvoorbeeld voor de San en de Bantoe’s en trouwens voor de San en de hele rest van de mensheid. De genetische verschillen tussen Bantoe’s en San zijn dus mogelijk drie keer zo groot als binnen het niet-Afrikaanse deel van de mensheid. Ook de genetische verschillen tussen de Bantoe’s en de Ethiopiërs of de Kenianen blijken veel groter dan die tussen Papoea’s en de autochtone bewoners van Tietjerksteradeel.

Daarom komen sprintkampioenen, verspringers of baseballsterren in meerderheid uit West Afrika of zijn de afstammelingen van slaven die uit dat deel van de wereld afkomstig zijn. Ze komen niet uit Ethiopië en Somalië. Misschien zijn er om soortgelijke redenen zo weinig Nobelprijswinnaars uit Kongo of hoogleraren in bètavakken uit Suriname en West Afrika, maar zeker weten doen we dat niet. Of voor dat laatste verschijnsel genetische aanleg de reden is valt nog te bezien, want er komen er wel hele goede dammers voor in West Afrika. Tussen aanleg voor wiskunde en voor dammen lijkt enige verwantschap te bestaan.

Aan de andere kant is dammen een sport met een beperkt aantal beoefenaren en schijnt zij erg populair te zijn in delen van West Afrika. Misschien is het gebrek aan goede bètawetenschappers uit Afrika en Suriname wel niet genetisch maar bijvoorbeeld een gevolg van sociaaleconomische omstandigheden. Zou kunnen, maar zou ook kunnen van niet. Dat zou te onderzoeken zijn en misschien zouden de Utrechtse wetenschappers er goed aan doen daar hun aandacht op te concentreren in plaats van bewijsbare verschillen weg te redeneren omdat die in Utrecht en elders voor politiek incorrect worden gehouden. Dat is in elk geval geen wetenschap.


Dit artikel verscheen eerder vandaag ook op het Blog van Toon Kasdorp

2 reacties

  1. Karina schreef:

    Ik denk niet dat hun goede atletieke prestaties gevolg is van sociaaleconomische omstandigheden.
    Geboren westerse afrikanen zijn ook vaak beter in atletiek.
    Ze zullen lichamelijk een ietsje van iets meer hebben als de blanke man (hart, spieren, longen???)
    De vrouw is weer de grote verliezer van de man.

    Wat ook bewezen is dat de blanke man/vrouw weer ietsje meer aan hersens heeft dan de Afrikaanse man.

    Het maakt allemaal niet uit. Ieder ras, man/vrouw heeft zijn eigen kwaliteiten.

  2. Cynicus schreef:

    Blanken hebben veel utvindingen gedaan om het leven te verbeteren (spoorwegen, machines, medische uitvindingen, electriciteit, enzovoort) . Nu doen ook slimmere Afrikanen mee met de blanken aan uitvindingen om het leven te verbeteren. In bijvoorbeeld Londen zijn er vele artsen met een Afrikaanse achtergrond. Het is zo dat in het verleden Afrikaanse culturen vaak achterlijk waren op technologisch gebied.
    Men gebruikte in ieder geval de hersens niet of heeft ze minder. Toen de kolonien kwamen werden deze culturen technisch beter ontwikkeld (door de blanken). Een steile “antiracistische” plaat voor de kop schreeuwer zal deze reactie verketteren. Maar die kunnen fijn de rambam krijgen.