DE WERELD NU

Jihad voor de vrede

jihad 12

Deze week werd de Britse bestsellerauteur Karen Armstrong door de VU onderscheiden met een eredoctoraat, ‘omdat haar verdienste goed past bij de bijdrage die de Vrije Universiteit Amsterdam wil leveren aan de dialoog tussen verschillende religies’, aldus het persbericht. Ik wil daar kort het volgende over kwijt.

Zo’n tien jaar geleden pakte ik Armstrongs Mohammedbiografie op met de bedoeling er een recensie over te schrijven, gecombineerd met een Mohammedbiografie van Robert Spencer. Wat ik verwachtte op grond van eerdere boeken van haar, was een ietwat wollig, nietszeggend psychologiserend portret van de profeet van de islam, dat vooral een ouder vrouwelijk lezerspubliek zou bekoren. Dat zou voor mijn verhaal mooi spiegelen met het boek van Robert Spencer, die er wat Mohammeds perverse levenswandel betreft geen doekjes om windt.

Maar die verwachting kwam niet uit, of laten we zeggen: gedeeltelijk. Armstrongs De Profeet heeft zeker iets van een deeltje uit de Bouquetreeks, in de zin dat Mohammed karakterologisch het midden houdt tussen de ruige ridder te paard en de knappe dokter naar wie de hele afdeling smacht. Wat echter vooral opviel aan de biografie was, dat Armstrong openlijk de beginselen en doelstellingen van de jihad verdedigde. Hier was niets gladstrijkerigs of dialoogachtigs aan, integendeel: ze ging in haar agressieve jihadenthousiasme verder dan zelfs de meest uitgesproken moslimse ideoloog. Wij in het Westen kunnen veel leren van de profeet, vond Armstrong, maar we zijn koppig, hovaardig en xenofobisch, en daarom is geweld soms noodzakelijk om ons dat laatste duwtje te geven in de richting van een leven in vreedzame onderwerping aan Allah. Jihad moeten we zien als de eieren die nu eenmaal gebroken moeten worden om die islamitische vredesomelet te bakken.

Sinds de toekenning van het eredoctoraat aan Karen Armstrong verkeer ik daarom in opperste verwarring. De vraag die mij al de hele week prangt: onderschrijft de VU Armstrongs keiharde machiavellistische ethiek of hebben ze haar boeken niet gelezen?

Hieronder mijn recensie zoals die in 2006 in de Volkskrant verscheen.

Jihad voor de vrede
Dagelijks geeft de Amerikaanse schrijver Robert Spencer op zijn weblog jihadwatch.org een bloemlezing van nieuwsberichten over de gewelddadigheden die begaan worden uit naam van de islam. Spencer is zich bewust van de gangbare opvatting dat men onderscheid moet maken tussen gewelddadige islamisten en moslims die geen kwaad in de zin hebben. Hij onderschrijft dit onderscheid van harte, maar gelooft noch dat de moslimse gewelddadigheid het gevolg is van een verkeerde interpretatie van de islam, noch dat vreedzame moslims aanhangers zijn van een godsdienst ‘waarvan de naam –islam- staat voor vrede en verzoening’, zoals Karen Armstrong schrijft.

Er zijn maar weinig onderzoekers die net als Spencer de voor de hand liggende vraag durven stellen of het geweld van moslimradicalen op enigerlei wijze verband houdt met de islamitische geloofsleer. De vraag naar dit verband wordt vaak wat nuffig terzijde geschoven als te simplistisch. Toch bestaat er onder een niet-moslims publiek, dat voortdurend aankijkt tegen de stofwolken van de academische islamdeskundigen, behoefte aan een duidelijk antwoord. Spencers boeken over de islam, ondanks dat ze door de meeste recensenten genegeerd worden, halen daarom in Amerika de bestsellerlijsten.

Ook de Britse auteur Karen Armstrong schrijft bestsellers waarin de islam veelvuldig aan de orde komt. In al haar boeken draagt zij de opvatting uit dat religie een menselijke basisbehoefte is, dat dus ook atheïstisch humanisme ‘eigenlijk’ een religie is en dat alle religies hetzelfde nastreven: liefde, verzoening en vrede. We moeten ons niet verkijken op de uiterlijkheden van een godsdienst (zoals aanslagen), want in de kern zullen we steeds diezelfde vredessubstantie vinden. Dat is blijkbaar voor veel mensen een rustige en ook spiritueel bevredigende gedachte, want Armstrong heeft in Nederland welhaast het monopolie op de interpretatie van de monotheïstische godsdiensten.

Dit is alweer haar tweede biografie van Mohammed. De toon is vanaf het begin veel agressiever dan in haar andere geschriften. Afwijzing van de islam, schrijft ze bij wijze van binnenkomer, is gebaseerd op ‘hetzelfde soort vooroordeel dat Hitler in staat stelde zes miljoen joden te vermoorden.’ Ook voor westerlingen heeft Mohammed ‘belangrijke lessen’, vindt Armstrong, want ‘djahiliyya is tegenwoordig ook erg zichtbaar in het Westen.’ Djahiliyya is de moslimse term voor het ‘tijdperk van onwetendheid’ waarin de zevende-eeuwse Arabieren verkeerden voor de komst van de islam. Moderne moslimfundamentalisten als Sayyid Qutb herinterpreteren het begrip als de toestand van geestelijk verval van westerlingen, waaruit ze, eventueel met geweld, moeten worden bevrijd. Het is bijna niet te geloven dat deze geliefde ex-non, met haar imago van zachtzinnig intellectueel, de interpretatie van Qutb volgt, maar er valt niets anders van te maken.

Strikt genomen zijn deze twee boeken over Mohammed, de grondlegger van de islam, helemaal geen biografieën. Een biografie schrijven over Mohammed is onmogelijk, omdat er buiten de geloofsteksten geen schriftelijke of andere bronnen over hem bestaan. Er valt zelfs niet met stelligheid te zeggen of hij werkelijk heeft geleefd. Onderzoek naar de historische Mohammed en de vroegste islam wordt wel gedaan, maar dat is iets heel anders dan wat Spencer en Armstrong hier doen. Beide auteurs gebruiken de religieuze teksten over Mohammed als bronnen voor hun verhaal. Maar alleen Spencer maakt duidelijk dat je je door deze teksten niet in de krochten van de geschiedenis begeeft, maar in het hart van de islamitische geloofsleer. De wijze waarop Mohammed zijn leven inrichtte heeft namelijk, net als de tekst van de Koran, religieuze betekenis. De verhalen over hem werden na zijn dood door vrome moslims verzameld en kwamen uiteindelijk terecht in de Hadieth, een corpus van zes kanonieke boeken die samen een flinke boekenplank in beslag neemt. Wat in de islam verboden, afgeraden, toegestaan, aanbevelenswaard dan wel verplicht is, leiden moslims, behalve uit de Koran, ook af uit de Hadieth.

Lang geleden stelden historici al vast dat de Hadieth geen historisch materiaal is. De teksten geven geen informatie over wie Mohammed was, áls hij al zou hebben geleefd, maar wel over het beeld dat moslims zich na de veroveringen vormden van de ideale islamitische samenleving. De bestudering van dit ideaal is het doel van Spencers biografie. Daarvoor laat hij de bronnen zelf uitgebreid en letterlijk aan het woord, wat levendige lectuur oplevert, want de taferelen uit Mohammeds leven zijn, vanwege de voorbeeldfunctie van de profeet, tot in detail opgetekend.

Terwijl Spencer vooraf inzicht verschaft in de bronnen, het doel en de methodiek van zijn biografie, maakt Armstrong er een methodologisch potje van. De diep-menselijke, adorerende toon die tegelijkertijd wel degelijk deskundig gezag wil uitstralen, maakt van dit boek een onversneden vie romancée of keukenmeidenbiografie.

Aisja verwelkomde haar [Hafsa, de zoveelste vrouw van Mohammed] met plezier in het gezin’, schrijft ze in een typische passage. ‘Ze zou jaloers zijn op de andere vrouwen, maar door de nauwe band tussen hun vaders werden de twee meisjes dikke vriendinnen. Ze genoten vooral van het samenspannen tegen de stijve, fantasieloze Sawda.’ Hè, polygamie, denkt de lezer, eigenlijk best gezellig.

De moslimse bronnen over Mohammed vertellen een rijk verhaal uit vroeg-Middeleeuws Arabië dat echter wat ongemakkelijk gaat aanvoelen wanneer je je realiseert dat het geen roman is, maar actuele geloofsethiek. Mohammed leidde in totaal zevenentwintig militaire campagnes, was op zeker moment met negen vrouwen tegelijkertijd getrouwd, joeg zijn vijanden onbekommerd over de kling, beschouwde de vrouwen en kinderen van een overwonnen vijand als buit en hield er slaven op na. Hij streefde naar politieke macht door een combinatie van gewapende strijd, opportunistische allianties en bedrog, stelde die macht gelijk aan de onderwerping aan Allah, beschouwde afvalligheid als desertie en andersom, en liet een complete joodse clan – 700 mannen – onthoofden. Zijn ‘spreekwoordelijke’ vergevingsgezindheid bleef beperkt tot zijn volgelingen; degenen die hem als profeet afwezen wenste hij veelvuldig allerlei pijnlijkheden toe.

Wat moet nu de exegeet? Robert Spencer laat zien dat het moeilijk te ontkennen valt dat gewelddadige moslimradicalen voor hun inspiratie rechtstreeks putten uit de scènes in Mohammeds leven, die bovendien álle moslims tot voorbeeld moeten strekken.

Karen Armstrong is echter vastbesloten de profeet te portretteren als een man van vrede. Ze kan er weinig aan veranderen dat die vrede pas helemaal aan het einde van Mohammeds leven intrad, als hij eindelijk zijn geboortestad Mekka verovert en de oude Arabische godsdienst rond de Ka’ba islamiseert. Mohammeds ‘vrede’ is dus het resultaat van een een militaire overwinning na een eindeloze oorlogvoering. Voor Armstrongs verhaal heeft dat tot gevolg dat al Mohammeds veldslagen op weg naar Mekka een heilige noodzakelijkheid krijgen die ook alle wreedheden rechtvaardigt.

Zo verklaart ze de openbaring die een man het recht geeft om zijn vrouw te slaan als zij weerspannig is, in de context van de oorlog die Mohammed tegen Mekka moest voeren. Armstrong stelt dat de vrouwen onder de islam zó veel rechten hadden gekregen, dat ze dreigden door te draven. De mannen begonnen bij Mohammed te klagen over hun vrouwen en om ze tevreden te houden voor de aanstaande oorlogvoering, vertelde hij ze dat hij een boodschap van Allah had gekregen waarin de mannen werd toegestaan hun vrouwen zo nodig te corrigeren. Eventuele klappen dienden dus tot welslagen van de oorlog, die weer diende tot welslagen van de vrede.

Armstrongs biografie is een boek met een dwingende boodschap. De les die westerlingen van Mohammed, ‘de profeet voor onze tijd’, kunnen leren, is dat de transformatie richting islam weliswaar wat bloed kost, maar dat na de jihad van hoofdstuk vier de heerlijke salaam van hoofdstuk vijf ook voor hen in het verschiet ligt.


Jihad

 

Karen Armstrong, De profeet: over het leven van Mohammed

Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam

ISBN: 9789023421658

oktober 2006

228 pagina’s.

 

 

 

 

 

jihad

 

Robert Spencer, The Truth about Muhammad: Founder of the World’s Most Intolerant Religion

Uitgeverij Regnery, Washington,

2006

224 pagina’s.


Deze recensie verscheen eerder in de Volkskrant

12 reacties

  1. carthago schreef:

    Kreng Armstrong heeft nog nooit in een kalifaat gewoond, duidelijk.Hopelijk gebeurt dat eens, dan gaan die boeken van haar ook gelijk in de fik.De gestoorde onwetendheid van kenniscentrum VU is alarmerend groot, tenzij een flink bedrag van de saud criminelen de reden is

  2. Jantje schreef:

    @Carthago
    Armstrong, het zal wel een pseudoniem zijn voor iemand met een meer Arabische naam.
    En als ze in een kalifaat wil wonen dan zal ze moeten verhuizen, want ik hoop nog steeds dat dat hier niet gaat gebeuren ook al zal dat met zeer veel bloedvergieten gebeuren.

  3. Marie schreef:

    In 2006 schreef je deze glasheldere recensie. En die werd ook nog geplaatst. Dat maakt wel duidelijk dat er inmiddels vele stappen achteruit gezet zijn. Dat ze bij de VU de fondant variant van de werkelijkheid verkiezen is te treurig voor woorden.

  4. carthago schreef:

    @jantje.Ik bedoel dus echt wel een kalifaat in heel verweggistan , tussen de kalifaatratten 😎

  5. Hannibal schreef:

    @Jantje
    Karen Armstrong heet echt zo. Ze heeft als non in het klooster gezeten eer ze het licht van het succesvol schrijverschap zag.

  6. Willem Jongkind schreef:

    Is religie een menselijke basisbehoefte?
    Religie begrepen als godsdienst, dan nee natuurlijk. Immers het ‘aannemen’ van een en ander over een onbewijsbare macht buiten en boven de mens op gezag van iets (een boek) of iemand anders (een verkoper: dominee/imam/profeet) is feitelijk een keuze.
    Maar begrepen als zingevend systeem, dan ja. Zelfs wie zegt ‘wees blij dat het leven geen zin heeft’ -dan kan je er mee doen wat je wil- geeft zin aan het leven. Lukt dat zingeven niet meer, dan neemt men gewoonlijk afscheid van het leven, nietwaar.

    Dat religie als godsdienst liefde, verzoening en vrede nastreeft is onzinnig. Het is altijd een systeem van macht en onderdrukking, ook al begrijpt de onderliggende filosofie de werkelijkheid in termen van liefde, verzoening en vrede.
    Religie als zingevend systeem geeft zin, domweg zin, en dat kan eventueel (ontaard) haat, vijandschap en oorlog zijn. Zie de realiteit.

  7. Cool Pete schreef:

    Heel sterk en belangrijk artikel.

    – Lazen politici dit artikel maar eens …

    – Die islam verkondigt het zelf:
    “de islam komt niet om te integreren, maar om te overheersen”.
    En daartoe zijn alle middelen toegestaan.
    Hun wreedheid en nihilisme blijkt ook uit het volgende Taliban-citaat:
    “Het Westen heeft dan wel de klok, maar wij hebben de tijd”.

  8. Marie schreef:

    Zo’n glashelder artikel, volkomen gespeend van sentiment en niet te weerleggen, heeft 11 jaar na verschijning geen deuk kunnen slaan in de warhoofdige submissie omtrent de islam. Driewerf foei dat de hoofdstroming van ” dat wil je niet weten ” ook nog eens tot deugd verheven is. Er is niet veel tijd meer om het tij te keren. Ik vestig mijn hoop op de weerspannigheid van de mensen die weten wat het is om hun identiteit te verliezen.
    Voor een verdere verklaring, lees Naipaul uit 1981, “Among the believers “. Ik snapte er toen nog geen biet van maar de opmars van de Islam in Indonesië ging gepaard met het verloochenen van de eigen identiteit en de aanname van een islamitische naam. Alle alarmbellen gingen af bij zo’n zelfdestructie. En in mijn ogen was zo’n uitwissen van de persoonlijkheid een misdaad. van ongekende wreedheid. Zo’n 30 jaar later zie ik tot mijn afgrijzen vrijwillige submissie door geintimideerde autoriteiten in mijn eigen land. We moeten vechten of sneven. Helaas zonder hulp van juist diegenen die aangesteld zijn om ons te beschermen.

  9. Marie schreef:

    By the way Pim, kun je zo’n belangrijk artikel niet wat langer op de voorgrond houden ? Het wordt nu binnen 24 uur ondergesneeuwd door opvolgende zaken die best een dagje vertraging kunnen velen. Soms is less beter dan more !

  10. Cool Pete schreef:

    @Marie: graag herhaal wat u hier noemt:

    V.S. Naipul – ‘Onder gelovigen’ [ 1981 ] en ‘Meer dan geloof’ [ 1997 ].

    Deze boeken maken duidelijk hoe het proces van ISLAMISEREN gaat;
    in deze boeken,- na 1979: ayatollah Khomeiny -,
    in Indonesie, Iran, Pakistan, e.a.

  11. Beschouwer schreef:

    Dit hele gedraai in dit artikel beschreven leidt af waar het in de islam over gaat.

    Het woord islam betekent onderwerping aan de islam

    En alle middelen om iedereen aan de islam te onderwerpen zijn geoorloofd.

    Bovenstaand artikel is een voorbeeld van taqqia ofwel misleiding om mensen vatbaarder te maken voor de islamdictatuur.

    De linkse chaos veroorzakende neomaxisten zijn hun bondgenoot althans tijdelijk

    De koran beschrijft allerlei taktieken om niet moslim mensen vatbaarder te maken voor de islam

    Chaos maken is een middel om mensen te doen onderwerpen aan meer dictatuur.

    Uiteindelijk is het doel om iedereen moslim te maken en te onderwerpen aan de islamitische shariawetgeving

    Echter daar hebben we geen zin in !!!

    Wij willen vrijheid !

    Geen islam of eco fascistische digitale rotdictatuur

    Geen “weg met ons” vieze valse islamistische cultureel marxistische grijze muizen dictatuur zoals beschreven in het boek 1984 van George Orwell.

  12. Ad schreef:

    @Willem Jongkind. Goed dat je onderscheid maakt tussen godsdienst en religie. In onze taal kan dat, in het Engels niet en dat merk je bij de ver-Engelsing van de Nederlanders die internationaal hun punt willen maken. De mogelijkheid van die nuance wordt dan overboord gezet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *