DE WERELD NU

Is de euro een fout van historische proporties?

euro 4

Ik had onlangs een discussie op Twitter met economen Lex Hoogduin (ex Robeco, ex DNB), Jean Wanningen (o.a. FTM) en anderen over de euro.

Om precies te zijn haakte ik in op een opmerking over dat de euro prima zou werken als iedereen zich aan de regels (convergentiecriteria) zou houden. Naar mijn mening echter, zijn deze convergentiecriteria zoiets als de kar voor het paard spannen. In deze column leg ik uit waarom deze criteria niet werken en dat er dieperliggende oorzaken zijn die een goede eurozone in huidige vorm onmogelijk maken. Dit stelt de hele discussie omtrent de euro in een ander daglicht. Echter, alhoewel er goede oplossingen zijn, zal alleen de wal het euroschip keren, vrees ik.

Waarom Maastricht belangrijk is
Convergentiecriteria, wat bedoelt men hiermee? Simpel gezegd, zijn dit eisen waaraan de euro lidstaten aanmoeten voldoen, waardoor ze steeds meer op elkaar gaan lijken (convergentie). Dit is belangrijk want een muntunie werkt met een one-size-fits-all beleid (één centrale bank beleid, één wisselkoers). Bij lidstaten die allemaal op elkaar lijken (homogeen), krijgt men door deze one-size-fits-all dan ook allemaal dezelfde uitkomsten, maar bij niet gelijke (heterogeen) lidstaten dus niet; dan gaan ze juist uit de pas lopen (divergentie).

Waarom verschillen er toe doen
Simpel voorbeeld: je hebt 19 mannen die allemaal 1,80 zijn en 75kg wegen, dezelfde sport beoefenen en dezelfde baan hebben en zo verder. Laat ze één type dieet volgen en de effecten op het lichaam zullen nagenoeg gelijk zijn. Stel nu dat je 10 mannen hebt, 9 vrouwen, verschillende lengtes, gewoontes, werk, sport, gewicht en zo verder, dan levert datzelfde dieet allemaal verschillende uitkomsten op. Immers, de één zal teveel calorieën krijgen, de ander te weinig en zo verder.

Kar voor het paard spannen
Nu zagen de ontwerpers van de euro dit ook en daarom zijn dus de Maastricht-criteria in het leven geroepen. Hierbij werd aangestuurd op overheidstekort (gemaximeerd op 3%), overheidsschuld (gemaximeerd op 60% van het BBP) en inflatie (maximaal 1,5% hoger dan de gemiddelde inflatie van de drie eurolanden met het laagste inflatiecijfer) en nog enkele eisen die ik hier even buiten beschouwing laat. Het idee is in ieder geval duidelijk: als lidstaten zich aan deze criteria zouden houden, dan lijken ze genoeg op elkaar en dan kan de eurozone goed functioneren. Maar dit is aansturen op effecten in plaats van oorzaken. Nu kunnen de euro-ontwerpers van mening zijn geweest dat deze effecten (staatsschuld, overheidstekort en inflatie) allemaal dezelfde oorzaak hebben, maar dat is waar mijn mening afwijkt. Zo kan in één lidstaat de inflatie worden veroorzaakt door krapte op de arbeidsmarkt, bij de ander door grote afhankelijkheid van import die bijvoorbeeld duurder wordt door aansterkende dollar. Zo kan ik honderden verschillende redenen bedenken waardoor de aanname van de eurovoorstanders niet opgaat.

Hoe iets tot stand komt is crux
Dit is in mijn ogen ook niet meer dan logisch. De 19 eurolidstaten zijn namelijk FUNDAMENTEEL en STRUCTUREEL verschillend. Taal, cultuur, geschiedenis, juridische systemen, belastingstelsels, scholingsgraad/kwaliteit, betrouwbaarheid (lokale) overheden, regeldruk, en zo verder zijn erg verschillend. Al deze punten zijn wellicht te veranderen, maar taal en cultuur veranderen bijvoorbeeld, zal niet zonder slag of stoot gaan en zal een behoorlijk tijdsbeslag kennen; het is een proces dat eerder 100 jaar zal duren dan 10 jaar. Educatie is ook een proces van generaties wat geld en consistent beleid vergt; iets wat een veel landen nog nooit is voorgekomen. Dus als deze verschillen al zijn glad te strijken (zeer onwaarschijnlijk naar mijn mening), dan zal het een zeer lang traject zijn. Gezien dit traject niet werd afgelegd VOORDAT een land toetrad tot de euro, heeft dit gevolgen voor de onderlinge verhoudingen (financiële transfers) en de succeskansen van gelijkschakeling (die nemen af). Hier kom ik verderop in deze column op terug.

Onwrikbare realiteit
Maar dan zijn er ook nog andere verschillen die zich absoluut niet laten veranderen: topografie bijvoorbeeld. Of een land wel of niet aan de zee ligt, of er vaarbare rivieren zijn, of een land over grondstoffen beschikt, of er wel of geen bergen zijn (impact op kosten infrastructuur bijvoorbeeld), wat voor klimaat er heerst (denk hierbij niet alleen aan de agrarische sector maar ook aan de bouw die soms door het weer (vorst) op de handen moet zitten) en zo verder zorgen voor uiteenlopende economische cycli (de economie kent andere pieken en dalen). Zo zijn er ook grote demografische verschillen; het maakt namelijk economisch uit of een land veel jonge mensen heeft ten opzichte van ouderen en of de arbeidspoel toeneemt of afneemt. In combinatie met verschillende pensioensystemen (omslagstelsel, spaarstelsel) zal de opmaak, de grootte, de groei en de behoeften van een economie per lidstaat verschillen. Aansturen op effecten zoals inflatie, staatsschuld en overheidstekorten, zal juist leiden tot nog grotere verschillende economische prestaties (divergentie in plaats van convergentie dus). Deze verschillende lidstaten behoeven dus maatwerk en niet one-size-fits-all.

Zelfde feiten, verschillende conclusies
Deze verschillen zijn duidelijk terug te vinden in de cijfers, echter, de eurovoorstanders verwijzen dan naar weeffouten van de euro als oorzaak. Deze designfoutjes kunnen gecorrigeerd worden als: 1) de landen zich eindelijk houden aan de convergentiecriteria (deden ze namelijk niet) en 2) als er ook één eurozone (EU) regering komt die zelf belasting kan heffen, met één financiële sector en zo verder. Omdat de euro halfbakken is, moet de sprong voorwaarts worden gemaakt.

Verdere integratie
Betreffende punt 1, heb ik hierboven al uitgelegd dat dit nooit optimaal zal kunnen werken. Betreffende het tweede punt, is het de vraag of het politiek te verkopen valt en of het effectief is. Willen de kiezers wel zoveel soevereiniteit overdragen naar een supranationale EU (een regering boven alle andere regeringen)? Als we de polls bekijken dan vinden de meeste het goed dat er handel is, maar meer EU wordt massaal afgewezen (simpelweg, wil de meerderheid de EEG en geen EU met het argument dat er geen politieke unie nodig is voor vrijhandel). Mocht het toch lukken om een dergelijke machtsoverdracht te laten plaatsvinden, is het maar de vraag of het gaat werken, want wederom worden hier zeer verschillende dingen op één hoop gegooid. Zo zijn banken in de eurozone zeer verschillend wat betreft businessmodel en het aantal slechte leningen. Om deze nu samen te gooien in een bankenunie, voordat de boel gelijkgeschakeld is, is dus wederom de fout van de euro-introductie herhalen; convergentie vindt wederom niet plaats VOOR toetreding maar ERNA (is de hoop).

Solidariteit is laatste redmiddel
Dit brengt mij op een ander punt, en dat is de solidariteit tussen de 19 lidstaten. Deze solidariteit valt ruwweg uit te splitsen in twee items. De eerste betreft een gelijke visie over economie en politiek; immers, iedere lidstaat moet het eens zijn over het te voeren beleid, zodat de eurozone eenduidig, effectief en zonder ruzie bestuurd kan worden. De Maastricht criteria hebben dat proberen te doen, maar zijn, zoals beschreven, daarin zwaar tekort geschoten. Dit heeft deels te maken met het NIET hebben van een solidaire mening over politiek en economie (lidstaten hielden zich daardoor niet aan deze criteria) en deels met voornoemde structurele en fundamentele verschillen tussen de lidstaten (zoals hierboven beschreven). Het moge duidelijk zijn dat beide punten elkaar ook deels verklaren (als je economie anders draait dan de andere dan wil je ook een ander beleid dan de rest).

Geld zal naar het Zuiden stromen
Daarnaast is er de tweede kant van de solidariteit: financiële hulp. Door de werking van de euro, zijn de verschillen tussen de lidstaten groter geworden en deze moeten worden gladgestreken om de muntunie staande te houden. Ruwweg betekent dit dat de sterke eurolanden geld moeten overmaken naar de zwakke eurolanden; een zogenaamde transferunie. Dit is een beetje simplistisch gesteld, maar in essentie correct. Voor deze geldelijke transfers is dus een hoge mate van solidariteit nodig. Zowel de kiezers uit, alsmede de regeringen van de verschillende lidstaten moeten warme gevoelens voor elkaar hebben om deze transfers mogelijk te maken/houden. Gezien er geen eenduidige mening is over het te voeren politieke en economische beleid, is deze tweede vorm van solidariteit ver te zoeken. De transfers die nu al hebben plaatsgevonden, vinden onder het mom van “we moeten wel” plaats. Iets wat iedere politieke realist zou moeten betitelen als een onhoudbare situatie; immers, de meningen zullen nooit op één lijn liggen omdat de onderlinge structurele en fundamentele verschillen niet of nauwelijks glad te strijken zijn. Het is trekken aan een dood paard; velen zullen het proberen, maar uiteindelijk zal eenieder het opgeven. Als deze solidariteit wegvalt, dan wordt duidelijk dat de euro onhoudbaar is.

Risicoafweging euro ontbrak
Ik vraag mij dan ook af hoe de euroarchitecten tot een dergelijk plan zijn gekomen. Al zou je theoretisch het plan een kans van slagen geven, had er ook gekeken moeten worden naar de eventuele downside. Om een onsmakelijk maar des te duidelijkere analogie te geven, zou een ouder voor EUR 200.000 Russisch roulette met zijn kind laten spelen? De revolver in kwestie heeft 8 kamers en in één van deze zit een kogel. De cilinder wordt dan rondgedraaid en dan heb je dus 7/8 kans op die EUR 200.000. Maar er is ook een kans van 1/8 dat je kind (door jouw beslissing) zal sterven. Ik denk dat geen enkele ouder dit zou doen. De reden is natuurlijk dat de downside vele malen groter is dan de upside. De kans op de downside mag dan kleiner zijn, maar de downside is zowat zonder limiet, ofwel asymmetrisch en daarom is de hele propositie zeer onaantrekkelijk. Simpel gezegd is 7/8 maal EUR 200.000 altijd minder dan 1/8 maal de gevolgen van de dood van je kind (mits je een kind hebt zoals ik was 😉 Hoi mam!). Met de introductie van de euro is er klaarblijkelijk niet gekeken naar het scenario “wat als de euro uiteindelijk mislukt”.

Wat als de euro mislukt
Er zijn vele scenario’s te bedenken over hoe het einde van de euro tot stand kan komen, maar de gevolgen zullen hoe dan ook groot zijn. De fabeltjes dat dit pijnloos kan is gewoonweg onzin, maar de sprong voorwaarts blijven maken zonder de support en goedkeuring van de kiezer, is veel gevaarlijker dan doorgaan tot het bittere einde. De hele discussie over hoeveel een exit uit de eurozone zou kosten is dan ook niet de meest relevante kwestie, want doorgaan op de huidige weg zal tot de duurste optie leiden. Verdere integratie afdwingen zal de electorale onrust alleen maar aanwakkeren (populisme, sociale onrust, etc.), zal steeds grotere financiële transfers afdwingen en zal als klap op de vuurpijl ook niet effectief blijken (door de voornoemde structurele en fundamentele verschillen tussen de lidstaten). De economieën gaan verder uit elkaar lopen, het ECB beleid zal noodzakelijkerwijs steeds meer opschuiven naar de Latijnse kant en dus weg van de Noordelijke kant (Bundesbank als leidend voorbeeld) en tot steeds meer kwaad bloed leiden. Ook overheidstekorten zullen toenemen doordat sommige regeringen de negatieve effecten willen compenseren via staatsuitgaven (wat weer in strijd zal zijn met de Maastricht criteria). Dit proces is nu duidelijk al waar te nemen en nu stoppen op een goede manier (daar zijn verschillende manieren voor te bedenken) zou altijd minder kosten met zich meebrengen dan rücksichtslos doorgaan. Wordt er echter wel doorgegaan, dan kan dat niet alleen tot een financiële systeemcrisis leiden, maar ook tot een politieke. Dan zijn er scenario’s mogelijk die de meesten alleen uit de geschiedenisboekjes kennen.

Visie versus realiteit
De kans op deze onmetelijke downside is niet onnoemelijk klein, maar lijkt desondanks nooit in overweging te zijn genomen door de euroarchitecten. Dit werd mij ook bevestigd door een Nederlandse politieke grootheid die mij vertelde dat Helmut Kohl nooit heeft stil gestaan bij dit soort downside scenario’s, maar dat hij (en de andere politici op dit dossier) altijd in beelden dachten (in dit geval van een vreedzaam, welvarend en groot Europa). Hoe ironisch is het dan, dat doorgaan met de euro op de huidige wijze wellicht het tegenovergestelde zal brengen? Probleem is echter dat de politiek dit gevaar niet ziet en/of niet wil zien. De wil/durf om in te grijpen, ontbreekt.

Nexit kan nooit een solo-act zijn
Een Nexit, zonder dat er andere lidstaten meedoen, is een zeer dure en dus suboptimale optie voor Nederland. Op lange termijn beter dan “koste wat kost” door te gaan met de euro, maar zeker geen scenario om na te streven. Een (N)exit kan nooit plaatsvinden zonder dat Duitsland er bij betrokken is. En hier wringt de schoen met de vele exit scenario’s, want het collectieve schuldgevoel van de Duitsers met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog, laat hun niet toe een dergelijke actie te ondernemen. Althans, niet zoals de politieke kaarten er nu bijliggen. Uiteindelijk zal dit wel veranderen, maar dan wordt het dus een geval van dat de wal het euroschip zal keren. Politici zullen dan ook wachten totdat de omstandigheden hun forceren bepaalde beslissingen te nemen.

Realisme en liefde voor Europa en haar inwoners
Het is jammer als het zo zou lopen, want er zijn wel degelijk plannen te bedenken die de economische schade en, belangrijker, de politieke & sociale schade van dergelijke exits kunnen beperken. Deze plannen zouden zelfs nog ruimte bieden voor de euro, maar dan in andere vorm. Meer weten? Dat kan, want ik ben immers als consultant in te huren (info@sassenresearch.nl). Het is in ieder geval te hopen dat er genoeg realisten in Den Haag rondlopen die zo verstandig zijn om een plan B, C, D en zo verder, op te stellen inzake de euro. Er is niets Europalievender dan dat, dunkt mij.


Dit essay verscheen eerder op TradeIdee.nl

4 reacties

  1. Cool Pete schreef:

    Heel goed en begrijpelijk artikel.

    De Europese landen hadden, in de “E.E.G.”,
    als zelfstandige landen, langzaam en naar eigen keuze / democratisch besloten,
    naar elkaar toe kunnen groeien.

    Dat totalitaire “EU’-konstrukt heeft alles geruïneerd.

  2. Gerrit Joost schreef:

    Alle neuzen in de lidstaten staan andere kanten uit. Dit zal nooit veranderen. De EU-topie is een dom feestje van naïeve politici (en dat zijn ze bijna allemaal) die denken dat een ander net zo denkt als zij. De bakens verzetten zien ze als gezichtsverlies, liever net als van Speyk dan allemaal maar de lucht in. Luchtfietserij is het. Wie wil er nu een groot Europees rijk en werken voor het pensioen van de Fransen en de Grieken? Bovendien hebben we als grote betaler nog geen 4% stemrecht. Anderen beslissen over ons zuur verdiende geld. Wie verzint er nu zo’n domme konstruktie? Onze handel is met Duitsland, Engeland en België en ligt voor 40% buiten Europa. Met Italië doen we 4%. De kreet dat Europa goed is voor onze handel is onzin als je de Noordelijke landen ervan aftrekt blijft er bitter weinig over. Handelen okay, een groot Europees rijk nee!

  3. Johan P schreef:

    Een nexit zonder de hulp van Duitsland is onwenselijk, maar nog altijd vele malen wenselijker dan een totale ondergang. En die totale ondergang gaat er komen.
    Ondanks alle ‘hulp’ is Griekenland er nu erger aan toe dan het was. Italie is de volgende en veel mensen zien de bui al hangen en zijn begonnen hun geld van de banken te halen. Dat komt uiteraard niet in het nieuws, maar het zal niet al te lang meer duren voordat ltalie op een zelfde manier als Griekenland gered zal moeten worden. En dat geld is er gewoon niet. Zelfs als de volledige pensioenreserves van Nederland waar de hele Brusselse kliek verlekkerd naar zit te kijken wordt gebruikt dan is het bij lange na niet genoeg.
    Nee, er komt een enorme crash aan en deze zal gepaard gaan met bloedige opstanden en revoluties aangezien dat het moment zal zijn waarop de islamitische hordes, die goed voorzien zijn van wapens, plunderend en moordend door de straten zullen trekken.
    Veel mensen lijken te denken dat het niet zover zal komen, maar zodra de banken klappen en papiergeld geen waarde meer heeft gaat het recht van de sterkste heersen.
    Dergelijke ineenstortingen van beschavingen kennen altijd een langzame opbouw naar dat punt, maar de ineenstorting zelf is abrubt en dat punt is nu bijna bereikt.

  4. Juanito schreef:

    Europa als experimenteergebied voor valse tovenaarsleerlingen, ten koste van belastingbetalende burgers. Als ik ergens zat van ben…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.