DE WERELD NU

Bij een initiatiefwetsvoorstel, of: Van der Steur en jihadistische idealen

initiatiefwetsvoorstel 1

De PVV heeft een initiatiefwetsvoorstel gelanceerd over ‘administratieve detentie’ voor jihadisten en hun sympathisanten [1]. Wat opvalt is hoe weinig de benaderingswijze ervan lijkt af te wijken van die van de PvdA-VVD regering.

Bij nadere bestudering blijkt het voorstel ook niet veel meer dan een omwerking van een amendement dat de partij vorig jaar indiende bij de behandeling van het regeringsvoorstel Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding: kamerstuk 34359. Dat amendement kreeg toen uitsluitend steun van de eigen PVV-fractie en een opgestapte PVV-er.

Jihad, jihadisme of gewoon heilige oorlog
Om die twee redenen hier eerst wat meer over die aangenomen tijdelijke wet; vanzelfsprekend besteed ik met name aandacht aan de Memorie van Toelichting daarvan, die ongeveer 50 bladzijden beslaat. De meest schandelijke passage in dit bizarre stuk tekst is te vinden in een noot. De allereerste noot in het stuk. Het is de noot bij het woordje ‘jihadisme’. Dit is de inhoud ervan:

In de internationale wetenschappelijke literatuur wordt deze moderne ideologisch afbakenbare beweging «mondiaal jihadistisch», «salafi-jihadi» of jihadi-salafi genoemd. Soms wordt ook over takfiristen of «rejectionist-salafi» gesproken, maar het meest gangbaar en geaccepteerd is om te spreken van «jihadisme» en «jihadistisch». Er wordt bewust niet gesproken van het Arabische woord jihad, omdat deze uiteenlopende betekenissen kan hebben in de islam en de interpretatie hiervan aan moslims zelf is. Het gaat hier steeds om de moderne ideologische stroming en beweging, niet om het bredere islamitisch concept zelf waar de beweging zijn naam aan ontleent. (mijn nadruk)

Op zich is het al opmerkelijk dat dit verhaal in een noot is gestopt. Hier wordt immers de politieke invalshoek, in casu: de keuze voor het opzetten van oogkleppen en de omvang daarvan, gedefinieerd. De notoire tekst begint met een pertinente leugen en de introductie van het moeilijk grijpbare en verder niet gedefinieerde concept ‘ideologische beweging‘.

Terzijde, maar bepaald niet onbelangrijk: dat niet definiëren van begrippen is standaard in dit stuk. Over het concept ‘nationale veiligheid‘, dat echt centraal staat in dit stuk en ook een keer of honderd gebruikt wordt, staat op bladzijde 13 expliciet vermeld:

Evenals het begrip nationale veiligheid wordt het begrip terroristische activiteiten in het wetsvoorstel niet gedefinieerd. Dat is ook niet gewenst omdat het bestuur een zekere interpretatievrijheid bij de uitleg van het begrip behoort te hebben.

Behoort!

De nationaal coördinator terrorisme bestrijding heeft overigens wel een definitie [2]. Het jihadisme is, met veel ‘goede wil’, nog wel politiek en organisatorisch af te bakenen, maar is ideologisch juist niet goed af te bakenen. Dat feit, en de weigering van de opstellers van deze tekst, om zelfs maar een hint te geven naar waar we die imaginaire afbakening zouden kunnen aantreffen, is de grote makke van de losgeslagen hippies die in de meeste West Europese landen politiek, journalistiek, onderwijs en sociale ‘wetenschap’ domineren.

Deze eerste leugen is een opmaat voor wat volgt in de derde zin en versterkt het ongehoorde karakter daarvan. De tijdelijke wet wil letterlijk “de dreiging die uitgaat van het jihadisme (…) reduceren“. Een merkwaardige formulering. Er wordt dus niet gesteld dat aan het jihadisme in Nederland paal en perk zal worden gesteld. Op zich is dat al een misplaatste vorm van bescheidenheid voor een staat, die immers het geweldsmonopolie heeft, maar dat is niet het meest opmerkelijke. Dat is het feit dat men niet het jihadisme zelf een slag wil toebrengen maar alleen de dreiging die ervan uitgaat. Misschien denkt u dat ik hier flauw bezig ben; focus ik hier niet te veel op een enkele slordigheid of ongelukkige formulering? Wanneer u dat denkt: leest u alstublieft verder. (Mensen die daar zeker van zijn, zijn niet tot deze zin gekomen.)

Ook de dreiging zelf wordt weer niet precies omschreven: er wordt slechts een aantal terreuraanslagen opgesomd die gemeen hebben dat ze dichtbij ons land plaatsvonden. Best vreemd wanneer je bedenkt dat het allereerste zinnetje van de MvT al spreekt van een mondiale dreiging. En het toppunt is dat men er dus met zoveel woorden voor kiest om bij dat vage aanduiden niet het eigenlijke sleutelwoord te gebruiken: jihad. Jihad, het begrip waaronder datgene gebeurt wat deze tijdelijke wet zou moeten verminderen.

En dan de reden, de expliciet geformuleerde reden, waarom in de MvT geen gebruik gemaakt wordt van dat woord ‘jihad’. Die reden is dus niet dat er enige onduidelijkheid zou bestaan over waar dit begrip voor staat, maar omdat binnen de islam de ideologen, de schriftgeleerden, de woordvoerders, de ‘mensen uit de gemeenschap’, kortom: de lieden met een mohammedaans-politieke agenda, twee soorten jihad onderscheiden. Er is sprake van één soort waar niemand last van heeft en er is die andere die zeer beslist niets anders betekent dan heilige oorlog. Dit is de definitie van die tweede soort, de enige soort waar we als niet-mohammedanen mee geconfronteerd worden:

Jihad is als woord afkomstig van het werkwoord jahada, ‘strijden’ en betekent ‘oorlog tegen ongelovigen’. Het gaat meer bepaald om ‘militaire actie met als doel de expansie van de islam’. (…) In de klassieke theorieën van jihad wordt een onderscheid gemaakt tussen: ‘offensieve jihad’ of expansieve oorlog uitgevaardigd door een kalief; en ‘defensieve jihad’ ter bescherming van de islamgemeenschap (umma). Offensieve jihad is ‘de religieuze plicht om de islam te verspreiden door geweld of wapens’.

(blz 154, Vademecum van de islam.)

Die andere soort noemen de mohammedaanse ideologen de ‘grote jihad’ en hun heilige oorlog de ‘kleine jihad’. Als onder deze vlag niet zoveel mensenlevens beëindigd of bedorven waren en nog worden, zou je denken aan een zieke grap.

De opstellers van de MvT geven geen indicatie van welke ‘wetenschappelijke literatuur’ ze geraadpleegd hebben, maar twee dingen zijn duidelijk:

  1. Ze hebben het niet over teksten die geproduceerd worden door de – meer of minder geslepen types onder de – fanatieke ondersteuners van die ideologie. Intussen spannen de losgeslagen hippies, onder aanvoering van types als Femke Halsema, zich tot het uiterste in om de woorden van dat geboefte te verdraaien. Schriftgeleerd tuig dat een lofzang afsteekt op de heilige oorlog voert ze op als gematigden die ingaan tegen de Islamitische Staat. En ze komt ermee weg.
  2. Ze stellen zich afhankelijk op van dat zelfde schriftgeleerde tuig met dat “de interpretatie hiervan is aan moslims zelf“.

Wartaal en onzorgvuldigheid
De ambtenaren van Van der Steur gaan niet alleen de mist in voor wat betreft fundamentele kwesties. Op bladzijde 2 lezen we “Dit wetsvoorstel strekt tot regeling van deze onderwerpen“, en het woordje ‘deze’ verwijst dan terug naar de maatregelen meldplicht en uitreisverbod. Verderop in het stuk is echter ook sprake van de maatregelen gebiedsverbod en – interessanter dan deze drie samen: contactverbod. Ik kom op de aard van dat verbod nog terug.

Even daarboven treffen we dit stukje verwarde hippietaal: “… een gezamenlijke alliantie [te] smeden tegen extremisme en haat in onze samenleving.” Een ‘alliantie tegen haat’ en nog een ‘gezamenlijke’ bovendien: kan het GroenLinksiger? Op bladzijde 3: “Daarnaast is het voorstelbaar dat ook in Nederland sympathisanten van jihadistische groepen zich ontwikkelen tot (solitaire) aanslagplegers.” Lariekoek. Het gaat hierbij natuurlijk niet om sympathisanten van groepen maar om sympathisanten van een aansprekende ideologie die verkrachten, slavinnenjacht en het vermoorden van andersdenkenden goedkeurt. En wat te denken van herhaalde formuleringen van het type “gedacht kan worden aan.”

Zweverig en fout, maar nog veel pijnlijker is het gebruik van de aanduiding ‘jihadistische idealen’ voor bovengenoemde gedeelde bloeddorst en verkrachtingsfantasieën. Draaf ik door of is het echt heel, heel erg raar dat geschreven wordt over: “een kleine, maar gevaarlijke groepering die geweld propageert als enig middel om haar doelen te realiseren“?

Ik bedoel: wat doet in vredesnaam dat woordje ‘enig’ daar?

Volgens mij bestaan er trouwens in Nederland helemaal geen groepen die geweld propageren als enige middel om de islam te laten zegevieren over de hele wereld, sterker: die bestaan helemaal nergens. De bedoeling van de terreur in de mohammedaans-jihadistische ideologie is juist om zódanig veel angst aan te jagen dat geweld niet eens meer nodig is. Ik citeer het vervolg van het lemma over jihad uit het Vademecum:

Men definieert vijf belangrijke momenten (…) (4) jihad start door de oproep (da’wa) tot islam en het voorstel van dhimmi-status [formele status van tweede-rangsburgers voor niet-mohammedanen] voor de aanval (…)

Proportionaliteit versus afschrikwekkende werking
Onzorgvuldigheid komt in heel verschillende vormen voor in deze MvT. In het hoofdstuk Grondrechtelijk kader (4) wordt uitgebreid geschreven over de kwestie van de zogenaamde proportionaliteit: meldplicht en uitreisverbod worden door de opstellers duidelijk beschouwd als zéér ingrijpend voor de potentiële terrorist, en die verschrikkelijke beperkingen moeten wel in verhouding staan tot de verdenkingen. Veel aandacht is er in dit zelfde hoofdstuk ook voor de vraag of het allemaal wel ‘mag van Europa’. Een van de zaken die daarbij aangestipt worden is het “(d) punitief of afschrikwekkend karakter van de maatregel“. In de tekst eronder wordt wel uitgeweid over dat punitieve (=bestraffende) karakter maar niet over een afschrikwekkend karakter. Sterker nog: dat wekken van afschrik komt echt uitsluitend voor in dit kopje. Niet zo slim: de schijnwerper wordt door dit slordig opnemen van die term ongenadig gericht op het verbijsterende ontbreken van zo’n streven. Want verbijsterend mag je dit toch wel noemen. Wanneer je na het vaststellen van dit ontbreken nog eens terugkijkt naar de complete tekst, krijg je de indruk dat men ervoor teruggeschrokken is om een afschrikwekkende werking van deze tijdelijke wet te laten uitgaan. Zo ziet na die vaststelling deze passage op bladzijde 7 er ineens heel anders uit:

Het wetsvoorstel hanteert een toepassingscriterium dat is gericht op gedragingen van personen. Het gaat dus niet om wie iemand is of wat zijn gedachtegoed is, maar om zijn gedragingen.

Men wil daadwerkelijke aanslagen voorkómen en niet het fantaseren erover tegengaan. Als los zinnetje klinkt dat misschien best goed, maar beslist niet indien je in het achterhoofd houdt elders in deze tekst benadrukt wordt dat het niet om (misdadige) gedragingen gaat, omdat men preventief bezig wil zijn: het gaat hier niet om een strafrechtelijke aanpak.

Contactverbod
De Memorie van Toelichting noemt ook cijfers. Terwijl elders in het stuk gemeld wordt dat er zo’n 200 ‘Nederlanders’ naar het Midden-Oosten zijn uitgereisd om daar in georganiseerd verband te moorden en verkrachten en er van deze reizigers een stuk of 40 zijn teruggekeerd, heet het op bladzijde 46 dat men verwacht dat de maatregelen gebiedsverbod en contactverbod niet vaker dan 10 keer en meldplicht en uitreisverbod, tussen de 10 en 50 keer per jaar zullen worden toegepast.

Wonderlijk. Voor wat betreft dat contactverbod lijkt die schatting helemaal laag. Dat lage aantal laat zich gedeeltelijk verklaren door het feit dat zo’n contactverbod heel wat anders betekent dan wat je zou verwachten.

Een normaal mens zou verwachten dat hierbij de mohammedaanse haatpredikers, de zenders zeg maar, centraal zouden staan. Het zijn echter de ontvangers die in de gekozen benadering centraal staan: er kan “een contactverbod worden opgelegd, indien de dreiging is gericht op een bepaald persoon. Dat kan een persoon zijn die «bewerkt» wordt om te komen tot de overtuiging dat hij een individuele verplichting heeft om de islam te verdedigen, …” (blz 7).

Terreur is het aanjagen van angst. De aanpak die vanuit het partijkartel daartegen wordt geformuleerd is om ‘kwetsbare jongeren’ – één voor één! – in de gaten te houden en bij voorkeur via een soort welzijnsaanpak proberen deze gefrustreerde overjarige pubers op andere gedachten te brengen en af te schermen van de haatpredikers. Deze contactverbod-maatregel kan dus bijvoorbeeld niet worden gebruikt om tijdens de Ramadan-periode jongeren te verbieden de moskee te bezoeken, hoewel van vele kanten toch beweerd wordt dat in die periode van het aanleren van gehoorzaamheid en ongezonde eet- en drinkgewoonten, het spreekwoordelijke lontje extra kort is.

Serieuzer: op de nationale televisie (bij Tijs van den Brink) mag de beruchte meneer ik ben een geleerde Jneid lachend, bijna schaterend, vertellen dat geweld tegen ‘afvalligen’ echt wel onderdeel is van het mohammedaanse gedachtegoed. Deze wetgeving biedt geen enkel handvat om dit soort bedekte, want ideologisch veralgemeniseerde, oproepen tot moord aan te pakken. Ook Van den Brink – die in reactie op Jneids uitspraak verbazing veinsde – kan trouwens gewoon doorgaan met zijn activiteiten gericht op het voorstellen van het mohammedaanse gedachtegoed als onschuldige folklore.

Moskeebezoek en iftarderij
De onderliggende kwestie is dat er niet zo veel schort aan de wetgeving: het draait om het interpreteren en het gedraai om de wet in allerlei gevallen niet te handhaven. Neem bijvoorbeeld artikel 435a van de strafwet:

Hij die in het openbaar kledingstukken of opzichtige onderscheidingstekens draagt of voert, welke uitdrukking zijn van een bepaald staatkundig streven, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twaalf dagen of geldboete van de tweede categorie.

En let op wat er precies staat: “welke uitdrukking zijn van“, niet: “waarmee de drager of draagster wil uitdrukken“. Niet de intentie van degene die de opzichtige onderscheidingtekens draagt telt, maar de vraag of er een bepaald staatkundig streven bestaat waar deze tekens uitdrukking aan geven.

Indien politiek gewenst kan dit wetsartikel gewoon worden gehanteerd: niet alleen tegen boerka en niqaab, maar zelfs tegen elke vorm van mohammedaanse sluiering. Het politieke streven achter de mohammedaanse sluiering is immers het faciliteren van discriminatie tussen wel of niet mohammedaanse vrouwen. Zo staat het in de Koran.

We leven echter in een tijd waarin kinderen door hun niet-mohammedaanse scholen naar de moskee gesleept worden. Soms gaat het zelfs zover dat de meisjes achterin moeten zitten bij het ter plekke naspelen van de mohammedaanse rituelen.

We leven in een tijd dat de leiding van politiekorpsen niet alleen bezoekjes brengt aan zogenaamde iftar-maaltijden, maar deze mohammedaanse rituelen zelfs zelf organiseert.

Administratieve detentie versus internering
Waarom in deze omstandigheden met deze initiatiefwet komen? Het algemene idee erachter begrijp ik wel. Het voor de PVV moeilijkst te pareren weren verwijt is dat de partij niet wil besturen en niet met concrete, uitvoerbare voorstellen komt.

Mijn probleem is niet dat dit voorstel geen schijn van kans heeft om aangenomen te worden in de Tweede Kamer. Als oppositiepartij, en helemaal als gecordonsaniteerde oppositiepartij, ben je gedoemd voorstellen te doen die voorlopig overkomen als ‘voor de bühne’. Het indienen van een initiatiefwet is echter bij uitstek een poging om te tonen dat je met uitvoerbare oplossingen kunt komen die jezelf goed doordacht hebt. Om drie redenen vind ik het PVV-voorstel teleurstellend.

Op de eerste plaats is er dat nauwe aansluiten bij de insteek van Van der Steur. Men besteedt geen woord aan de foute politieke insteek van die tijdelijke wet, zelfs niet tegen dat leunen op de flauwekul over kleine en grote jihad en dergelijke. Daarmee dreigt het belang van de ideologische strijd naar de achtergrond te verdwijnen.

Aansluitend daarbij vind ik het een gemiste kans dat geen aandacht besteed wordt aan de kwestie van de internering. Aanvankelijk werd mijn interesse voor het voorstel (in positieve zin) gewekt omdat ik even de hoop koesterde dat een aanzet gegeven zou worden om beter te gaan nadenken over internering in de stijl van de verordeningen van President Roosevelt (zie de afbeelding hieronder; de internering betrof niet alle Japanners en niet alleen Japanners). Ik werd op het verkeerde been gezet door het gebruik van de term administratieve detentie.

Wanneer dit mijn enige kritiekpunten waren, zou ik die voor me gehouden hebben; Ik zou er in ieder geval geen stukje aan gewijd hebben.

Ernstiger vind ik het echter dat in de Memorie van Toelichting geen enkele moeite genomen is om ook maar iets te zeggen over het regime in die bijzondere vorm van detentie. Wel is aangegeven dat ruimte die vrijkomt in bestaande gevangenisgebouwen – onder andere vanwege het fenomeen alternatieve straffen – kunnen worden gebruikt. Gewone gevangenissen zijn echter plaatsen waar het gevaar levensgroot op de loer ligt dat ‘gewoon-criminele’ allochtone jongeren, bekeerd worden tot ‘mohammedaans-criminele’ jongeren. Zonder speciale aandacht voor dat gevaar, zou aannemen van de initiatiefwet per saldo wel eens een negatieve bijdrage kunnen leveren voor de doelstellingen van de PVV. Uiteindelijk staat de initiatiefwet voor niet veel meer dan het vergroten van de bevoegdheden van de minister en van de rol van de AIVD.

Schort er überhaupt iets aan de wetgeving? Of: wat dan wel?
Misschien nog wel belangrijker dan dat aanpakken van die potentiële terroristen zelf, is het om de schijnwerper, nee, een hele batterij schijnwerpers eigenlijk, te zetten op de voedingsbodem van dat zogenaamde jihadisme: de islam.

De Nederlandse wet verschaft geen duidelijkheid over wat een godsdienst definieert. Nauwkeuriger: er worden geen voorwaarden gesteld waaraan organisaties moeten voldoen voordat men een beroep kan doen op de status van godsdienst en daarmee op de daarbij horende rechten. De belangrijkste van die eisen liggen voor de hand: preken alleen in de Nederlandse taal en geen bemoeienis met of financiële steun voor jouw organisatie vanuit landen waar de regering en de betreffende ‘godsdienst’ vier handen op een buik zijn. Het zou me verbazen wanneer meer dan 10% van de moskeeën in Nederland zelfs maar aan die laatstgenoemde voorwaarde reeds zou voldoen.


Bekijk vooral de lichaamshouding en het smoelwerk van de man links van de gegijzelde politieman. Heeft de maker van deze foto eigenlijk al een prijs gekregen?


  1. Hier kunnen die stukken gelezen of gedownload worden.
  2. Link naar die definitie

1 reactie

  1. Marcel uit Friesland schreef:

    Mooie foto van Welten inderdaad. Wat dacht u van deze :
    Premier van Canada Kathleen Wynne komt een speech in de moskee geven over vrouwengelijkheid en diversiteit.

    Netjes de schoentjes uit.
    En wel eventjes achterin de moskee wachten tot de mannen klaar zijn met bidden natuurlijk. Ze zal wel denken, als ik er iets van zeg is het strafbaar in dit geweldige land …

    http://www.informationliberation.com/files/wynne-forced-into-corner-mosque2.jpg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *