DE WERELD NU

Het islamdebat in De Balie 19 december 2010

'eeuwige verdragen'

In Het Parool staat een verslag van het Islamdebat, dat gisteren in De Balie werd gehouden. Er waren vele prominenten van Islamkritische huize aanwezig, en maar weinig belangrijke vertegenwoordigers met een positief Islam-beeld. Sjoerd de Jong (NRC-journalist) kun je toch moeilijk als prominente Nederlander beschouwen.

Het verweer moest dus komen van de opgekomen mohammedanen zelf. Dat verweer kwam er ook, maar tegen de wetenschappers en mensen als Frits Bolkestein is het niet gemakkelijk optornen. De emoties liepen bij tijden wel hoog op. Carel Brendel benadrukte via Twitter dat de chaos van de bijeenkomst niet uit het Parool-verslag te destilleren viel.

Het gevolg laat zich raden: er was een debat, er werden stellingen uitgewisseld, er werd door belanghebbenden geprotesteerd tegen de stellingen, en vervolgens ging het publiek naar huis en maakten de panelleden onderling wat beter kennis. Om daarvoor een groot debat op te tuigen was een beetje overdreven, eigenlijk. Want het was te voorzien dat het zo zou gaan.

Afgaand op de recensie viel de weinig plooibare houding van de Belgische wetenschapper Wim van Rooy op, die poneerde dat alleen uit harde confrontaties voortgang voort kon komen. Dit doet ons in zekere zin on-Belgisch aan, maar hij heeft zeker gelijk. De tijd van omfloerst taalgebruik is voorbij, er is al genoeg schade door aangericht.

De bijdrage van Frits Bolkestein is in zekere zin onderbelicht gebleven. Volgens het Paroolverslag ging hij minder ver in zijn stellingname dan Wim van Rooy, maar kwam met de uitspraak:

”In plaats van ons bezig te houden met een beschouwing van de islam is het beter om te kijken naar het gedrag van moslims.”

Dit is echter een zéér vergaande uitspraak! En dat het niemand opvalt, illustreert hoe ver het debat zich al heeft ontwikkeld.

De politieke basis van een partij als de PVV is, dat men zich richt tegen de islam, maar niet tegen de moslims. De reden hiervan is heel simpel: als men zich zou afzetten tegen ‘de moslims’, dan ligt het verwijt van discriminatie direct klaar, en dat is dan ook niet onterecht. Het is in het geheel niet eenvoudig te spreken over ‘de moslims’, zonder stigmatiserend te worden. Waarschijnlijk is het zelfs onmogelijk.

Dat deze uitspraak van Bolkestein vrijwel ongemerkt passeert, toont, dat er een omslag in het denken over de gehele problematiek plaatsvindt.

Het debat over de immigratie en integratie-problematiek heeft zich dusdanig ver ontwikkeld, dat men er eigenlijk niet langer aan ontkomt specifieker te worden, omdat we zullen moeten toegeven dat niet alle volgelingen van de islam over één kam te scheren zijn. Dat we dit punt bereikt hebben is winst, maar wie de weg er naar toe nauwkeurig bestudeert ziet hoe lang en omzichtig de term ‘de moslims’ krampachtig is vermeden.

De goede bedoelingen achter de antidiscriminatiewetgeving hebben het lang onmogelijk gemaakt de problemen te benoemen. Nu is echter het punt bereikt dat dat niet langer gaat, zonder de goede mohammedanen te kort te doen.

Wie die goede mohammedanen zijn, is het volgende probleem, en juist die discussie is gevaarlijk. Evenals het gevaarlijk is, alle mohammedanen over één kam te scheren, is het onmogelijk het debat te beperken tot de overlast die we hebben van ongedisciplineerd tuig met een moslimachtergrond. Want het probleem is wel degelijk geworteld in de islam, en de culturele achtergrond van een groot deel van zijn aanhangers.

Het benoemen van het probleem is essentieel voor het formuleren van een oplossing. Eén van de zaken die zeker zal moeten worden aangepakt, is de agressie die onder de vlag van de islam de opvoeding van de nazaten van de islamitische immigranten binnensluipt. Dat die verbonden is met een religieus element van meerderwaardigheidsgevoelens waarvoor in brede maatschappelijke zin geen erkenning gevonden wordt, is een zorgelijk fenomeen. De aangewezen weg lijkt te lopen via de moskee, maar die weg is de afgelopen twintig jaar onbegaanbaar gebleken.

Wat een extra handicap blijkt is de gebrekkige ambitie bij een groot deel van de mannelijke nakomelingen van de immigranten. Waar de meisjes een inhaalslag realiseren, blijft het overgrote deel van de jongens hangen in een misplaatst superieur zelfbeeld. Omdat deze zelfgenoegzaamheid ten opzichte van de meisjes cultureel gestimuleerd wordt binnen de eigen groep, ontstaat hier een steeds grotere kloof binnen deze bevolkingsgroep als geheel.

Hier moet radicaal een einde aan worden gemaakt, en dit kan alleen maar op pijnlijke wijze, door een doelbewuste politiek tegen dat gewraakte zelfbeeld te voeren. Dat zal verre van makkelijk zijn, en veel maatregelen die denkbaar zijn, zijn tevens stigmatiserend voor deze mannelijke nakomelingen van de immigranten. Waar nog aan moet worden toegevoegd dat het weliswaar voor een heel groot deel van deze groep nodig is, niet voor allemaal.