DE WERELD NU

Doorstart – misbruik van het faillissementsrecht

Doorstart 1

Zeker bij grotere bedrijven die in problemen komen of zaken waar het belang van een grote groep werknemers lijkt te worden gediend kom je geregeld berichten over een doorstart tegen. Dat is een speciaal begrip geworden. Maar hoe legaal is speciaal?

De meeste faillissementen dienen tot de ordelijke beëindiging van een onderneming  die haar verplichtingen niet nakomt. Maar ook niet-ondernemers kunnen failliet worden verklaard als ze hun schulden niet betalen. Artikel 1 lid 1 van de faillissementswet (Wet van 30 september 1893, op het faillissement en de surséance van betaling) luidde:

De schuldenaar, die in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, wordt, hetzij op eigen aangifte, hetzij op verzoek van een of meer zijner schuldeisers, bij rechterlijk vonnis in staat van faillissement verklaard.

Maar privé schuldenaren die de schulden boven het hoofd gegroeid zijn komen meestal in de schuldsanering terecht. De surseance en het faillissement zijn er in de praktijk voor ondernemingen. Artikel 23 luidt:

Door de faillietverklaring verliest de schuldenaar van rechtswege de beschikking en het beheer over zijn tot het faillissement behorend vermogen, te rekenen van de dag waarop de faillietverklaring wordt uitgesproken, die dag daaronder begrepen.

Artikel 42 beschermt de belanghebbenden bij de boedel tegen een eenzijdige bevoordeling van de eigenaar zelf of van een of meer van de schuldeisers, die plaats gevonden heeft voor het faillissement werd uitgesproken:

  1. De curator kan ten behoeve van de boedel elke rechtshandeling die de schuldenaar vóór de faillietverklaring onverplicht heeft verricht en waarvan deze bij dit verrichten wist of behoorde te weten dat daarvan benadeling van de schuldeisers het gevolg zou zijn, door een buitengerechtelijke verklaring vernietigen.

Dit is de zogeheten actio Pauliana. Zo heet de mogelijkheid van de curator om in te grijpen in dat soort handelingen. Het handelen zelf wordt paulianeus genoemd. Dan staat in Artikel 68:

De curator is belast met het beheer en de vereffening van de failliete boedel.

Artikel 108 en volgende gaan over de verificatie van schuldvorderingen. Daarin wordt minutieus vastgelegd hoe de curator te werk moet gaan om te voorkomen dat tijdens het faillissement de ene crediteur wordt bevoordeeld boven de anderen en wel zo dat iedere vordering op haar merites kan worden beoordeeld. In 108 staat:

De rechter-commissaris bepaalt uiterlijk binnen veertien dagen nadat het vonnis van faillietverklaring in kracht van gewijsde is gegaan:

  1. de dag, waarop uiterlijk de schuldvorderingen ingediend moeten worden;
  2. dag, uur en plaats, waarop de verificatievergadering zal gehouden worden.
  3. Tussen de dagen, onder 1 en 2 vermeld, moeten ten minste veertien dagen verlopen.

En in artikel 109:

De curator geeft van deze beschikkingen onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers bij brieven kennis.

Ik geef u dit overzicht van een aantal centrale bepalingen uit de faillissementswet om aan te geven dat een faillissement, onmiddellijk gevolgd door een doorstart onmogelijk de bedoeling van de wetgever kan zijn geweest. Het kan niet zo zijn dat een faillissement wordt voorgekookt op zo’n manier, dat het dezelfde dag dat het wordt uitgesproken al weer gesloten kan worden. Dat er een doorstart wordt gemaakt, waarbij alle activa in een nieuwe onderneming worden ondergebracht, zodat het bedrijf in wezen blijft bestaan, de werkgelegenheid zoveel mogelijk behouden blijft en alle andere schuldeisers dan werknemers en managers het nakijken hebben.

De rechters-commissarissen en curatoren die dit mogelijk maken faciliteren paulianeus handelen. Het is onvoorstelbaar dat alle voorzorgen die de wetgever heeft genomen om dat te voorkomen en waar de geciteerde artikelen maar een selectie uit zijn, door de RC en de curator naast zich neer gelegd worden. Ook niet als zij van mening zijn dat de werkgelegenheid op die manier het beste kan worden gewaarborgd.

Als de regering en het parlement in dit land daar in meerderheid zo over zou denken dan had het op hun weg gelegen de wet aan te passen. En in elk geval ligt het niet op de weg van de curator en de RC om het recht in eigen hand te nemen. Dat is pas paulianeus handelen in optima forma.


Dit artikel verscheen eerder vandaag ook op het Blog van Toon Kasdorp

1 reactie

  1. Maarten schreef:

    Een leuk betoog. De artikelen uit de Faillissementswet die u noemt gaan over het afhandelen van de schulden van de failliet. Bij een doorstart gaat het echter om de vervreemding van de bezittingen van de failliet. De curator heeft dan twee keuzes: of hij verkoopt alle boedelbestanddelen apart, of hij verkoopt alle bestanddelen ineens. Vaak is de opbrengst hoger indien de bestanddelen ineens worden verkocht (goodwill).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *