DE WERELD NU

De zuilen en de Nederlandse maatschappij

Nederlandse maatschappij

Een kwart eeuw voor het begin van de immigratie naar Nederland vanuit de Derde Wereld, hebben we in de Nederlandse maatschappij een grote cultuuromslag meegemaakt.

In een paar jaar tijd was er van de oude zuilensamenleving die we honderd jaar gehad hadden weinig meer over. De protestantse en de katholieke zuil, de zuilen van de mannenbroeders en van het rijke roomse leven, losten plotseling op. De zuil van het socialisme fuseerde cultureel met de liberale zuil. Tezamen representeerden zij het deel van de Nederlandse samenleving dat vanouds het meeste aansloot bij de internationale wereld. Maar ook de gelovige bevolkingsgroepen pasten zich aan. Een tijd lang, tot ongeveer vijftien jaar geleden, hadden we daarna een homogene samenleving, zoals de Scandinavische landen die al eerder hadden bereikt. Dat is het soort samenleving waarin democratie en mensenrechten floreren.

Van die homogene samenleving is nu weinig meer over. Allochtonen uit alle landstreken, maar voor meer dan de helft afkomstig uit Marokko, Turkije en Suriname vormen een groeiende etnische minderheid van ruim 3,2 miljoen, twintig procent van de bevolking. Het aanzienlijke islamitische deel van de niet-westerse immigranten onttrekt zich aan assimilatie, met name omdat hun geestelijke leiders zeer afwijzend staan tegenover belangrijke aspecten van de samenleving waarin wij leven. Dat is de libertijnse samenleving die pas in de zestiger jaren van de vorige eeuw is ontstaan.

Als de immigratie van onze nieuwe islamitische landgenoten vijftig jaar eerder had plaats gevonden dan hadden ze in een aantal opzichten geruisloos kunnen integreren. Voor de Nederlandse jongeren die nu opgroeien is het moeilijk voorstelbaar dat vóór 1960 veel puriteinse gewoonten en denkbeelden van de islamieten, waaronder hun afkeer van homoseksuelen en de tweederangs positie die vrouwen bij hen bekleden, ook hier in Nederland normaal gevonden werden.

Toch waren de Nederlandse cultuur van voor de zestiger jaren en de moslimcultuur niet in alle opzichten hetzelfde. De gewelddadigheid die de Dar al Islam kenmerkt zowel in privé aangelegenheden als in het publieke leven, die kenden wij hier al eeuwen lang niet meer zo. Maar aparte scholen voor meisjes en jongens, gescheiden sporten, vooral zwemmen, vrouwen die ontslag kregen als ze zwanger werden, vrouwen die überhaupt nauwelijks deelnamen aan het arbeidsproces en aan het publieke leven, dat soort dingen werden ook in het verzuilde Nederland lang als verworvenheden beschouwd, als een teken van beschaving.

De vijftiger jaren herinneren wij die ze hebben meegemaakt ons als saai en uitzichtloos, vooral in de Nederlandse provincie. De zestiger jaren waren voor ons een onverwachte bevrijding. Dat gold in Nederland, dat wat achter liep in dit opzicht, maar tot op zekere hoogte was het in de rest van Europa net zo, met uitzondering van Scandinavië. De vijftiger jaren waren een laatste restant van de wereld van voor de Verlichting, die zich in het antirevolutionaire en contrareformatoire Nederland langer had weten te handhaven dan elders – een late variant van het westerse christendom.


Dit artikel over de Nederlandse Maatschappij zoals die ooit was verscheen eerder op het Blog van Toon Kasdorp.