DE WERELD NU

De vrijheidslezing van A.H.J. Dautzenberg: over waanzin en nationalisme

vrijheidslezing 3

De vrijheidslezing van A.H.J. Dautzenberg deed in 2015 enige stof opwaaien die degelijk overdacht moet worden door haar te ontleden.

Joop.nl heeft de tekst van de vrijheidslezing die de schrijver Dautzenberg op vrijdag 22 mei 2015 uitsprak ook op de eigen website gepubliceerd. Wat opvalt aan de lezing is – zoals ook anderen op Joop.nl opmerken – dat Dautzenberg goede punten aanvoert maar die verschillende punten onnavolgbaar verbindt, alleen maar om tot de bekende linkse conclusies c.q. het bashen van de PVV (en de VVD als ‘partner in crime’) te kunnen komen, welke conclusies logisch gezien dan ook volstrekt willekeurig zijn hetgeen het uiteindelijk tot een buitengewoon zwak verhaal maakt. Met name de reageerder Pepijn Nostrinite slaat de spijker op de kop met zijn reactie:

“Een mooie en ware verzameling van feiten. Helaas zijn de verbanden ertussen slechts eigen interpretaties en overtuigingen. Gaandeweg lees je de politieke overtuiging van de auteur en glijdt het stuk weg van een bijna wetenschappelijk en objectieve waarneming naar subjectieve aannames en politieke standpunten. Dat is wel zonde. Een ketenredenering kan zo tot de gekste conclusies leiden.”

In feite laat Dautzenberg zien dat hij zijn opinie vormt over zaken waar hij geen verstand van heeft en om die reden de verkeerde verbanden legt, zoals ik zal laten zien.

Waanzin als disciplineringsinstrument

De lezing van Dautzenberg bestaat uit drie delen: het eerste gaat over waanzin, het tweede over nationalisme en het derde over veiligheid. Het eerste deel behelst de kern van Dautzenbergs betoog: niet het afwijkende individu is krankzinnig maar de collectiviteit of massa die de waanzin “definieert en accelereert” door sociaal onwenselijk gedrag tot waanzin te verklaren om zo ongewenste individuen te kunnen uitsluiten. Eenieder met een filosofische achtergrond zal hier Foucaults verhaal in lezen: waanzin is een sociale constructie om ‘de ander’ – in wezen het moreel inferieure – in de eigen cultuur maatschappelijk uit te sluiten en te elimineren. In deze zin is waanzin een disciplineringsinstrument: wie afwijkt van de norm wordt opgesloten en zo buitengesloten.

Het is moeilijk niet de continuïteit te zien tussen de christelijke zondeleer en de moderne psychiatrie: zo heb ik nooit getwijfeld dat bv. de moderne psychiatrisering van mensen die levensmoe zijn (diagnose: depressie) slechts de seculiere versie is van het christelijke verbod op zelfdoding (want waarom zou er iets mis moeten zijn met mensen die levensmoe zijn?), waarbij omgekeerd de christenen menen dat euthanasie moet worden verboden met daarvoor in de plaats psychiatrische hulp aan mensen die er een einde aan willen maken in het geloof dat iedereen kan en moet worden genezen van levensmoeheid.

Zelfs Freuds gebruik van ‘katharsis’ (dat door Aristoteles als metafoor werd gebruikt om kunst te verklaren) heeft een lange traditie in het christendom: de christen moet aldoor biechten om zo zijn ziel te zuiveren doordat de zondige gedachte als het ware verdwijnt door hem uit te spreken en zo aan het heilzame licht bloot te stellen (en vaak is opgemerkt dat de TV-shows als van Jerry Springer en Oprah Winfrey daar de hedendaagse, geseculariseerde variant van zijn). Overigens, in een meer politieke zin adviseerde Machiavelli op vergelijkbare wijze de machthebber om zo nu en dan protest toe te staan zodat het volk ‘stoom kan afblazen’ waardoor het gif der woede bij het volk niet accumuleert tot een opstand – om die reden waren later de marxisten dan ook niet blij met de ‘repressieve tolerantie’ van het liberalisme.

Wat de liefde weet

Dautzenberg schrijft ook dat “In het verre verleden werden ‘gekken’ nog gezien als mensen die een bepaald soort wijsheid bezitten” hetgeen in de reacties vragen oproept. Mogelijk heeft Dautzenberg dat ook van Foucault die immers beweert dat in de Renaissance de kunstenaars de krankzinnige wel afbeeldden als een soort wijze. Nu is er inderdaad een platoonse traditie – en de Renaissance was vooral een herleving van het platonisme – die ondanks de veelal hyperrationalistische Plato een waardering voor het irrationele en de waanzin heeft: Socrates’ wijsheid was immers al dat hij wist dat hij niets weet (zodat wijsheid betekent dat je de grenzen van de rede kent waardoor bv. ook Kant het wijs achtte de rede zelf kritisch te onderzoeken om haar beperkingen op te sporen) en Nussbaum betoogt in haar ‘The Fragility of Goodness’ op fraaie en zelfs ontroerende wijze dat Plato in de dialoog ‘Phaedrus’ ontdekt dat filosofie niet alleen rede maar ook mania (het Griekse woord voor ‘waanzin’) moet zijn omdat in de passie of waanzin een zekere kennis aanwezig is die de rede niet kent.

Op welhaast Nietzscheaanse wijze zou Plato zo ruimte willen geven aan een meer organistische filosofie: niet een filosofie als voorbereiding op de dood (in welke dood de onsterfelijke ziel de abstracte Ideeën en geometrische vormen aanschouwt) maar een filosofie die het leven doorgrondt en zelf leeft. In Nussbaums volgende boek dat dan ook niet toevallig ‘Love’s Knowledge’ heette, pleit zij vooral voor literatuur en kunst die zo door middel van de emotie – meer dan een rationeel-filosofische argument dat kan – een moraal kan leren. In aanvulling hierop is het ook van belang dat we bij Plato ook al de opvatting zien dat de kunstenaar de bijzondere gave heeft verder of dieper te kunnen zien dan de gewone stervelingen. Met name ten tijde van de Romantiek vierde het idee dat kunst de hoogste intellectuele uiting vormt hoogtij: het genie is degene die de Waarheid – voorbij alle redeneringen van de rede – in de diepte van zijn ziel schouwt met het kunstwerk als de openbaring van die Waarheid.

De kunstenaar bereikt zo de hoogste fase in de platoonse opstijging naar het Ene, waarin subject en object nog niet gescheiden zijn zodat deze vereniging met het goddelijke of Absolute een ‘wijsheid’ voorbij het weten door de discursieve rede is. De rationele filosofie kan dit hoogste punt van zijn en waarheid niet bereiken: volgens Schopenhauer is filosofie slechts de rationele reflectie op de Waarheid die de kunstenaar ons geeft. Het schouwend intellect (van de kunstenaar) vindt zo een hogere waarheid in de eenheid dan die van de discursieve rede (van de filosoof) waarin die eenheid uiteen is gevallen: ook in deze zin voert het platonisme ons voorbij de rede. Onder invloed van het christendom en zijn nadruk op de wil in plaats van contemplatie werd het de eenheid schouwende intellect ook wel vervangen door de verbindende liefde die Jezus ons leerde (waarbij ook die liefde bovenrationeel is in bv. zijn liefde voor de vijand). Zoals Tertullianus (min of meer) zei: “credo quia absurdum“.

Sowieso is het scepticisme in de moderne tijd aldoor aangevoerd ter ondersteuning van het geloof: als we niets kunnen weten dan resteert ons niets anders dan geloof en overgave aan God (en zelfs Kant schreef nog: “Ik moest dus het weten opheffen om plaats te verkrijgen voor het geloof”). In deze context is het dan ook beslist geloofwaardig dat voor kunstenaars in de Renaissance de scheidslijn tussen waanzin en wijsheid dun was, zoals die uiteraard ook bij de latere romantici was: ik wijs hierbij op mijn analyse van de moderne kunst als voortzetting van de Romantiek http://gebandvanjoop.blogspot.nl/2015/05/alle-moderne-kunst-is-romantisch-en.html waaruit blijkt dat moderne kunst veelal uitdrukkelijk antirationalistisch was. Zoals Foucault betoogt is het dan ook de Verlichting – de ‘klassieke’ periode van eind 17de eeuw en 18de eeuw – geweest die de rede en de waanzin als het onredelijke scherp van elkaar scheidde en waarbij men het van geen enkel belang meer achtte wat de krankzinnige ons te melden heeft.

Links is de meester van de psychiatrisering van de dissident

Dautzenberg maakt bovenstaand punt – van in wezen Foucault, al heeft Dautzenberg die waarschijnlijk nooit gelezen – niet alleen op een wat warrige en onduidelijke wijze, maar wat erger is ondersteunt hij het met slechts één voorbeeld – de nieuwe psychiatrische diagnose ODD (Oppositional Defiant Disorder) – dat op tweeërlei wijzen incorrect is. Het is incorrect omdat Dautzenberg ten onrechte meent dat hiermee non-conformisten en vrijdenkers worden gepsychiatriseerd maar het echte probleem is dat hij zo op grond van zijn fout z’n betoog nog verder laat ontsporen door dan te vervolgen met het nationalisme en vreemdelingenhaat om op basis daarvan te kunnen uithalen naar de PVV die ons in een collectieve waanzin zou hebben gestort – daarbij geholpen door een opportunistische VVD die zijn eigen moeder nog zou verkopen voor electorale winst – door vluchtelingen en andere migranten te weren, alwaar het tweede deel over gaat.

Zelfs met zijn fout inzake ODD in het achterhoofd vergt het nogal wat hoofdbrekens hoe Dautzenberg die overgang van de sociale constructie van waanzin naar het nationalisme en de PVV in zijn brein heeft kunnen maken want veel onderbouwing levert hij niet. Het moet er mee te maken dat hij sowieso al in het eerste deel het hele ‘ware’ verhaal over die waanzin zoals ik dat hierboven heb uitgelegd verengt tot louter de plat-politieke conceptie van de krankzinnige als de ‘non-conformist’, ‘vrijdenker’ en ‘dissident’ en in het verlengde daarvan de politieke uitsluiting van non-conformisten, dissidenten en daarmee uiteindelijk ook Joden en vluchtelingen als sociaal ongewensten. Maar als we dicht bij zijn eigen uitgangspunten blijven dan moeten we constateren dat alleen de Sovjet-Unie en andere extreemlinkse bronnen dissidenten, vrijdenkers en non-conformisten als krankzinnigen hebben aangemerkt: niet alleen stopte de Sovjet-Unie politieke dissidenten weg in psychiatrische instellingen, maar linkse mensen gaan daar nog steeds en masse mee door door bv. islamcritici letterlijk weg te zetten als ‘islamofoben’ waarbij fobie uitdrukkelijk naar een psychiatrisch label c.q. DSM IV-classificatie verwijst.

Het is dan ook buitengewoon curieus dat Dautzenberg dit enige plausibele voorbeeld of politieke conclusie van zijn eigen verhaal volkomen negeert en via een onnavolgbare associatie van de sociale constructie van waanzin via het nationalisme en vreemdelingenhaat precies de tegengestelde groep – de PVV en de VVD – verwijt wat nu juist alleen maar mensen zoals Dautzenberg zelf doen! Sterker nog, in onze liberale maatschappij worden dissidente meningen serieus genomen in plaats van gepsychiatriseerd en juist de nieuwe rechtse partijen strijden uitdrukkelijk tegen de hardnekkige linkse intolerantie jegens andersdenkenden, bv. door zich bewust als politiek incorrect te profileren. Kortom, het probleem is hier niet rechts maar links die de oude streken nog altijd niet is verleerd en andersdenkenden blijft verketteren door hetzij andersdenkenden te doden (bv. Fortuyn) hetzij andersdenkenden in psychiatrische inrichtingen te willen opsluiten (bv. Hirsi Ali die volgens links alleen maar zou strijden voor vrouwenemancipatie tegen de islam wegens traumatische ervaringen zodat zij de politiek zou moeten verruilen voor de psychiatrische sofa). Zie ook.

De massa is krankzinnig

Maar Dautzenberg maakt ten behoeve van zijn betoog en conclusie – Dautzenberg heeft een idee van de sociale constructie van waanzin en een diepe afkeer van de PVV en hij is vastbesloten om die twee zaken op een of andere manier aan elkaar te plakken – nog een andere ‘verborgen’ wending in zijn betoog: de massa definieert niet alleen de waanzin maar is zelf drager van de waanzin (zoals de titel van zijn lezing stelt: “De waanzin schuilt in de massa”). Hoe dat zo? Nou, het lijkt erop dat Dautzenberg meent dat als de massa de dissident tot krankzinnige verklaart dan niet de dissident maar de massa krankzinnig is. Waarom dat zo is vertelt Dautzenberg niet (in feite is zelfs het plegen van genocide vaak heel rationeel en allesbehalve krankzinnig), maar ik vermoed dat die conclusie zou moeten volgen omdat dissidenten volgens Dautzenberg ons leven kunnen verrijken zodat het weren van dissidenten ons eigen belang schaadt.

En deze liberale opvatting wordt dan doorgetrokken naar de multiculturalistische opvatting – verschillende culturen verrijken ons leven – zodat dan de gewenste conclusie is bereikt dat het vreemdelingenhaat is – en daarmee de PVV en de VVD – die de massa in haar vreemdelingenhaat zouden vertegenwoordigen, de ultieme waanzin vormt. Die vreemdelingenhaat zou dan ideologisch zijn gebaseerd op het nationalisme dat Dautzenberg daarom identificeert als de bron van al het kwaad.

Wat het nationalisme werkelijk is

Maar tegelijkertijd betoogt Dautzenberg dat het patriottisme, waarop denk ik volgens Dautzenberg het nationalisme is gebaseerd, in wezen een vorm van (wellicht verkeerd begrepen?) eigenbelang is die als zodanig naastenliefde in de weg staat en altijd leidt tot de onderdrukking van minderheden: “Patriottisme is niets anders dan gesublimeerde eigenliefde, het staat naastenliefde in de weg. Gemeenschapsidealen dienen nergens anders toe dan tot het in stand houden van de collectiviteit, van de superiéure collectiviteit. En ze draaien altijd uit op onderdrukking van minderheden. Altijd, sla de geschiedenisboeken er maar op na.”. Maar het nationalisme (of patriottisme) leidt natuurlijk helemaal niet altijd tot de onderdrukking van minderheden.

Dautzenberg weet blijkbaar niet dat het nationalisme oorspronkelijk een links concept was: het nationalisme is gebaseerd op Rousseau’s concept van volkssoevereiniteit en beoogt de premoderne wereld waarin een internationale elite regeert over de volkeren (hetgeen we nog steeds in de koningshuizen terugzien omdat het daar gebruikelijk is dat bijvoorbeeld een Duitse prins trouwt met een Zweedse prinses waarbij vroeger dan makkelijk een Spaanse koning over de Hollanders heerste) te vervangen door de moderne wereld waarin een volk over zichzelf heerst.

De moderne wereld is in hoge mate het product van het nationalisme: de grote Rijken zijn ineengestort ten behoeve van de vorming van natiestaten. Ook buiten Europa vond dit proces in de 20ste eeuw plaats in de vorm van vrijheidsoorlogen tegen de kolonisatoren, bv. in de vorming van Indonesië in de plaats van Nederlands-Indië. Acht Dautzenberg dit werkelijk allemaal kwaadaardig of begrijpt hij het concept van nationalisme niet? Wel heeft hij gelijk dat het nationalisme en democratie in elkaars verlengde liggen, maar juist het nationalisme impliceert geen dictatuur van de meerderheid over de minderheid want de ideologie van het nationalisme is er één van ‘één voor allen, allen voor één’. Er zit dus wel degelijk ‘naastenliefde’ in het nationalisme en zeker impliceert het nationalisme geen onderdrukking van minderheden (zolang men een meer liberale opvatting van natie als gedeeld burgerschap hanteert in plaats van een gedeelde afkomst).

Slechts bij een conflict of bedreiging kan er een agressief nationalisme ontstaan dat de eigen superioriteit en vreemdelingenhaat stimuleert om zo de eigen nationale identiteit te vormen of te behouden en daarmee het nationale belang te waarborgen door de vreemdeling te weren (zoals de nazi’s deden maar ook zoals bv. de Dalai Lama in Tibet zich anti-Chinees opstelt om de eigen cultuur te beschermen). In zijn derde deel probeert Dautzenberg overigens nog het nationalisme te verklaren en komt dan met een ‘veiligheidsfetisj’ maar zoals nu duidelijk zal zijn is dat opnieuw een geval waar Dautzenberg de klok heeft horen luiden maar niet weet waar de klepel hangt. Trouwens, bij dat agressieve nationalisme wordt er een nog groter beroep op naastenliefde of altruïsme gedaan omdat het hier overgaat naar haar uiterste consequentie, namelijk de bereidheid zichzelf op te offeren voor de natie: dat is de betekenis van “voor volk en vaderland” (en niet zoals Dautzenberg denkt: het uitroeien van minderheden).

De blinde vlek van links

Wel heeft Dautzenberg gelijk dat het nationalisme een collectivistische ideologie is – het nationalisme stelt het belang van de natie en niet het individu voorop – maar het socialisme is ook een collectivistische ideologie die in die zin het volk vervangt door de massa zodat Dautzenbergs aanval op ‘de massa’ (opnieuw) meer het socialisme raakt dan het nationalisme: afkeer van de massa – zoals die duidelijk erg sterk is bij Dautzenberg – is typisch voor rechts. In dat opzicht leven we in verwarrende tijden waarin links soms nog rechtser is dan rechts. In deze ‘postmoderne’ tijd breekt de EU de natiestaat en daarmee het nationalisme bewust af ten gunste van soevereiniteitsoverdracht naar een ondemocratische en internationale elite in ‘Brussel’ die over alle Europese volkeren heerst zoals in de premoderne tijd de keizers dat ook deden.

Vroeger streed links tegen zulke keizers maar tegenwoordig zijn veel linkse mensen, waaronder waarschijnlijk Dautzenberg, enthousiast over de huidige reactionaire ontwikkeling: van ‘de massa’ kunnen we immers slechts vreemdelingenhaat en andere collectieve waanzin verwachten dus die kunnen we beter geen macht geven. Links heeft het kosmopolitisme omarmd – dat is Dautzenbergs beroep op empathie en naastenliefde waarmee hij gelijkwaardigheid van alle mensen ongeacht nationaliteit bedoelt – en rechtvaardigt daarmee de ontmanteling van de natiestaat maar zoals Dautzenberg laat zien zit daar vreemd genoeg ook een conservatieve dus zeer rechtse motivatie bij: met de eeuwige verwijzing naar nazi-Duitsland meent links opeens het volk te moeten wantrouwen en ziet het liever dat een intellectuele elite leiding over het krankzinnige en ontoerekeningsvatbare gepeupel geeft.

Maar net als met Lenins revolutionaire voorhoede (die overigens niet was gebaseerd op wantrouwen maar op de onwetendheid van de massa hetgeen in ons informatietijdperk het probleem niet zou moeten zijn) geeft dit opnieuw een vervreemding van de oorspronkelijke (arbeiders)achterban die zich in toenemende mate verraden voelt en zijn heil daarom juist bij de door de socialisten zo gehate nationalisten zoekt waarmee er een zichzelf versterkende cirkel van socialistische vervreemding tussen ‘onderwijzer’ (leiding) en ‘arbeider’ (achterban) aan de ene kant en een groeiende revolutionaire macht van het nationalisme als ‘de stem van het volk’ (en daarmee ook als de ‘echte’ arbeidersbeweging) aan de andere kant ontstaat. In dat opzicht herhaalt zich inderdaad de politieke dynamiek van het Interbellum (wat ook Dautzenberg niet schroomt telkens te benadrukken), maar met dien verstande dat in de WO II met het fascisme als samenballing van de antiliberale krachten ook die antiliberale krachten zelf zijn verslagen.

De socialistische en fascistische sentimenten van onvrede keren weliswaar terug, maar zij durven niet meer de liberale beginselen zoals de parlementaire democratie, de rechtsstaat, het kapitalisme en het individualisme te verloochenen: eenieder die dat doet zet zichzelf buiten de maatschappelijke orde en zou zich tot de marge verdoemen (zelfs de communisten doen tegenwoordig mee met de parlementaire democratie!). Je kunt de PVV fascistisch noemen zoals je de SP socialistisch kunt noemen, maar zij zijn liberale – en daarmee ‘ongevaarlijke’ – vormen van fascisme en socialisme die in wezen alle liberale beginselen tot de hunne hebben gemaakt. Dautzenberg noemt de PVV ‘über-nationalistisch’ maar dat is onzin: de PVV leert geen superioriteit van het eigen ras, haat tegen niet-Nederlanders of de noodzaak van meer Lebensraum of andere expansie.

Het is net zo grotesk en kwaadaardig om Wilders de nieuwe Hitler als om Roemer de nieuwe Stalin te noemen: dat ook Dautzenberg meedoet met die collectieve haatcampagne tegen andersdenkenden maakt hem juist schuldig aan datgene wat hij anderen verwijt. Dautzenberg demoniseert niet alleen de PVV en de VVD – hetgeen overigens dagelijks in een stroom artikelen op Joop.nl gebeurt – maar hij geeft deze politieke opponenten (dus voor hem andersdenkenden) uitdrukkelijk het stempel van de dragers en de bron van een ‘collectieve waanzin’.

Maar het uitsluiten van dissidenten – en in het geval van de PVV en de VVD zijn dat vreedzame dissidenten die alle liberale beginselen onderschrijven en dus ‘onschuldig’ zijn – door middel van een psychiatrisch label was toch precies het kwaad dat Dautzenberg aan de kaak wilde stellen? Het blijft me verbazen dat linkse mensen niet zien dat zij aldoor anderen beschuldigen van wat in feite zijzelf doen. Je zou bijna gaan denken dat linkse mensen een kronkel in hun hoofd hebben en als Freud dit gedrag niet al zou hebben bestudeerd en het ‘projectie’ zou hebben genoemd, dan zou je wensen dat de psychiaters daar eens naar zouden kijken…


Dit essay verscheen eerder op Geband van Joop

3 reacties

  1. LT schreef:

    Bedankt voor deze analyse. Is zeer de moeite waard! Ik heb deze opgeslagen onder de titel ” Analyse van een links postmodern broddelwerkje”. Nou zijn de meeste postmoderne werken weinig meer dan broddelwerkjes, maar dit werk lijkt een illustratief pareltje te zijn.

    Met de doorgrondelijke wegen van empires/zonnenkoning(en) 2.0 en hun lakeien in gedachte, waarbij ik Dautzenberg tot de lakeien hier reken, heb ik het volgende tekstdeel in je analyse uitgelicht:

    “De blinde vlek van links
    (…)
    In dat opzicht leven we in verwarrende tijden waarin links soms nog rechtser is dan rechts. In deze ‘postmoderne’ tijd breekt de EU de natiestaat en daarmee het nationalisme bewust af ten gunste van soevereiniteitsoverdracht naar een ondemocratische en internationale elite in ‘Brussel’ die over alle Europese volkeren heerst zoals in de premoderne tijd de keizers dat ook deden.”

  2. LT schreef:

    Zonnekoning(en) ipv zonnenkoning(en). Sorry.

  3. Cool Pete schreef:

    Heel, heel goed artikel.

    “Links” ‘vindt’ dat alleen ZIJ ‘intellectuelen’ zijn,
    maar ze zijn denk-lui, destructief en totalitair machts-belust :
    de hel op aarde.
    Zelfs de islam : de hel onder de aarde : moet ze niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.