DE WERELD NU

De ‘groene’ stad – deel -1- de vergeten kloof en de achterpoortjes van de postmoderniteit

Groene stad

De Vlaamse essayist en publicist Wim van Rooy analyseert in dit tweedelige essay (2e deel volgend weekend) de groene stad als ‘fictief concept’, waarmee door progressieve theoretici de band tussen platteland en moderne stad wordt geduid, en welke (politieke en maatschappelijke) gevolgen op dat discours zijn gebouwd.

In de postmoderniteit zijn de kloven niet langer te overzien: die tussen volk en elite. Een kloof die Christopher Lasch al meesterlijk beschreven had in zijn in 1994 verschenen The Revolt of the Elites and the Betrayal of Democracy, een boek dat waarlijk profetisch is en dat de politieke oprispingen van de gewone man in de VS helder duidt en dat ook anticipeert op wat intussen gebeurde: de logische verkiezing van Trump als held van ‘Middle America’.

Er zijn kloven tussen tussen zogenaamde islamofoben (bedoeld wordt: islamcritici, en fobie betekent ‘angst’ en geen ‘haat’ zoals men dat graag laat uitschijnen) en reactionaire islamofielen, tussen de islam en elke andere religie, tussen oecumenistische do-gooders en zielige snowflakes met hun ‘safe places’ aan de ene kant en Verantwortungsdenkers met gezond verstand aan de andere kant, tussen een millennaristische Willkommenskultur en patriotten, tussen conservatief en alt-right, tussen alt-right en koket postmodern, tussen alt-right en alt-left (volgt u nog?), tussen bakfietsers en autoleasers, tussen het zionisme en de gepalestiniseerde PLO- en Hamasjournalistiek van de mainstream media (en passant: de PLO was de eerste genocidale terroristische organisatie die een zetel kreeg in de VN), tussen het zionisme en de nieuwe democratisch gelegitimeerde antisemieten (die zich antizionisten mogen noemen), tussen de gepolitiseerde sociale wetenschappen die het vrije woord niet langer verdedigen en de slimme bèta-wetenschappers die nog echte diploma’s behalen (en dus niet via politieke pamfletten), tussen libertair-liberalen en blauwe liberalen, tussen regressief links en politiek incorrect, tussen het nieuw-oude antisemitisme van vele Europese politici of opiniemakers en bewonderaars van Israël (l’ennemi subliminal), tussen klimaatclerici en klimaatsceptici, tussen het (voorlopig nog) vrije woord en de toenemende politiek correcte censuur en autocensuur van de boven vernoemde snowflakes, tussen de gedachtepolitie en de vrije geest, tussen eurocraten en mensen die op een normale manier de kost verdienen, tussen het nieuwe nihilisme van de diversiteitsapostelen en de studieuze lezers van Kolakowski, Pierre-André Taguieff, Dinesh D’Souza, Pascal Bruckner, Kamel Daoud, Malika Sorel, Michèle Tribalat, Ibn Warraq, Charles Murray en Alain Finkielkraut, tussen de excessen van de hyperhumanisten en hun meer traditionele spinozabroeders, tussen de diversiteitspriesters en de nieuwe patriotten, tussen een gefeminiseerde samenleving zonder vitaliteit en een maatschappij met een nog goed werkend immuunsysteem, tussen oikofoben en oikofielen, tussen de aanhangers van superstatelijke verbanden en de nieuwe soft-nationalisten, tussen degenen die weten dat men ook vandaag een geloof nog als een vijand kan bestrijden en degenen die het Verdrag van Westfalen ook op de islam toepasbaar achten, tussen degenen die nog in staat zijn het kwaad (het boze van Dostojewski) te herkennen en de ‘fluffy denkers, tussen de romantici van de revolutie en de realisten. Et cetera.

Marxisme in ander kleedje
Lang geleden was er de kloof tussen kapitalist en proles. Die is nu, postmodern-marxistisch vermomd, vervangen door het duo onderdrukker-onderdrukte. De tegenstelling kapitalist-proles was hoe dan ook een stuk eenvoudiger en overzichtelijker, maar de antediluviale gauchisten hebben zich vandaag bekeerd tot de ideologie van het multiculturalisme en zetten op die manier hun aloude boodschap van haat tegen het Westen voort. Het is marxisme in een ander kleedje, de dialectische voortzetting van het communisme met andere middelen, maar au fond even totalitair. Ze draven op als islamofielen (collaborateurs van de islam), do-gooders, immer welwillenden, oecumenisten, professionelen van de dialoog, Cordoba-gelovigen, gepalestiniseerden in allerlei soorten en maten, culpabiliserende en pamflettistische socio-, politico- en antropologen, westerse zelfhaters, Israëlbashers, klimaatfanatici, dictatoriale beheerders van het vrije woord, nuttige idioten, gesubsidieerde gekwetsten, knettergekke superhumanistische egalitaristen, naïeve deugbrigadiers, kokette cultuurrelativisten, gentrificerende boboïsten, blinde geboerkiniseerden, masochistische gedhimiseerden, ‘genderites’, nieuwe oriëntalisten, fascistische antifa’s, geïnfiltreerde Moslimbroeders, NGO-subsidieslurpers, enzovoort.

De nieuwe waanzin
Het is immers een teken van de waanzinnige 21ste eeuw dat de nieuwe waanzin als ectoplasma uit alle postmoderne gaten, kieren en riolen komt geblubberd, waarbij de psychosen altijd maar nieuwe van de pot gerukte vormen aannemen, zodanig dat er vandaag zelfs feministen zijn die de slavernij van de vrouw in de islam verdedigen of atheïsten die de islam op handen dragen of genderverslaafden die niet meer weten of ze man of vrouw zijn en die nieuw opgewekte sensibiliteit op hun kinderen overdragen (dixit Camille Paglia). Zodanig zelfs dat het actuele reactionaire en dus regressieve links overal diversiteit verdedigt, behalve in het denken. Zodanig zelfs dat de verknipten van de diversiteit het concept identiteit alleen bij de ander verdedigen, terwijl de eigen identiteit wordt geridiculiseerd of zelfs ontkend. Zodanig zelfs dat een orwelliaans woord als ‘intersectionaliteit’ gecreëerd wordt om de groep van zielige slachtoffers ad nauseam te construeren en uit te breiden. Zodanig zelfs dat senior writer Joël De Ceulaer maar niet in staat is te begrijpen wat een hoofddoekje werkelijk betekent, namelijk de arrogante en ostentatieve uiting van een bepaalde staatkundige vorm die veel gelijkenissen vertoont met het fascisme, ook al realiseren de booslima’s en de beroepsmoslims die het dragen zich uiteraard niet in welk scenario van de Moslimbroederschap ze meespelen (ook vrijheidsstrijder Joël niet natuurlijk).

Stad-platteland: een onderbelichte kloof
Eén kloof echter blijft wat onderbelicht, namelijk die van stad en platteland, of die tussen modieuze stedenbouwkundigen (zoals vroeger Le Corbusier, die vandaag gelukkig afgevallen mag worden wegens zijn totalitaristische voorkeuren) en mensen met gezond woon- en ander verstand. Academici die zich als stadsgeografen, stadsecologen, architecten en urbanisten met de stad bezighouden, bijvoorbeeld aan de cultureel-trotskistische VUB, zijn steevast lovend over de vele mogelijkheden die zo’n biotoop biedt, volgens deze elites een oord waar creativiteit warmpjes kan gedijen – ik parafraseer de stadsideoloog Richard Florida, die een paar jaar geleden heftig in de mode was, die nu wat geëclipseerd is, maar die onlangs toegaf dat zijn wensdromen in verband met de disruptieve stad de mist zijn ingegaan, zoals dat met utopieën meestal het geval is (maar niet dan nadat ze veel onheil hebben aangericht).

De ontwortelde stad
Deze semitrotskisten bejubelen het moderniseringsproces zelfs als ontworteling en métissage, waarbij de inspanningen die daarvoor nodig zijn eenzijdig bij de autochtoon worden gelegd. Die worden door de nieuwe interculturele bemiddelaars, de zogenaamde experten op het vlak van complexe culturele systemen maar au fond nieuwe hogepriesters die slechts lippendienst bewijzen aan de gewone man of vrouw, door de strot geduwd van al degenen die zien dat de keizer-expert geen kleren aan heeft. Hun stadsmarketing doet de oorspronkelijke inwoner steevast verliezen, zie Amsterdam en Venetië. En in Parijs, de locus classicus van de metropool, lopen nu overal soldaten rond en staan de experts in de rij om in de media de zoveelste theorie los te laten op burgers wier gezond verstand door diezelfde media werd onteigend. In de negentiende eeuw draaide de meerderheid van de Europese belastingbetalers, die op het platteland woonde, op voor de modernisering van de hoofdsteden. Vandaag draait de modale burger op voor de utopie van de ontwortelde stad.

De achterpoortjes van de postmoderniteit

De stad is in het progressivistische denken altijd al in de mode geweest, ook al waren er legio tegenbewegingen en vooral ambivalenties, tot vandaag. Schreef Emile Verhaeren niet Les villes tentaculaires (1895), over de stad waarvan de tentakels iedereen aantrekken maar tegelijk versmachten? Deze gedichtencyclus was voorafgegaan door Les campagnes hallucinées (1893), verzen die het dwingende en usurperende karakter van de megalopool profetisch uitdrukken. Ze geven weer wat de Franse geograaf Christophe Guilluy ‘une logique de citadelle noemt’ omdat de gulzige en snobistische metropool alle culturele visibiliteit aan de periferie heeft ontnomen, terwijl de jongste decennia die periferie ook al langer hoe meer wordt aangetast door de permanente Mobilmachung. Zo verworden de stad en haar vele extensies tot een entiteit die een permanente druk legt op de primordiale lagen van het bestaan. En daaruit probeert de burn-outmens dan, vaak via allerlei opgelepelde modieuze exits, te ontsnappen: yoga in alle maten en soorten, duindoornbessen kweken, een cafeetje openen, pop-upwinkeltjes begeleiden, Ikea-filosofietjes ineen knutselen, tai chi, bomenknuffelarij, vrijetijdsheremiet spelen in een abdij, Cordoba-werkgroepjes organiseren, coach spelen (n’importe waarvan of van wie: wanhopige groepen genoeg), bomen aankleden met breiwerkjes, wicka-geloof aanhangen, vluchtelingen knuffelen en tot nieuwe heiligen verklaren….

Design-escapisme
Het is postmodern en dus modieus design-escapisme. Deze mens zoekt de vele achterpoortjes van de postmoderniteit op om zijn vel te redden. Hij realiseert zich intuïtief dat hij niet Nietzsches ‘dansante mens’ zal zijn, maar eerder diens ‘laatste mens’…. Diens dresseerbaarheid is zo groot dat hij kuddedier is geworden (of gebleven?), ondanks alle mogelijkheden die hem geboden werden om ‘het nog niet gefixeerde of vastgestelde dier’ dat hij is (Nietzsche) met sprezzatura te voltrekken. In plaats daarvan verknoeit hij de potentiële, bijna goddelijke kracht die hem verder zou boetseren, omdat hij zich laat afleiden: of door het almaar dooretterende zielloze entertainment of door quasi-authentieke vluchtwegen op te zoeken die precies passen in het straatje van een ziekmakend systeem. De postmoderne mens wordt als het ware amorf van de uitputtingsbeschaving die hij uit zwakheid mede zelf gecreëerd heeft. De laatste mens is de ‘maagmens’ van Jacques de Kadt, de schranderste politicoloog van de twintigste eeuw en nog altijd de beste beschouwer van het fascisme. De laatste mens is de rusteloze asap-mens die geen lange teksten meer kan lezen. Echt vrije geesten zijn uitgestorven, binnen alle organisaties en ideologieën.

Paradoxaal groen
Paradoxaal is nu dat de groenen eigenlijk het liefst in de stad wonen (creativiteit!) en het platteland feitelijk als tweede keus beschouwen. Wanneer ze echter eenmaal op het platteland belanden, zetten ze ook daar lustig de gentrificatie in, waardoor het dorp een kleine postmoderne stad wordt. Nog een ander merkwaardig fenomeen: terwijl de groenen het platteland via allerlei trucs graag in de stad willen brengen (huizen vergroenen met gevelbegroeiing, een tuin op het dak, natuurinclusief bouwen, de kinderen Merel noemen…) omdat het allemaal zo rustgevend is (zoals elke ordinaire psycholoog, therapeut of psychiater al héél lang weet), zijn het toch vooral stadsmensen die de radical chic en het kosmopolitisme van groen incarneren. Ze geven gestalte aan een fly-over-country-attitude (ze vliegen dan bijna supersonisch over de ‘deplorables’) die haaks staat op het kleine en het overzichtelijke waarover Schumacher het al in de jaren zeventig had (Small is Beautiful). ‘Making urban nature’, zoals stadsecologen het noemen. Kortom: de groene gentrificerende hedonist wil alles tegelijk.

Homo festivus
De contemporaine altijd maar uitdijende stad, zou men kunnen stellen, loopt uit de hand, is beheerbaar noch beheersbaar, roept chaos op vanbuiten en vanbinnen, betekent in fine de totale Mobilmachung van de neurotische en narcistische homo zappens, Nietzsches ‘homo festivus’, de Tomorrowland-mens (Beethoven verslagen door de disco) – wat Neil Postman de gezegende quote ingaf: ‘We are amusing ourselves to death’. Dé grote kenner en verheerlijker van de stad, Lewis Mumford (1895-1990), begreep aan ’t eind van zijn leven dat de structuur ervan uiteindelijk wel moest leiden tot massa’s sociale problemen en hij werd zoals die andere stadsgeograaf, Patrick Geddes, ‘a small town lover’.

Rationele frondeurs
Met het ontstaan van de (Europese) steden in de elfde en twaalfde eeuw ontstond een nieuw type mens, dat we vandaag ‘de intellectueel’ zouden noemen, rationele ‘frondeurs’ die, in tegenstelling tot vandaag, controversiële en politiek incorrecte ideeën uitdroegen. Nu spreekt men over ‘smart cities’ maar de intellectuele brij die door een nieuw soort stedelijke intelligentie wordt afgescheiden, is van een dodelijke uniformiteit. De dynamiek van de nieuwe stad leidt met al zijn disrupties uiteindelijk tot macrometropolen waarin mobiliteit au fond stilstand betekent. De psychologische hectiek ervan triggert een neurotisch imbroglio waarin de zwakke hedonistische mens (uit krom hout gesneden, zoals Kant al wist) verzuipt. Habermas, de souffleur van het linksliberalisme, had het over ‘die neue Unübersichtlichkeit’, een vrij recent antropologisch gegeven waarin de nieuwe, te globaliseren mens met zijn oude biologie, zich vaak unheimisch voelt, en dus wijkt hij of zij uit naar een irenischer en overzichtelijker omgeving, zo die al nog bestaat. Hij realiseert zich immers dat de problemen van de megalopolen onoplosbaar zijn geworden. Zo werden de vroegere ‘quartiers populaires’ in de Europese steden via een soort ‘omvolking’ getransformeerd tot ‘quartiers etniques’ waarin mensen van dezelfde origine of religie samenklitten en er geen enkel belang bij hebben zich te assimileren of te integreren.

Interne beschavingscrisis
Tijdens dat proces van afzondering of gettovorming leert men echter wel de moeizaam opgebouwde welzijnsstaat met zijn ‘prodigalité délirante’ (Jean-Louis Harouel) te usurperen ten detrimente van de arbeidzame burger voor wie diezelfde staat ontmanteld wordt, en alsof dat nog niet volstaat, wordt dan vaak met medewerking van kokette welwillenden ook nog eens een discours opgebouwd van antiblankracisme. Meestal leveren al die goedbedoelde en niet aflatende maar onnozele pogingen weinig tot niets op. Het gaat daarbij, zoals de volksmond terecht zegt, om ‘weggegooid geld’, maar het voelt allicht goed aan. Het zijn in wezen echter paniekerige reacties die moeten verbloemen dat er niet langer een antwoord is op een interne beschavingscrisis. Dat soort crisis is eigen aan het westerse denken, het is endemisch omdat kritiek op het eigen systeem, samen met de nieuwsgierigheid naar het andere, precies een van de wezenskenmerken is van het Westen. Tegelijk echter wordt die eigen cultuur dan nog eens hevig getackeld door een supremacistische religie/ideologie, die nu en dan aangeraakt wordt door haar jihadistische natuur, wat de laatste decennia opnieuw het geval is. Die perverse natuur hebben de elites uit allerlei laffe en naïeve overwegingen laten gedijen.

Russische revolte
De dynamiek die daaruit groeide doet me denken aan het negentiende-eeuwse Rusland toen het vooral de aristocratie was die het bedje spreidde voor de komende revoluties. In zijn memoires Geheugen, spreek schrijft Nabokov over zijn moeder: ‘Wat ze vooral moeilijk te begrijpen vond, was dat mijn vader (Nabokovs vader was van adel – WvR), die naar ze wist ten volle genoot van al de genoegens van grote rijkdom, het genot daarvan op het spel kon zetten door Liberaal te worden en zo te helpen een revolutie voort te brengen die hem op den duur, zoals ze terecht voorzag, in armoede zou dompelen’. Wat in de vorm van leninisme en stalinisme na die adel kwam, was dan ook vele malen erger dan wat die edelen uitvraten. Zo helpen onze elites ook mee aan de ondergang van hun beschaving, en de parallel kan nog verder worden getrokken. De kapiteinsdochter van Alexandr Poesjkin is vooral berucht wegens die ene uitspraak: ‘Wee het tijdsgewricht waarin een Russische revolte woedt, zonder een greintje rede, zonder een schim van genade!’. Wie moet daarbij niet denken aan het redeloze jihadisme, mede veroorzaakt door het coulante westers-liberale denken?


Volgende week volgt het tweede en laatste  deel van dit essay, dat eerder deze week ook op de Belgische opiniesite Doorbraak verscheen.

5 reacties

  1. Beschouwer schreef:

    Helaas kregen we hier in Drentse dorpjes ook steeds meer last van die vervelende neohippies van de babyboomgeneratie die bleven ageren tegen boeren die om een iets dikker belegde boterham een stukje stal wilden bijbouwen. Hier op het platteland zijn we blij dat dit wijsneuzerige volk vanzelf uitsterft en ze merken ook dart niemand ze wilde helpen toen hun dak lek was en ze te oud waren het zelf te doen. Ook worden er door de lokale aannnemer speciale stadskaktarieven berekent voor kleine reparaties. Uiteindelijk vervalt het eigendom van zo’n stadse bemoeizuchtige wijsneus dan weer voor een lekker lage prijs aan iemand die wel weet dat er op het platteland hard gewerkt wordt en het niet een soort schilderijtje is waar men in woont. Dus de fijnstofzeikerd die wordt vanzelf weg gepest en er wordt zoals ik wel eens heb horen zeggen toen de geitenhouder en de fijnstofzeikerd elkaar tegenkwamen in de lokale winkel. Joh dan stik je er toch in dan zijn we van je af en iedereen in de winkel lachte de fijnstofzeikerd uit. Als je op het platteland je ontpopt als zeikerd dan gunnen we je niet. NIETS !

  2. Beschouwer schreef:

    en ter aanvulling op het vorige; komt er een zeikerd zeuren over de lucht van je open haard kap dit dan subiet af en gooi er bij wijze van spreken een stuk teerpaal op. We zijn nu in de tijd aanbeland dat alles tegenover elkaar komt te staan. Veel vrouwen en de wat verwijfdere mannen die willen graag “bindend” zijn en de boel sussen. In deze tijd van polarisatie is dat schijterig, bangerig en laf. Die “iedereen te vriend willen houden mensen” gaan dan in overleg met die buurman met die voorgewende astma om stookschema’s te gaan opstellen en leveren al wat vrijheden in want het zijn kruipers. De buurman met die nepastma en al heeft die echt een enorme astma lacht vies en vuil in zijn vuistje omdat hij macht over je gaat krijgen en macht werkt blijkbaar verslavend. Je mag de open haard stokken en doe dat dan ook. Wat boeit het jou nu dat de buurman astma heeft. De buurman heeft een astmaprobleem en dat is niet jouw probleem. Waar haalt zo’n machtswellusteling om te proberen met als rookgordijn astma macht over je te krijgen. Laat die machtswellusteling maar lekker stikken letterlijk !!!

  3. Cool Pete schreef:

    FENOMENAAL ARTIKEL.
    Sublieme doorlichting van de hele tijds-geest, met achtergronden.

    Verdient het door iedereen, dus ook alle politici, gelezen te worden.

    [ p.s.: “groene stad”? ’t zoveelste nering-zieke en onkundige idee van post-modernisten.
    “De stad” hoeft niet “groen” gemaakt te worden.
    Wel moet, wereldwijd, de erosie aangepakt worden: mondiaal her-bebossen, woestijnen bevloeien, oceanen schoon maken, gezonde agrarische sector; e.a.
    En vergeet die verzonnen “klimaat”-hoax.
    Thorium-kernenergie [ en zonne-energie ] leveren voldoende.]

  4. Dick Ahles schreef:

    Prachtig artikel. Dit is een thema waarop Tom Zwitser, met zijn boek Permafrost op verder borduurt: de onthechting van de middenklasse/burger door de (politieke en intellectuele) elite: https://trotsevaders.nl/2017/10/permafrost-oppervlaktes-1-door-tom-zwitser-indrukwekkend-boek-over-het-maatschappelijk-proces-van-politieke-machtsvorming/

  5. Beschouwer schreef:

    @Cool Pete; helemaal met je eens. Herbebossen die droge gebieden zoals Israel en ook Turkije doet en zelfs de Marokanen (die doen ook wel eens iets goed; (de kutmarokkanen zitten hier in Amsterdam West en die handelen liever in drugs dan bomen te gaan planten in Marokko). Geen oorlog voeren zoals in Syrie en de Syriërs ook weer terug om hun land te vergroenen in plaats van een uitkeringsparasiet te zijn wat statushouders zo makkelijk wordt aangereikt waar een autochtoon niet eens van durft te dromen. Dat gelul dat CO2-uitstoot het klimaat verandert is een vals sprookje in deze steeds valser wordende wereld.