DE WERELD NU

De achterstelling van vrouwen

vrouwen

Toon Kasdorp verbaast zich over de kwantificering van eisen over vrouwen die bepaalde posities zouden moeten in nemen, en ziet liever eerst bewijzen dat het werken zal.

Xander van Uffelen beschouwt het als onrecht dat vrouwen geen evenredig deel van de topposities in het bedrijfsleven bezetten en vindt dat er wettelijke maatregelen moeten komen om dat onrecht te bestrijden[1].

Ik weet niet precies wat hij zich daarbij voorstelt, maar waarschijnlijk toch een vrouwen quotum zoals Noorwegen dat al een aantal jaren heeft.

Dat quotum blijkt in Noorwegen geen groot succes, in die zin dat de winstgevendheid van bedrijven die erdoor getroffen worden achteruit loopt. Maar als het onrecht zou zijn, zoals Van Uffelen en veel andere feministen beweren, dan is het economische effect van zo’n quotum misschien irrelevant.

Zij zien het tekort aan vrouwen in de bestuurskamers als een vorm van discriminatie. Ze gaan ervan uit dat het aantal capabele vrouwen dat zich aanbiedt voor hoge functies relatief even groot is als het aantal mannen, maar dat ze niet benoemd worden omdat mannen een voorkeur hebben voor andere mannen. Dat zou inderdaad discriminatie op grond van sekse zijn.

Maar dat is alleen maar een veronderstelling, want er bestaat geen enkel wetenschappelijk verantwoord onderzoek dat dit uitwijst. Persoonlijk heb ik in mijn werkzame leven helemaal niet gezien dat men aan de top van het bedrijfsleven liever geen vrouwen zou willen hebben. Integendeel, bekwame vrouwen aan de top zijn moeilijk te vinden en wie ze krijgen kan knijpt zijn handjes dicht. Dat is trouwens niet alleen omdat men er in de samenleving zo’n goede beurt mee maakt, maar ook omdat het samenwerken en vergaderen met vrouwen door de meeste mannen als plezierig wordt ervaren. Maar die vrouwen moeten het natuurlijk wel kunnen en willen. Veel van die prettige en competente vrouwen zijn zelf helemaal geen feministen maar mensen met gezinnen en opgroeiende kinderen. Ze geven er de voorkeur aan om daar hun belangrijkste prioriteit te leggen en gelukkig maar.

Dat betekent wel dat ze in de cruciale periode van hun carrière een deel van de vorming missen die ze nu juist geschikt moet maken voor de topposities en dat is een prijs die ze in het algemeen zonder morren betalen.

Dat neemt natuurlijk niet weg dat we een organisatie van het bedrijfsleven en van andere maatschappelijke organisaties hebben die ingesteld is op full time werkende mannen. Daardoor zullen vrouwen, als ze terugkeren naar full time banen, als de kinderen groot genoeg zijn, merken dat ze vaak in banen onder hun niveau terecht komen, omdat ze voor die banen nu eenmaal de gevraagde ervaring missen.

Om daar wat aan te doen moet je geen quota invoeren. Noorwegen wijst uit dat het averechts werkt, dat het onnodige irritatie wekt en dat bovendien mannen die geschikter zijn voor de functies nu op hun beurt worden gediscrimineerd. Wat zou moeten gebeuren is dat er banen worden gecreëerd in de samenleving waarin gebruik gemaakt wordt van de competentie van de vrouwen die zich aanbieden op de arbeidsmarkt, maar zonder dat voor de banen de specifieke ervaring is vereist, die nu in de meeste bedrijven wel wordt gevraagd.

Bij de meeste bedrijven zijn taken zo ver mogelijk uitgesplitst en gespecialiseerd. Die taken vereisen een grote mate van ervaring, niet alleen bij de uitvoering zelf, maar ook bij het inpassen van het eigen specialisme in de taken van anderen.

Bedrijven met minder specialismen waar meer vraag zou zijn naar mensen die bekwaam zijn in multitasking en die sneller nieuwe vaardigheden oppikken, zouden geschikter zijn voor herintreders.

Een goede manier om dat te promoten zou zijn om te stimuleren dat nieuwe bedrijven worden opgericht door herintredende vrouwen en andere mensen die in het probleem geïnteresseerd zijn. Dan kunnen we zien of die bedrijven succesvol worden. Daarin zouden geschiktere methoden kunnen worden gevonden dan quota om het ‘onrecht’ uit de wereld te helpen. Het geeft natuurlijk ook een objectieve manier om te zien of de vrouwen, die volgens Van Uffelen zo ten onrechte worden gepasseerd, wel zo bekwaam zijn als hij denkt.


[1] Volkskrant 15/9/14


Dit artikel verscheen eerder vandaag ook op het Blog van Toon Kasdorp