DE WERELD NU

Achterhoedegevecht op links tegen handelsverdrag CETA

CETA 6

Ondanks dat de ratificatie nog niet voltooid is, ziet Raymond Peil geen serieuze obstakels voor een volledige toepassing van het CETA-handelsverdrag tussen de EU en Canada.

Vrije buitenlandse handel en investeringen zijn een belangrijk motor achter de wereldeconomie. Internationale verdragen en afspraken die dit in goede banen leiden zijn hierbij onmisbaar, zoals het Comprehensive Economic and Trade Agreement (CETA) tussen Canada en de EU. Volgens de Europese Commissie leidt CETA tot meer banen en groei, lagere prijzen in de winkels en een ruimer aanbod van producten en diensten. Economisch gezond verstand staaft deze uitspraak.

Maar hoewel CETA sinds 2017 grotendeels in werking is, zijn er in verschillende EU-staten bij antikapitalistische politieke partijen en gesubsidieerde NGO’s nog wat achterhoedeschermutselingen aan de gang om ratificatie van het tweede deel van CETA te saboteren.

Niet dat het veel zal uitmaken. De vrije handel tussen de Canada en de EU en wederzijds vrije investeringen zijn sinds 2017 een feit omdat CETA een zogenaamd ‘gemengd’; verdrag is, waarbij de EU bevoegd is voor het handelsgedeelte en de lidstaten voor het resterende deel. Dankzij het verdrag doen Nederlandse bedrijven er meer zaken, zij verkochten in in 2018 voor €3,4 miljard aan goederen en €2,3 miljard aan diensten aan Canada. Er zijn 668 bedrijven die handelden met Canada in het derde kwartaal van 2018, aldus de CBS-cijfers.

Dat is goed voor de Nederlandse economie en werkgelegenheid, zou je zeggen en er is nog meer: zo profiteert de haven van Rotterdam ook van extra handel tussen Canada en bijvoorbeeld Duitsland. Door CETA komen er meer goederen door de haven van Rotterdam in Europa aan land. In 2018 groeide de overslag van goederen uit Canada in de haven van Rotterdam met 38%. Door de afschaffing van 98% van de Canadese importtarieven op Europese producten kunnen Nederlandse producenten van bijvoorbeeld elektronische apparaten, sierbloemen, racefietsen, kaas, pasta en koekjes goedkoper exporteren.

Minder bureaucratie
Een ander winstpunt van het CETA-verdrag is de vermindering van bureaucratie en administratieve douane-rompslomp. Partijen erkennen nu over en weer elkaars certificering van producten als machines en elektronica, zodat overbodige dubbele testen worden afgeschaft en de papierwinkel wordt gehalveerd. Opgeteld bij de afschaffing van administratieve lasten en kosten van import- en exportheffingen biedt dit dus ook het Nederlandse midden- en kleinbedrijf nieuwe exportmogelijkheden. En vergeet de Nederlandse consument niet: liefhebbers van Canadese zalm, schaaldieren of schelpdieren kunnen nu ook goedkoper terecht in de supermarkt!

Voordelen van het verdrag zijn verder het wegnemen van belemmeringen voor onder anderen Nederlandse architecten, ingenieurs en monteurs en erkenning van Nederlandse diploma’s in Canada. Bedrijven uit Nederland kunnen voorts deelnemen aan Canadese overheidsaanbestedingen en ook bedrijven overnemen of aandelenbelangen nemen. Een goed voorbeeld in Nederland – ondanks de onfortuinlijke afloop – daarvan was de warenhuisketen Hudson’s Bay, die dankzij CETA aan wal kon komen.

Populistisch geneuzel
Gezien het bovenstaand overzicht is CETA eigenlijk een voldongen feit. De Tweede Kamer heeft inmiddels ingestemd met het volledige verdrag, dus waar wacht de Eerste Kamer op? Nu, daar leven vooral ter linker zijde nogal wat bezwaren die zich inmiddels uitstrekken tot een meerderheid van het aantal leden: behalve PvdA en GroenLinks, de SP, SGP, Partij voor de Dieren en 50Plus tegen het verdrag. Ook de PVV en Forum voor Democratie – met hun wat linksige sociaal-economische standaarden – zijn van de partij. Om het in de woorden van GroenLinks-opperhoofd Jesse Klaver te zeggen:

“Als we dit vrijhandelsverdrag stoppen is dat niet alleen winst voor het klimaat, dierenwelzijn en de Nederlandse boer, maar ook voor iedereen die zich zorgen maakt over de groeiende macht die multinationals krijgen om overheden hun wil op te leggen.”

Dat dit populistisch geneuzel in de marge is, snapt sluw(s)links natuurlijk zelf ook wel. En dat GL samen optrekt met drie marginale, duurzame boerenclubs is prachtig voor de bühne, maar maakt duidelijk dat Klavers sommige boeren in het hart sluit die in zijn ogen méér gelijk zijn dan het grootste deel van het boerenbestand.

Rudimentair inzicht
Erger is dat het er alle schijn van heeft dat de anti-CETA-partijen het verdrag kennelijk niet gelezen of begrepen hebben, dan wel de consequenties doelbewust onjuist weergeven. Wat dit betreft wekt het verslag van de discussie over CETA Deel I in de Eerste Kamer de indruk dat al die sociologen en politicologen aldaar niet malen om juridische implicaties en liever ronkende politieke leuzen naar voren brengen. Inzicht in de CETA-materie blijkt er tamelijk rudimentair.

Immers, het tweede deel van CETA dat nu op de parlementaire agenda staat heeft met de linkse bezwaren weinig tot niets te maken. Als het gaat om het welzijn van dieren melden de verdragsteksten bijvoorbeeld dat

”CETA zorgt niet voor een verlaging van de dierenwelzijnsnormen maar biedt juist mogelijkheden tot het bevorderen van dierenwelzijn. Canada en de EU hebben zich gecommitteerd aan een intensieve samenwerking om dierenwelzijn te bevorderen”.

De Europese standaarden worden door CETA niet verlaagd.

Sustainable development
Wat de klimaatzorgen van de CETA-oppositie betreft, zou je allereerst moeten bedenken dat de links/groene regering-Trudeau niet op China of Rusland lijkt. En anders even het verdrag lezen:

“The Parties shall, consistent with their international obligations, pay special attention to facilitating the removal of obstacles to trade or investment in goods and services of particular relevance for climate change mitigation and in particular trade or investment in renewable energy goods and related services.”

Duidelijk genoeg, CETA is er ook voor sustainable development. De zorgen van de CETA-tegenstemmers over de boeren lijken bovendien vooral uit de lucht gegrepen.
Zij zijn voorstander van het verdrag. Marc Calon, voorman van LTO Nederland, zegt hierover onder andere:

“Zonder handel komt er een einde aan de Nederlandse land- en tuinbouw. Zonder handel gaan we terug naar het Ot-en-Sien tijdperk. Dat is het einde van het platteland, een aderlating voor de BV Nederland en slecht nieuws voor duurzame voedselproductie. Voor boeren en tuinders geldt: van elke euro die we verdienen komt 75% uit het buitenland, en een kwartje van buiten de EU,”

Macht van multinationals
Een laatste fundamentele bezwaar van Klaver c.s. richt zich op ‘de groeiende macht die multinationals krijgen om overheden (lees: de Nederlandse overheid) hun wil op te leggen’. Dit richt zich tegen internationale arbitrage, die sinds de jaren vijftig onderdeel is van ruim drieduizend internationale multi- en bilaterale handelsverdragen. Dergelijke paragrafen dienen om verschillen in jurisdicties te overbruggen in geval van geschillen. Grensoverschrijdende contracten kennen vergelijkbare clausules waarin wordt vastgelegd welke regels van toepassing zijn.

De angst van de linkse oppositie hiervoor zit erin dat multinationals of ondernemingen overheden aanspreken, wanneer zij tekortschieten in de nakoming van contracten. Internationale arbitrage – op grond van CETA nog niet voorgekomen – is in zo’n geval het uiterste middel bij geschillen en wordt internationaal in de afgelopen decennia spaarzaam gebruikt, iets meer dan 10 keer per jaar en leidt in driekwart van de gevallen tot een schikking dan wel intrekking van de zaak.

Internationale arbitrage
De drogredenering van de oppositie is dat multinationals arme landen een poot uittrekken of chanteren, en groen, klimaat en zielige dieren benadelen. Een dwarsdoorsnede van internationale arbitragezaken, te vinden in de databases van onder andere VN-handelsorganisatie UNCTAD en de Wereldbank ziet er heel anders uit. Zo spanden de Amerikaanse oliebedrijven ExxonMobil en ConocoPhillips zaken aan tegen Venezuela, omdat de regering hun olie-installaties onteigende, zonder er één cent voor te betalen. En dat vinden linkse partijen in Nederland een verwerpelijke procedure?

Deze zaken worden ook beschreven in de anti-CETA-brochure van SOMO (Stichting Onderzoek Maatschappij en Onderneming), die heftig ageert tegen het verdrag maar bij nadere lezing vooral bedoeld is om te ageren tegen de lobby van multinationals, onder meer in Nederland. Alsof NGO's niet lobbyen. Het zal verder niemand verbazen dat links Nederland bij SOMO wat munitie tegen CETA ophaalt, want wie subsidiëren deze club? Milieudefensie en de Open Society Foundation van George Soros. Zo is de cirkel weer rond. Overigens heeft het Europees Hof van Justitie in Luxemburg inmiddels uitgesproken dat de voorgestelde dispuutresolutie niet strijdig is met het EU-recht.

Waar staan we nu? CETA is wat betreft handel en investeringen tussen Canada en de EU de facto in werking. Daar zal het achterhoedegevecht in de Eerste Kamer – naar verwachting na maart 2020 – weinig aan af kunnen doen. Hoe gaat het dan met geschillen? Zoals gezegd, die hebben zich nog niet voorgedaan. Partijen kunnen dan naar nationaal recht (in hoger beroep de Europese rechter) of Canadees recht procederen. Of komt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg er bij kijken? Dat worden dan elk geval lucratief voor sommige advocaten.


Informatie uit openbare bronnen, eenvoudig te raadplegen via internet. Het meest illustratief is het verslag van de Eerste Kamer over CETA deel I.


Eerdere artikelen over het CETA-verdrag op Veren of Lood vindt u hier.

6 reacties

  1. Cool Pete schreef:

    1. Deze “CETA’-overeenkomst is weer zo’n van bovenaf opgelegd konstrukt.
    2. Is in strijd met de onafhankelijkheid van de landen.
    3. Kent juridische bepalingen, die zeer schadelijk kunnen zijn.
    O.a. procedures van bedrijven tegen – dan weer wel : nationale ! overheden.
    4. Er is al de WTO voor afspraken op internationaal handels-gebied.

    School-voorbeeld van een “overeenkomst” waar NIEMAND om gevraagd heeft, maar die louter het gevolg is van groeiende machts-uitoefening door dat anti-democratische “EU”-konstrukt. In feite, belemmert het juist de wereldwijde vrij-handel.

  2. Henk Albarda schreef:

    Sinds het aantreden van groen links Rutte hebben VVD, VDA, CU en D66 PLUS Groen Links (en misschien stilletjes PvdA?) uitsluitend voor de buhne theater gemaakt. Ik geloof niet in de complot theorien dat het TK kartel al bestaat sinds het eerste optreden van PVV.
    Achteraf had ook ik (ik heb me 6 jaar door rutte laten bedonderen) kunnen hebben geweten dat rutte een groen links socialist opportunistische machtswellusteling is, hij heeft het in zijn JOVD tijd letterlijk gezegd (niet de opp of machts)
    De enige juiste benadering van de wereldhandel is tussen natiestaten, zeker waar het om Europa gaat. De enige 2 landen in Europa die gelijkenis lijken te vertonen zijn Duitsland en Nederland, OF evt Duitsland en Oostenrijk. Alle Europese landen, in volstrekte tegenstelling tot bv USA, hebben een eigen taal en cultuur EN mentaliteit.
    CETA is dus NIET goed voor Nederland, en evenmin voor de grote Europese landen. Wat Nederland betreft, zodra Nederland een MP heeft (ik ben overtuigd binnen 10 jaar) MET ruggegraat, stopt ‘handtekening bij het kruisje’ en zal Nederland zich niet meer klakkeloos bij allerhande ‘rechterlijke’ en internationale beslissingen neerleggen.

  3. Gerrit Joost schreef:

    Een zeer eenzijdig artikel: “Volgens de Europese Commissie leidt CETA tot meer banen en groei, lagere prijzen in de winkels en een ruimer aanbod van producten en diensten.” dit is een niet gestaafde aanname, niet gebaseerd op een onderzoek – De volgende zin “Economisch gezond verstand staaft deze uitspraak.” – geeft het gladde ijs van de auteur al aan. NOOIT doen die CETA! Het kan prima zonder. Als je gode produkten heb, dan verkoop je die ook zonder CETA. ICS is levensgevaarlijk! Ceta en TTtip zijn D-66 blah, blah, blah, iets roepen zonder onderbouwde feiten. Ben het weer helemaal eens met Cool Pete. Niets doen via de EU. NEXIT!

  4. Theo schreef:

    Je hoeft geen Jesse Klaver te heten om te beseffen dat vrijhandel ook verliezers kent. Raymond Peil maakt dezelfde fout als de Clintons en alle politiek correcte politici dat zij het theoretisch model van Ricardo voor heilig verklaren. Zijn kosten theorie inzake internationale handel klopt wel maar wat doen wij met de verliezers? De kleine boeren, de kleine zelfstandige? Dit heeft met links of rechts niets te maken.Ik zelf ben sympathisant uit de Otten/ FvD hoek en echt geen Groen-Linkser.Maar Jesse heeft op dit punt wel gelijk.

  5. TSPHQ 92 schreef:

    Het gene waar ik een probleem mee heb is dat Investment Court System (ICS).
    Dat gaat er iet altijd transparant aan toe

  6. Raymond Peil schreef:

    @TSPHQ92 Zoals vermeld zijn eerdere arbitragezaken openbaar beschikbaar bij de Unctad. Op ICS is tot heden nog geen beroep gedaan. Verantwoording afleggen van geschikte of ingetrokken zaken is een taak van de verantwoordelijke bestuurders in de regering aan hun volksvertegenwoordiging en in het bedrijfsleven aan aandeelhouders, werknemersvertegenwoordigers en in het jaarverslag.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.