DE WERELD NU

1984

staat

Het gerommel met de spelling deed Caroline sterk denken aan 1984 – het boek van Orwell.

Met elkaar gedurig opvolgende spellingswijzigingen wordt bereikt dat eigenlijk niemand meer precies weet hoe het moet, en dus iedereen fouten maakt. Dat zal de gelijkheidsidealen wel ten goede komen. Want opeens is er een oekaze van het een of ander genootschap, en opeens is er een nieuwe spelling. De ene keer moet er wel een tussen-n geschreven worden, maar niet altijd, de andere keer wel, maar ook niet altijd.

Zo was er een tijd dat de tussen-n bij koppeling van woorden waarbij het eerste woord een noodzakelijk meervoud was. Wellicht duister, maar best in het hoofd te stampen en ook prima te begrijpen. Aan die eenvoudige regel moest een einde gemaakt worden, en opeens moest alles met een tussen-n geschreven worden waarvan het meervoud alleen op een ‘n’ kon eindigen, wat natuurlijk niet gold als er een dier gekoppeld werd aan een plant, zoals bijvoorbeeld in het woord ‘paardebloem’, dan kwam die ‘n’ -die je inmiddels wel moet schrijven, er niet.

Voorts ging de regel niet op voor zogenaamde ‘versteende samenstellingen’, woorden die al in de middeleeuwen gekoppeld werden. Enfin, ik zal wel wat spellingen door elkaar gooien, maar dat is dan niet anders. Bedenk daarbij dat er heel lang sosjaale aktie is gevoerd omdat het voor kinderen die niet zo goed konden leren (door de maatsgappelijke struktuuren agtergehauden werden) te moeilijk zou zijn om te leren spellen, -kinderen die je wel kon leren wat een versteende samenstelling was, tja- en de logica van de spellingswijzigingen dringt zich onstuitbaar op. Als zoiets niet óf boze opzet is, óf een staaltje doublethink (dubbeldunk), dan weet ik het ook niet meer. Over buitenlanders die zich de moeite hebben gegeven Nederlands te leren (in Hongarije ontmoette ik ooit eens stel Hongaren die vloeiend en accentloos Nederlands spraken), heb ik het dan nog niet eens.

Dom natuurlijk, het kind iedere keer weer met het badwater weggooien, maar misschien was en is dat ook wel de bedoeling. Je verhindert dat teksten in de oude spelling nog gelezen worden. Die krijgen direct een verouderde uitstraling, en zijn -als er weer een paar spellingwijzigingen ‘overheen’ gegaan- zelfs volslagen onleesbaar geworden. Zo lees en begrijp ik makkelijker een Franse of Engelse dan een middeleeuwse Nederlandse tekst.

Het ontstaan / behoud van een literaire traditie wordt hier adequaat mee voorkomen. Zogenaamd om het makkelijker te maken voor mensen die niet goed kunnen spellen, maak je het plezierig lezen onmogelijk. En dat terwijl zelfs mensen die van schrijven hun beroep hebben gemaakt, gebruikelijk meer en vaker lezen dan schrijven. Net als bij de vrijheid van meningsuiting geldt immers dat het kunnen kennisnemen van meningen van een ander (en daar horen bijvoorbeeld ook wetenschappelijke werken toe), minstens zo belangrijk is als het uiten van de eigen mening. Kunnen lezen en een tekst begrijpen, is een stuk belangrijker dan een dergelijke tekst zelf kunnen schrijven, gewoon omdat je het een vaker doet dan het ander.

Zo kan het dat een premier en een Kamerlid niet verder komen dan de wederzijdse opmontering ‘normaal’ te doen, in plaats van elkaar met bedekte toespelingen die in de Vos Reynaarde niet zouden hebben misstaan, op beschaafde wijze voor rotte vis uit te maken.

Kortom, cultureelmarxisme dus (en ambtelijke loopbanen), waarbij mensen provinciaal worden in de eigen tijd. Een andere tijd kennen ze niet meer en ze weten er ook niets van. Vandaar wellicht dat Nederlandse komedieseries altijd zo zouteloos zijn, er zit niet anders in dan er in zit. Als er al iemand eens verzucht dat ‘de vis duur betaald wordt’ dan worden we geacht te doen alsof we met een kwaliteitsproductie te maken hebben. ‘Soep lepelen met een vork’, zo schreef Mulisch, en volgens mij laat je mensen dat alleen doen als je niet wilt dat ze iets van soep binnen krijgen.

Met de opeenvolging van spellingvereenvoudigingen wordt onderwijl bereikt, als je al eens iets wilt schrijven, dat dubbele betekenissen van woorden verloren gaan, en je dus met de taal minder kan dan je kon. Dan zitten we eigenlijk als in ‘1984‘, waar de geschiedenis per dag wordt herschreven en woorden eenvoudiger en eenvoudiger worden gemaakt. Oude boeken zijn er niet meer, maar dat zou in Nederland niet uitmaken. Hier worden die oude boeken namelijk niet meer gelezen, gewoon omdat ze niet meer te lezen zijn. Wel zo effectief als een verbod, terwijl de nare woorden ‘verboden boek’ vermeden kunnen worden. Inmiddels zijn er zoveel bladzijden uit onze geschiedenis gescheurd dat we er amper nog een Donald Duck van over hebben.

Maar laten we niet wanhopen, want ‘het kan verkeren’, zei Brederode, en laten we dus maar hopen dat het dat doet.


Dit artikel verscheen eerder op 23 september 2011 op Artikel7.nu